Pagina 1 van 1

Koffie met een rietje. (deel 17) SLOT

Geplaatst: zo 14 jun 2026, 18:37
door Amexic
Koffie met een rietje. (deel 17)

De laatste volledige dag samen voelde anders dan de voorgaande. Het afscheid naderde, maar de toekomst leek nu belangrijker geworden dan de tijd die achter hen lag. Wat zou komen, was nog onbepaald.
Boven op het uitkijkplatform van de Corvatsch, waar de wind op 3300 meter hoogte als een aangename verkoeling langs hun gezichten streek, haalde Marnix twee hangers uit zijn jaszak. Hij had ze met de hand uitgesneden uit het oude gips van Hannes: twee gipsen poesjes als tastbaar aandenken aan de afgelopen weken. Kleine symbolen van de zorg, de nabijheid en de gedeelde intimiteit die tussen hen was gegroeid. Uit iets dat ooit een beperking was geweest, had Marnix een herinnering gemaakt die ze allebei konden meenemen.
Marnix stapte dichterbij, hing het dunne koord om Hannes’ nek en deed daarna de andere hanger om zijn eigen hals. Aan de ene kant hadden ze zicht op de gletsjerwereld; aan de andere kant strekte de Alpenboog zich uit tot aan de horizon. Terwijl hij in de verte tuurde, zuchtte Hannes. ‘We kunnen hier ver kijken, maar in de toekomst kijken is onmogelijk.’ Marnix antwoordde rustig, maar beslist: ‘Kijken kan niet, maar een toekomst hébben wel.’
Vanaf het tussenstation Murtèl begonnen ze aan hun afdaling over een kronkelend pad dat dwars door steenvelden en groene alpenweiden liep. Het grind knerpte ritmisch onder hun bergschoenen. Hannes zwaaide zijn rechterarm ontspannen mee, opgelucht dat hij zijn evenwicht weer op een natuurlijke manier kon bewaren. Om beurten droegen ze de rugzak, een tastbaar bewijs van het nieuwe evenwicht dat de plaats had ingenomen van de eenzijdige zorg.
Bij bergrestaurant Hahnensee bestelden ze één grote milkshake met twee rietjes. Wekenlang had Hannes rietjes moeten gebruiken omdat hij een glas of een mok simpelweg niet kon vasthouden. Nu stonden die twee rietjes in dezelfde beker niet langer voor hulpbehoevendheid. Terwijl ze hun hoofden naar elkaar toe bogen om tegelijk te drinken, werden de rietjes het symbool van de afstand die ze samen hadden overbrugd.
Een verdere afdaling door de naar hars geurende arvenbossen bracht hen bij het door bomen omsloten bergmeer Lej da Staz. Zonder aarzelen trokken ze hun bezwete wandelkleren uit, tot ze alleen nog in hun boxershorts stonden. Na een verfrissende duik in het donkere water klommen ze op het drijvende ponton. Het bosmeer bood met zijn negentien graden een heerlijke afkoeling. Ze bleven naast elkaar op de warme planken zitten, hun benen ontspannen bungelend boven het water.
Hannes voelde de zomerzon op zijn natte huid. Voor het eerst in zes weken droogde zijn rechterarm gewoon in de buitenlucht. Geen gedoe meer met handdoeken of plastic zakken om het gips droog te houden. Terwijl ze daar zaten en de zon hun boxershorts langzaam begon te drogen, trok Marnix met zijn vingers een trage lijn over Hannes’ zongebruinde schouder, omlaag naar de opvallend bleke huid van zijn onderarm.
‘Je bent mooi,’ zei hij, terwijl hij een paar opdrogende waterdruppels wegveegde. ‘Nog veel mooier zonder dat gips.’
Terug in het appartement in Samedan stond de reistas van Hannes open op de vloer, bijna volledig ingepakt. Zes weken lang had Hannes het grote bed voor zichzelf gehad omdat zijn gipsen armen simpelweg te veel ruimte innamen, terwijl Marnix op het zetelbed in de woonkamer had geslapen.
Hannes stond bij zijn tas toen Marnix de slaapkamer binnenkwam, het gipsen poesje bungelend op zijn borst. ‘Zo,’ zei Marnix met een grijns, ‘vannacht slaap ik eindelijk weer in mijn eigen bed.’ Hannes keek op en grinnikte. ‘Nu ik mezelf weer kan redden, word ik dus zonder pardon verbannen naar de zetel?’ Het was geen serieuze vraag, en ze wisten het allebei. Marnix stapte lachend op hem af en gaf hem een speelse duw tegen zijn schouder. ‘Dacht het niet. Je blijft hier.’
Natuurlijk sliepen ze samen. De naderende scheiding was voelbaar, maar maakte plaats voor de vertrouwde intimiteit van de slaapkamer. Het was hun laatste avond in deze tijdelijke wereld die ze samen hadden opgebouwd en die wetenschap gaf aan elk moment een bijzondere waarde. Ze hielden elkaar vast tot de opwinding overging in een gedeelde slaap.
De volgende ochtend brak helder aan. Het zomerlicht viel door de kieren van de gordijnen naar binnen en verlichtte de kamer voor Hannes een allerlaatste keer. Marnix sliep nog rustig, met één arm ontspannen tegen Hannes’ buik.
Toen Hannes even later zijn eigen vertrouwde hemdje over zijn hoofd trok, voelde het afscheid plotseling heel dichtbij.
Met zijn tas in de hand wierp hij bij het verlaten van het appartement een laatste blik op de toppen van het Berninamassief, scherp afgetekend tegen de blauwe lucht. Op het perron van Samedan stonden ze schouder aan schouder te wachten op de rode trein van de Rhätische Bahn. Marnix pakte Hannes’ hand vast en kneep zachtjes in zijn vingers.
De exacte datum van hun weerzien in Vlaanderen moesten ze nog vastleggen, maar terwijl de trein langzaam door het zomerse landschap kwam aanrijden, voelde de uitgesproken belofte van Marnix even tastbaar als het gipsen poesje dat veilig onder Hannes’ trui rustte.