De andere kant van de maan. (deel 8)
Wanneer we allebei wakker zijn, vleien we ons knus tegen elkaar aan. Margot voelt vertrouwd, hoewel ik haar nauwelijks een paar weken ken. Waar gisteren de emotie overheerste, is ze nu weer zichzelf: sterk, levenslustig, en toch mysterieus.
Waarom ik verdrietig was? vroeg ze. Hoe kan het dat ze haar eigen gevoelens op mij weerspiegelt?
Tijdens het plukken luister ik naar de achtergrondgeluiden. Ik kijk naar Arjan en Loïc.
Margot is stil. Is dat wel goed? Wat maak ik me druk, ook ik ben in mezelf gekeerd. Vanavond heb ik haar voor mij.
We gaan spontaan samen onder de douche, zonder de gebruikelijke vraag: ‘Wie eerst?’
Voor het eten videochat ik met mijn ouders. ‘Jullie hebben Margot nog niet gezien.’ Ze wil eerst aan de cameralens ontsnappen, maar wuift dan toch beleefd.
Na het eten hebben we tijd voor ons twee. Ik kijk ernaar uit.
De tijd tikt in ons nadeel. Nog tien dagen. Margots volgende bestemming is Calvados. Ze gaat meehelpen bij de appeloogst in een ambachtelijke distilleerderij.
Ze heeft iets gehuurd. ‘Jammer, een deel van mijn loon gaat naar de huur.’
Daarna weet ze het nog niet. Aanbiedingen van interimkantoren komen vaak pas op het laatste moment.
Ik zal zuidelijker trekken. Mijn spaarvarken is de voorbije maanden goed gespekt. In het zuiden hoop ik op een aangename nazomer. Nice of Saint-Tropez? ‘Misschien overwinter ik in Barcelona of Madrid,’ droom ik hardop.
‘Ik zou met je mee willen. Jammer dat ik het me financieel niet kan permitteren. Ik moet sparen.’
‘Ik begrijp dat je aan je toekomst moet denken.’
‘Heb ik een toekomst? Hebben wij een toekomst?’
De stilte die volgt is ongemakkelijk. Ik heb mezelf die vraag ook gesteld. Antwoorden vraagt wikken en wegen.
‘Ik vertelde je dat wat ik met vriendinnen deed geen experiment was. Vergeleken met wat ik nu voor jou voel, was het dat wel toen. Nu moet ik je vragen of je financiële bekommernissen belangrijker voor je zijn dan ik.’
‘Zo bedoel ik het niet. Ik kan kiezen om met je mee te gaan.’
‘Ik wil je niet forceren. Wat heb ik zelf in het zuiden te zoeken? Dat weet ik niet eens.’
‘Wat mij betreft is wat we doen echt geen experiment.’
Het is geen avond voor intimiteit. We wensen elkaar welterusten.
Margot woelt nog lang in bed. Als ik zelf makkelijk was ingeslapen, had ik dat niet geweten.
Ik ontwaak met Margot die me ligt aan te kijken.
‘Dag, Madame Margot.’
We kijken elkaar lang aan.
‘Ik kon de slaap niet vatten.’
‘Ik evenmin.’
‘Heb je nagedacht?’
‘Twijfel is het begin van de wijsheid, beweert een gezegde. Ik ben te ver om nog te twijfelen, denk ik. We hebben niet de tijd om er weken over na te denken. Mag ik nog wachten? Het is te belangrijk.’
‘Dat mag,’ antwoordt Margot. Ik probeer teleurstelling op haar gezicht te lezen. Ik herken vooral begrip.
Nog twee dagen houd ik het vol.
Na de dagtaak hebben we privacy. Margot heeft de toekomst niet meer ter sprake gebracht. Ik houd het niet langer vol en neem haar hoofd in mijn paarse handen. ‘Ik maak geen voorbehoud tegen jou. In oktober loopt er een actie bij de spoorwegen. In het weekend is het één ticket kopen plus één gratis. We zouden daar gebruik van kunnen maken.’
‘De vraag is dan wie het gratis ticket krijgt en wat de bestemming wordt,’ pikt Margot in. Ze straalt.
‘We delen de kosten van de treintickets. Als je Calvados kiest, delen we ook de kosten van jouw huur.’
‘En jouw reis dan? Het voorschot van de huur kan verloren gaan. Er zijn ergere dingen.’
‘Mijn zin in reizen is weg. Ik denk aan twee opties: met jou mee naar Calvados, of binnenkort afscheid nemen en naar huis rijden.’
‘Calvados!’
De kogel is door de kerk. Het is een opluchting. Ik laat Margots hoofd uit m’n handen glijden en we staan lang tegen elkaar in zwijgzame omhelzing.
‘Kom we gaan douchen.’
Ik ben met mijn gedachten elders tijdens het avondeten.