Tegenwind naar de finish. Deel 2.

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Wimmie
Berichten: 321
Lid geworden op: wo 01 jan 2020, 23:09
Vul het getal in: 123

Tegenwind naar de finish. Deel 2.

Bericht door Wimmie » ma 31 aug 2026, 05:50

Niels:

Na mijn eerste training die ochtend fiets ik met zware benen, maar een licht hoofd naar school. Mijn handen tintelen van het peddelen. Van binnen voel ik me sterk. Ik heb iets gedaan terwijl de meeste klasgenoten nog moesten beginnen: vroeg opstaan, trainen, doorzetten. Toch verdwijnt dat fijne gevoel meteen als Marjolijn in de gang recht op me af komt lopen.

“Jij supt toch, Niels?” vraagt ze zonder omweg.
“Ja,” zeg ik. “Dat klopt.”
Marjolijn kijkt even om zich heen, alsof ze niet wil dat iedereen meeluistert. “Er zit een jongen in de parallelklas. Sam. Hij zoekt iemand die hem wil leren suppen.”
Ik trek mijn wenkbrauwen op. “Dan kan hij toch gewoon op training gaan?”
“Dat is nou juist het probleem,” zegt ze. “Hij wil meedoen aan de SUP-Elfstedentocht. Voor een goed doel. Maar hij heeft nog nooit op een board gestaan.”

Even denk ik dat ze een grap maakt. Vijf dagen. Tweehonderdtwintig kilometer. Wind, regen, blaren, vermoeidheid. En dat alles binnen drie maanden leren?
“Dat is nogal wat,” zeg ik. “Ik ken Sam niet eens. Jij wel?”
“Hij is mijn buurjongen,” zegt Marjolijn. Haar stem wordt zachter. “Daarom weet ik ervan.”
“Wat is het goede doel?” vraag ik.
“Onderzoek naar kinderleukemie. Een neefje van hem heeft het gehad. Dat heeft hem niet meer losgelaten.”

Daar kan ik niet meteen iets op zeggen. Het klinkt ineens minder als een overmoedig plan en meer als iets wat Sam móét doen. Toch blijft de vraag hangen: kan iemand zonder ervaring in zo korte tijd klaar zijn voor zo’n tocht?
“Weet hij hoe ver het is?” vraag ik. “Tweehonderdtwintig kilometer in vijf dagen. Dat is geen schoolreisje op het water.”
Marjolijn kijkt me onderzoekend aan. “Denk jij dat jij het kunt?”
“Ik ga meedoen,” zeg ik. “Ik heb me opgegeven. Vanmorgen ben ik begonnen met trainen.”
“Ben jij dan zo goed?”
Ik haal mijn schouders op. “Goed genoeg om te weten dat dit zwaar wordt. Daarom wil ik Sam eerst ontmoeten voordat ik iets beloof.”
Marjolijn knikt meteen. “Dat kan. Hij zit immers hier op school.”
“Regel dat we in een pauze praten,” zeg ik. “Ik wil wel luisteren.”
“Dank je,” zegt ze opgelucht. “Ik ga het hem meteen vragen.”
“Helemaal prima, dan hoor ik het wel.”

Als ze wegloopt, blijf ik midden in de gang staan. Om me heen stromen leerlingen naar de lokalen, maar ik denk alleen aan die onbekende Sam. Wie begint er nou aan zoiets zonder te kunnen suppen? Is hij moedig, koppig, of gewoon naïef?

Na de pauze staat Marjolijn alweer naast me. “Ik heb Sam gesproken. Kun je na school even naar de kantine komen? We zijn tegelijk uit.”
“Prima,” zeg ik. “Maar jij loopt mee, want ik weet nog steeds niet wie hij is.”
“Natuurlijk loop ik mee. Ik ben ook benieuwd wat er uit komt.”

Na de laatste les lopen we samen naar de kantine. Marjolijn kijkt rond en steekt haar hand op naar een jongen die al aan een tafel zit. “Sam, dit is Niels.”
Sam staat op en geeft me een hand. Hij heeft een open gezicht, pretoogjes en praat alsof we elkaar al langer kennen. Juist daardoor vind ik het moeilijk om hem meteen te waarschuwen. Hij lijkt niet iemand die snel bang wordt. Misschien is dat zijn kracht. Misschien ook zijn gevaar.
“Dus jij wilt leren suppen,” begin ik.
“Ja,” zegt Sam. “Ik heb het nog nooit gedaan. Maar ik ga meedoen aan de SUP-Elfstedentocht. Marjolijn zei dat jij ook meedoet.”
“Ik sup al vier jaar,” zeg ik. “En zelfs voor mij wordt het een uitdaging.”

Sam buigt iets naar voren. “Wil jij me helpen? Niet alleen met leren suppen, maar ook met trainen? Ik weet dat het gek klinkt, maar ik wil dit echt doen.”
Ik kijk naar hem. In zijn stem zit geen opschepperij, alleen vastberadenheid. “We beginnen met één keer,” zeg ik. “Dan zie ik hoe je het doet. Daarna beslissen we verder.”
We bekijken waar hij woont en waar ik normaal gesproken opstap. Tot mijn verrassing blijkt zijn huis niet ver en via het water goed bereikbaar. Dat maakt alles eenvoudiger, behalve één ding: Sam kan zijn board niet vervoeren. Dus spreken we af dat ik naar hem toe zal suppen.
Omdat we de volgende dag allebei vroeg uit zijn, besluiten we meteen te beginnen. Eén uur oefenen. Daarna train ik zelf nog verder en op de terugweg kijk ik hoe het met Sam gaat.

Op weg naar huis blijft het gesprek door mijn hoofd gaan. Als je aanleg hebt, kun je best snel leren suppen. Maar de Elfstedentocht vraagt veel meer dan techniek. Je moet pijn kunnen verdragen, moe kunnen zijn zonder op te geven, wind tegen kunnen hebben zonder kwaad te worden. Ik vraag me af of Sam dat in zich heeft. De volgende dag zie ik daar misschien al iets van.

Die middag fiets ik zo snel mogelijk naar huis. Het weer werkt mee: prima temperatuur, bijna geen wind en een zon die glinstert op het water. Toch voel ik spanning in mijn buik als ik mijn board aan de fiets koppel. Dit is geen gewone training meer. Er hangt iets vanaf, al weet ik nog niet precies wat.

Bij de trailerhelling stap ik op mijn board en peddel de vaart af. Het water ligt er rustig bij. Een stukje over het meer, een nieuwe vaart in, en dan zie ik hem: Sam staat op een smalle steiger tussen een grote zeilboot en een klein zeilbootje. Hij zwaait alsof hij niet kan wachten.
“Fijn dat je er bent,” roept hij. “Ik heb er zin in.”

Ik neem de situatie in me op. De steiger ligt laag genoeg om makkelijk op een board te stappen, maar tussen de grote zeilboot en het kleine bootje is maar net genoeg ruimte. Als Sam meteen gaat wiebelen, kan hij niet alle kanten op vallen. Ik peddel langzaam naar de steiger, leg mijn board er tegenaan en stap over. Vanaf dit moment is het geen gewone training meer. Nu moet blijken of Sam alleen enthousiast is, of echt doorzettingsvermogen heeft.

“Eerst dit,” zeg ik, terwijl ik naar de band om mijn enkel wijs. “ik zit met een leash of enkelband aan mijn board vast. Dat lijkt misschien overdreven, maar het is een van de belangrijkste dingen. Als je valt, drijft je board niet weg. Als je in de problemen komt, is je board je drijfmiddel. Zonder board ben je niet meer dan iemand in het water.”

Sam kijkt naar zijn voeten. “Ik heb wel een board te leen, maar ik weet niet of daar zo’n band bij zit. Er zit een zak met spullen bij.”
Ik trek mijn board op de steiger en maak mijn enkelband los. “Dan beginnen we daar. Eerst kijken of je materiaal veilig genoeg is. Anders ga je vandaag het water niet op.”

Achter op de steiger liggen het board en de tas. Het board ziet er goed uit: breed, stabiel en geschikt voor beginners. In de tas vind ik een peddel, een enkelband en een paar waterschoenen. Dat stelt me gerust. Sam mag dan onervaren zijn, hij heeft in ieder geval geen slecht materiaal.
“Goed,” zeg ik. “Dan kunnen we beginnen. Maar één afspraak: je doet precies wat ik zeg. Niet sneller, niet stoerder, niet eigenwijs.”
Sam grijnst. “Dat klinkt alsof je me al kent.”

“Pak je board, je peddel, de waterschoenen en je enkelband,” zeg ik. “Dan nog één ding: zijn dit kleren waarmee je zonder problemen in het water kunt vallen?”
Sam kijkt me verbaasd aan. “Ik was eigenlijk niet van plan om in het water te vallen.”
“Dat is precies waarom je erin gaat vallen,” zeg ik. “Zeker de eerste keren. Dus zorg dat je kleding daartegen kan.”
Hij kijkt naar zijn korte broek en dan naar het water. Voor het eerst zie ik iets van twijfel in zijn gezicht. “Daar had ik niet op gerekend.”
“Het water is al redelijk warm,” zeg ik. “Een zwembroek en een dun shirt zijn genoeg. Geen dikke kleding, want die zuigt zich vol water. En trek je waterschoenen aan; op blote voeten is de natte plank glad.”

Sam knikt. “Onder deze broek heb ik een zwembroek aan. Dan trek ik de korte broek uit en doe ik de waterschoenen aan.”
“Goed. En daarna maak je de enkelband vast. Eerst aan je enkel, dan aan je board. Niet andersom.”
Ik doe het rustig voor. Sam kijkt geconcentreerd toe en doet me daarna precies na. Dat stelt me gerust: hij maakt grapjes, maar hij luistert wel.

“Kijk nu goed.” Ik leg mijn board tegen de steiger en ga op de steiger eerst op handen en knieën zitten. Daarna schuif ik voorzichtig naar het midden van het board. “Blijf laag zolang je instapt. Zoek het midden: daar zit het handvat. Je knieën zet je aan weerszijden daarvan, ongeveer op schouderbreedte. Rug recht, blik vooruit. Niet naar je voeten kijken, want dan ga je juist wiebelen.”
Ik peddel een paar meter weg, keer langzaam om en kom terug naar de steiger. Sam volgt elke beweging met zijn ogen.
“Staan doen we vandaag nog niet,” zeg ik. “Eerst leer je bewegen op je knieën. Als dat gaat, komt de rest daarna.”

Ik ga op de steiger zitten en houd Sams board vast terwijl hij erop kruipt. Het board schommelt meteen heen en weer. Sam verstijft. “Rustig,” zeg ik. “Ademhalen. Laat het board bewegen, vecht er niet tegen.” Pas als hij stabiel op zijn knieën zit, laat ik het board een beetje los. “Ik geef je nu de peddel. Kleine slagen. Geen kracht zetten.” Hij knikt, zet de peddel in het water en schuift tot mijn verbazing langzaam weg van de steiger. Voor iemand die vijf minuten geleden nog nooit op een board heeft gezeten, doet hij het opvallend goed.
“Goed zo, Sam,” roep ik terwijl ik achter hem aan peddel. “Blijf rustig. Niet harder, alleen gelijkmatig.”

Hij komt verder dan ik verwacht. Zijn slagen zijn nog kort en rommelig, maar hij blijft op zijn knieën overeind en verliest zijn glimlach niet.
“Kijk naar mij,” zeg ik. “Ik maak een rustige bocht. Niet trekken, maar sturen.”
Ik laat zien hoe ik de peddel verder van het board door het water haal. Mijn board draait langzaam terug richting steiger.
Sam probeert het na te doen. Eerst gaat het goed. Zijn board draait, hij kijkt even trots naar mij en steekt dan, veel te enthousiast, zijn peddel in de lucht. Dat ene gebaar is genoeg. Het board schiet onder hem weg en met een grote plons verdwijnt hij in de vaart.

Eén seconde later komt hij proestend boven. Zijn haar plakt tegen zijn voorhoofd, maar hij lacht.
“Daarom dus,” zeg ik. “En daarom zit je vast aan je board. Kom maar terug naar de steiger. We doen het nog een keer.”
Bij de steiger zit een trapje. Sam zwemt ernaartoe, trekt zijn board mee en klimt zonder klagen omhoog.
Hij schudt het water uit zijn gezicht, trekt zijn natte shirt uit en kruipt opnieuw op het board. Dit keer denkt hij te weten hoe het moet. Hij schuift te snel over. Het board kantelt, zijn handen grijpen mis en hij duikelt er aan de andere kant weer af.

Ik wacht of hij gaat mopperen. Dat doet hij niet. Hij hoest één keer, grijnst naar me en probeert het opnieuw. Bij de volgende poging gaat het goed.
Ik peddel naast hem mee, dichtbij genoeg om aanwijzingen te geven, ver genoeg om hem het gevoel te geven dat hij het zelf doet.
“Probeer nu iets verder te komen,” zeg ik. “Rustig blijven. Je hoeft vandaag niets te bewijzen.”
Sam luistert. Hij peddelt langzamer dan eerst, daardoor juist beter. Zijn board glijdt rechter door het water, de bocht lukt zonder paniek en even later komt hij weer richting steiger.
“Nu het laatste moeilijke stukje,” zeg ik. “Probeer vanaf je board op de steiger te komen. Laag blijven en één hand aan de kant.”

Sam schuift naar voren, steekt zijn hand uit en maakt precies de fout die ik vrees: hij verplaatst zijn gewicht te snel. Het board glijdt weg en opnieuw ligt hij in het water.
Hij komt boven, blaast water uit zijn mond en zwemt terug. Dit keer lacht hij niet meteen.
“Dat wil ik nog een keer proberen,” zegt hij kort.

Dit is het moment waarop ik anders naar hem begin te kijken. Omdat hij terugkomt nadat het misgaat. Hij kruipt weer van de steiger op het board, peddelt een stukje weg, draait beheerst om en komt opnieuw naar de steiger.
“Heel voorzichtig,” zeg ik. “Eerst je hand. Dan je gewicht. Niet springen.”
Dit keer doet hij precies wat ik zeg. Het board wiebelt, maar hij blijft rustig. Even later zit hij op de rand van de steiger. Hij trekt zijn board naar zich toe en kijkt me hijgend aan.

“Zie je?” zeg ik. “Als je rustig blijft, kun je al veel meer dan je denkt.”
Sam kijkt naar het water, alsof hij nu pas begrijpt waar hij aan begonnen is. “Het is lastiger dan ik dacht.”
“Ja,” zeg ik. “Maar voor een eerste keer doe je het heel goed.”
Hij knikt langzaam. “Mooi. Dan weet ik meteen dat ik nog heel veel te leren heb.”
“Precies. Deze week oefen je alleen op je knieën. Niet staan, ook niet om te proberen. Je oefent op je knieën opstappen, wegpeddelen, keren en weer terugkomen naar de steiger. Als dat gaat, zetten we volgende week de volgende stap.”

“Dat ga ik doen,” zegt Sam. Hij staat op, nog druipend van het water. “Kom je nog even mee naar binnen? Dan krijg je wat te eten en te drinken. Dat heb je wel verdiend.”

Ik loop achter hem aan door de tuin naar een vrijstaande bungalow. Via een deur komen we direct in zijn kamer. Alles ligt er een beetje rommelig bij: schoolboeken op een stoel, een natte handdoek over een krat, sportspullen in een hoek. Het past bij hem. Sam lijkt iemand die vooral doet en pas opruimt als het hard nodig is.

“Wacht even,” zegt hij. “Ik trek iets droogs aan.” Hij pakt kleren uit de kast en verdwijnt door een deur die waarschijnlijk naar de badkamer leidt.
Even later lopen we naar de keuken.
Sam pakt cola uit de koelkast en schenkt twee glazen in. Daarna scheurt hij een zak chips open en zet die tussen ons in op tafel. Pas als we zitten, merk ik hoeveel ik zelf eigenlijk heb gepraat en opgelet. Lesgeven is bijna vermoeiender dan zelf trainen.

“Ik heb vandaag meer geleerd dan ik tevoren dacht,” zegt Sam. “Nogmaals bedankt, Niels.”
“Graag gedaan. Nu begint het pas. Als je deze week echt oefent, kunnen we volgende week voorzichtig beginnen met staand peddelen. Daarna moeten de afstanden omhoog. De Elfstedentocht wacht niet tot jij er klaar voor bent.”

We praten nog even na, niet te lang. Ik moet zelf ook nog terug, verder trainen zit er niet meer in. Onderweg naar de trailerhelling voelt het water anders dan op de heenweg. Sam is nog lang niet klaar voor de tocht. Dat is duidelijk. Maar hij heeft iets positiefs laten zien dat je niet zomaar kunt trainen: hij stapt na elke val weer op.

Terwijl ik naar huis fiets, krijg ik voor het eerst het gevoel dat zijn plan misschien niet alleen onmogelijk is.

Gesloten