Het is half negen wanneer we vertrekken. De zon laat zich zien, het is heerlijk weer om te fietsen. De eerste vijfentwintig kilometer zijn vertrouwd; we kennen de route en de wielen rollen soepel over het asfalt.
We stoppen voor een pauze bij een theetuin met een gezellig terras. Ik ontkoppel mijn handbike en maak een transfer naar een terrasstoel. De geur van zelfgebakken appeltaart is onweerstaanbaar, daarom bestellen we een stuk bij onze cappuccino. Mijn handbike trekt nieuwsgierige blikken, met name van het zoontje van de eigenares. Hij vraagt of ik met de handbike kan fietsen, en ik vertel hem dat ik er zojuist op ben aangekomen.
Hij wil weten of het niet pijn doet. Er ontstaat een heel gesprek. Hij is erg geïnteresseerd.
"Hoe heet je" vraag ik.
"Wiebe. Ik ben al negen jaar."
Hij wil weten hoe oud wij zijn. Als hij hoort dat we alle twee bijna 18 jaar zijn zegt hij:
"Dan zijn jullie twee keer zo oud als ik ben. En samen vier keer zo oud."
Hij wil er graag bij zijn wanneer we vertrekken.
Zijn moeder komt kijken of hij ons niet stoort.
“Stoor jij ons, Wiebe?” vraagt Evert.
“Neen, hoor, jullie hebben zelf gevraagd er bij te komen zitten.”
“U hebt een spontane zoon, dat brengt hem ver.”
Zij lacht “Niet iedereen waardeert zijn openheid” reageert ze.
Na het afrekenen kijkt Wiebe toe hoe ik een transfer maak naar mijn rolstoel en daarna mijn handbike aankoppel. Hij vindt het handig. Als we vertrekken zwaait Wiebe ons enthousiast uit.
We bereiken rond vijf uur het hotel. Bij de receptie herkennen ze mij van de telefoon en krijgen we een kamer. We reserveren het diner en regelen een lunchpakket voor de volgende dag. De receptioniste vraagt of ze morgen een foto mag maken voor reclamedoeleinden. We stemmen toe: een beetje promotie voor een toegankelijk hotel kan geen kwaad.
De kamer is ruim met een behoorlijk grote douche. Goed om te oefenen. We gebruiken de douchekruk. Dat gaat goed.
In het restaurant willen ze een stoel weghalen, maar ik geef aan dat ik zelf de transfer maak en dan mijn rolstoel inklap. Het eten is lekker, daarna wandelen we door het stadje en genieten van de sfeer. Terug op de kamer ontspannen we samen en vallen tevreden in slaap. Morgen wacht ons weer een mooie fietsdag.
We ontbijten rond acht uur. Er is een buffet, we kiezen lekkere dingen uit en krijgen ons lunchpakket mee. Bij het vertrek vraagt de receptioniste om de afgesproken foto te maken. Iemand maakt een paar foto’s. We beloven onze positieve ervaring als recensie te publiceren.
Al fietsend ontstaat een idee: onze fietstocht rond het IJsselmeer delen op internet, zodat anderen in rolstoel gestimuleerd raken dat ook te doen.
“Mijn neef heeft een reis op ‘WaarBenJij.nu’ gezet.” zegt Evert. “Misschien kunnen wij dat ook doen. Dan moeten we nu wel beginnen met foto’s maken.”
De zon schijnt en het is heerlijk weer. Dan klinkt het ineens: “Mijn voorband is lek.” Evert zet zijn fiets onderste boven in de berm en we halen de reparatieset tevoorschijn. In de band blijkt een schroefje te zitten. Hoe komt zo’n ding daar nou terecht? Het gat is niet echt klein. Gelukkig lukt het ons om de band te plakken. Na een half uurtje gaan we weer op pad.
De rest van de tocht verloopt soepel. Ik probeer steeds aan het maken van foto’s te denken.
Met prima rapporten beginnen we aan de zomervakantie. Na de vakantie zitten we in de de eindexamenklas!
Onze relatie is geen geheim, maar ook niet iets om mee te koop te lopen. Toch nemen we elkaar mee naar het eindfeest van onze beide scholen.
Op 13 juli is het zover. Vroeg in de ochtend brengen onze ouders ons naar Kampen. Het is stralend weer, we fietsen in shirt en korte broek door schilderachtige dorpjes en over dijken. Onderweg praten we over studeren na het eindexamen. We hebben alle twee nog geen idee wat we willen studeren. Er is nog tijd genoeg. In Lemmer vinden we ons hotel; de kamer is niet speciaal aangepast, maar het gaat prima. We zetten alles klaar, ploffen op bed, praten na over de dag. Wat een fijne start!
Na het douchen trekken we schone kleren aan en zoeken een plek om te eten. Het is gezellig druk.
“Wat wil jij eten?” vraag ik.
“Zullen we voor vis gaan?” reageert Evert. We vinden een terras aan het water bij een visrestaurant.
“Heerlijk hier,” zegt Evert. Ik knik.
“Dit is echt vakantie.”
Wanneer we de menukaart hebben en ons drankje is besteld, buigen we ons over de vraag wat we zullen eten. De keuze valt al snel op fish and chips, een traktatie die thuis zelden op tafel komt. “Mijn moeder zou nu vragen: waar blijft de groente?” lacht Evert. Gelukkig staan er salades op het menu We bestellen er één om te delen.
Terwijl we wachten, blikken we terug op onze eerste dag. We gaan onze belevenissen vandaag al delen op ‘WaarBenJij.nu’, inclusief foto’s. Zo kunnen anderen direct meeleven.
“Ik wil eigenlijk wat meer vertellen over waar we geweest zijn,” stelt Evert voor. “Dat kan mensen aansporen om het ook eens te proberen.”
Net op dat moment worden onze borden en de salade gebracht. “Eten!” roept Evert, en het genieten kan beginnen.
Ik merk op dat onze buren regelmatig onze kant op kijken. Ik glimlach en zoek contact:
“De fish and chips zijn echt een aanrader.”
Het ijs breekt, het gesprek komt op gang. Onze buurvrouw vraagt voorzichtig naar de opgeklapte rolstoel naast onze tafel. Ik leg het uit. Vertel van onze fietstocht rond het IJsselmeer. Dat ik met een handbike fiets. Onze buurvrouw deelt haar zorgen over haar kleinzoon, die anderhalf jaar is. Artsen zeggen dat hij nooit zal kunnen lopen. Zij maakt zich daar zorgen over en ziet nu hoe ik functioneer. Het is een openhartig en persoonlijk gesprek waarin ik benadruk dat ik een gewoon leven leid.
Na een wederzijdse uitwisseling van vragen en antwoorden schuiven we de tafels tegen elkaar voor een makkelijker gesprek. Ook het eten voor Marijke en Gerrit arriveert; even hangt er een gezellige stilte terwijl iedereen eet.
Ondertussen bespreken we onze blog en hoe we ons verhaal willen vertellen. Al pratend typt Evert het in.
Marijke en Gerrit luisteren geboeid mee en vragen of ze onze tocht mogen volgen.
“Soms moet je laten zien dat je in een rolstoel meer kunt dan mensen denken,” vul ik aan. We maken een foto van ons vieren, zodat Marijke en Gerrit het aan hun zoon kunnen laten zien.
Na het eten biedt Marijke ons spontaan een dessert aan, als dank voor het fijne gesprek. Evert stemt in, op één voorwaarde: “Alleen als jullie zelf ook meedoen. Dat is gezelliger.” Ik vertel dat mijn ouders mij altijd hebben gestimuleerd zelf oplossingen te zoeken. Dat ik daardoor echt zelfstandig ben geworden.
Wanneer de rekening is betaald en ik weer in mijn rolstoel zit, vraagt Gerrit: “Het is nog maar acht uur. Gaan jullie nog mee wat drinken, of willen jullie naar het hotel?