Ik dacht precies hetzelfde (deel 3)

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Amexic
Berichten: 253
Lid geworden op: wo 10 jun 2015, 20:14
Vul het getal in: 123
Locatie: Antwerpen

Ik dacht precies hetzelfde (deel 3)

Bericht door Amexic » wo 05 aug 2026, 07:04

Ik dacht precies hetzelfde (deel 3)


Op zijn kamer laat Mathias zich op zijn bed vallen. Toch vindt hij geen rust. Wat hij die avond bij Simon heeft gezien, blijft door zijn hoofd gaan. Hij had Simon altijd beschouwd als iemand die stevig in zijn schoenen stond: rustig, evenwichtig, niet snel van zijn stuk te brengen. Een harde werker ook, iemand bij wie goede resultaten bijna vanzelfsprekend leken.
Vanavond heeft hij een andere Simon gezien. Een die overspoeld raakt door onzekerheid en dan de draad kwijtraakt, terwijl hij eigenlijk precies weet wat hij doet. Juist dat maakt het zo verontrustend.
Mathias wil helpen; daar zijn vrienden voor. Maar met formules of extra theorie is Simon niet geholpen. Het woord faalangst dringt zich op. Eerst probeert Mathias het weg te duwen – het klinkt zo zwaar – maar hoe langer hij naar het plafond staart, hoe meer het klopt. Het verklaart veel. Het is geen gebrek aan kennis dat Simon nekt, het is de verlamming op het moment dat het moet gebeuren. De paniek neemt het dan over, het zichzelf bij voorbaat al onderuithalen omdat de druk te hoog wordt.
Dat is precies wat de situatie zo ingewikkeld maakt, beseft Mathias met een gevoel van machteloosheid. Een cursus kun je samen doornemen, maar hoe help je iemand om niet meer bang te zijn voor zijn eigen falen? Hij wil er voor hem zijn, maar weet ook dat hij geen therapeut is. Misschien moet hij die grote analyses maar loslaten. Hij zou zijn anker kunnen zijn: geen theorieën, maar gewoon naast hem blijven zitten op de momenten dat Simon zichzelf weer begint te wantrouwen.
Met die gedachte valt hij uiteindelijk in slaap.
Simon ligt op zijn rug en kijkt naar het plafond. Op zijn bureau ligt de cursus nog open. Hij laat hem liggen; morgen is vroeg genoeg. Het gesprek in de keuken komt nog eens voorbij. Niet de oefeningen zelf, maar de vragen die Mathias stelde. Hij had verrassend snel de vinger op de zere plek gelegd. Simon kende de leerstof. Het was de twijfel die hem onderweg van zijn eigen spoor had gehaald. Misschien moest hij minder aan zichzelf twijfelen.
Zijn blik glijdt naar de kalender boven zijn bureau. Volgend jaar begint zijn zus aan haar hogere studies. Vorige week had ze nog gebeld. De laatste honderd dagen van het middelbaar lagen intussen achter haar, net zoals een jaar eerder bij hem. Haar examens komen dichterbij en daarmee ook alles wat daarna zal volgen. Ze stelde vragen over het studentenleven: hoe het was om met zovelen samen te wonen, of hij voldoende aan studeren toekwam. Hij had moeten lachen om haar hernieuwde interesse. Ze zou haar weg wel vinden.
Zijn ouders zouden zich opnieuw zorgen maken over alle dingen waar ouders zich zorgen over maken. Ze deden dat nu ook nog bij hem. Soms werkte die bezorgdheid geruststellend, soms voelde ze als een jas die je niet uittrekt, ook wanneer het eigenlijk te warm wordt. Hij wist dat ze het goed bedoelden. Misschien maakte dat het juist moeilijk. Zij hadden allebei hard gewerkt om hun kinderen kansen te geven die ze zelf nooit hadden gekregen. Studeren was voor hen nooit vanzelfsprekend geweest, wel een voorrecht. Simon had dat altijd geweten. Juist daarom vond hij het zo lastig om te vertellen dat een examen was tegengevallen.
Mathias dacht daar anders over: "Je kan het. Volgende keer maak je van die negen een tien."
Simon draait zich op zijn zij. Dat kan zo zijn, maar de negen blijft voorlopig staan. En intussen zijn er alweer andere examens aan de horizon verschenen.
De volgende ochtend voelt Mathias zich bepaald niet uitgeslapen. Hij staat geeuwend onder de douche en loopt daarna de keuken binnen. Vandaag heeft hij maar een korte dag aan de universiteit. Simon zit al aan tafel met een kom ontbijtgranen.
Even weet Mathias niet wat hij moet zeggen.
"Goedemorgen."
"Goedemorgen."
"Vandaag les?" vraagt Mathias.
Simon knikt. "Vanmiddag één hoorcollege. Ik wil eerst nog wat blokken."
"Mijn vader zegt altijd: 'Meer dan je best kun je niet doen.' Dat zeg ik nu maar tegen jou."
"Helaas," zegt Simon. "Met alleen je best doen haal je geen examens. Je moet ook nog genoeg punten binnenhalen."
"Dat gaat je lukken."
Simon kijkt hem even aan. Er verschijnt geen glimlach, geen gevat antwoord. Alleen een korte stilte waarin Mathias zich afvraagt of hij nog iets moet zeggen.
"Ik heb vanmorgen les," besluit Mathias. "Ik zie je dan aan het eind van de middag."
"Succes! En doe de unief vast de groeten van mij. Ik kom er straks ook aan."

Gesloten