Ik dacht precies hetzelfde (deel 1)
"Simon zegt niet veel," beweren de huisgenoten wel eens lachend aan de keukentafel. Maar ze zeggen er vaak achteraan: "Maar áls hij iets zegt, is het raak."
Simon beschouwt zichzelf op die momenten als een guerrillastrijder die onverwacht toeslaat vanaf de zijlijn. Hij overziet de chaos aan tafel, filtert de ruis weg en lanceert dan één enkele, sterke zin die de discussie met chirurgische precisie fileert. Het is een rol die hij noodgedwongen speelt. Al zolang hij zich kan herinneren, vecht hij tegen een innerlijke vijand. Als hij stil blijft, stelt niemand vragen. Als hij eerst de kat uit de boom kijkt, kan hij ook niet in verlegenheid gebracht worden. Toch knelt die rol.
Simon kan nog lang nagenieten van een scherpe uitspraak. Terwijl na zo'n gevatte opmerking de hele bende nog buldert van het lachen, transformeert de guerrillastrijder meteen weer in een heremietkreeft. Zodra alle blikken zich op hem richten, kruipt hij terug in zijn schulp. Hij voelt het bloed naar zijn wangen stijgen, voelt hoe hij rood wordt ... als een kreeft. Hij haat het dat zijn lichaam zijn emoties verraadt. Dan staart hij weer naar zijn bord, hopend dat de aandacht even snel verdwijnt als ze gekomen is.
Sinds Mathias zijn leven is binnengestapt, is er geen schild meer om achter te schuilen. Geen guerrillatactieken. Geen schulp om in weg te kruipen. Zelfs 's nachts is er soms een nabijheid die ongemakkelijk dicht op zijn huid zit.
Vandaag zit er geen scherpte in hem. De 9 op zijn scherm staart hem aan als een bewijs van onvermogen. Ernaast staat een 10 voor scheikunde. Net voldoende. Een onderschatting van wat hij eigenlijk kan.
Er wordt twee keer kort geklopt. De specifieke ritmische klop van Mathias. De deur gaat al open voordat Simon iets kan zeggen.
"Hé, loper." Mathias duwt de deur met zijn voet verder open. Hij draagt een afgewassen grijze turnbroek en straalt de vertrouwde, nonchalante energie uit die het gehorige studentenhuis elke avond lijkt te vullen. "Steffi heeft definitief afgehaakt. Haar vriend heeft een scène geschopt over dat joggen."
"Ik weet het. Jammer," zegt Simon. "Ik heb de ruzie tot op mijn kamer gehoord."
"Dus ... je hebt vandaag met mij te maken in plaats van Steffi. Als je dat ziet zitten."
Simon legt zijn hand plat op het laptopscherm. Het koude metaal onder zijn handpalm herinnert hem aan de cijfers die hij liever verbergt. De heremietkreeft in hem wil weigeren. Zeggen dat hij moet studeren. Dat hij recente leerstof moet blokken. Maar de stille, competitieve hardnekkigheid wint. Hij wil niet onderdoen. Niet voor Mathias.
"Goed," zegt hij. "Als je mijn tempo kunt bijhouden."
Mathias schiet in de lach. "Ik ga je testen, Simon."
"Geef me eerst de kans om me om te kleden."
Simon klapt zijn laptop dicht. Mathias blijft bij de deuropening staan terwijl Simon zijn shirt uittrekt. De mouw blijft even haken achter zijn elleboog. Simon neemt zijn loopkleren uit de kast en trekt ze met dezelfde bedachtzame precisie aan waarmee hij alles lijkt te doen. Ten slotte knoopt hij zijn veters zorgvuldig vast. Vaste grond onder zijn voeten. Dat heeft hij nu nodig.
Mathias kijkt zwijgend toe. Zo is Simon. Rustig. Precies. Sinds ze in hetzelfde studentenhuis wonen, zijn ze bijna altijd samen. Ze delen de keuken, de gang, avonden waarop niemand zin heeft om naar bed te gaan en nu ook hun hardlooprondes. Eerst liep Mathias een keer mee omdat Steffi een keer niet kon. Daarna nog eens. Nu de jaloerse vriend van Steffi bezwaar heeft gemaakt, wil hij met plezier haar plaats innemen.
Mensen vinden Mathias open. Woorden gaan hem moeiteloos af. Zelf weet hij niet of dat klopt. Vaak voelt het alsof hij een rol speelt, alsof hij stiltes opvult en niemand merkt dat hij zich soms net zo onzeker voelt als iedere andere jongen. Zolang hij praat, kijkt niemand verder.
"Klaar," zegt Simon, terwijl hij overeind komt.
"Kom," zegt Mathias. "We zijn weg."
Ze trekken de achterdeur achter zich dicht, verlaten de kleine tuin en gaan door het piepende tuinpoortje de straat op. Meteen ligt het park voor hen. Mathias kijkt opzij.
"We doen toch eerst iets wat op warmlopen lijkt?"
Simon antwoordt zonder zijn pas te vertragen: "Dit ís warmlopen."
Mathias haalt hem in en gaat naast hem lopen.
"Jij en ik hebben echt verschillende definities van warm."
"Dat kan," zegt Simon. "Maar jouw definitie is vooral: langzaam."
Mathias grijnst. "Vandaag word jij vernederd. Sportief, natuurlijk."
Simon werpt hem een korte blik toe. "We zullen zien."
Hun schoenen tikken ritmisch op het grind. Het eerste stuk van het park is vlak. De avondlucht is koel genoeg om prettig te lopen; alleen het zachte ruisen van de bomen en hun ademhaling doorbreken de stilte. Mathias merkt opnieuw hoe vanzelfsprekend die stilte tussen hen geworden is. Bij de meeste mensen voelt hij de drang om iets te zeggen, een grap te maken, een gesprek gaande te houden. Naast Simon hoeft dat niet. Hier mag de ademhaling het tempo bepalen.
Na enkele minuten splitst het pad. Rechtdoor blijft het vlak. Links loopt het steil omhoog. Simon twijfelt geen seconde en slaat linksaf.
Mathias zucht overdreven. "Serieus?"
Simon kijkt opzij. "Je zei toch dat je me eraf ging lopen?"
"Dat was vóór ik wist dat jij een berggeit bent."
Simon glimlacht nauwelijks zichtbaar. "Boven praten we verder."
Mathias probeert zijn tempo vast te houden, maar al halverwege de helling branden zijn longen en wordt zijn ademhaling zwaar. Simon blijft onverstoorbaar doorlopen. Pas boven merkt Simon hoe hoorbaar Mathias hijgt. Zonder iets te zeggen, laat hij zijn tempo zakken. Ze lopen naast elkaar verder. Mathias zegt niets, maar merkt het wel.
Wanneer het pad weer afdaalt, blijft Simon in hetzelfde lagere tempo lopen. Beneden splitst het parcours opnieuw. Links wacht nog een klim, rechtdoor blijft het vlak. Simon werpt een korte blik naar Mathias. Zijn gezicht is rood, zijn ademhaling nog onrustig. Deze keer kiest Simon zonder commentaar voor het vlakke pad. Mathias merkt ook dát op.
Na bijna een uur bereiken ze opnieuw het bankje bij de ingang van het park. Simon zet zijn voet op de zitting en rekt zwijgend zijn hamstrings. Mathias kijkt even toe en probeert dezelfde oefening na te doen.
"Oké," zegt hij hijgend. "Ik trek officieel alles in wat ik daarnet gezegd heb."
"Dat is verstandig."
"Je praat beter dan je loopt."
"Niet helemaal onwaar."
"Niet helemaal?"
"Laat me iets van mijn waardigheid houden."
"Begin dan aan je conditie te werken."
Mathias schiet in de lach. "Je bent meedogenloos."
"Realistisch."
Even zitten ze zwijgend op de bank. Het zweet koelt af op hun huid. Voor Simon voelt die stilte vertrouwd. Niet ongemakkelijk. Gewoon stil. Mathias kijkt schuin naar hem.
"Wat was er daarnet op je laptop?"
Simon antwoordt niet meteen. "Mijn eerste cijfers."
"Zo erg?"
Simon knikt. "Negen op twintig voor statistiek. En tien voor scheikunde."
"Ai."
Simon kijkt naar de grond. "Ik dacht echt dat ik het kende. Of toch genoeg. Wat had jij vorig jaar?"
Mathias trekt een gezicht. "Zestien." Een korte stilte. "Dat treft ... Dat is veel arroganter dan ik bedoelde."
Simon trekt één mondhoek op. "Een beetje."
"Sorry."
"Geeft niet."
De stilte keert terug. Mathias laat haar deze keer bewust bestaan. Na een tijdje zegt hij:
"Als je wilt, kunnen we eens samen naar je statistiek kijken."
Simon haalt zijn schouders op. "Misschien." Hij staart naar het grind onder zijn schoenen. "Ik weet alleen niet of het aan statistiek ligt."
Mathias draait zich iets naar hem toe. "Waar dan wel aan?"
Simon ademt langzaam uit. "Ik blokkeer. Tijdens het examen lees ik een vraag en ineens lijkt alles wat ik wist verdwenen." Hij zoekt even naar woorden. "Mijn hoofd besluit dat ik het toch niet kan."
Mathias zegt niets.
Simon vervolgt zachter: "Het stomme is dat ik achteraf bijna altijd weet wat ik had moeten antwoorden."
"Je zit jezelf behoorlijk af te maken, hè?"
Simon glimlacht flauwtjes. "Misschien. Of misschien gewoon terecht."
"Hé." Mathias' stem klinkt rustig. "Eén examen is geen definitief oordeel over wie je bent of wat je kan."
Simon antwoordt niet meteen. Hij kijkt naar de bomen aan de overkant van het pad. "Dat weet ik wel. Maar de praktijk is iets anders."
Mathias knikt. "Dat herken ik."
Simon kijkt even op, verrast door die laatste woorden, maar vraagt niets. Mathias lijkt zelf ook niet van plan er verder op in te gaan. Na enkele tellen staat Simon op.
"We gaan beter terug."
"Waarom?"
"Anders val jij hier straks dood."
Mathias lacht. "Heel attent dat je mijn overlijden wilt uitstellen."
Simon trekt zijn shirt recht. "Jij helpt mij met statistiek." Hij kijkt Mathias even aan. "En ik zorg dat je conditie ooit acceptabel wordt."
Mathias steekt zijn hand uit. "Deal."
Simon schudt hem lachend. "Deal."
Samen zetten ze opnieuw aan richting het studentenhuis.
Het park houdt de koelte van de avond vast, maar zodra ze de achterdeur van het studentenhuis openen, slaat de muffe warmte van de gang hen tegemoet. Ze zijn allebei bezweet. Mathias heeft de hele weg terug nauwelijks nog geklaagd en heeft zich kranig gehouden.
"Dit is voor herhaling vatbaar," zegt Simon, terwijl hij zijn trainingsjack los ritst.
Mathias grijnst. "Als je tenminste niet elke keer besluit een berg op te lopen."
"Je leeft nog."
"Op het nippertje."
In de gang ruikt het naar shampoo en naar muffe douches die net iets minder vaak worden schoongemaakt dan iedereen zou willen. Het huis is een klankkast. De gipskartonnen muren zorgen ervoor dat niemand ooit echt alleen is. Vanachter de deur van kamer drie, die van Laura, klinkt het gedempte, ritmische gekraak van de lattenbodem, gecombineerd met veelbetekenende geluiden. Haar vriend is er weer. Iedereen in huis weet wanneer hij blijft slapen. Het geluid klinkt indiscreet duidelijk. Simon en Mathias kijken elkaar tegelijk aan. Een glimlach verschijnt op hun beider gezichten. Mathias schudt langzaam zijn hoofd.
"Die heeft precies ook intervaltraining ontdekt."
Simon antwoordt zonder een spier te vertrekken: "Ik wil hem alleen reanimeren als hij nog onder garantie is."
"In een tweedehands zou ik niet veel moeite steken."
Mathias schiet in de lach na zijn eigen spontane reactie. Zijn lach galmt door de smalle gang. Aan de overkant blijft de deur van Carina gesloten. Vanavond geen bezoek. Geen onbekende auto op de oprit. Het is een uitzondering.
"Tot straks?" vraagt Mathias.
Simon knikt; ze gaan kaarten met Carla en Jörgen. "Vergeet me niet op te halen."
Even later staan ze naast elkaar in de twee douches. Het water klettert luid op de granito vloer.
"Zeg," roept Mathias boven het geruis uit. "Als Laura's vriend een inspanning levert met dezelfde intensiteit als wij daarnet, dan ligt hij straks aan de zuurstof."
Simon spoelt de shampoo uit zijn haar. "Dat hangt ervan af."
"Waarvan?"
"Of hij ook heuvels moet doen."
Mathias lacht opnieuw.