Als Tom onder zijn dekbed kruipt, blijft wat er die dag allemaal is gebeurd door zijn hoofd spelen. Hij heeft Joost uitgenodigd om morgen te blijven slapen en het vooruitzicht dat ze minstens een hele dag samen zullen zijn, vult hem met een soort blijde spanning. Terwijl hij in bed ligt en zijn gedachten afdwalen naar Joost, ervaart hij iets dat hij eerst niet goed kan plaatsen. Ineens valt het kwartje: er is meer aan de hand. Tom merkt dat hij gevoelens voor Joost heeft: hij is verliefd.
Tom begint Eerste Kerstdag, energiek en opgewekt. Hij geniet ervan dat hij alleen thuis is en kijkt uit naar Joosts komst. Na een frisse douche gunt hij zichzelf een verwenontbijt, gewoon gezellig in de keuken aan tafel. Het is feestelijk, met een verse croissant, bijzonder kerstbrood, vleespaté, Coburgerham en een zachtgekookt eitje. Juist, het is een bijzondere dag.
Met een glimlach nestelt Tom zich op de bank. Ook nu weet het zwemmen hem te boeien: hij gaat trainingsfilmpjes kijken. Af en toe glijdt zijn blik naar de klok, vol verwachting, zich afvragend wanneer Joost aan zal bellen. Zodra het tien uur is geweest, neemt de spanning toe: Tom is alert, klaar om het geluid van de deurbel op te vangen. Dat laat niet lang op zich wachten. Na tien minuten gaat de bel. Tom voelt zijn hart overslaan en haast zich naar de voordeur.
“Hey Joost, wat fijn dat je er bent,” begroet hij hem.
Joost lacht. “Dat vind ik ook, Tom. Ik heb van alles meegenomen, ook om te blijven slapen. Ik heb er echt zin in.”
Samen lopen ze naar de woonkamer. Tom legt zijn tablet op tafel.
“Wil je iets drinken?” vraagt hij.
“Heb je lekkere koffie? Misschien een cappuccino?”
“Natuurlijk, wij hebben zo’n apparaat dat eerst de bonen maalt en dan een verse kop zet. Kom, loop mee naar de keuken.”
Tom zet de koffiemachine aan, kiest zelf voor een dubbele espresso. Ze lopen met de twee dampende kopjes terug naar de kamer. De geur van verse koffie vult het huis. Dan vraagt Tom: “Hoe zullen we de dag indelen?”
Er zijn twee ankerpunten die vastliggen: samen genieten van een lunch en vanavond samen dineren. Daartussenin ligt de tijd open om samen iets leuks te doen: voor de lunch, daarna nog eens, plus de avond. Tom voelt de belofte van een bijzondere dag in de lucht hangen.
Joost kijkt Tom met een twinkeling in zijn ogen aan. “Ik heb mijn zwemspel bij me, op mijn laptop. We zouden het samen kunnen bekijken en als je wilt, ook spelen.”
Toms gezicht licht op, zijn nieuwsgierigheid is gewekt. “Lijkt me superleuk!” Joost haalt zijn laptop uit zijn tas en opent het spel. Op het scherm verschijnt een kleurig zwembad met zwemmers en banen. Er klinkt een zacht muziekje. “Je kunt een zwemmer kiezen, die geef je eigenschappen, je bepaalt hoe hij zwemt, en door je keuzes kun je hem sneller maken,” legt Joost uit. “Twee zwemmers kunnen tegen elkaar zwemmen, dan je hebt een echte wedstrijd.”
Tom kijkt toe, zichtbaar onder de indruk. “Heb jij dit helemaal zelf gemaakt?” vraagt hij.
Joost knikt trots. “Er zijn meer zwemspellen hoor, die werken allemaal anders. Ik dacht: wat zou ik zelf willen toevoegen? Zo ben ik ermee begonnen. Alles uitproberen, verbeteren, schaven. Je kunt ook je zwemmer trainen. Hoe meer je oefent, hoe beter hij wordt, net als echt trainen in het zwembad. Ik ben nog steeds bezig om allerlei effecten toe te voegen.”
Tom schudt bewonderend zijn hoofd. “Echt knap, Joost. Ik vind het bijzonder, hoor, dat je dat kunt!”
Joost glimlacht verlegen. “Ach… als je weet hoe het werkt, is het eigenlijk net zoiets als trainen voor zwemmen: veel oefenen, stap voor stap beter worden. Mijn ouders werken in de techniek, dus programmeren hoort er gewoon bij. Ik vind het vooral leuk om iets te maken dat echt werkt.”
Tom kijkt Joost nog eens aan. Zijn bewondering is zichtbaar. “Toch blijf ik het bijzonder vinden. Zullen we samen een paar wedstrijdjes doen?”
Joost knikt enthousiast. “Leuk! Eerst moet je je eigen zwemmer maken. Ik help je wel, ik leg uit hoe alles werkt.”
Tom en Joost zetten zich aan het creëren van hun eigen zwemmer. Tom kiest zonder aarzeling voor de naam Tom, en Joost noemt de zijne simpelweg Joost. Vol enthousiasme verliezen ze zich in het spel. De tijd gaat door tot Toms maag zich met een luidruchtig protest meldt. “Het is al half twee!” roept Tom verrast uit. Ze beginnen alle twee te lachen en besluiten dat het tijd is om samen iets te eten voordat ze met hernieuwde energie verder gaan.
Rond de keukentafel nemen ze ruim de tijd om hun schoolervaringen te delen. Ze ontdekken dat ze op totaal verschillende scholen zitten, met eigen vakken en activiteiten. Nieuwsgierig luisteren ze naar elkaars verhalen. Voor het eerst beseffen ze hoe verschillend hun dagelijkse wereld is, en juist dat maakt hun gesprek des te boeiender.
Na de lunch duiken ze weer samen het zwemspel in. Met hun eigen zwemmers klaar voor de start, begint het echte wedstrijdelement. Al snel wordt duidelijk dat Joost meer ervaring heeft: zijn zwemmer wint steeds moeiteloos. Joost gunt Tom het plezier van een overwinning. Daarom werken ze samen aan de verbetering van Toms zwemmer. Het spel wordt daardoor steeds spannender. Wanneer Tom uiteindelijk voor het eerst wint, glunderen ze allebei van oor tot oor.
Ze raken zo verdiept in hun vriendschappelijke competitie dat de tijd als zand door hun vingers glipt. De klok tikt verder, tot de avond zich aandient en ze, met lichte tegenzin, afscheid nemen van het spel. Tom kijkt Joost stralend aan. “Nu snap ik echt hoe verslavend computerspelletjes kunnen zijn. Normaal gesproken trekt het me niet zo, dit samen doen met jou… dat is gewoon geweldig.”
Ze besluiten dat het tijd is om iets te gaan eten en gaan naar de keuken. Tom duikt in de koelkast en de vriezer, waaruit de heerlijkste lekkernijen tevoorschijn komen. Samen kiezen ze wat ze willen klaarmaken en dekken met zorg de tafel. Op Toms voorstel maken ze er een klein feestje van, compleet met een kleurig kersttafelkleed en kaarslicht. Zo kunnen ze, na een gezellige voorbereiding, samen aan tafel gaan zitten voor een bijzondere maaltijd.
Ze genieten van alle lekkernijen. Terwijl ze eten, pratend over alles wat hen bezighoudt, stelt Tom ineens een vraag die voor hem best spannend is.
“Joost, sinds wanneer weet jij dat je op jongens valt?” Joost glimlacht.
“Eigenlijk weet ik het al sinds de basisschool. In groep 7 en 8 werd er altijd gevraagd ‘op wie je was’, ik voelde nooit echt iets voor iemand. Ik keek wel naar meisjes, ook naar jongens, en merkte dat mijn aandacht veel vaker naar jongens ging. Omdat van de jongens niemand in mijn klas openlijk op een jongen viel, besloot ik gewoon nergens voor uit te komen. Gelukkig lag ik best goed in de klas, dus werd het nooit een probleem. Toen ik ouder werd, merkte ik dat ik helemaal geen gevoelens had voor meisjes, des te meer voor jongens. Ik heb er nooit iets mee gedaan. Er was op mijn huidige school een jongen in mijn klas die eerlijk zei dat hij op een andere jongen verliefd was. Helaas was dat niet wederzijds en werd hij daarna gepest. Ik heb hem toen geholpen. Omdat ik ook nu weer goed lag in de groep, kon ik me dat veroorloven. Natuurlijk vroegen ze toen of ik zelf homo was. Ik antwoordde heel neutraal dat het belachelijk is om iemand te pesten om zijn gevoelens. Daarna werd het rustiger. Om eerlijk te zijn: in de klas ben ik nooit echt verliefd geweest op iemand.”
Tom kijkt nieuwsgierig. “Ben je wel eens verliefd geweest?” Joost lacht.
“Ja, heel vaak zelfs! Ik val gewoon snel op iemand. Meestal is het net zo snel weer over. Jij? Ben jij wel eens verliefd geweest?” Tom knikt.
“Ja, ik ook hoor. Het gebeurt vaak. Inderdaad: na een paar dagen is het weer voorbij. Mag ik je iets anders vragen? Ben je nu verliefd?”
Joost kleurt rood, zijn ogen wijken weg van Tom. Tom merkt het en fluistert geruststellend: “Je hoeft niet te antwoorden als je dat niet wilt, hoor.”
Joost kijkt Tom aan en zegt voorzichtig: “Ik wil best antwoorden. Als jij dat ook doet. Zullen we het gewoon tegen elkaar zeggen?”
Tom voelt zijn wangen branden. “Oké, ik begin wel. Gisteravond, toen ik in bed lag en aan jou dacht, merkte ik dat ik verliefd ben op jou. Sinds gisteren.”
Joost straalt, zijn ogen glimmen. “Dat is bijzonder… Bij mij was het eigenlijk al een hele tijd zo. Je leek zo ver weg, zo onbereikbaar. Ik probeerde die gevoelens weg te stoppen. Helaas, dat lukte niet. Ik vind het zo gek dat we altijd zo moeilijk doen met omkleden, altijd die handdoek erbij. Eigenlijk wil ik jou allang eens zonder zwembroek zien, gewoon helemaal zoals je bent.”
Tom lacht, een beetje ondeugend. “Dat kan nu toch gewoon, als we dat allebei willen?” Joost knikt.
“Wat doen we, nu we allebei en ook nog op elkaar verliefd blijken te zijn? Ik heb geen idee, want ik heb nog nooit iets met mijn gevoelens gedaan.”
“Misschien moet ik nu bij jou op schoot komen zitten?” vraagt Tom lachend.