Beter dan iemands leven verpesten, deel 4.

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Wimmie
Berichten: 252
Lid geworden op: wo 01 jan 2020, 23:09
Vul het getal in: 123

Beter dan iemands leven verpesten, deel 4.

Bericht door Wimmie » zo 03 aug 2025, 06:54

Jan-Willem merkt de effecten van het gesprek al de volgende dag. Op de oude klasse-app wordt een bericht geplaatst dat dit weer de klasse-app wordt. Het eerste dat geplaatst wordt zijn de 11 punten van het anti-pest contract.
In de pauzes zit hij bij het groepje van 6, maar dat wordt al snel vermengd met de rest van de klas, die kennelijk bewust dat groepje opzoekt. Op een bepaald moment komt Arthur zelfs naast hem zitten. Dat is de eerste keer en Jan-Willem begrijpt er niets van. Dat één gesprek zo veel verandering teweeg kan brengen.

Op vrijdag krijgt Jan-Willem een berichtje van Arthur: ‘Morgen om 10.30 uur bij cafetaria Het Hoekje, daar kan je achterin rustig zitten.’
Als Jan-Willem daar aankomt zit Arthur er al. Hij begint zich weer te verontschuldigen.
“Sorry, ik wist echt niet wat ik deed. Ik deed het ook omdat ik bang was. Daarom wil ik met je praten.”
“Daarom zijn we hier, dus steek van wal.”
“Hoe ben jij er achter gekomen dat je homo bent?”
“Je gaat toch niet beweren dat je zelf denkt homo te zijn, Arthur?” vraagt Jan-Willem verbaasd.
Arthur wordt rood en knikt.
“O, ik begrijp het. Je hebt de aanval gekozen. Het spijt me dat je dat hebt gedaan. Je had beter eerder naar me toe kunnen komen.

Ik zal je antwoord geven. Als je merkt dat jongens je meer doen dan meisjes, als je jezelf aftrekt, je het liefst aan jongens denkt en niet aan meisjes. Als je merkt dat als je verliefd wordt dat op jongens is en niet op meisjes. Als je dat allemaal merkt kan je je serieus afvragen wat je bent: hetero of homo. Als je dat al lang hebt en het niet verandert, ook al wil je dat en doe je je best verliefd te worden op meisjes, dan wordt het nog serieuzer. En als je een vriendinnetje hebt en dat is wel leuk en gezellig, maar het doet je niet wat je zou willen: je seksueel opwinden, dan wordt de kans dat je echt homo bent steeds groter. Herken je dit?”
Arthur wordt opnieuw rood. “Ja, zo is het bij mij gegaan.”
“Sorry, Arthur, als je homo blijkt te zijn, hoef je het toch niet direct aan iedereen te vertellen? Ik was zo dom het aan Liam te vertellen. Daardoor is voor mij het pesten begonnen. Daarvoor was er niets aan de hand.”
“Ik weet het, alleen al de twijfel vind ik vreselijk. Heb jij dat ook gehad?”
“Natuurlijk, niemand wil graag anders zijn dan anderen en zeker niet als de naam van het anders zijn het meest gebruikte scheldwoord is. Toen ik er niet meer onderuit kon, omdat het voor mezelf zo duidelijk was, heb ik het mijn ouders verteld. En mijn beste vriend. Die reageerden allemaal in de zin van: ‘nou joh, wat dan nog als dat zo is? Belangrijk is dat jij gelukkig wordt.’ ”

“Ik durf het niet aan mijn ouders te vertellen. Ik heb geen idee hoe ze zullen reageren.”
“Ken je niet iemand in de familie of in je omgeving die homo is? Dan weet je hoe zij daar over denken.”
“Dat is het nu juist. Ik ken geen homo, behalve jou!”
“Hoe is de relatie met je ouders?”
“Heel goed, alleen weet ik niet hoe zij gaan reageren als ik ze vertel dat ik misschien homo ben.”
“Dan moet je wachten. Voorlopig kan je er wel met mij over praten.”
“Dat je dat nog wil na alles wat ik gedaan heb.”
“Nu ik weet hoe het zit kan ik het me wel voorstellen. Echt, Arthur, ik ben er voor je. We kunnen ook wel bij mij thuis afspreken als dat nodig is. Ik vertrouw je nu.”
“Dank je wel, Jan-Willem.”

Jan-Willem en Arthur nemen afscheid. Jan-Willem fietst naar huis. Ondertussen bedenkt hij hoe veel in een korte tijd is veranderd. Hij kijkt nu op een heel andere manier naar Arthur. Onder het eten vertelt hij zijn ouders wat er gebeurd is. Het zijn de laatste tijd steeds positieve dingen die hij te vertellen heeft!

De weken erna verlopen voor Jan-Willem ongekend rustig. Er wordt niet meer gepest, hij is geaccepteerd in de klas en heeft contact met meer klasgenoten dan ooit. Hij gaat met veel plezier naar school.

Na een week ziet hij iets opvallends: Arthur en zijn vriendinnetje zijn kennelijk niet meer bij elkaar, hij ziet hen niet meer samen. Zou Arthur de consequenties hebben getrokken van zijn gevoelens voor jongens?

Nu Arthur hem niet meer pest krijgt hij een ander beeld van Arthur. Eigenlijk is Arthur wel een leuke jongen. Bovendien een mooie jongen. Dat heeft hij eerder niet gezien, het pesten voorkomt dat je onbevooroordeeld naar iemand kunt kijken! Contact hebben ze niet veel, hoewel Arthur soms in de pauze in het groepje zit waar Jan-Willem ook in zit.

Jan-Willem tekent graag portretten. Hij probeert een portret van Arthur te tekenen en dat gaat hem goed af. Dan tekent hij meer klasgenoten die hem hebben gepest en die hij nu heel anders ziet. Door het tekenen gaat hij hen nog anders zien.

De proefwerkweken zijn achter de rug en over drie weken begint de vakantie. Op een morgen komt de rector in de pauze naar Jan-Willem toe en vraagt of hij in de middagpauze even bij hem langs wil komen. Dat doet Jan-Willem. Als hij op de kamer van de rector zit vraagt die eerst hoe het nu gaat. Jan-Willem vertelt hoe gelukkig en blij hij is sinds dat gesprek. Daarna vraagt de rector of hij eraan mee wil werken om het gesprek dat in zijn klas is geweest uit te rollen over de hele school. De rector legt uit wat de bedoeling is. Hij wil een groepje van 4 tot 6 leerlingen vormen om in twee- of drietallen langs klassen te gaan om een algemeen gesprek te hebben over pesten. Daarna eindigen met het contract. De rector heeft met Tjeerd gesproken en die wil hen wel trainen om de gesprekken te voeren. Hij wil graag beginnen met Jan-Willem en 3 klasgenoten. Hij vraagt allereerst of Jan-Willem dat zelf wel wil. Die hoeft daar niet lang over na te denken. Dan vraagt de rector of hij klasgenoten wil vragen daaraan mee te werken. Dat is ingewikkelder. Hij denkt even na. “Ik wil wel een paar klasgenoten vragen. Als dat geen effect heeft is het misschien goed dat u dat in de klas komt vragen?”
“Dat wil ik zeker doen, maar zou je het dan toch eerst zelf willen proberen? Ik denk dat het beter werkt als het uit de klas zelf komt, die vraag.”
Jan-Willem belooft het.

Op de fiets naar huis vraagt hij zich af wie hij zal vragen. Zal hij bij Arthur beginnen? Misschien helemaal niet zo’n gek idee.
De volgende dag vraagt hij Arthur in de pauze of ze samen kunnen praten. Uiteraard wil Arthur weten waarover. Jan-Willem geeft heel kort aan wat de rector hem heeft gevraagd. Arthur reageert dat praten geen probleem is. Jan-Willem stelt voor dat bij hem thuis te doen. Ze spreken na de laatste les af
Dan fietsen Arthur en Jan-Willem samen naar diens huis. Onderweg hebben ze het over de veranderingen. Arthur meldt dat hij het met zijn vriendinnetje heeft uitgemaakt, omdat hij dat niet eerlijk meer vond.

Jan-Willem neemt Arthur mee de tuin in met een fles Cola en wat te eten. Als ze zitten begint Arthur te vertellen dat hij er over heeft nagedacht. Hij heeft een vriend gevraagd wat die er van vindt. Die heeft gezegd dat hij het zeker moet doen en dat als hij het doet, hij ook mee wil doen. Als verklaring had hij gezegd dat hij vond dat na het gesprek met Tjeerd de sfeer in de klas veel beter was geworden.

Jan Willem kijkt Arthur verbaasd aan. “Wie heeft dat gezegd?” vraagt hij.
“O, Erik, daar ga ik best veel mee om.”
“Ik vind het heel fijn dat Erik dat voor heeft gesteld. Gaan jullie dan samen meedoen?”
“Als Erik meedoet, doe ik ook mee heb ik hem beloofd.”
“Dat is heel mooi, moeten we er nog een vierde bij zien te krijgen.”
“Daar had Erik ook al een voorstel voor. Hij wil Anita vragen.”
“Anita, die zat in het groepje van 6. Dat is op zich een goed idee. Ik zou voor willen stellen een tweede meisje te vragen, want ik vind de verhouding met 3 jongens en 1 meisje wat zoek.”
“Daar had Erik ook al aan gedacht. Hij stelde Saskia voor. Dat is de vriendin van Anita en die zat ook in het groepje van 6.”
Jan-Willem schiet in de lach. “Dus als we Anita en Saskia vragen, hebben we het groepje rond dankzij jou en Erik!”
“Daar heb je gelijk in. Erik heeft gezegd dat hij Anita en Saskia wil vragen.”
“De rector zal blij zijn. Wil jij het Erik vragen?”
“Ik doe het meteen” zegt Arthur en pakt zijn telefoon. Hij meldt kort wat is besproken en herhaalt dat Erik aan het eind zegt: ‘ik ga ze morgen meteen vragen’.
Jan-Willem vraagt Arthur hoe het nu met hem gaat.
“Ik heb er me wel bij neergelegd dat ik homo ben, alleen durf ik het nog steeds aan niemand te vertellen.”
“Dat hoeft ook niet. Er komt vast wel een moment dat je het wel kunt of durft. Gewoon afwachten.”

De volgende dag meldt Erik in de middagpauze dat Anita en Saskia mee willen doen. Jan-Willem loopt meteen naar de kamer van de rector en geeft hem de 4 namen van zijn klasgenoten door die naast hem mee willen doen.
“Dat is mooi. Ik wil jullie volgende week een keertje bij elkaar hebben om wat afspraken te maken. De eerste afspraak zal met Tjeerd zijn, zodat we dan kunnen gaan plannen. Geef jij dat door aan de anderen?“ Dat belooft Jan-Willem.

Een week later hebben ze een eerst bijeenkomst met Tjeerd erbij. Hij vertelt op die bijeenkomst wat het programma wordt van hun ‘opleiding’. Dat zullen twee bijeenkomsten zijn. Daarna zullen zij met twee klassen in gesprek gaan met Tjeerd er bij. Daarna kunnen ze op eigen kracht verder. Zij mogen vragen altijd aan Tjeerd stellen. De afspraken worden gemaakt voor na de zomervakantie.

Gesloten