Pagina 1 van 1

Ik dacht precies hetzelfde (deel 10)

Geplaatst: di 11 aug 2026, 07:00
door Amexic
Ik dacht precies hetzelfde (deel 10)

De volgende maandag daalt Simon als eerste de trap af. De geur van verse koffie vult de koude keuken. Buiten regent het zachtjes; een grijze, trage maandag. Een kwartier later gaat de keukendeur open. Mathias komt binnen en wrijft de slaap uit zijn ogen.
"Morgen", mompelt hij.
"Morgen."
Simon schenkt een tweede mok in en schuift die over het aanrecht naar hem toe. Wanneer Mathias de mok aanpakt, raken hun vingers elkaar. Mathias kijkt op, recht in Simons ogen, en diezelfde behoedzame glimlach verschijnt weer. Wanneer Jörgen even later luidruchtig de keuken binnenstapt en klaagt over een lichte kater, staan ze ruim een meter uit elkaar.
Niets verraadt wat er is veranderd. Waar ze elkaar in september nog onbewust ontweken uit angst om elkaar te verliezen, zoeken ze elkaar nu juist onopvallend op. Een hand op een onderrug als de één achter de ander doorloopt in de krappe keuken. Een knie die heel even tegen de andere rust onder de eettafel tijdens het avondeten. Kleine bakens van tastbare nabijheid in een huis vol mensen. Voor de buitenwereld zijn ze gewoon Mathias en Simon, de twee hechte huisgenoten. Binnen de muren van elkaars kamers is alles anders.
Op dinsdagavond regent het te hard om naar buiten te gaan. Mathias zit aan Simons bureau. Simon ligt op zijn bed met een boek dat hij al een kwartier op dezelfde bladzijde open heeft liggen. De regen tikt gestaag tegen het dakraam. Simon sluit het boek met een zachte klap en legt het naast zich neer. Mathias zucht, draait zich naar Simon in de bureaustoel, staat op en gaat bij Simon op bed zitten.
De eerste kus is aarzelend, alsof ze allebei nog bevestiging zoeken dat dit realiteit is. Maar wanneer Mathias zijn hand in Simons zij legt en hem zacht naar zich toe trekt, verdwijnt een beetje van de ingehouden voorzichtigheid. Mathias laat zijn voorhoofd tegen dat van Simon rusten en zucht.
"Dat werd tijd", fluistert Simon.
Mathias glimlacht tegen zijn lippen. Buiten neemt de regen toe en klettert tegen het dakraam.
"Het is geen weer om een hond door te jagen. We gaan maar niet lopen."
"Alleen maar douchen dan?"
"Alleen maar..."
Simon glimlacht terwijl hij zijn armen om Mathias' schouders vouwt. Mathias kijkt hem schuin aan.
"Dat alleen klinkt alsof je er weinig vertrouwen in hebt dat we het daarbij kunnen laten."
"Ik ken jou ondertussen een beetje."
"O?"
"Je bent gevaarlijk."
Mathias trekt zijn wenkbrauwen op.
"Ik? Ik ben de onschuld zelve."
"Nee. Jij bent nét iets minder onschuldig dan je doet voorkomen."
Mathias grinnikt zachtjes.
"Blijkbaar heb jij me beter door dan ik dacht."
Simon geeft hem een speels duwtje tegen zijn schouder.
"Kom, voor het te laat is."
"Te laat? Waar ben je dan bang voor?"
"Dat we straks alsnog niet gaan douchen."
Simon kijkt hem een ogenblik aan. Mathias begint hardop te lachen.
"Dan stuur ik je alsnog de regen in."
Na de douchebeurt lopen ze zwijgend de trap weer op. Hun haren zijn nog nat. Voor Simons deur blijft Mathias staan.
"Nu?" vraagt Simon.
"Ik dacht dat jij bang was voor wat erna kwam."
Simon schudt grijnzend zijn hoofd.
"Ik zei niet dat ik voor jou zou weglopen."
Hij duwt de deur open. Mathias volgt hem naar binnen. Simons T-shirt plakt licht tegen zijn huid; zijn haren zijn nog vochtig van de douche. Hij doet de deur op slot.
Mathias laat zijn blik door de kamer gaan en komt weer bij Simon uit.
"Gek eigenlijk. We zijn hier al zo vaak geweest, maar het voelt ineens alsof het een andere kamer is."
"Omdat we niet meer hoeven te doen alsof we alleen maar studiegenoten zijn. Deur op slot, de rest van de wereld blijft op de gang."
"Ja. Het voelt juist goed. Alleen... ik merk dat ik opnieuw moet wennen."
"Waaraan?"
"Dat jij zo naar me kijkt. En dat ik dat fijn vind."
"Ik denk dat ik daar ook aan moet gewoon worden. Eerst was ik bang dat jij het zou merken."
Mathias lacht zacht.
"Achteraf gezien waren we allebei ontzettend twijfelend en onhandig."
"Dat kun je wel zeggen. Dan hebben we vanaf nu iets in te halen."
Simon pakt de zoom van zijn T-shirt vast.
"Ik geloof dat dit de volgende stap is."
Uiterlijk rustig trekt hij het shirt over zijn hoofd, alsof hij zichzelf toestemming geeft om niet langer iets achter te houden. Hij legt het over de rugleuning van de stoel. Mathias blijft aandachtig kijken. Simon glimlacht onzeker.
"Nu? Je kijkt alsof je nog nooit een andere jongen gezien hebt."
Mathias schudt zijn hoofd.
"Nee. Ik probeer alleen te bevatten dat jij echt bent. Dat dit geen fantasie meer is waar ik straks uit wakker word."
"Dat is vreemdste redenering die ik vandaag gehoord heb. Ik ben echt." Simon pakt Mathias' hand en legt die plat tegen zijn eigen, blote borstkas. "Voel maar."
Mathias hoort de spanning in Simons stem.
"Ik dacht altijd dat dit moment ongemakkelijk zou zijn."
"Het ís ook ongemakkelijk. Maar op een goede manier."
Simon vult aan: "Omdat we allebei hetzelfde voelen."
Mathias antwoordt niet meteen. Dan pakt ook hij de onderkant van zijn eigen T-shirt vast en trekt het langzaam uit. Hij legt het op dat van Simon.
Ze blijven een paar tellen tegenover elkaar staan. Hun blikken dwalen niet over elkaars lichaam alsof er iets beoordeeld moet worden. Ze lijken vooral gerustgesteld dat de ander dezelfde intenties laat zien.
Simon zet als eerste een stap naar voren.
"Volgens mij hoeven we nergens meer bang voor te zijn."
Mathias antwoordt: "Nee. Alleen nog een beetje wennen."
Wanneer Simon zijn hand tegen Mathias' borst legt, voelt de aanraking anders dan alle vorige. Ze hoeven niet langer te raden wat de ander verlangt. Dat besef maakt zelfs de eenvoudigste aanraking anders. Mathias' vingers blijven evenmin stil. Ze glijden voorzichtig over Simons ribben, naar zijn zij en weer terug, alsof hij de vorm van zijn lichaam wil onthouden.
"Ik had verwacht dat ik veel zenuwachtiger zou zijn", zegt Mathias.
"Ben je dat niet?"
"Jawel. Maar het is niet de zenuwachtigheid waar ik bang voor was." Hij glimlacht schuin. "Eerder... dat ik bang ben dat ik te hard van stapel loop."
Simon begrijpt meteen wat hij bedoelt. Hij voelt hetzelfde. De nabijheid, de warmte van Mathias' blote huid, de geur van de douche, het feit dat er eindelijk niets meer verborgen lijkt, alles in hem reageert daarop.
"Dat lijkt me eigenlijk heel normaal", zegt hij zacht. "Ik zou het vreemder vinden als dat niet zo was."
"Dus jij hebt dat ook."
"Zeker. Het is een geruststelling."
Hun blikken ontmoeten elkaar opnieuw. Er ligt verlangen in, maar geen haast. Simon laat zijn hand langzaam over Mathias' rug glijden. Hij merkt hoe Mathias zijn adem inhoudt.
"We hebben maanden gewacht", zegt Simon. "Nog een avond langzaamaan doen verandert daar niets aan."
Mathias knikt. "Nee. Ik wil vooral onthouden hoe dit voelt."
Simon laat zijn hand op Mathias' dij rusten. "Mag ik eerlijk zijn?" Hij glimlacht even, bijna verlegen. "Ik had verwacht dat het veel ongemakkelijker zou zijn om te merken dat we... zo op elkaar reageren."
Mathias ziet duidelijk wat hij bedoelt. Hun lichamen verraden allebei hetzelfde. Niets onverwachts, maar nu voor het eerst onmogelijk te negeren.
"Gek", zegt Mathias zacht. "Ik heb me daar zo vaak grote dingen bij voorgesteld, en nu staan we hier gewoon."
"Gewoon?"
Mathias lacht. "Nee... helemaal niet gewoon."
Simon laat zijn blik even zakken en kijkt dan weer op. "We hoeven nergens haast mee te maken."
"Nee. Geen haast, maar we hoeven het ook niet meer te verbergen."
"Ik vind het vandaag al bijzonder genoeg dat ik weet wat er nu ongeveer in jouw hoofd omgaat."
"Niet alleen in mijn hoofd", zegt Mathias.
Simon schiet zacht in de lach.
"Nee. Dat had ik al door."
"Het hoofd is baas. Misschien moeten we nu gewoon gaan slapen voor dit uit de hand loopt."
"Van mij mag het best uit de hand lopen. We zijn tenslotte volwassen, en we zijn geen van beiden van steen." zegt Simon zacht. "Maar liever vandaag niet. Dus naar bed gaan is een goed idee."
Mathias loopt naar de deur, maar houdt zijn hand op de klink. Dan draait hij zich om, loopt terug naar Simon en kust hem nog een keer.
"Ik weet niet precies wat er komt," zegt hij. "Maar ik ben blij dat het er is en ik weet zeker dat het snel zal wennen."
Simon glimlacht even.
"Ik ook."
Na de lange kus haalt Mathias de deur van het slot en loopt de gang op.