Pagina 1 van 1

Koffie met een rietje. (deel 16)

Geplaatst: zo 14 jun 2026, 18:34
door Amexic
Koffie met een rietje. (deel 16)

Thuis in het appartement veranderde die ene vrije arm meteen de hele dynamiek. De totale afhankelijkheid was doorbroken en dat opende deuren, zowel praktisch als intieme.
Hannes stond in de keuken en keek naar de waterkoker.
‘Wat is er?’ vroeg Marnix.
‘Ik stond te wachten tot jij thee kwam maken.’
‘Je kan een arm gebruiken.’
‘Ja. Jammer.’
Tijdens het koken hoefde Hannes niet meer alleen toe te kijken vanaf de zijlijn. Hij kon met zijn linkerhand glazen vasthouden, de salade mengen en, tot grote tevredenheid van hen beiden, een broek met rits en knopen fatsoenlijk open- en dichtmaken.
‘Kijk eens aan,’ zei Marnix die avond, toen ze na het eten weer op de vertrouwde zetel neerploften. ‘Je zelfredzaamheid stijgt naar ongekende hoogten. Ik word hier bijna overbodig.’
‘Nooit,’ antwoordde Hannes direct.
Zonder nadenken stond Hannes op, liep naar de keuken en kwam terug met twee blikjes bier.
Toen hij er eentje aan Marnix gaf, viel er een korte stilte.
Vroeger was het altijd andersom geweest.
Marnix keek naar het glas en daarna naar Hannes.
‘Dank je.’ Het klonk opvallend oprecht.
Hij draaide zich naar Marnix toe. Waar hij de afgelopen weken volledig afhankelijk was geweest van Marnix’ initiatief en aanrakingen, nam Hannes nu zélf de leiding. Hij bracht zijn linkerhand omhoog. De pols voelde stroef en de beweging was niet zo krachtig als vroeger, maar toen zijn vingers zich rond Marnix’ nek sloten en hem zachtjes dichterbij trokken, vergat hij alle stijfheid.
De kus die volgde was anders dan die van de afgelopen weken. Het was helemaal niet onbeholpen of eenzijdig. Hannes kon Marnix eindelijk echt vasthouden, zijn vingers door de haren in Marnix’ nek laten glijden en de warmte van zijn huid actiever beantwoorden.
‘Versie 1.5 is actief,’ fluisterde Marnix tegen zijn lippen toen ze hun zoenen even onderbraken om adem te halen. Zijn hand gleed naar Hannes’ ontblote taille.
‘Sinds een aantal katten weg zijn, is de sfeer in huis veranderd.’
‘De nabehandeling wordt vanaf nu tweerichtingsverkeer,’ grijnsde Hannes.
Hoewel de suggestie van wat er die avond in bed zou gebeuren weer warm en nadrukkelijk aanwezig was, bracht zijn halfvrije status ook een speelse frustratie met zich mee. Rechts zat nog altijd onverbiddelijk gevangen in kunststof en herinnerde hen eraan dat ze er nog niet helemaal waren.
Terwijl Hannes met zijn vingers de contouren van Marnix’ gezicht volgde, monkelde hij:
‘Nog twee weken.’
‘Nog twee weken,’ bevestigde Marnix zacht, terwijl hij zijn hand over Hannes’ borstkas liet glijden en genoot van de strelingen van Hannes’ linkerhand. ‘Geloof me, als die rechter gips er ook af is, gaan we die “waterdichte romantiek”, waar we het eerder over hadden, écht eens openhartig bespreken. Dan testen we alles uit waar we nu alleen nog maar over praten.’
Hannes lachte. Het gewone leven in Samedan had een band gecreëerd die sterker was dan de afhankelijkheid door de tijdelijke beperking van het gips. Met één arm vrij en de belofte van de tweede in het vooruitzicht voelde de toekomst groter en spannender dan ooit tevoren.

De gipszaag deed veertien dagen later voor de allerlaatste keer haar werk. Toen de twee harde schalen van Hannes’ rechterarm werden losgemaakt, voelde het alsof er een enorme last van zijn schouders viel. Vier weken had hij volledig vastgezeten, daarna twee weken geoefend met één vrije hand, maar nu was het zover. Versie 2.0 was officieel.
Zodra ze de deur van het appartement in Samedan achter zich dicht trokken, veranderde de geladen stilte in iets tastbaars.
‘Je lijkt een stuk minder behaard,’ merkte Marnix bij het bestuderen van Hannes’ rechterarm. ‘Dat komt omdat mijn katten verdwenen zijn. Eigenlijk ben ik eerder een naaktkat.’
‘Naaktkatten vragen extra aandacht.’
‘Gelukkig heb ik een verzorger gevonden die daar uitstekend mee overweg kan.’
‘Je bent geen patiënt meer.’
‘Maar je wil me toch blijven aaien.’
‘Je bent verrassend zacht voor iemand met zo'n grote mond.’
‘Dat is precies hoe naaktkatten overleven.’
‘Door een grote mond te hebben?’
‘Nee, door ervoor te zorgen dat niemand zijn handen van hen af kan houden.’
Hannes wachtte niet langer. Hij greep Marnix met beide handen bij de kraag van zijn shirt. De sensatie van tien vrije vingers die stof konden vastgrijpen, die de warme huid in Marnix’ nek konden voelen, stuurde een golf van verlangen door zijn lichaam.
Hun lippen vonden elkaar in een gretige, diepe kus. Eindelijk kon Hannes hem echt vasthouden, hem naar zich toe trekken zonder bang te zijn dat een gipsen arm in de weg zou zitten. Al zoenend trokken ze zich terug op de slaapkamer.
Toen ze zich op de matras lieten vallen, keek Marnix naar het nachtkastje en trok de lade open. Hij haalde er een glanzend vierkant verpakkinkje uit. Dit hadden ze nog nooit gedaan. De openheid van hun gesprekken op de bank was één ding, maar nu het zover was, hing er een tintelende zinnelijkheid in de lucht.
Hannes keek naar het condoom en probeerde de plotselinge ernst te breken met een grijns. ‘Het preventiebeleid mag van mij nog in de lade blijven. Vandaag, met mijn beide handen vrij, hebben we dit niet nodig.’
‘Ik dacht aan mét, maar zonder kan ook.’ Marnix glimlachte, al verraadde zijn ademhaling dat zijn hart flink tekeer ging.
‘Ik bedoel dat het niet in mijn hoofd zit. Ik kan alleen maar aan mijn handen denken en aan het feit dat ik die eindelijk kan gebruiken. Dat is voldoende.’
Marnix legde het ongeopende vierkantje terug in het nachtkastje en schoof de lade weer dicht.
‘Ons feestje,’ fluisterde hij dicht bij Hannes’ lippen, terwijl hij zijn vingers stevig in die van Hannes vlocht. ‘Alleen wij en onze handen.’
Hannes wachtte niet. Hij trok Marnix op hem, waarbij zijn rechterelleboog nog één keer protesteerde, maar hij negeerde de stijfheid. Met beide handen greep hij Marnix’ schouders vast.
Zijn vingers gleden door de zachte haartjes in de nek, die elektriserend aanvoelden. Onder het zachte licht zag hij de oplichtende blonde haartjes op Marnix' armen, waarna zijn handen gretig omlaag dwaalden over zijn gladde rug. Waar het gips hem vroeger dwong tot een onhandige, onvolkomen aanraking, kon hij met zijn herwonnen grip nu perfect omarmen. Met beide handen kneedde hij de stevige rondingen van Marnix’ achterste.
Vlak boven het staartbeen hielden zijn vingertoppen even in. In de lichte glooiing ontdekte hij een fijn, donzig haarlijntje waar de huid onverwacht kriebelig werd in een teder spoor, eindigend op de knobbel van het staartbeen. Het was de poort naar Marnix’ bilnaad. Zonder dat het gips in de weg zat, baanden zijn vingers zich doelgericht een weg tussen de welving van Marnix' billen. Marnix slaakte een zucht en boog zijn rug iets verder door, waardoor zijn voorkant zich strakker tegen Hannes aan drukte. De symmetrie van zijn greep was compleet; met twee vrije handen hield Hannes hem vast, hecht in elkaars nabijheid verankerd.
Hannes verkende Marnix’ lichaam gretig met beide handen. Het door de gordijnen gefilterde licht van de Zwitserse namiddag bescheen hun lichamen op het witte laken. Ze waren beweeglijk en pezig. De pure contouren van hun jeugd tekenden zich scherp af; beiden hadden de natuurlijke spierdefinitie van jonge mannen.
Het visuele contrast tussen hen fascineerde hem. Hannes’ benen waren diep en egaal zongebruind door de vele uren buiten in de bergen; een warme tint die scherp afstak tegen zijn lichtere romp en de blekere huid van Marnix. Hij bestudeerde de strakke lijnen van Marnix’ sleutelbeenderen en de blauwe aderen die onder de huid van zijn armen liepen.
Toen Hannes zich iets oprichtte om Marnix’ gezicht tussen zijn handen te nemen, voelde hij nog een trekkende stijfheid in zijn rechterelleboog. Het gewricht protesteerde tegen de nieuwe bewegingsvrijheid, een strakke herinnering aan de afgelopen zes weken. Toch voelde die beperking tijdelijk aan. Hij besefte dat hij zich morgen eindelijk weer zelf kon aankleden. Geen wijde T-shirts meer die over een gipsblok moesten gewrongen, maar gewoon zijn eigen vertrouwde hemd van thuis.
Terwijl hij met zijn duim langzaam over Marnix’ jukbeen streek, overviel Hannes een gevoel van weemoed. Het was raar, maar hij wist dat hij de zorg zou gaan missen. De afgelopen weken had Marnix hem gewassen, aangekleed en geholpen met de meest intieme en alledaagse dingen. De schaamte was compleet opgelost in het warme water van de douche. Dat ritueel van stille, toegewijde verzorging was nu definitief voorbij.
Er school een complexloze eerlijkheid in hun gedeelde naaktheid. De behoefte om voortdurend grenzen te verleggen ontbrak. Ze konden eenvoudig genieten van elkaars nabijheid.
Marnix legde zijn hand op die van Hannes. ‘Waar denk je aan?’
‘Aan overmorgen,’ gaf Hannes toe, zijn stem zacht in de stille slaapkamer. ‘Overmorgen moet ik terug naar huis.’ Binnen twee dagen zou de beschermende cocon van Samedan verdwijnen.
Dat vooruitzicht maakte hem onrustig. Hij was niet bang om naar huis te gaan. Hij zou opnieuw kunnen leven zoals voordien. Maar wat als dit hoofdstuk eindigde zodra hij vertrok? Die gedachte verontrustte Hannes.
Hij wilde niet dat de afgelopen weken zouden veranderen in een herinnering aan dat ongeluk in Zwitserland. Aan een onverwachte ontmoeting. Aan de kleine keuken in Samedan, de wandelingen langs de Inn en de avonden die ze gedeeld hadden.
Wat tussen hen gegroeid was, voelde te oprecht om netjes afgesloten te kunnen worden zodra de omstandigheden veranderden. Het ging niet alleen over verliefdheid of verlangen. Ze hadden elkaar toegelaten in een kwetsbaarheid die je normaal pas bereikt nadat je elkaar veel langer kent. Het waren momenten waarop trots, afstand en zorgvuldig opgebouwde maskers geen nut hadden.
Misschien waren ze te ver gegaan voor iets tijdelijks. Als afscheid werkelijk het einde betekende, dan waren ze te ver gegaan. Dan hadden ze elkaar toegelaten op plaatsen waar je iemand alleen laat komen wanneer je hoopt dat die blijft.
Hannes liet zijn duim over de rug van Marnix' hand glijden omdat er iemand bestond die hij niet meer kwijt wilde. Diep vanbinnen wist hij dat hij het niet zou aanvaarden als dit alles slechts een herinnering moest worden.
‘Ik kom naar je toe,’ antwoordde Marnix direct en overtuigend. ‘Ik houd mijn verblijf in Nederland zo kort mogelijk: alleen even mijn gezicht laten zien bij familie, en daarna kom ik naar jou. Ik wil de rest van mijn verlof met jou doorbrengen.’
De exacte data lagen nog open, een vaag schema in een agenda die er op dit moment niet toe deed. Wat telde, was de vastberadenheid in Marnix’ stem.
Hannes keek hem een paar seconden zwijgend aan. ‘Volgens mij kan jij gedachten lezen,’ merkte Hannes op.
Hannes sloot zijn ogen en snoof de vertrouwde geur van Marnix’ huid op. Hij voelde zich jong, veerkrachtig en ongelooflijk levend. Er was geen behoefte aan meer dan dit. Voor dit moment was het voldoende om stil te staan bij wat er was: de warmte van Marnix, de trage ademhaling van de jongen tegen hem aan en de tastbare zekerheid van tien vrije vingers die eindelijk de ruimte hadden om lief te hebben.