Pagina 1 van 1

VERLOREN ONSCHULD - hoofdstuk 3

Geplaatst: vr 02 jan 2026, 17:28
door Lucky Eye
Een verhaal van Lucky Eye

Disclaimer:
Dit verhaal is niet gebaseerd op feiten. Elke overeenkomst met gebeurtenissen, personen, plaatsen en tijden berust dan ook op toeval.



VERLOREN ONSCHULD



Hoofdstuk 3

De rit duurde maar kort en toen Jaap uitstapte, zag hij zijn moeder in de deuropening staan. Verdriet en pijn stonden op haar gezicht te lezen. Het was een kwelling voor hem. Wat hij op het gezicht van zijn vader had gezien, had hij niet echt een plaats kunnen geven, maar dit was overduidelijk. Ze sloeg haar armen stevig om hem heen en even dacht hij opnieuw in tranen te zullen uitbarsten. Maar nee, niet nu. In de woonkamer zaten ze zwijgend bij elkaar totdat hij de stilte verbrak.

'Hoe laat is het?'

'Het is elf uur,' antwoordde Leon.

'Ik wil graag wat slapen.'

'Maar heb je dan helemaal niets te zeggen?' wilde Marianne weten.

'Nu nog niet, alsjeblieft. Later zal ik praten, maar nu wil ik rusten.'

'De dokter heeft hem gezegd dat hij eerst moet gaan rusten,' legde Jan uit.

'Willen jullie meekomen?' vroeg Jaap met een vragende blik gericht op zijn ouders. Beiden stonden ze op en liepen achter hem aan naar boven. Op zijn slaapkamer kleedde hij zich in hun bijzijn uit en stapte in bed. Het doosje met pillen had hij op zijn nachtkastje gelegd. Jan haalde een glas water en daarmee werkte de jongen de pil weg. 'Niet weggaan, hoor! Ik kan niet zonder jullie,' zei hij met onzekere stem. Lianne pakte zijn hand en drukte er een zoen op.

'We blijven bij je, jongen. We zullen er voor je zijn.' Langzaam zagen ze hoe de ogen van hun oudste zoon dichtvielen. Zwijgend keken ze naar hem en merkten hoe de ademhaling van hun zoon langzaam rustig werd en de borstkas nog maar heel licht op en neer ging. Beiden bleven ze eerst lang zwijgen. Ieder in gedachten verzonken, totdat Lianne het niet langer uit kon houden en haar gedachten onder woorden probeerde te brengen. 'Wat hebben we in vredesnaam verkeerd gedaan, Jan?'

'Helemaal niets, lieverd. Ik zou het in elk geval niet weten. We hebben ze altijd voorgehouden dat er met ons altijd over van alles te praten is, en dat ze naar ons toe moeten komen als hen iets dwars zit. Ik weet het echt niet.'

'Maar … dit moet iets vreselijks zijn, als hij het niet aandurft om er met ons over te praten. En stel …'

'Laten we niet gaan gissen, Lianne. Dat heeft geen enkele zin. We zullen de komende uren af moeten wachten, totdat hij het ons vertelt. We kunnen van alles en nog wat gaan bedenken, maar hij is de enige die weet wat er echt aan de hand is.' Hij kneep harder in haar hand. 'En laten we proberen onszelf nergens de schuld van te geven. Jij en ik weten hoe we onze kinderen hebben opgevoed. We zijn altijd open en eerlijk tegenover hen geweest. Dus …'

Ze knikte naar hem en liet haar hoofd tegen zijn schouder vallen. 'Kijk hem nou toch liggen. Nog zo jong en dan al zulke problemen. Dat wens je toch niemand toe!'

'Nee, zeker niet. En zeker niet je eigen kinderen. Toen ik hem daar in school zag zitten, had ik het gevoel dat het allemaal niet waar kon zijn. Jaap is altijd zo sterk, zo realistisch geweest en dan ineens is hij dit zielige hoopje mens.'

Af en toe ging een van beiden naar beneden om bij de andere kinderen te zijn. Tegen één uur namen ze eten en drinken mee naar de slaapkamer van Jaap om daar te picknicken.

Iets na vieren werd er zachtjes op de deur geklopt en Marianne kwam binnen.

'Sander is er,' fluisterde ze. Lianne stond op en liep naar haar toe.

'Als jij bij je vader wilt blijven zitten, dan ga ik wel even naar hem toe.' Lianne liep zachtjes de trap af. Sander zat in de woonkamer en stond op toen zij binnenkwam. Ze zag dat hij klaarstond om haar een hand te geven, maar negeerde dat. Ze spreidde haar armen en omhelsde hem. 'Wat moet jij geschrokken zijn, Sander!'

'Ja. Dat was ik ook. Ik dacht echt dat hij daar op de grond dood zou gaan.'

'Kom, laten we op de bank gaan zitten, en vertel me er alles over.' De tijd daarna luisterde ze aandachtig naar dat wat Sander vertelde. Ze merkte dat hij het er nog steeds moeilijk mee had, en pakte zijn rechterhand beet.

Thuis had Sander meteen aan zijn ouders verteld wat er gebeurd was. Maar toch was hij blij dat hij het hier opnieuw kwijt kon. Maar nu was het tijd voor de vraag die hij meteen al had willen stellen. 'Hoe is het met hem nu?'

'Hij slaapt nu,' en ze keek snel op haar polshorloge, 'zo’n vijf uur en het lijkt er nog niet op dat hij snel wakker wordt.' Ze keek hem aan en glimlachte. 'Wil je wat drinken?'

'Graag, maar blijf rustig zitten. Ik weet het wel te vinden. Wilt u ook wat drinken misschien?' Lianne zei dat ze ook wel een glas cola lustte. Sander was kind aan huis, en kwam even later met twee glazen cola terug.

Toen hij weer tegenover haar zat, vroeg ze hetgeen haar dwars zat. 'Heb jij enig idee, Sander, wat hem dwars zit? Heeft hij problemen op school, problemen met een vriendinnetje, aan de drugs of …?'

Sander viel haar in de rede. 'Ik weet het echt niet. Als ik het wist, zou ik het meteen vertellen, omdat wat ik vanmorgen gezien heb voor altijd in mijn geheugen gegrift zal blijven. Ik was zo vreselijk bang dat hij dood was!' Even staakte hij zijn antwoord. 'Nee, ik weet het niet, maar de dingen die u noemde, dat kan het niet zijn. Als hij een vriendinnetje had, dan zou ik het weten. Op school is hij een van de allerbesten, dat weet u net zo goed als ik. En drugs … daar komen we absoluut niet aan. We roken niet en drinken… nou ja, dat laatste met mate.'

'Wij weten het namelijk ook niet, Sander, en dat is een verrekt machteloos gevoel. Als ouder denk je je kinderen te kennen, en dan blijkt ineens … dat één van hen een gigantisch geheim met zich meedraagt, en daar met ons niet over durft te praten.'

'Ja, dat lijkt me heel erg. Maar het is niet zozeer dat hij niet durft te praten … tenminste dat hoorde ik Meijer tegen de dokter zeggen. Hij is niet bang voor jullie.'

'Maar wat dan?'

'Hij is bang voor jullie reactie. Zoiets ving ik op.'

Lianne kwam met dit antwoord niet veel verder. Het bleef een grote puzzel voor haar. Ze wilde heel graag weer terug naar boven en vertelde dat tegen Sander.

'Kan ik me heel goed voorstellen. Vindt u het goed dat ik vanavond even bel om te horen hoe het met hem is?'

'Natuurlijk, Sander, en nog bedankt voor alles wat je voor hem gedaan hebt.'

'Logisch dat ik dat deed. Dat doe je toch voor een vriend?'

'Je bent een goede vriend, Sander.' Ze liet hem uit en ging de trap weer op. Marianne stond meteen op. Op de overloop vroeg Lianne haar waar Leon was.

'Die is weggegaan naar een vriendje. Hij kon van al dat gedoe niets begrijpen, zei hij me, en had geen zin om zinloos te wachten.'

Lianne schudde haar hoofd. Typisch Leon. Ze vroeg haar dochter of die misschien weer wat boterhammen wilde klaarmaken. Echt uitgebreid warm eten, daar had ze geen zin in. Ze ging de kamer in, en zag dat Jaap zich op zijn zij had gedraaid. Zijn hoofd lag naar hen toegekeerd.

Het was vijf uur geworden toen Jan en Lianne met enige opwinding zagen hoe Jaap langzaam wat onrustiger begon te worden. Als hij bewoog, keken ze elkaar vol verwachting aan, en toen hij zijn ogen eindelijk opsloeg, zag hij twee stralende glimlachen.

'Hoi,' zuchtte hij. 'Ik ben er weer.'

'Gelukkig, Jaap. We zijn blij dat je er weer bent.'

'Kunnen we naar beneden gaan? Ik heb honger!' Jan pakte de ochtendjas van zijn zoon en hield deze voor hem op. Jaap stopte zijn armen erin en trok hem aan. Daarna liepen ze naar de woonkamer toe. Marianne was druk bezig geweest met het opnieuw maken van boterhammen, en had inmiddels een hele schaal vol. Leon was ook weer thuis. Rond de lage tafel aten ze in stilte. Toen ze na de maaltijd wat gedronken hadden, nam Jaap het woord. 'Graag zou ik even met pa en ma alleen willen praten,' zei hij terwijl hij zijn broer en zus aankeek. 'Jullie zal ik straks ook alles vertellen, maar eerst moet ik het bij hen kwijt.'

'Ik snap helemaal niets van dit geheimzinnige gedoe,' mopperde Leon. Marianne wierp hem een woedende blik toe.

'Leon! Alsjeblieft!' probeerde Lianne haar jongste tot kalmte te manen.

'Marianne, als jij en Leon nou eens naar onze slaapkamer gingen,' droeg Jan als oplossing aan. 'Er is vast wel ergens een leuke film op, en anders pak je maar een van de videobanden.'

'Prima,' zei Marianne opgewekt. Ze pakte haar broertje bij de arm, en sleurde hem de kamer uit. De stilte viel in en Jaap wist niet goed hoe te moeten beginnen. Gelukkig begon zijn vader te praten.

'Jaap?' begon Jan, nadat ze naar de bank in de voorkamer verhuis waren.

'Ja.'

'Al een paar dagen lang gedraag je je anders dan wij van jou gewend zijn. Vanmorgen spande de kroon, zei je moeder me. Nou ben je heus geen doetje, en we hebben heus wel vaker iets gehad met elkaar, maar dit keer was het gewoon heel anders, zo vreselijk …, hoe moet ik het zeggen …'

'Niet-Jaap!' vulde Lianne aan.

'Ja, dat is misschien de beste omschrijving. Je bent gewoon niet jezelf! We zijn blij dat je met ons wilt praten en niet langer door blijft lopen met datgene wat je dwars zit.'

Daar zat hij dus. Met aardig dicht bij hem zijn vader op de bank en aan de overkant van de lage tafel zijn moeder. Jaap durfde ze niet aan te kijken. Hij hield het hoofd gebogen en zijn ogen strak gericht op zijn voeten.

Zijn ouders gunden hem dat moment van stilte, maar toen het Jan te lang stil bleef, begon hij opnieuw te praten. 'Waarom is het zo moeilijk om met ons te praten?'

Jaap schraapte zijn keel. 'Omdat dit niet iets is zoals anders. Vergeleken met dit zijn al die andere dingen kinderachtige onbenulligheden geweest.'

'Maar je kunt toch over alles met ons praten?'

'Ja, dat weet ik. Ik ben misschien ook niet bang om met jullie te praten. Maar wel voor jullie reactie.'

'Heb je iets stoms gedaan dan?' vroeg Lianne.

'Nee, je weet dat ik daar te braaf voor ben.'

'Nou, wat is het probleem dan?' vroeg zijn vader met een glimlach.

'Het probleem is dat ik bang ben dat dit misschien wel de allerlaatste keer is dat we zo bij elkaar zitten.'

Zijn ouders keken hem en elkaar geschokt aan.

Lianne stond van haar stoel op en liep op de bank toe. 'Hup, schuif op,' maande ze Jaap.

Deze schikte dichter naar zijn vader toe, en zij nam de leeggekomen plaats in. Hij voelde de hand van zijn moeder die zij op zijn bovenbeen legde, en tegelijkertijd de arm die zijn vader om zijn schouders sloeg. Het voelde zo heerlijk geborgen aan.

'Jaap Bloemendael, ik weet niet wat je dwarszit maar er kan helemaal niets zijn dat ons van jou zal vervreemden. No way, jongen. Je zult altijd onze zoon zijn, en we zullen altijd van je houden. Heb je mij gehoord!'

Gedwee knikte Jaap zijn hoofd.

'Heb je soms een meisje zwanger gemaakt?' viste zijn vader.

'Nee, dat is het helemaal niet. Het is gewoon, zo verrekte persoonlijk, privé, en meteen ook alles bepalend dat ik het haast niet over mijn lippen kan krijgen.'

'Maar jij wilde praten, jongen,' deed Jan een poging.

'Ja, dat wil ik ook. Ik wil al drie jaar lang met jullie hierover praten, maar heb het steeds maar weer uitgesteld. Altijd had ik wel een goede reden om maar niet te hoeven praten, maar deze dag had ik in mijn kop gezet als de dag dat het moest gebeuren, maar … daarom … is het nog niet minder moeilijk. Mijn kop barst, mijn maag doet zeer en mijn hart gaat weer als een razende te keer.'

Jan stond op en liep naar de keuken, om even later terug te keren met een in een glas water opgeloste paracetamol. 'Het zal niet meteen helpen en het is zeker geen spraakwater,' zei hij.

Jaap bedankte hem en sloeg het achterover. Toen zijn vader weer naast hem zat, met die geruststellende arm om zijn schouders heen, begon hij voorzichtig te praten.

'Ik … ik ben homo, ik word verliefd op jongens, en ik verlang naar seks met jongens.' Het hoge woord was eruit, maar maakte het allemaal niet minder erg. Zijn hart bleef als een idioot bonken, en zijn hoofd knapte zowat. De arm van zijn vader bleef waar hij was, en ook zijn moeder haalde haar hand niet van zijn bovenbeen af, en dat … dat voelde als een geweldige bevrijding aan.

'Gut, jongen,' zei ze, 'wat zul je het daar moeilijk mee gehad hebben.'

'Ja, vreselijk moeilijk, Ma,' sprak hij door zijn doorbrekende tranen heen. Ze kwamen nu in, naar het leek, één grote bui. Het leek maar niet te willen stoppen.

'Maar daar kun je toch wel met ons over praten,' probeerde zijn vader, nadat Jaap weer wat tot rust gekomen was.

'Vind je?'

'Ja, waarom niet?' zeiden zijn ouders tegelijk.

'Weet je in hoeveel gevallen een "coming out" verkeerd afloopt?' Twee schuddende hoofden zag hij. 'Ik heb heel veel gechat de laatste jaren. Met heel veel jongens hierover gesproken en in heel, echt heel veel gevallen leidt het tot gigantische ruzie thuis op z’n minst, of tot mishandeling. Veel jongens worden op straat gegooid, omdat ze homo zijn.'

'Maar wij zijn toch niet zo? Heb je dan nooit begrepen dat we ontzettend veel van je houden? Dat je, wat er ook gebeurt, ons kind bent?'

'Ja, dat wel. Natuurlijk wel,' snotterde Jaap, 'maar er is ook nog zoiets als het geloof. Het geloof dat zegt dat het niet mag! De Bijbel waarin geschreven staat dat het "een gruwel in Gods ogen is".'

'Jaap, hou op!' bracht Jan in. 'Dit gaat over jou en ons. En niet over de Bijbel. Het gaat over de relatie tussen jou, je moeder en mij. En die blijft altijd hetzelfde wat er ook gebeurt. Altijd! Hoor je me!'

'Maar het mag toch niet!'

'Jongen, als God gewild had dat jij anders was, had hij je anders moeten maken. We geloven dat hij de Schepper is toch? Dan had hij het maar beter moeten regelen. Volgens mij heb je als homo geen keuze! Je kiest er toch niet voor om homo te zijn? Je bent het, of niet en daarmee punt uit.'

'Maar het staat er toch, zwart op wit!' gaf Jaap zich nog steeds niet gewonnen.

'Ja,' nam zijn moeder het woord, 'het staat er inderdaad. Maar je vader en ik zien de Bijbel niet als een handboek hoe de mens vandaag moet leven. Het boek is geschreven in een bepaalde tijd, in een bepaalde cultuur en context. Dat mag je nooit vergeten. Je kunt het geschrevene niet zomaar overhevelen naar onze tijd en zeggen "zo staat het er en zo moeten we het dus doen". Tenminste, dat is niet de manier waarop wij de Bijbel lezen.'

'Ooit heb ik eens gelezen dat er leerlingen van Maarten Luther bij hem kwamen met een vraag over een moeilijk stuk in de Bijbel. Luther zei hen dat ze de Bijbel moesten lezen zoals ze vis aten. De graten, dingen die ze niet begrepen, moesten ze terzijde leggen. En zo lees ook ik de Bijbel. Ik geniet van de mooie dingen die er in staan, en de dingen waar ik helemaal niets mee kan, laat ik liggen,' vulde Jan aan.

'En wat voor vreselijke dingen staan er in die Bijbel wel niet over vrouwen!'

'Dus …,' begon Jaap.

'Dus hoef jij je geen zorgen te maken dat wij jou, onze zoon die homo is, zullen verstoten om dingen die in de Bijbel staan,' vulde Jan Bloemendael aan. 'Ondanks alles wat die Bijbel zegt, blijven wij je moeder en vader, en zullen wij je niet verstoten, lieve Jaap.'

Opnieuw plengde Jaap zijn tranen. Zijn vader trok hem tegen zich aan, zodat hij met zijn hoofd tegen zijn borst lag. De handen van zijn moeder streelden over zijn rug. En zo, hun liefde voor hem voelend, kwam hij langzaam tot bedaren. Toen zijn hart eindelijk in een wat rustiger tempo begon te slaan, tilde hij zijn hoofd weer op. 'Vinden jullie niet dat ik nu tegenval?'

'Verdorie, Jaap! Hou daar nou mee op!' verzuchtte zijn moeder.

'Je valt ons niet tegen! We hebben je toch nooit geleerd dat je alleen maar bij het leveren van een goede prestatie door ons lief en aardig gevonden wordt? Of wel?' wilde zijn vader van hem weten.

'Nee, dat niet, maar …' Jaap verviel in stilzwijgen. 'Maar ik heb jullie ook niet durven vertrouwen. En daar schaam ik me nu eigenlijk voor.'

'Jaap, je hebt heel goede redenen gehad om te twijfelen. Die twijfel was in jouw geval ongegrond, maar je hebt, zoals je ons vertelde, verhalen genoeg gehoord van jongens die ook dachten dat de liefde van hun ouders onvoorwaardelijk was, en die behoorlijk op de koffie zijn gekomen. Daarom ben jij begonnen te twijfelen. En dus nemen we jou helemaal niets kwalijk,' zei Lianne. 'Ik vind het alleen zo vreselijk rot voor je dat je jarenlang jezelf zo’n verdriet hebt gedaan.'

'Wist je het allang?' vroeg zijn vader.

'Ja, ik denk mijn hele leven al wel. Maar pas in de brugklas begon het wat vorm te krijgen. Als er onder de jongens gepraat werd over seks, dan luisterde ik heel goed, maar ik had meer oog voor wat zich in hun kruis afspeelde, dan dat die verhalen mij iets deden. Later kwamen de fantasieën. Verliefdheid op een prachtig mooie, maar onbereikbare leraar,' hij snoof. 'En natuurlijk ook de zelfbevrediging. Maar na de bevrediging meteen ook weer de verwijten aan mezelf. Dat ik het toch weer had laten gebeuren. Telkens weer die verwijten aan mezelf dat het niet goed was, dat het niet mocht. Ik heb God zo verschrikkelijk vaak om vergeving voor die zonde gebeden, dat ik er haast gek van werd en me telkens ook weer afvroeg hoe vaak God me zou willen vergeven, of ik niet het gevaar liep in de hel terecht te komen. En al die gedachten maakten het er niet bepaald leuk op om homo te zijn.' Opnieuw snoof hij. 'Het is een hel voor me geweest, en ik wou dat ik er veel eerder met jullie over gepraat had, dan …'

'Achteraf weten we altijd alles veel beter, Jaap,' interrumpeerde zijn vader hem. 'Dat is nou eenmaal een feit. Leer ervan, dat is het enige wat ik kan zeggen.'

'Ik beloof jullie dat als ik weer iets heb, ik meteen bij jullie zal komen. En, Pa, maak je nou maar niet meer ongerust.'

Verbaasd keek Jan zijn zoon aan, maar toen hij de glimlach op diens gezicht zag doorbreken, begreep hij dat er een grap aan zat te komen.

'Een jongen zwanger maken, dat lukt me niet!'

Vader, moeder en zoon lachten samen.

'Ga je het nog aan anderen vertellen?' wilde Jaaps moeder daarna graag weten.

'Marianne en Leon wil ik het vertellen, maar verder voorlopig niet.'

'Je vrienden dus ook niet? Of op de voetbal, of op school?' vroeg ze. 'Sander?'

'Nee, op school en de voetbal zeker niet. Je staat dan ineens tegenover een hele groep en dan zijn er altijd van die homo-onvriendelijke figuren bij, en ik weet niet of ik dat al wel aankan. Ik moet eerst maar eens wat meer eelt op mijn ziel kweken, denk ik,' zei hij glimlachend. 'En Sander, dat vind ik helemaal moeilijk. We zijn al zo verrekte lang vrienden dat ik onze vriendschap met zo’n mededeling eigenlijk niet op het spel durf te zetten!'

'En heb je al seks gehad?' vroeg Jan.

'Pa, ik ben pas 16, man!'

'Nou en? Toen je moeder en ik zo oud waren, hadden we al diverse keren seks met elkaar gehad, hoor! Omdat we het later een keer onveilig deden, moesten we toen ook vroeg trouwen, maar geloof me, ik heb nooit ergens spijt van gehad.' Verwachtingsvol keek hij zijn vrouw aan.

'Ik ook niet, Jan. Seks is goed. Seks is iets prachtigs. Van seks mag je genieten, Jaap.'

'Ik heb nog niets gedaan met jongens, maar wil het wel heel graag. Maar wilde ook eerst dat jullie het zouden weten. Ik heb er van gebaald als ik stiekem op internet zat te chatten, of plaatjes zat te kijken. Steeds dat stiekeme gedoe. Snel de computer uit als ik iemand de trap op hoorde komen. Ik wil dat niet meer!'

'Beloof me één ding, jongen,' begon zijn vader serieus.

'En dat is?'

'Dat je het nooit op gekke, of onveilige plaatsen gaat doen. Doe het op een plaats die voor jou veilig is. Je eigen huis, je eigen kamer; je thuis is zo’n veilige plek. We vinden het heus niet erg als je vriendjes mee naar huis zult nemen. Als je hetero zou zijn, zouden we het ook niet erg vinden als je vriendinnetjes meenam dus, als je iemand hebt en het wilt gaan doen, doe het dan gewoon hier.' Hij zag hoe het gezicht van zijn zoon opvrolijkte. 'En wij zullen zorgen voor de juiste randvoorwaarden door de komende week samen met jou een tweepersoonsbed te gaan kopen.'

'Wat?'

'Ja, seks met z’n tweeën op een eenpersoonsbed dat is nou niet echt prettig. En ik spreek uit eigen ervaring,' lichtte Lianne toe.

'Jullie zijn te gek! Weet je dat?'

'Nee, dat wisten we niet, maar het is fijn om te horen.'

'Trouwens … over seks gesproken,' begon Jan, 'je gaat het toch wel veilig doen, hè?'

'Als ik iets ga doen, zal ik het zeker veilig doen. Daar kunnen jullie van op aan. Voorlopig zal ik het echter bij de kleinere dingen laten. Het echte,' Jaap begon hevig te blozen, 'het neuken, bedoel ik, daar wil ik mee wachten tot ik echt verliefd ben en weet dat die ander dat ook op mij is.'

'Je bent een goede knul,' zei zijn moeder en gaf hem een zoen op zijn wang.

'Een bovenste beste,' voegde zijn vader toe en zoende hem ook.

'Ja, ik vind toch dat zoiets zo intiem is dat je dat alleen maar deelt met iemand waar je echt van houdt. Ik wil het niet zomaar doen. Het moet iets speciaals zijn.'

'Jongen, ik hou van je,' zei Lianne met een diepe zucht. Zijn vader herhaalde de woorden van zijn vrouw. Het gesprek had lang geduurd en het was inmiddels al erg laat geworden.

'Zouden die twee nog achter de t.v. zitten?' vroeg Jan zich af. Gehaast stond hij op en rende naar boven. En inderdaad: Marianne en Leon zaten nog rustig voor de beeldbuis. 'Zeg hoe heb ik het nou! Die film is toch allang afgelopen?'

'Jawel, maar er was nog zoiets leuks op,' legde Marianne uit.

Met een heftig knikken viel haar jongere broertje haar bij.

'Naar bed jullie!'

'Oké! We gaan al, dictator!'

'Hé, Pa,' zei Jaap die inmiddels ook naar boven gekomen was, 'zou ik misschien nu nog even met ze mogen praten? Ma heeft gezegd dat het goed was, maar dat jij de beslissing mocht nemen. En morgen hebben we de hele dag vrij.'

Jan bromde wat in zijn hand en dacht, dat heeft die vrouw van mij weer aardig geregeld. Hoe kan ik nu nog "nee" zeggen? 'Ja, tuurlijk, Jaap. Het is goed, maar wij gaan ondertussen wel alvast naar bed, hoor. Dus verkassen met z'n drieën!'

'Is goed, welterusten en nogmaals bedankt voor alles!'

Jan haalde zijn hand door het lichtblonde haar van zijn zoon en drukte een kus in zijn haren.

'Wat heeft die?' gilde Marianne, terwijl ze op Jaaps uitnodigende gebaar diens kamer binnenging.

'Ouderdom, denk ik,' was Leons reactie en hij liet zich naast zijn zus op Jaaps bed ploffen.

'Nee, jongens, dat is ouderlijke liefde. Iets waar je nooit genoeg van zult krijgen.'

'Wauw, hoor de predikert, zeg!' grapte Marianne.

Jaap ging op zijn bureaustoel zitten en begon langzaam zijn verhaal te doen. De ogen van zijn zus en broer werden groter en groter, en toen hij vertelde hoe moeilijk hij het ermee gehad had, zag hij hoe ook bij hen de tranen in hun ogen glinsterden.

Marianne was de eerste die reageerde. Ze sprong op en was met één stap bij hem. 'Oh, Jaap! Ik vind het zo moedig van je om zoiets te durven doen! Wauw, mijn broer is homo!' Ze sloeg haar armen om hem heen en vermorzelde hem zowat.

Leon bleef zitten en wist zich eerst geen houding te geven. Wat zou hij moeten doen? Moest hij op dezelfde manier reageren als Marianne om aan te geven dat hij het wel goed vond? Of … Uiteindelijk stond hij op, en toen zijn zus Jaap eindelijk los liet, reikte hij hem zijn hand. 'Ik weet eigenlijk niet hoe ik moet reageren, Jaap!' En toen volgde heel snel: 'Heb je al die keren dat je mij naakt hebt gezien hier thuis, op vakantie, als we samen een kamer deelden, aan seks gedacht met MIJ?'

Jaap glimlachte. 'Leon, ik heb nog nooit aan seks met jou gedacht. Je bent mijn broer! En een heel goede vriend, maar niet mijn vriendje!'

Toen brak het ijs bij Leon en omhelsde ook hij zijn grote broer. 'Tof, man, om zoiets te durven vertellen. Maar nu we toch zo eerlijk tegenover elkaar zijn, wil ik best vertellen dat ik wel heel vaak naar jou heb zitten gluren. Weet je dat je een grote pik hebt?'

Jaap en Marianne braken in een lachstuip uit, terwijl Leon hen verbaasd aan stond te kijken.

'Echt waar, hoor! Marianne als je zijn pik zou zien …'

'Ja, zeg nou kan hij wel weer. Het is niet erg, Leon, dat je naar mij hebt zitten kijken. Tenminste, ik vind het niet erg. Dank je voor je complimenten, maar ik laat heus mijn pik niet aan Marianne zien.'

'Nou ja, ik bedoelde maar…' mompelde de jongste van de drie Bloemendaels

'Ik ben heel blij dat Ma en Pa en jullie het nu weten, maar vind het ook heel stom van me dat ik er zo vreselijk lang mee gewacht heb. Het was geen grapje wat ik zei over "ouderlijke liefde". Als ik geweten had dat zij er zo goed mee zouden omgaan, had ik het veel eerder verteld. Dan had ik mezelf een gigantische rottijd kunnen besparen.'

De andere twee knikten.

'Ze zijn niet zo vervelend als wij wel vaak denken willen,' concludeerde Marianne.

'Nee, het is een prima stel ouders,' voegde Jaap daaraan toe. 'Maar, nu ik jullie dit verteld heb, wil ik wel graag dat jullie het voor je houden. Ik ben nog niet van plan het aan de grote klok te hangen, dus … alsjeblieft, hou je mond erover. Ook tegenover je allerbeste vrienden en vriendinnen. Zodra ik het verder ga vertellen, mogen jullie dat ook doen. Afgesproken?'

'Akkoord!'

'Oké!'

De familiebijeenkomst op de slaapkamer van Jaap werd beëindigd en een ieder maakte zich op om naar bed te gaan. Jaap stapte als laatste onder de douche, en toen hij daarna naar zijn kamer liep, kwam zijn vader de overloop opgelopen.

'Hé, je moeder had je nog vergeten te zeggen dat je Sander even op moeten bellen. Doe je het nog eventjes?

'Ik zal het doen,' zei Jaap, 'Welterusten, Pa.

'Welterusten, jongen.'

Jaap liep zijn kamer in en trok zijn badjas aan. Toen liep hij zachtjes de trap af. In de woonkamer nestelde hij zich op de bank en tikte het nummer van Sander in. 'Goedenavond,' begon hij toen aan de andere kant werd opgenomen, 'met Jaap Bloemendael … Ja hoor, mevrouw met mij is alles weer in orde … Ja, dat geloof ik best, maar kan ik hem misschien nog even spreken?'

Sander kwam aan de lijn. 'Hé, Jaap! Alles goed, man?'

'Ja, kan niet beter.'

'En? Spanning eraf?'

'Zeker. Ik heb heel goed kunnen praten met m’n ouders, en echt dat scheelt een stuk kan ik je zeggen.'

'Blij voor je, man! Je hebt iedereen wel behoorlijk schrik aangejaagd!'

'Ja, ik weet het. Zal proberen het goed te maken.'

'Ben je gek!'

'Nee, ik niet!' Ze lachten en praatten nog een tijdje verder. Toen verbraken ze de verbinding. Jaap stond op en liep terug naar boven. Bloot kroop hij tussen de lakens. Het dekbed voelde heerlijk aan tegen zijn naakte huid. De fijne gedachten aan het goede gesprek overheersten alles wat er verder vandaag, en die moeilijke tijd daarvoor, gebeurd was. Het was fijn geweest. De arm van zijn vader om zijn schouders. De hand van zijn moeder op zijn been, maar vooral de liefde die hij in hun woorden had gehoord. De zorg die ze voor en over hem hadden. Het medeleven toen ze hoorden dat hij al jaren met zijn probleem geworsteld had. Morgen zou hij alles goed maken voor zover hij dat kon. Hij zou bloemen sturen naar Sander, naar meneer Meijer, naar de conciërges, naar mevrouw Snoeken en ook naar die zak van Nederlands. En voor zijn ouders zou hij een bijzonder boeket laten samenstellen. Hij wist wat hun lievelingsbloemen waren. Vervuld van deze vrolijke gedachten liet hij steels een hand over zijn borst glijden waarna hij met zijn tepeltjes begon te spelen. Zijn andere hand gleed naar zijn kruis. Voor de eerste keer in zijn leven zou hij straks geen schuldig geweten hebben, nadat hij klaargekomen was. Voor de eerste keer niet het gevoel dat hij een zonde begaan had. Er was niemand die over hem zou oordelen!

Wordt vervolgd …



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is, maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, december 2025
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.