Koffie met een rietje. (deel 14)

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Amexic
Berichten: 236
Lid geworden op: wo 10 jun 2015, 20:14
Vul het getal in: 123
Locatie: Antwerpen

Koffie met een rietje. (deel 14)

Bericht door Amexic » zo 14 jun 2026, 11:00

Koffie met een rietje. (deel 14)

De wekker ging meedogenloos vroeg af. Marnix' bedoeling was duidelijk: wie in de zomer de Engadiner bergen in wil, vertrekt best vóór de warmte en de middagwolken hun intrede doen.
Vanuit zijn slaapkamer hoorde Hannes hoe Marnix al druk bezig was in de keuken. Het pruttelen van de koffiemachine, het geritsel van aluminiumfolie en het dichtslaan van de koelkast vormden een onmiskenbare boodschap: uitslapen was vandaag geen optie.
Toen Hannes de keuken binnenwandelde, stond de tafel al vol met ontbijtspullen.
‘Kijk eens aan, Doornroosje is wakker,’ zei Marnix met een brede grijns terwijl hij de dop op een drinkbus schroefde en die in zijn rugzak stopte.
Hannes snoof de geur van verse koffie op. ‘Als jij de prins bent, mag je ook voor mijn koffie zorgen. Ik heb dorst.’
Marnix bracht een vork met ei naar Hannes' mond. Hun samenwonen voelde zo vertrouwd aan, alsof ze, gek genoeg, al jaren samen aan dezelfde ontbijttafel zaten.
Terwijl Marnix volkorenbrood met bergkaas belegde en een appel in hapklare partjes sneed, liet Hannes zich gewillig voeren. Alles wat voor Hannes een uitdaging was geworden, nam Marnix moeiteloos over. Met de routine van een verpleegkundige en de aandacht van een geliefde hielp Marnix hem aansluitend in een lichte sportbroek en zo’n ruim T-shirt.
Daarna ging hij voor hem op één knie zitten om zijn bergschoenen stevig vast te strikken.
‘Na die verbrande neus van gisteren nemen we geen risico’s meer,’ zei hij.
Hij pakte een tube zonnecrème en smeerde Hannes’ gezicht en nek zorgvuldig in. Zijn vingers wreven net wat langer op zijn huid dan noodzakelijk was.
Even later verlieten ze het appartement in Samedan en wandelden ze door de frisse ochtend naar het station. Hannes voelde zich sterk. Zijn benen hadden de klap van de val en de operatie verwerkt en door het vele binnen zitten had hij energie te over.
Ze stapten op de rode trein van de Rhätische Bahn. De rit naar S-chanf duurde amper twintig minuten, maar het landschap dat aan het raam voorbij gleed, was adembenemend. Toen de conducteur langskwam, haalde Marnix achteloos zowel zijn eigen abonnement als het ticket van Hannes uit zijn borstzak. Hannes hoefde nergens aan te denken; hij mocht zich gewoon laten meevoeren.
Toen ze in S-chanf het perron afliepen, wees Marnix naar de bergen.
‘We gaan naar Val Trupchun,’ zei hij. ‘Dat ligt in het Zwitsers Nationaal Park. Perfect voor vandaag: het pad stijgt geleidelijk en nergens wordt het echt technisch. Met die gipsen van jou houden we het maar beter veilig. Als je struikelt, kun je jezelf niet opvangen. Maar hoogtemeters maken we genoeg om die wielrennersbenen van je aan het werk te zetten.’
Hannes grijnsde. ‘Klinkt goed. Probeer mij maar eens bij te houden, Florence Nightingale.’
Het pad begon breed en vriendelijk. Naarmate ze dieper de vallei introkken, maakte het cultuurlandschap plaats voor een ruigere, meer ongerepte natuur. De ochtendkoelte verdween langzaam onder de toenemende kracht van de zon. Naast hen kolkte de Ova da Trupchun over stenen en rotsblokken.
Hannes nam spontaan de leiding. Zijn benen voelden krachtig en licht. Zonder de natuurlijke balans van zwaaiende armen moest hij zich wel voortdurend concentreren. Met zijn bovenlichaam licht voorovergebogen manoeuvreerde hij behendig tussen wortels en losse stenen door.
Marnix week nooit van zijn zijde.
‘Hoe gaat het met je evenwicht?’
‘Prima,’ riep Hannes over zijn schouder terwijl hij het tempo nog wat opdreef. ‘Zolang jij af en toe het zweet van mijn voorhoofd veegt, blijf ik tevreden.’
Na ruim een uur hielden ze halt bij de boomgrens. De open vallei spreidde zich voor hen uit, omringd door steile rotswanden. In de verte klonk het scherpe gefluit van een marmot.
Marnix haalde de drinkbus uit zijn rugzak en draaide de dop los. Zonder woorden hield hij die voor Hannes’ mond. Hannes dronk gulzig.
Toen hij klaar was, veegde Marnix achteloos een waterdruppel van zijn kin en drukte een kus op zijn lippen.
'Amai,' zei een passerende wandelaar lachend. 'Dat ziet er onhandig uit.'
'Dat is het ook,' zei Hannes.
'Gelukkig heb je hulp bij de hand.'
Marnix keek van Hannes naar de wandelaar en knikte demonstratief.
'Dat is echt nodig. Zonder toezicht likt hij aan dingen.'
'Dat heb ik één keer gedaan,' protesteerde Hannes.
'Volgens mij klopt je telling niet.' repliceerde Marnix.
De wandelaar lachte wat onzeker en vervolgde zijn tocht.
Tegen de middag bereikten ze Alp Trupchun. Op een zonnige alpenweide vonden ze een plek met uitzicht op een bergkam waar enkele steenbokken over de rotsen bewogen.
Marnix spreidde een geruite doek uit. Hannes liet zich voorzichtig neerzakken, een beweging die nog altijd meer weg had van een gecontroleerde val dan van elegant gaan zitten.
Terwijl Marnix de lunch uitpakte, keek Hannes tevreden om zich heen.
Wat voor een voorbijganger ongewoon zou lijken, voelde voor hen volkomen normaal. Marnix brak een stuk brood af, legde er een plak kaas op en gaf het aan Hannes. Die nam het aan met twee vingers van zijn linkerhand.
De geur van gras, hars en opgewarmde berglucht hing om hen heen.
Hannes schoof iets dichterbij totdat hun benen elkaar raakten. Hij draaide zijn hoofd en kuste Marnix innig. Even leek de alpenweide te verdwijnen maar ze hielden zich in; het wandelpad lag te dichtbij om alle voorzichtigheid te laten varen.
‘Ik mag eigenlijk niet klagen,’ zei Hannes stil. ‘Mijn armen zitten in het gips, maar ik breng mijn dagen door in de Zwitserse bergen met een man die mijn veters strikt én overal de weg kent.’
Hannes liet zijn knie betekenisvol langs Marnix' dij glijden.
‘En als ik vanavond na al dat wandelen nog energie over heb, ga ik ervan uit dat dezelfde man me ook weer uit deze sportbroek helpt.’
Marnix liet een partje appel dat hij wilde opeten zakken en keek hem indringend aan.
‘Als we thuis zijn,’ fluisterde hij dicht bij Hannes’ oor, ‘krijg je een nabehandeling waar elke fysiotherapeut een amateur bij wordt.’
Hij drukte een snelle kus onder zijn oorlel en tikte tegen het gips.
‘Maar voorlopig gedraag je je en eet je je appel op.’
Hannes schoot in de lach en sloot tevreden zijn ogen. Het was een gekke gedachte: zonder die breuken had hij hier nu niet gezeten.
De belofte van wat de avond zou brengen, vergezelde hen de rest van de dag.
Tijdens de terugtocht, de treinrit en de wandeling naar het appartement werd weinig gezegd. Blikken en veelzeggende glimlachen deden het werk.
Zodra de voordeur achter hen dicht viel, verdween de rugzak in een hoek van de gang. Marnix maakte hun veters los en hielp Hannes uit zijn bezwete wandelkleren.
‘Douchen,’ besloot hij kordaat.
Samen onder de douche staan was routine geworden. Wat ooit puur praktisch was geweest, voelde nu heel anders.
De cabine was te krap voor twee volwassen mannen, zeker omdat Hannes zijn gipsen droog moest houden. Het warme water spoelde het stof en het zweet van hun huid. Marnix waste Hannes zorgvuldig, zoals hij dat al dagen deed, maar geen van beiden deed nog alsof het alleen om zorg draaide.
Toen ze schoon uit de cabine stapten, droogde Marnix eerst Hannes af en daarna zichzelf.
Aankleden leek een volstrekt overbodige tussenstap.
De maag knorde, maar de honger naar elkaar was vele malen groter.
Ze zaten naakt aan de kleine eettafel. Marnix had een restje pasta opgewarmd. De avondzon viel door het raam en kleurde hun huid goud.
Gehaast aten ze. Onder tafel streek Hannes met zijn voet langs Marnix’ kuit, een bewuste beweging. Geen van beiden deed moeite om zijn intenties te verbergen.
Toen de borden leeg waren, schoof Marnix zijn stoel achteruit.
‘Kom.’
In de slaapkamer werd de improvisatie van de voorbije dagen verder verfijnd. Hannes liet zich achterover in de kussens zakken terwijl Marnix ervoor zorgde dat zijn armen comfortabel lagen.
Waar Hannes weinig kon uitrichten met zijn handen, vertrouwde hij volledig op Marnix. Hij klemde zijn kuiten om zijn heupen, trok hem zo dichterbij en liet zijn voorhoofd tegen dat van Marnix rusten.
De buitenwereld verdween.
Toen ze later uitgeput naast elkaar lagen, vulde enkel hun ademhaling de slaapkamer.
Alle frustraties die het gips de afgelopen weken had veroorzaakt, leken op te lossen in de rust die ze samen vonden.
Marnix hief zijn hoofd op, keek naar de matras en zuchtte.
‘We zijn echt hopeloos.’
Hannes schoot onmiddellijk in de lach.
‘Dat zeg jij nu. Volgens mij stond beddengoed daarnet niet bepaald bovenaan je prioriteitenlijst.’
‘Dat geef ik grif toe.’
Nadat Marnix het bed had afgehaald, hielp hij Hannes in zijn pyjamashort. Zelf trok hij er ook één aan. Niet veel later zaten ze samen op de bank, luisterend naar het vertrouwde gezoem van de wasmachine.
Hun benen vonden elkaar automatisch.
Marnix streek door Hannes' haar en glimlachte.
‘Wie was het gisteren ook alweer die hier zat op te scheppen over zijn preventiebeleid?’
Hannes trok een wenkbrauw op.
‘Waterdichte romantiek,’ vervolgde Marnix droog.
Hannes schoot opnieuw in de lach waarna Marnix zijn hand op Hannes’ bovenbeen legde.
‘We kennen elkaar inmiddels goed genoeg om nergens moeilijk over te doen,’ zei hij rustig. ‘Maar als we ooit écht verder willen gaan, dan praten we daar gewoon samen over. Zonder haast.’
De speelsheid maakte plaats voor een serieuze ondertoon.
Het onderwerp was nieuw voor hen allebei, maar voelde niet ongemakkelijk. Eerder op een gezonde manier nieuwsgierig.
‘Een condoom zou dan helemaal geen gek idee zijn,’ pikte Hannes in. ‘Los van veiligheid houdt het de boel tenminste proper als we niet verder gaan dan nu. Dat scheelt jou weer een machine lakens. En eerlijk? Met deze gipsen is zelfs een verpakking openen al een uitdaging.’
Marnix lachte hartelijk.
‘Dat is een sterk argument.’
‘Toch?’
‘Absoluut. Bovendien hebben we geen enkele reden om ons te haasten. Tegen de tijd dat die gipsen eraf zijn, hebben we alle bewegingsvrijheid van de wereld.’
‘Iets om naar uit te kijken.’ glunderde Hannes.
‘Precies.’
Marnix kneep in Hannes’ knie.
‘Versie 2.0 van Hannes.’
‘Met twee werkende armen.’
Ze lachten allebei terwijl de wasmachine piepend het einde van het programma aankondigde.
Buiten kleurde de avondlucht langzaam donkerder. Binnen zaten ze dicht tegen elkaar aan op de bank, tevreden, moe en volkomen op hun gemak.
Voorlopig hoefde er niets meer te gebeuren.

Gesloten