De andere kant van de maan. (deel 5)

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Amexic
Berichten: 209
Lid geworden op: wo 10 jun 2015, 20:14
Vul het getal in: 123
Locatie: Antwerpen

De andere kant van de maan. (deel 5)

Bericht door Amexic » do 15 jan 2026, 18:59

De andere kant van de maan. (deel 5)

Margot kondigt zaterdagavond aan tafel aan dat ze zondag met mij gaat wandelen naar ‘haar berg’.
‘Die wandeling hebben wij ook met haar gedaan,’ zegt Arjan tegen mij. Hij kijkt tegelijk naar Loïc.

Gretl heeft voor ons een rugzak klaargezet met een picknick en een fles wijn.
‘Maar meisje toch,’ zegt ze tegen Margot. ‘Waarom ga je weer naar die berg? Je zou hem beter achter je laten. Je toekomst ligt voor je, niet achter je.’
Ze geeft Margot een zoen op het voorhoofd.
Het is bevreemdend. Gisteren begreep ik de blik tussen Arjan en Loïc niet. Nu zegt Gretl iets wat ik niet kan plaatsen.

Margot kent de streek op haar duim. Ze wil de rugzak zelf dragen. Na aandringen stemt ze erin toe dat we afwisselen. Het valt mee. De fles wijn en de andere drank wegen het zwaarst. Bij het afdalen zal dat minder zijn. Ik weet dat Margot nog ander gewicht meedraagt. Een last die ik niet kan voelen.
Ze weet veel over druivenrassen en over schimmelziekten, meer dan je zou verwachten. Ook de plaatselijke flora kent ze goed. In september zou je denken dat daar weinig over te vertellen valt. Mijn opleiding richtte zich op de agro-industrie; ik herken gedeelde interesses. Margot praat honderduit. ‘Wat een heerlijk klimaat', zeg ik. Ik draag mijn topje. Dat blijkt een goede keuze.
Tegen de middag bereiken we de top. Pas op het einde van de klim verlaten we het bos en opent het landschap zich. Er staat een picknicktafel; zoeken hoeft niet. Eitjes, sla, kaas, fruit…Alles zit in de rugzak. Ik ben Gretl dankbaar. Een halve fles wijn kan ik zonder moeite aan. De fles samen leegdrinken maakt het hoofd en de rugzak lichter.
‘Hoe mooi is het hier.’
‘Ik was twaalf toen ik hier voor het eerst kwam. Ik kon de top vanuit ons huis zien. Het was een doel. Ik was alleen. Thuis kwamen we zelden het dorp uit.’ Ze wijst naar beneden. ‘Daar ligt mijn geboortedorp.’
Ze zwijgt even.
‘Ik kwam de eerste keer in de hemel. Later ben ik teruggekomen, op het slechtste moment van mijn leven. Van deze berg kan je niet springen. Hij is niet steil. Als het had gekund, had ik het gedaan. Ik heb hier de nacht doorgebracht. Toen het begon te regenen, ben ik afgedaald. Onderkoeld en ontredderd ben ik bij Gretl en Marcel gaan aankloppen.’
Ik zeg niets. Na een stilte schakelt Margot over op iets luchtigs.
Ik onderbreek haar.
‘Wat was er gebeurd?’
De stilte die volgt, is beklemmend.
‘Ik kan het niet verwoorden.’
‘Margot, je moet het me vertellen.’
‘Het gaat niet. En ik wil het je niet aandoen.’
Ik drink de wijn zonder ervan te genieten. Waar hij lichtheid zou kunnen brengen, maakt hij me zwaarder. Margot doet even later wat ze goed kan: opgewekt zijn. Het irriteert me.
‘Margot, zwijg.’
Ze gehoorzaamt.
We komen al in de vroege namiddag terug op onze kamer aan.
‘Sorry, ik heb je dag verpest,’ zegt ze.
‘Je hebt mijn dag niet verpest. Ik voel me rot omdat ik zelfs niet mag weten waarom ik verdrietig moet zijn.’
‘Sorry,’ zegt Margot opnieuw.
Ik besluit te douchen. Voor het eerst staat Margot even later samen met mij onder de waterstraal. We drogen ons samen af en trekken nette kleren aan. Het avondmaal zal straks feestelijk zijn, het is zondag. We gaan naast elkaar op een bank in de tuin zitten en wachten zwijgend tot het tijd is om te eten.
Het eten smaakt. Er wordt veel gelachen aan tafel. Een buitenstaander zou niets gemerkt hebben. Arjan neemt me even apart.
‘Wij weten het niet. Begrijp je me? Wij waren ook met haar op de berg,’ zegt hij zacht.
‘Ik weet het ook niet,’ fluister ik.
In bed kruipt Margot tegen me aan. Ik wrijf over haar rug om haar te troosten. Ze ontspant en streelt ook mijn rug.
‘Het is mijn schuld. Ik mag je niet meeslepen in mijn onaangename verleden.’
‘Je mag niet over schuld spreken als je er niet de oorzaak van bent.’
Ik krijg de indruk dat niet ik Margot troost, maar zij mij.
We zouden zo kunnen blijven liggen en inslapen, maar voor een goede nachtrust kiezen we elk onze eigen matras.

Gesloten