Pagina 1 van 1

Koffie met een rietje (deel 4)

Geplaatst: di 09 jun 2026, 20:55
door Amexic
Koffie met een rietje (deel 4)

Die nacht sliep hij uiteindelijk in uit pure uitputting. Een comfortabele houding vond hij nergens. Elke beweging herinnerde hem meteen aan zijn armen.
Lang uitslapen zat er niet in.
Nog voor hij goed wakker was, kwam een verpleegster hem zeggen dat hij uit bed moest om zich aan de lavabo te laten wassen.
‘Is Marnix er niet?’ vroeg Hannes.
Meteen had hij spijt van die vraag.
Ze keek hem kort aan. ‘Is dat belangrijk?’
‘Nee, hoor. Het maakt me niet uit,’ zei hij snel.
Dat was ook zo. In een ziekenhuis stelt privacy weinig voor. Hij ervaarde hoe snel een mens daaraan gewend raakte.
De wasbeurt verliep onhandig, maar rechtstaand of zittend ging het gemakkelijker dan in bed. De verpleegster werkte even grondig als Marnix de dag ervoor. De infuusstaander zat voortdurend in de weg en zijn gespalkte armen maakten alles omslachtig.
Voorzichtig kon hij ze een beetje optillen. Meer niet.
Gelukkig had Jörgen die short van sweaterstof in zijn tas gestopt. De verpleegster hielp hem eerst in een boxer. Dat voelde toch iets minder bloot.
Het operatiehemdje bleef voorlopig zijn enige bovenkleding. Een T-shirt over zijn armen trekken was onmogelijk.
Daarna kwam het ontbijt.
Ze smeerde zijn boterhammen, scheurde ze in stukken en bracht ze naar zijn mond. Hij probeerde er zo onverschillig mogelijk bij te kijken.
Later die ochtend kwam de orthopedische chirurg langs.
‘We gaan straks je linkerarm in het gips zetten,’ zei hij. ‘De wonde ziet er goed uit. Binnen een paar dagen willen we je rechterarm opereren. We brengen een plaatje in. Een andere mogelijkheid is dat je naar België wordt gerepatrieerd en daar geopereerd wordt, maar wij raden aan de ingreep hier uit te voeren. Je verzekering volgt dat advies.’
Hij keek vluchtig in zijn dossier.
‘Ik vermoed dat je binnen enkele dagen ontslagen kunt worden. Ik bekijk of ik je morgen nog kan inplannen voor de ingreep. Het zal op het einde van het programma zijn. Met twee armen in het gips zal je thuis veel hulp nodig hebben. Je verzekering neemt daarover nog contact met je op.’
Even later hielp een verpleegster hem met zijn mails en bracht hem in verbinding met de verzekering.
Hannes stemde toe met de operatie in Zwitserland.
Daarna begonnen ze meteen over revalidatie. Ze stelden vragen over zijn woonsituatie en over opvang.
Tijdelijk bij zijn ouders intrekken zag hij totaal niet zitten. Een revalidatiecentrum dan maar? Hij wist het niet. Toch wilden ze snel een beslissing nemen.
Met een rolstoel brachten ze hem naar de gipskamer.
Bij het aanleggen van het gips beet hij op zijn tanden. Daarna voelde zijn linkerarm meteen stabieler aan. Voorzichtig kon hij zijn vingers weer een beetje bewegen.
Na de middag bleek Marnix onverwacht de late shift te hebben.
‘Goed dat jij er bent,’ zei Hannes toen hij binnenkwam.
Hij fronste zijn gezicht.
‘Hebben ze je tijdens mijn afwezigheid aan je lot overgelaten?’
Hannes moest lachen, voor zover dat kon.
‘Nee, hoor. Maar ik wil straks misschien een paar berichten versturen. In het Nederlands gaat dat sneller. Anders moet ik alles letter voor letter spellen.’
‘Dat regelen we wel,’ zei Marnix. ‘Nog een uurtje werken en dan heb ik tijd. Het is rustig deze periode.’
Nog geen halfuur later drukte Hannes op de bel.
Toen Marnix binnenkwam, voelde hij meteen schaamte opkomen.
‘Ik moet naar het toilet.’
Marnix hielp hem overeind en begeleidde hem naar het toilet. Het ging gelukkig iets gemakkelijker.
Om zijn broek omlaag te doen, had hij telkens hulp nodig.
‘Bel maar als je klaar bent,’ zei hij.
Toen Hannes even later op het knopje drukte, stond Marnix bijna meteen weer binnen.
Zonder aarzelen hielp hij hem schoonmaken.
‘Het is beschamend dat jij dat moet doen,’ mompelde Hannes.
Marnix haalde zijn schouders op.
‘Er is niets mis met hulp nodig hebben. Iedereen wil zelfstandig zijn en niemand wil anderen tot last zijn. Je moet leren hulp te accepteren als het nodig is. De meeste mensen helpen hun medemensen graag.’ Hij merkte op: ‘En ik krijg er zelfs voor betaald.’
Later op de middag kwam Marnix terug om Hannes’ berichten te overlopen.
Jörgen bleek intussen thuis te zijn. Hannes’ ouders wilden opnieuw contact en ook de verzekering had alweer vragen gestuurd.
Marnix wachtte tot hij verbinding had met zijn ouders en verliet daarna discreet de kamer.
De tablet stond recht voor hem op het bedtafeltje terwijl hij in de zetel zat.
Het lukte Hannes hun gerust te stellen, al geloofde hij zelf nauwelijks wat hij zei.
Na het gesprek met zijn ouders had hij Marnix opnieuw nodig om de verzekering terug te bellen.
‘Blijf maar,’ zei hij toen hij de tablet wilde neerzetten en vertrekken. ‘Ik heb geen geheimen te bespreken.’
De man van de verzekering probeerde opnieuw een beslissing over zijn revalidatie te forceren en overliep een lijst alsof alles eenvoudig in vakjes onder te brengen was.
Thuis bij zijn ouders. Revalidatiecentrum. Transport. Zorgbehoefte.
Hij hoorde zichzelf antwoorden zonder echt overtuigd te klinken.
Toen het gesprek afgelopen was, bleef het even stil in de kamer.
‘Je hebt nog wat tijd om na te denken,’ zei Marnix uiteindelijk. ‘Maar ze gaan je hier inderdaad niet eindeloos houden.’
Hij leunde tegen de vensterbank.
‘Woon jij dan niet samen met je vriend?’
Hannes begreep meteen wat hij bedoelde.
‘Ik woon alleen,’ zei hij. ‘En Jörgen is niet mijn vriend-vriend, als je dat suggereert.’
Marnix trok meteen een verontschuldigend gezicht.
‘Sorry. Zo voelde het gewoon. Maar eigenlijk gaat het me niets aan.’
‘Je hoeft je niet te excuseren.’ Hannes haalde zijn schouders op, of probeerde dat. ‘Ik heb niets te verbergen. Het had gekund, als Jörgen niet hopeloos hetero was.’
Marnix glimlachte beleefd.
‘In elk geval is hij mijn beste vriend,’ vulde hij aan.
Even keek Marnix hem onderzoekend aan.
‘Waarom wil je eigenlijk absoluut niet naar je ouders?’
Hannes zuchtte.
‘Ze hebben een schoenwinkel. Dat maakt alles praktisch moeilijk. Maar dat is het niet alleen.’ Hij zocht even naar woorden. ‘Ik ben opgegroeid in een warm gezin, echt waar. Alleen ben ik altijd gewend geweest zelfstandig te moeten zijn.’
Hij keek naar zijn armen.
‘Mijn moeder voor mij laten zorgen… dat zie ik gewoon niet zitten.’
Marnix knikte langzaam.
‘Dan blijft er vooral een revalidatiecentrum over.’
‘Met dat idee heb ik me nog niet verzoend.’
‘Nee,’ zei Marnix zacht. ‘Dat begrijp ik.’
Later die avond bracht hij Jörgen nog even in beeld via videobellen. Jörgen vertelde over zijn terugreis en beloofde snel opnieuw contact op te nemen.
Daarna werd de kamer weer stil.
Telkens wanneer Hannes op het belletje drukte, verscheen Marnix. Hij probeerde het zo weinig mogelijk te doen. Drinken lukte met een rietje, maar zijn beker zelf bijvullen kon hij niet. Hoe meer hij dronk, hoe vaker hij naar het toilet moest.
Ook eten gaf Marnix hem.
Hannes zei half lachend: ‘Je lijkt stilaan mijn privéverpleger.’
‘Dat zou nog best kunnen,’ antwoordde hij. ‘Vanaf morgen heb ik een paar nachtdiensten. Dan heb ik alle tijd van de wereld voor jou.’
Nog geen uur later stond hij opnieuw in de deuropening. Het viel Hannes op dat Marnix ook tijdens drukke momenten tijd voor hem bleef maken.
‘Groot nieuws,’ zei hij. ‘Morgen namiddag opereren ze je rechterarm.’
Hij vertelde rustig hoe de ingreep zou verlopen. Licht ontbijt, daarna nuchter blijven, operatie en dan recovery.
Voor het eerst sinds het ongeval kwam er echt beweging in alles.
‘Ik ben blij dat het vooruitgaat,’ zei Hannes.
Marnix bleef even staan alsof hij nog iets wilde zeggen.
‘Ik heb trouwens over iets nagedacht.’
Hij aarzelde.
‘Wat zou je ervan vinden om tijdelijk bij mij te verblijven? Gewoon tot je gips eraf mag.’
Hannes dacht eerst dat hij hem verkeerd verstaan had.
‘Ik kan perfect voor je zorgen,’ ging hij verder. Eerlijk, een revalidatieafdeling lijkt me overdreven voor jou. Als je echt niet naar je ouders wilt, dan is dit misschien een derde optie.’
Marnix keek Hannes afwachtend aan.
‘Denk er gewoon eens over na.’
Toen hij weg was, bleef Hannes minutenlang naar het plafond staren.
Het voorstel sloeg nergens op.
Tegelijk voelde het verrassend logisch.