Koffie met een rietje. (deel 10)
Geplaatst: vr 12 jun 2026, 09:20
Koffie met een rietje. (deel 10)
Marnix en Hannes gingen een tochtje maken, een logische keuze bij dit mooie weer. Via de spoorwegonderdoorgang bereikten ze de rivier. Het kabbelende water werkte rustgevend.Toen ze later weer richting appartement wandelden, hing er een andere sfeer tussen hen. Er werd weinig gezegd. Dat hoefde niet. Het voelde vreemd hoe vanzelfsprekend alles werd.
Terwijl Marnix kookte, gaf Hannes op alles commentaar. Alleen wanneer Marnix hem een hap voerde, viel hij even stil. Marnix vond de dag geslaagd genoeg om een fles rode wijn open te trekken. Hannes slurpte zijn glas leeg met een rietje. Terwijl Marnix opruimde en de afwas deed, liet Hannes zich achteroverzakken in de zetel, met zijn armen ondersteund door kussens.
‘Ik moet toegeven,’ zei Hannes, ‘dit samenwonen heeft onverwacht interessante voordelen.’
‘Zoals?’
‘De thuisverpleging.’
Marnix snoof zacht.
‘Je bedoelt dat ik je eten maak, je voedt en aankleedt.’
‘En douchen. Vergeet het douchen niet. Dat is werkelijk een premiumservice.’
‘Je wordt snel arrogant voor iemand die zelfs zijn eigen broek niet uit krijgt,’ antwoordde Marnix vanuit de open keuken.
‘Dat klinkt als een uitdaging.’
‘Dat was geen uitnodiging.’
‘Spijtig. Ik had net een heel sterke repliek klaar.’
‘Ik ben bang om die te horen.’
Toen de afwas klaar was, ging Marnix in de tweede zetel zitten.
Hannes zakte nog wat dieper weg.
‘Ik wilde alleen zeggen dat ik misschien geen handen nodig heb om jou bezig te houden,’ vervolgde hij.
Marnix kuchte.
‘Jij bent vandaag gevaarlijk direct. Ik weet niet of ik me gevleid of bedreigd moet voelen.’
‘Dat krijg je wanneer iemand eerst je leven redt en daarna naakt tegen je aan gaat staan.’
Marnix keek hem strak aan. Dat open kijken voelde bijna even intens als aanraken.
‘Je beseft dat ik straks nog altijd je pyjama moet aantrekken? Jij raakt nergens in zonder hulp.’
‘Misschien beperkt die pyjama mijn bewegingsvrijheid. Ik lig toevallig graag comfortabel.’
Marnix trok rimpels in zijn voorhoofd.
‘Naakt?’
‘Dat woord gebruikte jij.’
Marnix lachte nu echt. Een lage, warme lach.
De rest van de avond bleef dat spel tussen hen doorgaan. Alles kreeg een dubbele betekenis zonder dat iemand nog moeite deed die te verbergen.
Wanneer Marnix vroeg of Hannes nog iets nodig had, antwoordde die steevast:
‘Altijd.’
Toen Hannes klaagde dat zijn armen jeukten onder het gips, merkte Marnix op dat hij helaas maar twee handen had.
‘Meer heb je momenteel niet nodig,’ antwoordde Hannes onmiddellijk.
Tegen bedtijd trok Marnix hem overeind uit de zetel.
‘Kom. Je wordt te uitdagend. Tijd om je naar bed te helpen.’
In de slaapkamer lag de pyjama klaar.
Hannes keek ernaar alsof het een persoonlijk probleem was.
‘Die broek lijkt ingewikkeld.’
‘Dat is een pyjamabroek.’
‘Met twee broekspijpen. Slecht ontwerp.’
Marnix schudde glimlachend zijn hoofd en begon hem uit te kleden. Eerst trok hij voorzichtig het T-shirt over het gips, daarna liet hij de losse joggingbroek zakken. Het was een vanzelfsprekende handeling die ze ondertussen vaak genoeg uitgevoerd hadden.
Toen Hannes volledig naakt voor hem stond, hield Marnix heel even stil.
Hannes’ houding was ontspannen, ondanks de twee gipsen rond zijn armen. Alleen één opvallend detail verraadde dat hij minder ontspannen was dan hij deed uitschijnen.
‘Amai,’ mompelde Marnix.
‘Dat klinkt positief.’
‘Ik probeer je professioneel te evalueren.’
‘En?’
Marnix liet zijn blik over hem glijden.
‘De patiënt stelt het opvallend goed.’
Voorzichtig ging Hannes op het bed zitten en schoof vervolgens naar het hoofdeinde. Zijn gipsarmen lagen naast hem.
‘Die pyjama raakt waarschijnlijk niet meer aan,’ stelde hij vast.
Marnix nam het kledingstuk van het bed en gooide het zonder discussie op een stoel.
‘Nee,’ zei hij rustig. ‘Blijkbaar niet.’
Hannes zag hem kijken.
‘Je vindt het aantrekkelijk, hè?’
‘Wat precies?’
‘Die combinatie van hulpeloosheid en katten.’
‘Vooral jouw grote ego dat ondanks alles perfect overeind gebleven is, maakt indruk.’
‘Ik moet toch iets tonen dat nog functioneert.’
Sinds de douche was het voorzichtige aftasten voorbij. Wat ze allebei jarenlang alleen hadden gekend uit geheime fantasieën, werd nu werkelijkheid. Het ging niet langer alleen om verlangen naar een ander, maar om het overweldigende gevoel om eindelijk zelf begeerd te worden.
‘Ik heb voor jou onbekende talenten.’
‘Zoals?’
‘Creatief omgaan met beperkingen.’
Marnix snoof geamuseerd.
‘Dat klinkt geheimzinnig.’
‘Ik probeer alleen te zeggen dat ik niet volledig nutteloos ben. Ik kan met twee gebroken armen nog altijd problemen veroorzaken.’
Die scheve glimlach verscheen opnieuw op Marnix' gezicht. Rustig en uitdagend.
‘Welke problemen precies?’
‘Je bent slim genoeg om dat zelf uit te zoeken.’
‘Kijk eens aan. Dat klinkt als vertrouwen in mijn gezond verstand.’
‘Bijna romantisch.’
Marnix schudde lachend zijn hoofd.
‘Jij bent echt niet meer te stoppen vandaag.’
‘Dat krijg je nadat ik ontdekt heb dat jij stiekem ook niet zo braaf bent.’
‘Pas op,’ zei Marnix zacht. ‘Straks begin ik te denken dat je met opzet geen pyjama wilt dragen.’
‘Misschien wil ik gewoon dat je efficiënt kunt werken. Hoe minder kledij, hoe minder gedoe ik veroorzaak voor mijn persoonlijke verpleger.’
Marnix keek hem even zwijgend aan en vocht tegen zijn glimlach.
‘Je bent onmogelijk.’
‘Toch blijf je me verzorgen.’
‘Dat is mijn grootste karakterfout.’
Marnix en Hannes gingen een tochtje maken, een logische keuze bij dit mooie weer. Via de spoorwegonderdoorgang bereikten ze de rivier. Het kabbelende water werkte rustgevend.Toen ze later weer richting appartement wandelden, hing er een andere sfeer tussen hen. Er werd weinig gezegd. Dat hoefde niet. Het voelde vreemd hoe vanzelfsprekend alles werd.
Terwijl Marnix kookte, gaf Hannes op alles commentaar. Alleen wanneer Marnix hem een hap voerde, viel hij even stil. Marnix vond de dag geslaagd genoeg om een fles rode wijn open te trekken. Hannes slurpte zijn glas leeg met een rietje. Terwijl Marnix opruimde en de afwas deed, liet Hannes zich achteroverzakken in de zetel, met zijn armen ondersteund door kussens.
‘Ik moet toegeven,’ zei Hannes, ‘dit samenwonen heeft onverwacht interessante voordelen.’
‘Zoals?’
‘De thuisverpleging.’
Marnix snoof zacht.
‘Je bedoelt dat ik je eten maak, je voedt en aankleedt.’
‘En douchen. Vergeet het douchen niet. Dat is werkelijk een premiumservice.’
‘Je wordt snel arrogant voor iemand die zelfs zijn eigen broek niet uit krijgt,’ antwoordde Marnix vanuit de open keuken.
‘Dat klinkt als een uitdaging.’
‘Dat was geen uitnodiging.’
‘Spijtig. Ik had net een heel sterke repliek klaar.’
‘Ik ben bang om die te horen.’
Toen de afwas klaar was, ging Marnix in de tweede zetel zitten.
Hannes zakte nog wat dieper weg.
‘Ik wilde alleen zeggen dat ik misschien geen handen nodig heb om jou bezig te houden,’ vervolgde hij.
Marnix kuchte.
‘Jij bent vandaag gevaarlijk direct. Ik weet niet of ik me gevleid of bedreigd moet voelen.’
‘Dat krijg je wanneer iemand eerst je leven redt en daarna naakt tegen je aan gaat staan.’
Marnix keek hem strak aan. Dat open kijken voelde bijna even intens als aanraken.
‘Je beseft dat ik straks nog altijd je pyjama moet aantrekken? Jij raakt nergens in zonder hulp.’
‘Misschien beperkt die pyjama mijn bewegingsvrijheid. Ik lig toevallig graag comfortabel.’
Marnix trok rimpels in zijn voorhoofd.
‘Naakt?’
‘Dat woord gebruikte jij.’
Marnix lachte nu echt. Een lage, warme lach.
De rest van de avond bleef dat spel tussen hen doorgaan. Alles kreeg een dubbele betekenis zonder dat iemand nog moeite deed die te verbergen.
Wanneer Marnix vroeg of Hannes nog iets nodig had, antwoordde die steevast:
‘Altijd.’
Toen Hannes klaagde dat zijn armen jeukten onder het gips, merkte Marnix op dat hij helaas maar twee handen had.
‘Meer heb je momenteel niet nodig,’ antwoordde Hannes onmiddellijk.
Tegen bedtijd trok Marnix hem overeind uit de zetel.
‘Kom. Je wordt te uitdagend. Tijd om je naar bed te helpen.’
In de slaapkamer lag de pyjama klaar.
Hannes keek ernaar alsof het een persoonlijk probleem was.
‘Die broek lijkt ingewikkeld.’
‘Dat is een pyjamabroek.’
‘Met twee broekspijpen. Slecht ontwerp.’
Marnix schudde glimlachend zijn hoofd en begon hem uit te kleden. Eerst trok hij voorzichtig het T-shirt over het gips, daarna liet hij de losse joggingbroek zakken. Het was een vanzelfsprekende handeling die ze ondertussen vaak genoeg uitgevoerd hadden.
Toen Hannes volledig naakt voor hem stond, hield Marnix heel even stil.
Hannes’ houding was ontspannen, ondanks de twee gipsen rond zijn armen. Alleen één opvallend detail verraadde dat hij minder ontspannen was dan hij deed uitschijnen.
‘Amai,’ mompelde Marnix.
‘Dat klinkt positief.’
‘Ik probeer je professioneel te evalueren.’
‘En?’
Marnix liet zijn blik over hem glijden.
‘De patiënt stelt het opvallend goed.’
Voorzichtig ging Hannes op het bed zitten en schoof vervolgens naar het hoofdeinde. Zijn gipsarmen lagen naast hem.
‘Die pyjama raakt waarschijnlijk niet meer aan,’ stelde hij vast.
Marnix nam het kledingstuk van het bed en gooide het zonder discussie op een stoel.
‘Nee,’ zei hij rustig. ‘Blijkbaar niet.’
Hannes zag hem kijken.
‘Je vindt het aantrekkelijk, hè?’
‘Wat precies?’
‘Die combinatie van hulpeloosheid en katten.’
‘Vooral jouw grote ego dat ondanks alles perfect overeind gebleven is, maakt indruk.’
‘Ik moet toch iets tonen dat nog functioneert.’
Sinds de douche was het voorzichtige aftasten voorbij. Wat ze allebei jarenlang alleen hadden gekend uit geheime fantasieën, werd nu werkelijkheid. Het ging niet langer alleen om verlangen naar een ander, maar om het overweldigende gevoel om eindelijk zelf begeerd te worden.
‘Ik heb voor jou onbekende talenten.’
‘Zoals?’
‘Creatief omgaan met beperkingen.’
Marnix snoof geamuseerd.
‘Dat klinkt geheimzinnig.’
‘Ik probeer alleen te zeggen dat ik niet volledig nutteloos ben. Ik kan met twee gebroken armen nog altijd problemen veroorzaken.’
Die scheve glimlach verscheen opnieuw op Marnix' gezicht. Rustig en uitdagend.
‘Welke problemen precies?’
‘Je bent slim genoeg om dat zelf uit te zoeken.’
‘Kijk eens aan. Dat klinkt als vertrouwen in mijn gezond verstand.’
‘Bijna romantisch.’
Marnix schudde lachend zijn hoofd.
‘Jij bent echt niet meer te stoppen vandaag.’
‘Dat krijg je nadat ik ontdekt heb dat jij stiekem ook niet zo braaf bent.’
‘Pas op,’ zei Marnix zacht. ‘Straks begin ik te denken dat je met opzet geen pyjama wilt dragen.’
‘Misschien wil ik gewoon dat je efficiënt kunt werken. Hoe minder kledij, hoe minder gedoe ik veroorzaak voor mijn persoonlijke verpleger.’
Marnix keek hem even zwijgend aan en vocht tegen zijn glimlach.
‘Je bent onmogelijk.’
‘Toch blijf je me verzorgen.’
‘Dat is mijn grootste karakterfout.’