De andere kant van de maan. (deel 2)
Mijn verhaal begint in Colmar.
Volgens afspraak zal ik worden opgehaald. Aan het gedrag van een wachtende man zie ik dat hij mijn chauffeur kan zijn. Ik spreek hem aan. ‘Kaysersberg?’ blijkt voldoende.
Onderweg blijft het stil. De man stopt met proberen. In Frankrijk spreekt men Frans.
Hij brengt me naar mijn kamer. ‘Eten om zeven. Iedereen is nog aan het werk.’ Dat begrijp ik. Ik zal me installeren.
Ik deel de kamer. Twee bedden. Op het rechtse is geslapen. De kamer is luxueus. Buiten de druivenpluk is dit een B&B. Er is een inloopdouche. Het toilet is apart. De lavabo staat in de kamer; de spiegel maakt deel uit van de douchewand.
Ik fris me op, leg mijn spullen weg. Voor ik de wifi code ken, stuur ik een bericht naar huis. ‘Goed aangekomen.’
Ik verken de tuin. Het zwembad lonkt. Rozen en dahlia’s bloeien nog uitbundig, maar het seizoen ademt herfst. De peperachtige, kruidige geur van gekneusde dahlia’s overheerst de zoete geur van de rozen. Buiten is het warm, terug binnen koel.
Mijn kamergenote ramt de deur open. Ik voel het drukverschil.
‘Margot.’
‘Freya.’
Ze steekt haar hand uit. Paars. Druivensap.
‘Eerst douchen,’ zegt ze.
Ze kleedt zich uit en hangt haar kleren over een stoel. Terwijl het water stroomt, is het stil. Wanneer ze terugkomt, droogt ze zich af. We zijn vrouwen onder elkaar. Er is geen reden om preuts te zijn. Ik bewonder de schoonheid van Margot maar slik bij de aanblik van haar naaktheid. Ze heeft vaak een topje gedragen aan haar diep gebruinde schouders en het contrast op haar huid te zien. Ook sporen van een bikini… Ze zal een B-cup hebben. Ik heb wat meer. De mijne zijn ronder. Haar tepels steken iets opwaarts. Ik kijk niet weg. Margot is ‘naturel’.
Ze draagt een eenvoudig wit T-shirt en kort afgeknipte jeans. Haar haren zijn kort, donker. Ze kamt ze snel. Praten doen we gebrekkig. Ze spreekt geen Engels. Ik gebruik geen vertaler.
Ze toont me de rest van het huis. Toiletten en douches in de gang. Die zullen wij niet nodig hebben. ’s Morgens eten we in de kleine keuken of in de ontspanningsruimte.
In de keuken hangt het huisreglement, ook in het Engels. Geen toegang tot het zwembad. Geen andere kamers betreden. Geen sterke drank op de kamer. Wijn van het huis is toegestaan. Alcohol mag het werk niet beïnvloeden.
De laatste regel luidt: ‘Zorg voor zon, ook als het regent.’
Ik heb nergens moeite mee.
We eten buiten. De zuidmuur houdt voldoende warmte vast om de koelte van de herfst nog even tegen te houden.
Ik voel me onwennig in dit exclusief Franstalige gezelschap. Ik had een internationale mix van studenten verwacht. In plaats daarvan zijn er opvallend veel ouderen, tenminste vergeleken met mijn leeftijd. Later verneem ik dat het kennissen en familie van de wijnbouwer zijn. Er zijn ook jongeren zoals ik, gerekruteerd via dezelfde organisatie. De meesten zijn helaas Frans.
Marcel, de wijnbouwer, stelt me voor aan de anderen.
De jongeren klitten samen. Margot en ik zitten aan tafel bij Arjan en Loïc, twee Franstalige Belgen, neem ik aan. Praten met Loïc is lastig; hij spreekt snel. Arjan daarentegen praat wonderbaarlijk vlot Engels. Dat helpt. Hij vertelt over het werk van de volgende dag. Margot en ik zullen een duo vormen. Hij plukt al twee weken samen met Loïc. Ze zijn duidelijk op elkaar ingespeeld. Arjan is rustiger, Loïc de prater. Ik begrijp er weinig van.
‘Pas morgen op voor de scherpe schaar,’ waarschuwt Arjan. Hij toont het verse litteken op zijn vinger.
Na het avondeten trekken Margot en ik naar onze kamer. We poetsen samen onze tanden aan de lavabo en trekken onze nachtkledij aan. Margot draagt een nachtkleed, ik een short en een T-shirt. Ze ligt op haar rug en staart naar het plafond. Ik stuur berichten naar Erika en andere vriendinnen.