Pagina 1 van 1

De andere kant van de maan. (deel 11)

Geplaatst: zo 18 jan 2026, 16:54
door Amexic
De andere kant van de maan. (deel 11)

Mijn hart bonkt in mijn keel wanneer ik van de bus stap met een mengeling van verwachting en een onbestemd gevoel van onzekerheid. Verheugd ben ik omdat ik mijn familie en vrienden bijna weer zal zien. Ik kom terug in mijn vertrouwde omgeving, maar er is ook een onvoorspelbare realiteit omdat Margot bij me is. Het leven is doorgegaan zonder mij. Het voelt een beetje vreemd aan. Niets is veranderd, maar mijn wereld staat op zijn kop. Margot en ik gaan een nieuw hoofdstuk schrijven.
Ik heb het aanbod van mijn ouders om aan het station afgehaald te worden, afgewezen. De bushalte is vlakbij ons huis. De deur zwaait open en mama verschijnt in de deuropening nog voor we aanbellen, haar gezicht een en al vreugde. We vallen elkaar in de armen. Ook Margot krijgt een knuffel, met de zware rugzak met alles wat ze bezit nog op haar rug.
‘Ik hoopte dat je met Kerstmis over huis zou komen, dit is veel beter.’
Mijn moeder praat veel. Dat doet ze altijd bij thuiskomst. Over buren, over wie ziek is en wie zwanger. Ik ben beter op de hoogte dan moeder denkt want ik volgde het thuisfront online. Ik vertaal samenvattend. Margot luistert aandachtig. Ze glimlacht beleefd.
De eerste dagen verlopen eenvoudig. Margot beweegt zich voorzichtig, alsof ze niets wil verplaatsen. Ze zet haar schoenen netjes naast de mijne. Ze vraagt waar dingen mogen staan. Margot is weg van onze hond Stark. Wie Stark knuffelt is onmiddellijk haar vriend.
Papa heeft een nieuwe job. Hij maakte van zijn hobby zijn werk. Hij leidt nu assistentiehonden op. Zijn oude job doet hij nu halftijds. Ik ben blij voor hem want hij maakt zijn droom eindelijk waar. Papa spreekt Duits, moeder beperkt.
Ella begroet Margot hartelijk bij haar thuiskomst op vrijdagavond. ‘Ik had nooit verwacht nog een tweede zus te hebben.’ Ella is uitbundiger dan ik, vier jaar jonger ook, dat scheelt. Margot zit Ella grondig te bekijken op momenten dat ze het onopvallend kan. ‘Ze lijkt op jou.’ zegt ze ‘s avonds in bed. Margot heeft de hele week in het bed van Ella geslapen. Tijdens het weekend moet ze plaats ruimen voor Ella. Zo spraken we dat af.
‘s Avonds trekken we ons terug op mijn kamer. Mijn bed is smal, de slaapkamer klein. De afspraak was dat ik in de woonkamer zou slapen, maar daar heb ik geen zin in.
Ze zit op het bed en laat haar hand over het dekbed glijden.
‘Dit is dus thuis,’ zegt ze.
‘Voor mij wel.’
Ze zegt niets terug.
‘Het komt in orde.’
We liggen dicht bij elkaar, haar rug tegen mijn borst. Mijn hand ligt laag op haar buik, vertrouwd. Haar adem verdiept zich. Ze draait haar hoofd om mijn lippen te zoeken. Ik dacht dat we in dezelfde stemming moesten zijn. Ook dat is onwaar. Het is een kwestie van aanvoelen. Ze kan me aansteken. Terwijl ik doorgaans rust breng, kan je van Margot alles verwachten.
’s Nachts ligt ze wakker. Ze is stil, haar lichaam gespannen naast het mijne. Ik leg mijn been over het hare. Ze ontspant. Haar hand zoekt mijn hand. Ik wil er zijn voor haar. De toekomst vraagt tijd.
Overdag regel ik praktische dingen. Formulieren, afspraken. Margot gaat mee naar de supermarkt. Ze kijkt langer dan nodig naar producten, leest etiketten alsof ze er iets uit kan leren. De taal is overal, hard en zacht tegelijk. Ze vangt woorden op, losse klanken. Soms herhaalt ze die.
‘Ik wil me nuttig voelen. Ik wil werken, eender wat.’
Ik zeg: ‘Geef het tijd. Dit is geen wijngaard waar de trossen klaar hangen.’
Ze knikt, maar ik zie dat het moeilijk ligt.
We maken een wandeling aan het strand. Het is koud, helder. De lucht bijt in onze wangen. Ze trekt haar jas dichter dicht.
‘Het is anders hier,’ zegt ze.
‘Ja.’
‘Nee, niet slecht.’

Bij thuiskomst grijpen we het ideale moment: beide ouders zijn het huis uit. Ik dacht dat ik ervaring had en dat ik Margot kende. Het is geen van beide. Het is een leerproces. Soms sluipt ze in het donker mijn kamer binnen als een dief in de nacht. Ze denkt me dan te verrassen.
‘Een warme douche bij thuiskomst zal deugd doen.’ Aan die vaststelling van Margot heb ik genoeg. Ik kan haar steeds beter lezen.
‘Ik zet eerst de verwarming hoger op mijn kamer.’
‘Doe dat.’
Ik vrij het liefst in het volle daglicht om al mijn zintuigen te prikkelen. Margot doet graag de ogen toe.
Ik denk vaak aan werk, aan toekomst, aan hoe dit zal uitpakken. Zij denkt, denk ik, aan alles wat ze nog niet kent. We zeggen het niet hardop. We hoeven dat nog niet.
Ik wil graag werk in de buurt. Ik heb gesolliciteerd bij de overheid. Het is een soort job die me boeit en waarvoor ik me niet ver zal moeten verplaatsen. Het gaat over waterbeheersing en verzilting in de landbouw.
Margot start begin januari met lessen Deens voor anderstaligen. Om haar kansen op werk te vergroten, zal ze een opleiding volgen. Ze koos, in overleg met haar begeleidster, voor apotheekassistente. Men raadde haar aan eerst Deens te leren en dan pas te starten. Margot ziet wachten tot september niet zitten. Ze begint al in januari. De taallessen zijn avondschool en vallen te combineren.
Ik krijg de job en begin ook in januari. Ik ben blij voor Margot en mezelf.
De laatste weken van het jaar is Ella thuis. Met Margot en Ella ga ik op uitstap naar Kopenhagen. Het echte leven begint in januari, dus moeten we nu met volle teugen genieten.
Margot is erg gemotiveerd om Deens te leren. Ik doe mijn best om haar woorden te leren voor de cursus begint.
Ella keert terug naar Kopenhagen. De feestdagen waren leuk, maar ik ben blij meer ruimte te hebben. Ons huis is krap voor vier personen.
Margot gaat naar school en ik ga aan het werk. Ik pendel met bus en trein. Ik heb het druk. Het zal tijd kosten voor ik ingewerkt ben. Mijn collega’s vangen me goed op. Het werk is interessant en de werksfeer goed.
Margot maakt grote vooruitgang met het Deens. Haar cursussen vertaalt ze thuis met een vertaalapp. De lessen ter plaatse, volledig in het Deens, vindt ze moeilijk. Margot heeft aan een docente gevraagd of ze iets wilde herhalen wat ze niet begrepen had.
‘Ik kan het niet helpen dat je niet goed Deens kan. In Frankrijk bestaat deze opleiding ook’ kreeg Margot te horen.
Tranen rollen over haar wangen. Ik troost haar.
Of ze zich goed in haar vel voelt.
‘Prima,’ zegt ze.
Zelf heb ik het ook druk en we hebben minder tijd voor elkaar, of we zijn allebei moe.
Ik ben niet ongevoelig en vraag een paar dagen later opnieuw of ze zich goed voelt.
Margot hult zich in stilzwijgen.
‘Het gaat over ons en dan mogen we niet zwijgen.’
‘Ik ben vaak moe en slaap niet goed.’
‘Dat kan ik begrijpen. Je hebt veel hooi op je vork genomen.’
Ik ben ook moe. Ik sta vroeg op en ben nog niet ingewerkt. Margot is stiller. Ze bezoekt me minder op mijn kamer. Ik ga nooit naar haar kamer. Het blijft de kamer van mijn zus; dat is de reden.