De andere kant van de maan. (deel 6)
De volgende dag is Margot opvallend rustig. Ik weet niet wat er in haar omgaat. We praten zoals altijd. Ik ben intussen een volleerde plukster en knip even snel als Margot. Met zorg leg ik de trossen in de emmer. Rotte druiven laat ik niet toe. Marcel verkiest kwaliteit boven kwantiteit. Het weer blijft stabiel en mooi, een zegen voor de wijnboer.
Gek hoe het werk went. Ik kom tevreden terug van het werk, gewoon moe, niet afgepeigerd. Margot is lief zonder uitbundigheid. Dat is goed.
Terwijl ze doucht, videochat ik met mijn zus. Het schooljaar is begonnen, ze heeft veel te vertellen. Margot blijft lang onder de douche. Ze heeft haar benen geschoren. Ze heeft een slipje aangetrokken en staat op een been met een voet op de lavabo te controleren of ze geen haartjes heeft gemist. Ik beëindig mijn gesprek en bel mijn moeder. Dat doe ik bijna dagelijks. Meestal zonder beeld, behalve bij opwindend nieuws.
‘Moet jij niet douchen?’ vraagt Margot terwijl ze een BH uit de kast neemt.
‘Eerst mijn chat afronden.’
Ze heeft mooie borsten, niet groot maar mooi gevormd. Ze is groter dan een meter zeventig, ongeveer even groot als ik. Hoewel ze rank gebouwd is, zijn haar heupen breder dan de mijne. Ze is diep gebruind, haar benen in de volle lengte. Haar schouders zijn het donkerst, behalve de bleke lijnen van haar topje. Ik meen contouren van een bikini op te merken.
‘Alles in orde?’ vraag ik wanneer we naar buiten gaan voor het avondmaal.
‘Maak je geen zorgen. Ik ben in orde. Bedankt.’ Ze geeft me een zachte zoen op mijn kaak.
Het diner is opnieuw het hoogtepunt van de dag. We tafelen lang na. Wanneer we naar onze kamer terugkeren, is het al schemerig. De maan staat zichtbaar in het oosten.
Ik kan genieten van ’s avonds vroeg in bed keuvelen met Margot. Ze dicht al snel de afstand tussen ons en kruipt tegen me aan.
Wat rijpt er werkelijk in ons leven: de wijn, of de momenten die we delen? Ik dronk een drietal glazen wijn. Misschien meer, want ik heb bijgeschonken.
Ik word er onvoorzichtig van.
‘Het is bijna volle maan. Weet je dat we de achterkant van de maan nooit zien?’
‘Dat weet ik.’
‘Ik zou de achterkant van jouw maan willen zien.’
‘Daar is geen licht.’
Margot is ad rem. Haar repliek is vlijmscherp en raakt me. Meteen heb ik spijt van wat ik zei. Ze ligt knus tegen me aan. De enige afstand die ik nog voel, is haar geheim. Margot is sterk, of ze lijkt het te zijn.
Ik kies ervoor genegenheid te tonen en haar te knuffelen. Ze heeft haar knieën opgetrokken; haar pas geschoren kuiten voelen heerlijk glad. Ze kopieert mijn handeling. Wat er in haar jeugd gebeurd zou kunnen zijn, laat ik rusten. 'Vriendinnen' is voor mij een veilig onderwerp en daar vertel ik over.
Ik vertel over de shelter en de rol die die in mijn leven speelde. Over momenten die ik niet vergeet.
‘Wanneer ik me goed voel bij iemand, wil ik knuffelen. Met een goede vriendin in de shelter overnachten, leidde soms tot meer. Eén keer liep het op een sisser af. Ze zei nee, maar bleef gelukkig een vriendin. Op die manier ben ik nooit vriendinnen kwijtgeraakt.
Toen ik verder ging studeren, verloor ik de shelter uit het oog.’
‘Dan was het gedaan met experimenteren,’ vult Margot aan.
‘Ik noem het geen experimenteren. Als ik heel dichtbij iemand kom, wil ik nog dichter komen. Met jongens werkt dat niet. Had jij vriendinnen op school?’
‘Vanzelfsprekend.’
‘Vrienden?’
‘Niet speciaal. En jij?’
‘Jawel. We hadden een leuke klasgroep. De shelter was exclusief voor vriendinnen. Een jongen daar mee naartoe nemen zou een heel andere betekenis gehad hebben.’
‘Wat je met je vriendinnen deed was onschuldig, en met een jongen zou dat anders geweest zijn?’
‘Ik moet niet rond de pot draaien. Interesse voor jongens had ik niet en zal er nooit komen. Het is tijd dat ik je dat vertel. Dus nu jij: waar zijn de jongens in jouw leven?’
‘Ik haat ze allemaal.’
‘Dat kan niet. Neem Loïc of Arjan. Die kan je toch niet haten?’
‘Die zijn anders. Zij kijken niet naar mij zoals veel andere mannen. Ik krijg rillingen van hoe veel mannen naar mij kijken, ook hier. En het is niet alleen Noah.’
‘Je draagt een ultra korte short.’
‘Ik draag wat ik wil.’
‘Ik moet toegeven dat sommigen je heel sexy vinden. Dat is toch leuk?’
‘Het is helemaal niet leuk.’
‘Besef je dat ik niet blind ben?’
Intussen zijn mijn handen hoger gekropen. De stof van Margots nachthemd eindigt hoog op haar dijen alsof ze het bewust heeft opgetrokken. Het zit los en geeft langs achter makkelijk toegang. Mijn vingers raken de blote huid van haar rug. We blijven praten, maar Margot spreekt met kleine haperingen tussen de woorden. Ze laat me begaan.
‘Je bent stout,’ zegt ze half afkeurend. Ze geeft me een lichte tik op mijn billen, precies hard genoeg om iets in me wakker te maken.
Ook haar buik ligt binnen handbereik. Ik trek haar nachthemd omhoog om meer ruimte te maken.
‘Ik doe het nachtlampje uit.’
‘Laat maar aan.’ zeg ik.
Maar Margot rolt naar haar matras, reikt met gestrekte arm naar de schakelaar en is meteen terug, in het donker. Zonder nachthemd. Ik trek haar volledig tegen me aan.
Waarom heb ik mijn kleren nog aan? Mijn doelwit zijn haar borsten. Een hand heb ik onder haar geschoven en ligt op haar rug. Met mijn vrije hand kan ik bij een borst. Met mijn vingers bewerk ik de stijve tepel.
Margot verstart en deinst achteruit.
‘Het gaat niet, ik kan het niet.’ jammert ze.
‘Laat mij maar doen. Je moet niets kunnen,’ probeer ik nog.
Het heeft geen zin. Het moment is weg.
Ik ben geschrokken. ‘Het spijt me. Ik ging te snel. Wilde je dit wel?’
‘Ik wilde het oprecht, tot ik blokkeerde. Dit is stom.’
Ik sus haar met een paar zoenen voor we gaan slapen.