Ik dacht precies hetzelfde (deel 2)
Geplaatst: di 04 aug 2026, 15:33
Ik dacht precies hetzelfde (deel 2)
Een klein uur later klopt Mathias op Simons deur. "Klaar?"
Simon staat in zijn boxer voor zijn kast en trekt net een jeans aan. Mathias gaat zonder nadenken op het bed zitten. Hij kijkt toe hoe Simon eerst zijn sokken aantrekt, daarna zijn T-shirt over zijn hoofd trekt en zijn haar vluchtig met zijn handen in model brengt. Zijn blik blijft rusten op Simon. Pas wanneer Simon zich omdraait, kijkt hij weg.
"Klaar," zegt Simon.
"Mooi."
Samen wandelen ze naar het studentencafé. Jörgen heeft de kaarten al op tafel gelegd wanneer ze binnenkomen. Carla verschijnt even later met vier pinten.
"Perfect," zegt Jörgen. "Wiezen."
"Laat Simon maar delen," zegt Carla. "Die telt tenminste eerlijk."
"Alsof wij zouden valsspelen," protesteert Jörgen.
Simon schudt de kaarten behendig en deelt. "Klaveren troef." Hij kijkt even naar Mathias. "Probeer deze keer niet al je hoogste kaarten in de eerste ronde uit te spelen."
"Ik speel op gevoel," zegt Mathias. "Strategie is voor mensen die niet kunnen improviseren."
"Dat zeggen verliezers altijd," merkt Carla op.
Het spel komt op gang. Naast hen stijgt gejuich op na een gelukte dartworp. Verderop laat iemand een glas vallen. Door elkaar heen klinken gesprekken, gelach en muziek. Aan hun tafel wordt minstens evenveel gepraat als gespeeld. Mathias vertelt een verhaal over een docent die tijdens een practicum bijna een zuurkast liet ontploffen. Jörgen springt van het ene onderwerp naar het andere. Carla strooit opmerkingen rond zodra iemand zichzelf overschat. Simon zegt weinig. Maar wanneer hij iets zegt, ligt de hele tafel weer dubbel. Voor even verdwijnen de cijfers, de faalangst en de onzekerheid. Hij is gewoon een van hen.
Het café loopt langzaam leeg. Wanneer ook Jörgen vertrekt en Carla nog even blijft napraten met een paar medestudenten, wandelen Simon en Mathias samen terug. De straten zijn stil. Hun voetstappen weerkaatsen zacht tussen de gevels. Een tijdje zegt geen van beiden iets.
Het is Mathias die de stilte doorbreekt: "Mag ik iets vragen?"
Simon knikt.
"Daarnet." Mathias kijkt voor zich uit. "Toen je over die examens bezig was ... Dat leek groter dan alleen een slecht cijfer."
Simon steekt zijn handen in zijn jaszakken. "Dat is het ook." Hij glimlacht kort. "Ik heb altijd het gevoel dat ik door de mand ga vallen."
Mathias kijkt opzij. "Waarom?"
"Alsof iedereen op een dag ontdekt dat ik minder kan dan ze denken." Hij haalt zijn schouders op. "Dom, eigenlijk."
"Nee."
Simon zwijgt. Na een tijdje zegt hij: "Ik zeg niet veel, omdat ik altijd bang ben iets verkeerds te zeggen." Hij lacht schamper. "En als ik dan eindelijk iets zeg en iedereen kijkt naar mij ... dan zou ik het liefst weer verdwijnen." Hij ademt hoorbaar uit.
Een paar passen lang blijft het stil. Mathias knikt langzaam. "Grappig. Ik doe precies het omgekeerde."
"Hoe bedoel je?"
"Ik blijf praten." Mathias glimlacht flauwtjes. "Als het stil wordt, begin ik grappen te maken."
"Waarom?"
"Omdat mensen dan blijven lachen." Hij haalt zijn schouders op. "Zolang ze lachen, kijkt niemand echt."
Simon kijkt hem een moment onderzoekend aan. "Ik dacht dat je complexloos was."
Mathias schudt zijn hoofd. "Dat is bij niemand zo, denk ik. Dus ook niet bij mezelf."
Ze lopen verder. De straat is bijna verlaten. Aan het studentenhuis blijven ze even staan.
"Dinsdag weer lopen?" vraagt Mathias.
Simon knikt. "Ja." Een korte stilte. "En morgen statistiek."
Mathias steekt zijn hand op. "Afgesproken."
Simon glimlacht.
De volgende avond is de keuken ongewoon kalm. Alleen het gezoem van de koelkast en het zachte tikken van de regen tegen het raam vullen de ruimte. Op tafel liggen Simons cursus statistiek, een stapel losse oefeningen, een rekenmachine en twee lauwe mokken koffie.
Mathias schuift de cursus naar zich toe. Hij had zich voorgenomen Simon gewoon wat uitleg te geven, maar al na de eerste oefeningen merkt hij dat het anders ligt dan hij had verwacht. Simon kent de definities. De formules komen zonder aarzelen. Wanneer Mathias hem vraagt een bepaalde stelling uit te leggen, doet Simon dat helder en nauwkeurig. Pas zodra de oefeningen ingewikkelder worden, begint hij te twijfelen. Hij gomt halve berekeningen uit, probeert een andere aanpak, keert terug naar de eerste en verliest het overzicht.
Mathias zegt aanvankelijk weinig. Hij kijkt mee, stelt af en toe een vraag en probeert vooral te begrijpen waar het misloopt. Dat blijkt moeilijker dan gedacht. Er is geen grote leemte in Simons kennis. Het probleem zit ergens tussen weten en durven toepassen.
Bij een oefening die bijna een bladzijde vult, legt Simon uiteindelijk zijn pen neer. "Ik weet het eigenlijk wel," mompelt hij. "Tot ik begin te twijfelen."
Mathias schuift het blad dichterbij. Hij volgt de berekening stap voor stap. Halverwege ziet hij waar Simon is afgeweken. "Hier."
Simon buigt zich voorover.
"Je verandert plots van methode," zegt Mathias. "Waarom? Je eerste aanpak was correct."
Simon kijkt een tijdje zwijgend naar het blad. Daarna geeft hij toe: "Dat deed ik op het examen ook."
Mathias leunt achterover. Dat ene zinnetje verklaart meer dan een uur samen oefenen.
De keukendeur zwaait open. Laura komt binnen met een lege kom onder haar arm en trekt de koelkast open. "Zijn jullie nog altijd bezig?"
"Verantwoord tijdverdrijf," zegt Mathias.
Laura werpt een blik op de papieren die de hele tafel innemen. "Zo te zien heeft statistiek jullie helemaal in de ban." Ze haalt een pot yoghurt uit de koelkast en kijkt naar Mathias. "En? Is hij nog te redden?"
Simon glimlacht vaag. Mathias kijkt even naar Simon voordat hij antwoordt. "Hij is er minder erg aan toe dan hij zelf denkt."
Laura trekt tevreden haar wenkbrauwen op. "Dat klinkt hoopgevend. Ik zou het hem diep inprenten." Ze spoelt haar kom af, wenst hen succes en verdwijnt weer naar boven.
Even blijft het stil. Mathias kijkt opnieuw naar de uitwerking op tafel. "Ik denk niet dat jij te weinig studeert."
Simon kijkt op. "Nee?"
"Ik denk dat je jezelf onderweg begint te wantrouwen."
Simon laat die woorden even bezinken. Ze voelen ongemakkelijk dicht bij de waarheid. Hij neemt zijn pen weer op en begint dezelfde oefening opnieuw, vanaf de eerste regel. Deze keer zonder zich te haasten.
Mathias zegt niets meer. Hij volgt alleen hoe Simon stap voor stap dezelfde redenering opbouwt. Aan het einde van de bladzijde verschijnt het juiste antwoord. Simon kijkt ernaar alsof hij het niet helemaal vertrouwt.
Mathias glimlacht. "Zie je wel."
Simon beantwoordt die glimlach niet meteen. Toch voelt hij iets wat hij na zijn examen niet meer had gevoeld: de voorzichtige gedachte dat het probleem misschien niet zo onoverkomelijk is als hij zichzelf had wijsgemaakt.
Buiten tikt de regen nog altijd tegen het raam. Geen van beiden heeft haast om de boeken dicht te slaan. De volgende oefening verloopt sneller. Wanneer Simon voor de tweede keer op rij het juiste antwoord vindt, klapt Mathias de cursus dicht. "Voor vandaag genoeg."
Simon kijkt verbaasd op. "Nu het eindelijk lukt?"
"Juist daarom."
Simon wil nog protesteren, maar Mathias schuift de cursus buiten zijn bereik. "Mensen moeten stoppen terwijl ze nog denken dat ze iets kunnen."
Simon kijkt hem een seconde aan, staat op en neemt zijn lege mok mee naar het aanrecht.
Ze ruimen samen de tafel af. Wanneer de laatste cursus verdwijnt, ziet de keuken eruit alsof er nooit gestudeerd is. Alleen de koffiekringen op het tafelblad verraden dat er een avond voorbij is gegaan.
Boven klinkt geschuif met stoelen. Iemand zet muziek op. Vanuit de gang roept Jörgen of er nog iemand zin heeft in een pint in het café.
Mathias kijkt vragend naar Simon.
Simon haalt zijn schouders op. "Waarom niet? Maar ik wil het niet laat maken."
"Goed." Mathias steekt zijn hoofd in de gang. "We komen."
Ze trekken hun jas aan en volgen het geluid van de anderen naar buiten.
Die avond is het rustiger dan anders in het café. Tegen tienen houden de meesten het voor bekeken. De tussentijdse examens hangen als een onzichtbare spanning boven het studentenhuis; zelfs Jörgen laat zich zonder veel protest overtuigen dat er morgen opnieuw gestudeerd moet worden. Even later dooft in de gang achter de ene na de andere deur het licht.
Een klein uur later klopt Mathias op Simons deur. "Klaar?"
Simon staat in zijn boxer voor zijn kast en trekt net een jeans aan. Mathias gaat zonder nadenken op het bed zitten. Hij kijkt toe hoe Simon eerst zijn sokken aantrekt, daarna zijn T-shirt over zijn hoofd trekt en zijn haar vluchtig met zijn handen in model brengt. Zijn blik blijft rusten op Simon. Pas wanneer Simon zich omdraait, kijkt hij weg.
"Klaar," zegt Simon.
"Mooi."
Samen wandelen ze naar het studentencafé. Jörgen heeft de kaarten al op tafel gelegd wanneer ze binnenkomen. Carla verschijnt even later met vier pinten.
"Perfect," zegt Jörgen. "Wiezen."
"Laat Simon maar delen," zegt Carla. "Die telt tenminste eerlijk."
"Alsof wij zouden valsspelen," protesteert Jörgen.
Simon schudt de kaarten behendig en deelt. "Klaveren troef." Hij kijkt even naar Mathias. "Probeer deze keer niet al je hoogste kaarten in de eerste ronde uit te spelen."
"Ik speel op gevoel," zegt Mathias. "Strategie is voor mensen die niet kunnen improviseren."
"Dat zeggen verliezers altijd," merkt Carla op.
Het spel komt op gang. Naast hen stijgt gejuich op na een gelukte dartworp. Verderop laat iemand een glas vallen. Door elkaar heen klinken gesprekken, gelach en muziek. Aan hun tafel wordt minstens evenveel gepraat als gespeeld. Mathias vertelt een verhaal over een docent die tijdens een practicum bijna een zuurkast liet ontploffen. Jörgen springt van het ene onderwerp naar het andere. Carla strooit opmerkingen rond zodra iemand zichzelf overschat. Simon zegt weinig. Maar wanneer hij iets zegt, ligt de hele tafel weer dubbel. Voor even verdwijnen de cijfers, de faalangst en de onzekerheid. Hij is gewoon een van hen.
Het café loopt langzaam leeg. Wanneer ook Jörgen vertrekt en Carla nog even blijft napraten met een paar medestudenten, wandelen Simon en Mathias samen terug. De straten zijn stil. Hun voetstappen weerkaatsen zacht tussen de gevels. Een tijdje zegt geen van beiden iets.
Het is Mathias die de stilte doorbreekt: "Mag ik iets vragen?"
Simon knikt.
"Daarnet." Mathias kijkt voor zich uit. "Toen je over die examens bezig was ... Dat leek groter dan alleen een slecht cijfer."
Simon steekt zijn handen in zijn jaszakken. "Dat is het ook." Hij glimlacht kort. "Ik heb altijd het gevoel dat ik door de mand ga vallen."
Mathias kijkt opzij. "Waarom?"
"Alsof iedereen op een dag ontdekt dat ik minder kan dan ze denken." Hij haalt zijn schouders op. "Dom, eigenlijk."
"Nee."
Simon zwijgt. Na een tijdje zegt hij: "Ik zeg niet veel, omdat ik altijd bang ben iets verkeerds te zeggen." Hij lacht schamper. "En als ik dan eindelijk iets zeg en iedereen kijkt naar mij ... dan zou ik het liefst weer verdwijnen." Hij ademt hoorbaar uit.
Een paar passen lang blijft het stil. Mathias knikt langzaam. "Grappig. Ik doe precies het omgekeerde."
"Hoe bedoel je?"
"Ik blijf praten." Mathias glimlacht flauwtjes. "Als het stil wordt, begin ik grappen te maken."
"Waarom?"
"Omdat mensen dan blijven lachen." Hij haalt zijn schouders op. "Zolang ze lachen, kijkt niemand echt."
Simon kijkt hem een moment onderzoekend aan. "Ik dacht dat je complexloos was."
Mathias schudt zijn hoofd. "Dat is bij niemand zo, denk ik. Dus ook niet bij mezelf."
Ze lopen verder. De straat is bijna verlaten. Aan het studentenhuis blijven ze even staan.
"Dinsdag weer lopen?" vraagt Mathias.
Simon knikt. "Ja." Een korte stilte. "En morgen statistiek."
Mathias steekt zijn hand op. "Afgesproken."
Simon glimlacht.
De volgende avond is de keuken ongewoon kalm. Alleen het gezoem van de koelkast en het zachte tikken van de regen tegen het raam vullen de ruimte. Op tafel liggen Simons cursus statistiek, een stapel losse oefeningen, een rekenmachine en twee lauwe mokken koffie.
Mathias schuift de cursus naar zich toe. Hij had zich voorgenomen Simon gewoon wat uitleg te geven, maar al na de eerste oefeningen merkt hij dat het anders ligt dan hij had verwacht. Simon kent de definities. De formules komen zonder aarzelen. Wanneer Mathias hem vraagt een bepaalde stelling uit te leggen, doet Simon dat helder en nauwkeurig. Pas zodra de oefeningen ingewikkelder worden, begint hij te twijfelen. Hij gomt halve berekeningen uit, probeert een andere aanpak, keert terug naar de eerste en verliest het overzicht.
Mathias zegt aanvankelijk weinig. Hij kijkt mee, stelt af en toe een vraag en probeert vooral te begrijpen waar het misloopt. Dat blijkt moeilijker dan gedacht. Er is geen grote leemte in Simons kennis. Het probleem zit ergens tussen weten en durven toepassen.
Bij een oefening die bijna een bladzijde vult, legt Simon uiteindelijk zijn pen neer. "Ik weet het eigenlijk wel," mompelt hij. "Tot ik begin te twijfelen."
Mathias schuift het blad dichterbij. Hij volgt de berekening stap voor stap. Halverwege ziet hij waar Simon is afgeweken. "Hier."
Simon buigt zich voorover.
"Je verandert plots van methode," zegt Mathias. "Waarom? Je eerste aanpak was correct."
Simon kijkt een tijdje zwijgend naar het blad. Daarna geeft hij toe: "Dat deed ik op het examen ook."
Mathias leunt achterover. Dat ene zinnetje verklaart meer dan een uur samen oefenen.
De keukendeur zwaait open. Laura komt binnen met een lege kom onder haar arm en trekt de koelkast open. "Zijn jullie nog altijd bezig?"
"Verantwoord tijdverdrijf," zegt Mathias.
Laura werpt een blik op de papieren die de hele tafel innemen. "Zo te zien heeft statistiek jullie helemaal in de ban." Ze haalt een pot yoghurt uit de koelkast en kijkt naar Mathias. "En? Is hij nog te redden?"
Simon glimlacht vaag. Mathias kijkt even naar Simon voordat hij antwoordt. "Hij is er minder erg aan toe dan hij zelf denkt."
Laura trekt tevreden haar wenkbrauwen op. "Dat klinkt hoopgevend. Ik zou het hem diep inprenten." Ze spoelt haar kom af, wenst hen succes en verdwijnt weer naar boven.
Even blijft het stil. Mathias kijkt opnieuw naar de uitwerking op tafel. "Ik denk niet dat jij te weinig studeert."
Simon kijkt op. "Nee?"
"Ik denk dat je jezelf onderweg begint te wantrouwen."
Simon laat die woorden even bezinken. Ze voelen ongemakkelijk dicht bij de waarheid. Hij neemt zijn pen weer op en begint dezelfde oefening opnieuw, vanaf de eerste regel. Deze keer zonder zich te haasten.
Mathias zegt niets meer. Hij volgt alleen hoe Simon stap voor stap dezelfde redenering opbouwt. Aan het einde van de bladzijde verschijnt het juiste antwoord. Simon kijkt ernaar alsof hij het niet helemaal vertrouwt.
Mathias glimlacht. "Zie je wel."
Simon beantwoordt die glimlach niet meteen. Toch voelt hij iets wat hij na zijn examen niet meer had gevoeld: de voorzichtige gedachte dat het probleem misschien niet zo onoverkomelijk is als hij zichzelf had wijsgemaakt.
Buiten tikt de regen nog altijd tegen het raam. Geen van beiden heeft haast om de boeken dicht te slaan. De volgende oefening verloopt sneller. Wanneer Simon voor de tweede keer op rij het juiste antwoord vindt, klapt Mathias de cursus dicht. "Voor vandaag genoeg."
Simon kijkt verbaasd op. "Nu het eindelijk lukt?"
"Juist daarom."
Simon wil nog protesteren, maar Mathias schuift de cursus buiten zijn bereik. "Mensen moeten stoppen terwijl ze nog denken dat ze iets kunnen."
Simon kijkt hem een seconde aan, staat op en neemt zijn lege mok mee naar het aanrecht.
Ze ruimen samen de tafel af. Wanneer de laatste cursus verdwijnt, ziet de keuken eruit alsof er nooit gestudeerd is. Alleen de koffiekringen op het tafelblad verraden dat er een avond voorbij is gegaan.
Boven klinkt geschuif met stoelen. Iemand zet muziek op. Vanuit de gang roept Jörgen of er nog iemand zin heeft in een pint in het café.
Mathias kijkt vragend naar Simon.
Simon haalt zijn schouders op. "Waarom niet? Maar ik wil het niet laat maken."
"Goed." Mathias steekt zijn hoofd in de gang. "We komen."
Ze trekken hun jas aan en volgen het geluid van de anderen naar buiten.
Die avond is het rustiger dan anders in het café. Tegen tienen houden de meesten het voor bekeken. De tussentijdse examens hangen als een onzichtbare spanning boven het studentenhuis; zelfs Jörgen laat zich zonder veel protest overtuigen dat er morgen opnieuw gestudeerd moet worden. Even later dooft in de gang achter de ene na de andere deur het licht.