Pagina 1 van 1

(On)Toegankelijk. Deel 8.

Geplaatst: di 10 mar 2026, 07:34
door Wimmie
“Nog een uurtje dan, daarna willen we naar het hotel.”
Evert vraagt: “Zitten jullie ook in een hotel?”
“Neen, wij zijn hier met de boot. Laten we daar dan even heen lopen, kunnen we iets drinken op het terras bij het café aan het water tegenover de boot.”

Evert wijst als we er langs lopen ons hotel aan.
“Wij liggen vlakbij. Kijk, daar ligt ons huis op het water.”
Een prachtig houten schip ligt te pronken in het avondlicht.
Evert kijkt nieuwsgierig: “Is er veel ruimte binnen?”
“Kom maar kijken, Erwin kan helaas niet naar binnen, maar jij mag gerust een kijkje nemen,” stelt Gerrit voor.

Marijke blijft bij mij en we gaan alvast met een drankje op het terras zitten. Zij vuurt praktische vragen op mij af, denkend aan haar kleinkind.
Na een tijdje zeg ik: “Mag ik je een raad geven?”
Marijke knikt.
“Ieder kind is anders. Je kleinzoon ontdekt vanzelf wat hij kan. Hij zal zijn eigen weg vinden, net als ik vroeger. Mijn ouders lieten me proberen. Soms zelfs aanmodderen. De ene keer lukte het, de andere keer niet. Juist daardoor heb ik veel geleerd. Geef hem vooral de ruimte; zelf ontdekken brengt hem het verst. Beschermen werkt averechts.”

Als Evert terug is zegt hij. “De boot is groter dan ik dacht, een soort luxe camper op het water.”
We bestellen nog wat te drinken. De sfeer is gemoedelijk. Tegen negenen nemen wij afscheid.

Terugkerend naar het hotel zegt Evert: “Aardige mensen, veel goede vragen.” Ik glimlach instemmend.

We bekijken de volgende morgen de dagroute: langs het IJsselmeer, door bossen en drie Elfstedentocht-stadjes. Onderweg lunchen we aan de haven in Stavoren, waar het ruikt naar gebakken vis. Ons eigen lunchpakket smaakt heerlijk.

We eindigen onze fietsdag in Makkum. We hebben een hotel aan het IJsselmeer. We hopen nog even van het strand te genieten.

Bij aankomst blijkt dat er een fout is gemaakt met de kamer: de kamer heeft ondanks nadrukkelijk verzoek een bad in plaats van een douche. Het levert ons een voordeeltje op: we krijgen een luxe kamer op de begane grond, met douche. Plus een terras en zicht op het strand.
De badkamer is ruim en de douche lonkt. Eerst moeten we de douchekruk pakken. Daarna douchen we en kunnen op het terras in de zon gaan zitten. We laten onze shirts uit: genieten maar.
Ik bel naar huis, Evert ook. Daarna verkennen we of ik met de rolstoel op het strand kan komen. Dat lukt, zij het met een kleine omweg. We besluiten na het eten een wandeling te maken.

Op het terras schrijven we ons verhaal, maken mooie foto’s en ik teken Evert terwijl hij ons verslag intypt.
Na het eten wandelen we over de boulevard langs het IJsselmeer. De dag eindigt met een schitterend ondergaande zon.

De lucht is grijs als we de volgende morgen vertrekken. Het is niet koud. We trekken toch onze korte broek aan. Voor vertrek bel ik Rijkswaterstaat: over een uur brengen ze ons over bij de sluis. Het is niet ver naar het Afsluitdijk Wadden Center, waar de rolstoelbus ons zal oppikken.

Bij aankomst zijn we te vroeg. In een auto van Rijkswaterstaat zit iemand ons op te wachten. We maken kennis en hij wil een foto maken van onze aankomst en hoe we het busje in gaan. Het wordt een vrolijke show.

Het busje brengt ons naar de zogenaamde vismigratierivier. We fietsen langs de binnenkant van de Afsluitdijk. Je ziet de autosnelweg en het IJsselmeer, geen Waddenzee. Daar zit de dijk voor.
De zon breekt door en het wordt warm. We fietsen op ons gemak verder en bellen tijdig voor het Monument opnieuw met Rijkswaterstaat. Het rolstoelbusje brengt ons naar het einde van de Afsluitdijk. We hebben 24 kilometer Afsluitdijk gefietst.

Als we in Medemblik zijn aangekomen zoeken we het hotel op, in het centrum aan de haven. Het hotel heeft een lift. Toch krijgen we een kamer op de begane grond. De kamer is ruim en toegankelijk met een ruime badkamer. We droppen onze spullen en gaan het stadje in tot het tijd is om te eten.

Het menu ziet er goed uit. We kiezen voor IJsselmeer-snoekbaars, die vers is aangevoerd.
“Thuis eet ik niet vaak vis,” zegt Evert.
“Wij ook niet, maar ik vind het heerlijk…”

Op de vierde dag van onze tocht vertrekken we vanuit Medemblik richting Volendam.

Na een uurtje heb ik pech: een lekke band aan mijn rolstoel. Dan moet het wiel eraf, om te kunnen plakken. Wat niet kan als ik erin zit. Gelukkig kunnen we improviseren met de douchekruk, waar ik op ga zitten zodat het wiel van de rolstoel af kan. Dan is het euvel snel verholpen. Er was een klein scherp steentje door de buitenband in de binnenband gekomen.

In Hoorn maken we een toer door het oude stadje. Aan de haven zijn bankjes waar we lekker in het zonnetje onze lekkernijen oppeuzelen. Als we zitten te eten komt een jongen van een jaar of 15 naar ons toe.
“Zijn jullie die twee jongens die rond het IJsselmeer fietsen?”
“Ja. Hoe kom je daar bij?” vraag ik verbaasd.
“Jullie hebben mijn oom en tante getroffen in Lemmer.”
“Waren die daar met en mooie houten boot, heten ze Gerrit en Marijke?”
“Ja, dat zijn mijn oom en tante. Omdat ze dachten dat jullie langs Hoorn zouden komen en wij in Hoorn wonen dachten ze dat we dat misschien wel leuk zouden vinden om het te weten.”
“Zo, de wereld is weer klein.”
“Vinden jullie het erg?”
“Neen, hoor, helemaal niet. Je hebt een heel leuke oom en tante. We hebben er heel gezellig mee gepraat.”
“Dat zeiden zij ook al. Mag ik met jullie op de foto? Dan kan ik ze laten zien dat we elkaar ontmoet hebben.”
“Helemaal prima.”
Zo gaan we even later, vlak voordat we wegrijden, met Alex, op de foto. Hij is net zo gezellig als zijn oom en tante!

Edam, eigenlijk één met Volendam, bezoeken we daarna. Ons hotel in Volendam ligt prachtig aan de haven. Bij de receptie blijkt ook hier hetzelfde foutje gemaakt te zijn met de kamerindeling, we hebben een bad. We krijgen een ruimere kamer met een inloopdouche. Opgelucht regelen we direct ons diner en een lunchpakket voor de volgende dag. Het gaat vaak fout, gelukkig wordt het steeds vlot opgelost.

Na het douchen trekken we Volendam in. Het centrum aan het water bruist van het leven; we pakken een terrasje, drinken iets, en genieten van de sfeer. Om zeven uur zijn we weer terug bij het hotel. Op het terras eten we vissoep en daarna kabeljauw met groenten en patat. “Vis moet zwemmen” zeggen we lachend, dus er gaat veel water en cola bij. Helaas zijn we nog geen 18, anders had een biertje, of misschien een witbiertje, heel lekker gesmaakt.

We maken nog een avondwandeling langs de haven. Het is warm en gezellig druk, iedereen lijkt te genieten van de lange zomeravond. Later, als we terug zijn in het hotel, zoeken we onze kamer op en laten elkaar nog even voelen hoeveel we om elkaar geven.