Pagina 1 van 1

De andere kant van de maan. (deel 9)

Geplaatst: za 17 jan 2026, 18:48
door Amexic
De andere kant van de maan. (deel 9)

De beslissing brengt zekerheid. Ze blijft niet hangen in de lucht. Ze ligt tussen ons in, als een gedachte die we tastbaar koesteren. We slapen naakt, vanzelfsprekend, haar borsten tegen mijn rug, haar adem warm in mijn nek. Haar hand rust op mijn buik. Soms verschuift ze licht, om zich opnieuw aan mij aan te passen. Twee lichamen hertekenen hun contouren tot ze perfect aansluiten.
‘Lisieux,’ fluistert ze nog eens, alsof het woord moet wennen aan onze monden.
‘Lisieux,’ antwoord ik. Ik spel het woord zo vrij van een Deens accent als ik kan.
De dagen daarna krijgen een andere cadans. We werken zonder af te tellen maar met een andere horizon. We lachen. We zwijgen. Druiven worden geknipt, handen kleuren nog dieper paars, ruggen protesteren ’s avonds en doen ’s ochtends toch weer mee.
We raken elkaar vaker aan omdat niets ons tegen houdt. Een hand op een schouder gelegd bij het passeren. Een knie die de andere raakt onder tafel zonder terug te trekken. ‘Het contrast tussen jouw zachte, lichte huid en je robuuste, donkere schoenen is opwindend stoer.’ fluistert Margot me in.
Ik lach het weg: ‘Je flirt.’
In bed blijven we dichtbij, soms lepeltje, soms tegenover elkaar, of we haken onze benen in elkaar als onrustige zinnen.

Op de voorlaatste dag verandert het weer. De ochtend begint helder. Tegen de middag bollen wolken op als reuze bloemkolen. De druiven hangen weerloos stil te wachten.
‘Onweer,’ zei Marcel de avond voordien. Het klonk eerder als een vaststelling dan als een weersvoorspelling.
Het begint met wind en donder in de verte. De regen begint aarzelend met grote druppels, daarna vastberaden. We schuilen onder een afdak aan de rand van de wijngaard. Donder rolt over de heuvels.
Margot staat naast me, haar huid donker tegen mijn schouders. Haar doorweekte topje plakt aan haar lijf. Water loopt langs haar sleutelbeenderen. Ze ziet dat ik kijk en trekt een wenkbrauw op. ‘Margot!’ zeg ik met lange ‘oo’. Ze grijnst haar tanden bloot.
De geur van natte aarde, geplette bladeren, zuur van zweet en zoet van druiven door elkaar verzamelt onder het dak. Het onweer houdt ons tijdelijk gevangen. Wanneer de bui weg drijft, keren we terug naar het werk. Onze vingers zijn doorweekt en rimpelig.
De laatste avond in de B&B tafelen we lang, binnen. Gretl heeft extra haar best gedaan. Er wordt minder wijn geschonken alsof iedereen begrijpt dat het einde nadert. Enkele plukkers zullen blijven voor de naoogst.
‘Jullie vertrekken morgen,’ zegt Gretl. Het klinkt niet als een vraag.
Arjan en Loïc zijn elke dagen eerder samen vertrokken.
Die laatste nacht slapen we opnieuw lepeltje-lepeltje. Haar hand zit hoog, op mijn borst. Haar duim maakt kleine cirkels. Mijn adem past zich aan de hare aan. Buiten tikt een zachte regen tegen het raam.
’s Ochtends is de lucht uitgeklaard. We hebben gisteren ingepakt. De kamer oogt ineens groter nu onze spullen niet meer rondslingeren. Mijn rugzak is zwaarder dan bij aankomst.
Gretl drukt Margot lang tegen zich aan. Marcel neemt op de achtergrond de honneurs waar.
‘Zorg voor goed elkaar,’ zegt ze.

De treinreis begint door een mooi landschap met beboste heuvels en wijngaarden. De regionale wagons bieden comfortabele stoelen maar hebben weinig snelheid. We zitten naast elkaar.
Het landschap verandert langzaam. Wijngaarden maken plaats voor bossen en weiden.
We delen een appel. Het sap loopt over mijn pols. Margot likt het weg zonder commentaar.
‘Calvados,’ zegt ze, terwijl ze achteloos naar buiten kijkt. ‘Dat past wel.’
Ik knik. De trein mindert vaart. We stappen over op een snelle luxueuze trein. We flitsen door het Franse binnenland.

Lisieux. De letters lezen we op het perron. Met de rugzakken op onze rug bewaren we het evenwicht tot de trein tot stilstand komt.
De studio in Lisieux is klein. Alles wat nodig is, is er, maar het is afgeleefd. Netjes is het er niet wanneer we aankomen. We zetten ramen en deuren open en beginnen aan een grote schoonmaak. Emmers, vodden, een achtergelaten radio op de vensterbank. Het voelt goed om samen orde te scheppen, alsof we het verblijf naar onze maat kneden.
Margot werkt. Ze komt ’s avonds thuis met kloven in haar handen en de weeë geur van rottende appels in haar kleren. Haar kleverige huid ruikt naar appels en alcohol. Ze is hard en gewend om te gaan waar het werk is. Hier is geen plaats voor valse romantiek. Dat is wat ik in haar zoek. Geen valse beloftes, maar lijven die tegen elkaar aankruipen omdat het bed kil is.
Margot doet fysiek ongeschoold werk: dragen, spoelen, sorteren. Ik doe mijn best om te koken en het huishouden voor ons twee te dragen. Dat lukt. Ik heb tijd. Te veel tijd soms. Terwijl de was draait, denk ik na over thuis, werk en over wat volgt.
Ik haat de muffe geur hier. Het is geen plek om te blijven, maar ik heb Margot. Soms voel ik me schuldig omwille van de vrije tijd die ik heb. Het andere patroon verruimt mijn blik.
Mijn sabbatjaar loopt op zijn einde in mijn hoofd. De drang om te zien wat er achter de volgende heuvel ligt, is dood. Ik wil geen rugzak meer in- en uitpakken. Ik wil wind die ik begrijp en straten die ik ken. Ik wil Margot.
In het weekend zijn we vrij. Ik neem Margot mee uit eten, een eenvoudig restaurant in de stad. Ze koopt een winterjas, donkerblauw, praktisch. Ik zeg dat hij haar goed staat. Zij zegt dat hij warm genoeg moet zijn. We lachen veel.
We gaan zelfs zwemmen in zee. Het water is tussen tien en vijftien graden in oktober. Het is waanzin en het is heerlijk. We rennen gillend het water in. Daarna waaien we uit op het strand, onze huid tintelend van kou. De wind maakt het hoofd leeg.
’s Avonds lig ik vaak wakker. Ik wil naar huis. Ik wil solliciteren, gaan werken, mijn leven weer opnemen. Dat betekent Denemarken. Dat betekent dat Margot mee zou moeten. Een vreemde taal, een vreemd land. Wil ze dat? Kan je zo’n keuze vragen?
Ik leg het haar voor.
‘Het is een verstandige keuze,’ zegt ze uiteindelijk. ‘Maar voor mij ook een grote.’
Het idee moet rijpen.
Aan het eind van de maand zegt ze het in een kordate mededeling.
‘Ik ga mee.’