Pagina 1 van 1

EEN BIJZONDERE KERST - INTERMEZZO 2 - hoofdstuk 8

Geplaatst: za 27 dec 2025, 17:29
door Lucky Eye
Een verhaal van Lucky Eye

Disclaimer:
Dit verhaal is niet gebaseerd op feiten. Elke overeenkomst met gebeurtenissen, personen, plaatsen en tijden berust dan ook op toeval.




EEN BIJZONDERE KERST – INTERMEZZO 2



27 DECEMBER

Hoofdstuk 8

Jacob en Jem hadden al voor het ontbijt de fiets van Henri helemaal nagekeken. Ze wisten dat ze de banden moesten plakken, maar ze hadden ook de remblokjes vervangen. Toch ging Henri niet meteen nadat ze met elkaar ontbeten hadden weg. Voor de anderen was het duidelijk dat hij er moeite mee had om naar huis te gaan. Zelf iets bedenken om zijn verblijf te rekken, konden ze niet en daarom lieten ze hem het moment van afscheid bepalen. Na koffie met vlaai gaf hij aan dat hij moest gaan.

'Ik ga mee!' riep Jem luid.

'Mee?' vroeg zijn moeder.

'Ja, ik wil nog iets kopen in Maastricht en zo kunnen we mooi samen opfietsen!'

Enerzijds vroeg Tinie zich af of haar zoon haar iets op de mouw spelde, en daarom keek ze meteen naar haar broer. Die haalde zijn schouders op. Anderszijds was ze blij dat Jem mee zou gaan, want nu hoefde Henri niet helemaal alleen naar Maastricht te fietsen. Natuurlijk hadden ze aangeboden dat ze hem naar huis wilden rijden, maar daar had Henri niets van willen weten. En … dat kon ze zich ook weer goed voorstellen. Het zou een overgang zijn van hier bij hen thuis naar zijn eigen huis dat geen thuis was, zoals hij het een paar keer had benoemd. 'Henri,' zo begon Tinie haar afscheidswoorden, 'ik geef je de sleutels mee van het huis van Jacob in Maastricht en dit huis. Je mag er altijd gebruik van maken, ook als we toevallig eens niet thuis zijn.'

'Maa… '

'Gewoon aanpakken en gebruiken, joh!' stelde Jem voor.

'Dank je. Ik … nou ja … ik weet even niet wat ik moet zeggen.'

'Ook dat hoeft … '

'Jem! Even niet!'

Jem hield zijn mond. Tijdelijk.

Het afscheid was hartelijk. En het kostte Henri grote moeite om zijn ogen droog te houden. Het lukte hem uiteindelijk niet. Toen Tinie hem als laatste omhelsde kwamen de waterlanders toch.

'Maak alsjeblieft gebruik van ons aanbod. Kom langs als je wil.' Even twijfelde ze of ze dit zo moest zeggen, maar ze deed het toch. 'En als je weer eens van plan bent om je kamer te verbouwen, bel één van ons dan dat je opgehaald wil worden. We doen het graag, Henri. Ons thuis is jouw thuis.'

Hij glimlachte om haar woorden. 'Dank je, Tinie. Ik … heb me nog nooit zo thuis gevoeld als deze afgelopen dagen.'

'Goed om te horen! Dan komt hij nog vaak terug!' concludeerde Jem.

---

Tijdens het fietsen naar Maastricht was Henri erg stil. In het begin wist Jem niet wat hij moest doen om een gesprek op gang te brengen. Af en toe stelde hij Henri een vraag, maar na het antwoord dat kwam, was het ook meteen weer stil. Uiteindelijk besloot Jem dat hij de clownsmodus aan moest zetten. Op de rustige stukken van het fietspad begon hij stunts uit te halen. Dat zorgde er al snel voor dat Henri reageerde.

'Niet doen, man! Dat is veel te link!'

'Ben je gek! Dit heb ik zo vaak gedaan!'

'Ja, ja!'

'Echt! Waarom denk je dat ik het zo goed kan! Alleen oefenen en veel doen helpt!'

De mondhoeken van Henri wilden omhoogschieten voor een glimlach, maar meteen bedacht hij zich ook. Het was geen goed teken dat Jem er veel mee geoefend had. Dat betekende dat … 'Je deed het om aandacht te krijgen?'

Een heel directe vraag, vond Jem. Maar wel honderd procent waar. In de grote groep van huis naar school en vice versa, was er nooit aandacht voor hem. In het eerste jaar had hij dat niet zo erg gevonden. Later wel. Wilde hij toch ook … af en toe … de aandacht van de anderen. En dan werkten die stunts. 'Ja, zo werkt dat rondom mij. Ik val niet zo op. Ben saai. Weet niet wat ik moet doen om … '

'Je zou helemaal niets bijzonders moeten doen om een stuk aandacht te krijgen, Jem!'

'Maar in de werkelijkheid van alle dag … hoor mij eens … werkt dat zo niet.'

Henri begreep het ineens toch. Werkte het in zijn leven ook niet zo? Als hij de aandacht van zijn ouders wilde, moest hij iets bijzonders vertellen. Zoals laatst toen hij verteld had dat hij homo was. Toen was er ineens wel aandacht voor hem geweest. In het begin in elk geval. Maar al snel had zijn moeder de aandacht naar zich toegetrokken door een zenuwtoeval te krijgen. Haar actie leek wel iets op die van Jem, Zijn moeder had geprobeerd de aandacht af te leiden van iets dat haar niet beviel, iets dat te gek was om over te praten. Jem wilde af en toe aandacht van de anderen, omdat … nou ja, gewoon omdat iedereen dat af en toe wil.

'Alles goed?'

'Ja! Bedankt, vriend! Ik moet gewoon zorgen dat ik niet al te veel denk, en jij hebt daar voor gezorgd.'

'Ik? Ik weet van niets!'

'Houden zo, Jem! Je bent een uitstekende vriend.'

'Gek, hè! We kennen elkaar … hoelang … doet er niet, toe en toch noem je mij een vriend, en jij bent mijn vriend. Een heel goed gevoel.'

Henri schoot in de lach. Hij voelde hoe de sombere bui die hij de hele ochtend en het begin van de terugreis had gevoeld begon te verdwijnen. Jem was een geweldige vriend! Eentje die je nooit in de steek zou laten. Die ervoor zorgde dat hij wel moest lachen!'

'Hier! Boterhammen! Eten!'

'Verplicht!'

'Zeker weten van wel! Als ik thuis kom, controleert mijn moeder of ik mijn portie op heb en ik wil niet de moppers over jou in ontvangst nemen!'

Voordat ze Maastricht inreden, waren de boterhammen allemaal op. Jem liet zich door de hoofdstad van Limburg leiden. Het was hem duidelijk dat Henri de stad veel beter kende dan hij. De hem bekende route ging ter hoogte van het Gouvernementshuis over de Maas, maar die was niet echt mooi te noemen. Henri voerde hem dwars door woonwijken heen.

'De Hoge Brug,' wees Henri toen hij de brug over de Maas in het zicht kreeg.

'Hoeveel bruggen zijn er over de Maas?'

'Euh… '

'Niet antwoorden, man! Ik wil het niet eens weten!'

'Maar … '

'Gewoon een gekkigheidje! Niets van aantrekken. Me gewoon negeren af en toe.' Het uitzicht vanaf de brug was prachtig. Aan de overkant kwamen ze op de Maasboulevard.

'Als je deze weg naar links volgt, kom je vanzelf bij mijn huis uit. Nou ja, niet vanzelf natuurlijk.'

'Ik begrijp het, je moet wel blijven trappen.' Jem schoot in de lach.

'Hier naar rechts,' wees Henri zijn vriend.

'Ik zou dit nooit terug kunnen vinden, weet je dat!'

'Altijd vooraf even op een kaart kijken, of gewoon de route kiezen die je gewend bent.'

'Dat zal ik zeker doen!'

Toen ze na een tijdje de plaats bereikten waar hun wegen zich zouden scheiden, vroeg Henri: 'Zullen we hier op de stoep even stoppen?' Jem moest vanaf hier naar het centrum, en zelf moest hij naar het conservatorium waar hij met een vriendin had afgesproken om wat stukken in te studeren voor de oudjaarsparty bij hem thuis. Ze zetten hun fietsen op de standaard en namen uitgebreid afscheid. In een stevige knuffel verstrengeld, schoot nu Jem vol.

'Verdomme, man! Ik wou … '

'Ik wou dat ik niet zoveel wou, maar … dat begint weer met "ik wou"' probeerde Henri hem aan het lachen te krijgen.'

'Wat is dat voor een stomme uitdrukking!'

'Hé! Een beetje eerbied voor de allergrootste artiest uit onze provincie, Jem!'

'Wie dan?'

'Toon Hermans. Het is een van zijn versjes. Ken je ze?'

'Ja, en eentje ken ik uit het hoofd.'

'Dat zal!'

'Geloof je me niet?'

Henri vond dat het nu zijn beurt was om een gekkigheidje uit te halen, en daarom schudde hij fanatiek zijn hoofd.

'Oké. Luister. Ik hoop dat ik me niet ergens vergis.'

'Ben benieuwd, Jem, maar als je ergens de mist ingaat, is dat niet erg.'

'Mist? Waar heb jij het nou over, dude! Het is hartstikke helder!'

Henri schoot in de lach. Zo kende hij zijn vriend weer. 'Wordt het nog wat met dat versje van Toon Hermans?'

'Ja. Even geduld. Euh … weet je … ik word dan altijd zenuwachtig als ik zoiets moet voordragen.'

'Het is geen moeten, Jem. Als je niet wil, vind ik het prima.'

Daar ging het Jem niet om. Hij zou het doen. Het schoot hem te binnen dat hij nog iets moest doen. En daarvoor was hij eigenlijk nog veel zenuwachtiger. Bewust parkeerde hij dat ergens achter in zijn hoofd. Dat zorgde ervoor dat de woorden van het versje van Toon Hermans op de voorgrond kwamen. 'Ik heb het, luister je?'

'Ja!'

'Je hebt iemand nodig
stil en oprecht
die als het erop aankomt
voor je bidt of voor je vecht
Pas als je iemand hebt
die met je lacht en met je grient,
dan pas kan je zeggen:
ik heb een vriend.'

De tranen prikten Henri achter de ogen, maar door stevig zijn kaken op elkaar te klemmen, hield hij ze binnen. Jem had uitstekend zijn best gedaan, en hij wilde hem niet opnieuw laten huilen, want dat zou er gebeuren als hij zijn tranen zou laten zien. Daar was hij zeker was. 'Prachtig, Jem! Het allermooiste gedicht ooit geschreven.'

'Ja. Thuis bij ons hangt een tegeltje ergens met die tekst. Maar ik heb het uit het hoofd geleerd, omdat hij heel belangrijk is voor mij. Zo is Matthieu voor mij … Marie ook … en zo ben jij ook voor mij. Bedankt dat je met Jacob in botsing kwam. Stom gezegd, ik weet het … '

'Hé! Stop daarmee! Jezelf niet afkraken. Nooit! Ik ben ook heel blij dat ik Jacob omver liep, of hij mij, weet het niet meer precies. Kun je zien wat er van zoiets kan komen. Ineens heb ik een familie waar ik thuis kan zijn.'

'Maar wel doen, hé!'

'Ja! Dat beloof ik je! Erewoord!'

'Oké, dan ga ik wat boodschappen doen.'

'En ik ga studeren met Cho op de muziek die we gaan spelen.'

'Is Cho een vriendin?'

'Ja. We kunnen heel goed samenwerken op het gebied van muziek. En vinden het fijn om dingen samen uit te proberen. Niet vastgeroest te zitten in vaste patronen en rollen, maar … gewoon kijken of we meer kunnen.'

'Moet mooi zo, om zo iemand te hebben.'

'Zeker! Maar kom, een laatste knuffel en dan gaan we beiden onze eigen weg. Doe je de groeten aan je moeder en Jacob?'

'Zeker weten!' De tranen kwamen bij Jem toch en hij merkte dat het bij Henri niet beter ging. 'Niet stom, hè?'

'Nooit, Jem! Goed onthouden!'

'Doe ik. Jij ook?'

'Zeker! Nu moet je gaan anders ben je veel te laat thuis straks.

Ja, hij moest gaan, want hij moest nog ergens langs. Maar … dat moest Henri niet weten. Ze stapten op hun fietsen en reden in verschillende richtingen van elkaar weg. Heel in het begin zag Jem Henri nog als hij achterom keek, maar al snel ging Henri, met een laatste blik op hem en een zwaai in de lucht, een hoek om. Snel stopte Jem en reed de stoep op. Hij draaide zijn fiets en reed terug in de richting waarvan ze waren gekomen. Hij vond het zonder problemen. Bij de Maas aangekomen stopte hij even om de aantekeningen te lezen die Jacob voor hem opgeschreven had. Het kwam aardig overeen met dat wat Henri hem gezegd had over de weg naar zijn huis. Hij stapte op en reed verder. Het was druk op het fietspad.

Toen hij onder de grote weg doorreed, was hij in de straat van het huis van Henri. Hij herkende echter helemaal niets. Op Kerstavond was hij hier geweest met Henri en Jacob in de auto, maar toen was het donker geweest. Hoe hij ook keek, niets leek op die avond. Alle hekwerken, huizen en opritten waren anders dan toen, zo had hij het idee. Op een gegeven moment draaide hij om, want zover was het niet geweest naar mijn mening dat ze deze straat ingereden waren toen. Terug aan het begin van de straat, keerde hij op de weg. Nog maar eens proberen. Een auto haalde hem in en parkeerde aan de rechterkant van de weg in een parkeervak. Toen hij langs de auto wilde rijden, ging ineens het portier open. Jem reageerde bliksemsnel. 'Jezus, Maria, Jozef!' riep hij van verbazing uit en trok zijn stuur naar links, waardoor hij op de andere helft van de weg kwam. Belangrijkste was, zo wist hij uit ervaring bij eerdere valpartijen, dat zijn trapper niet met het wegdek in aanraking zou komen, want dat zou tot een valpartij leiden.

'Sorry! Sorry!' riep de vrouw die uit had willen stappen hem toe.

Het was aan zijn uitstekende stuurmanskunsten te danken dat hij niet tegen het plaveisel ging. Verzwarende factor was een auto die met grote snelheid hem tegemoet reed. Luid toeterend stoof hij langs Jem die inmiddels stilstond. De jongen draaide zich om naar de vrouw en riep: 'Alles goed! Kan gebeuren!'

Sylvia Janssen liep naar de fietser toe. Het spijt me enorm. Ik … ik was afgeleid. Er niet met mijn aandacht bij. Had gewoon … '

'Vast allemaal waar,' reageerde Jem prompt, 'maar dat zijn dingen die gebeuren. Niet moeilijk over doen, lijkt me.'

'Je bent wel heel nuchter en cool eronder. Voor hetzelfde geld had ik nu 112 voor je moeten bellen, omdat je zwaar ten val gekomen was.'

'Maar dat is niet gebeurd. Geen extra uitgaven voor de zorg op mijn naam.'

De vrouw lachte. 'Nogmaals, mijn excuses. 'Maar zag je die idioot!'

'Ja, die reed veel te snel!'

'Die omhoog gevallen fiedelaar is een gevaar op de weg. Denkt dat hij altijd voorrang heeft omdat hij beroemd is.'

'Wie bedoelt u?'

'Nou die man van even verderop in de straat. Heel beroemd. Hij … Shit vanwege alle opwinding kan ik nu totaal niet op zijn naam komen. Beter misschien maar ook. Hij verdient het gewoon niet om een naam te hebben. Hij is zo … zo … Ik kom er niet op wat hij is.'

Vol verbazing had Jem dat wat over hem uitgestort was toegehoord. Maar begrijpen deed hij het niet. Wel wist hij ineens dat hij gebruik van haar kon maken. 'Mag ik u misschien iets vragen?'

'Natuurlijk! Altijd!'

'Ik zoek het huis van de familie Van Houthem. Weet u waar dat is?'

Sylvia Janssen wist dat de bewoners van deze wijk gesteld waren op hun privacy en daarom gaf ze niet meteen een antwoord, maar vroeg: 'Waarom wil je dat weten?'

'Sorry. Ik ben Jem en ik ben een vriend van Henri.'

'Ah! Nu begrijp ik,' zei ze met een brede glimlach op haar gezicht.

Die glimlach stond haar goed, was Jem van mening, maar … waarom ze zo moest glimlachen begreep hij niet. Een uitleg kwam snel.

'Door zijn naam uit te spreken zoals hij graag wil, weet ik dat je een echte vriend van hem bent.'

Het was bedoeld als een uitleg, maar voor hem was het nog steeds niet duidelijk wat zij bedoelde. 'Hoe bedoelt u?'

'Ik ben Sylvia en je mag me gerust je en jou tegen mij zeggen. Doen mijn eigen kinderen ook.'

'Oké. Zal ik proberen.'

Ze keek om zich heen en verlaagde het volume van haar stem. 'De ouders van Henri spreken zijn naam uit zoals het klinkt in het Frans.' Ze zag dat Jem het niet begreep. Ik bedoel zo.' Ze deed het voor.

Jem hoorde het aan en kreeg een vreemd gevoel. 'Dat klinkt toch nergens naar!'

'Helemaal met je eens, maar laat het zijn ouders niet horen. Henri heeft zijn ouders al diverse keren gevraagd of ze het anders willen uitspreken, maar ze zijn resoluut daarin.'

'Doen het dus niet?'

'Klopt. Zo hebben ze hem genoemd, en daar blijven ze bij.'

'Ben ik even blij dat mijn moeder anders is!'

Nu begreep Sylvia het even niet. De korte uitleg die Jem gaf, maakte het haar duidelijk. 'Kijk, zo moet je met zoiets omgaan. Gewoon meegaan met de wens van je kind.'

'Maar … weet u, je, waar hij woont?'

'Ja. Hier in dit huis waar we voorstaan. Maar volgens mij is hij niet thuis. Ik heb geprobeerd hem met Kerst op het vaste nummer te bellen, maar er werd niet opgenomen.'

'Ik weet dat hij er niet is. En … met de kerstdagen was hij bij mij thuis.'

'Dat vind ik leuk om te horen! Heeft hij vast heel goede kerstdagen gehad.'

'Dat moet je hem vragen. Dat weet ik niet.'

'Maar … als je weet dat hij er niet is, waarom zoek je dan zijn huis?'

'Ik wil graag met zijn ouders, of één van hen praten.'

'Dat zal lastig worden. Meneer Van Houthem is naar zijn werk, en zijn vrouw, mijn baas, ontvangt in de regel alleen maar mensen op afspraak. En … ik ga ervanuit dat jij geen afspraak met haar hebt.'

'Ik ken haar niet. Dus … kan ik ook geen afspraak gemaakt hebben.'

'Weet je wat, ik doe mijn best voor je. Loop maar mee.' Sylvia tikte de code waarmee het hek geopend kon worden in, en nadat ze de klik hoorde, duwde ze tegen het hek en hield die open, zodat Jem er met de fiets aan de hand door kon. Samen liepen ze de oprit op.

Sylvia ging niet naar binnen door de voordeur, zo merkte Jem. Mocht personeel dat niet? Via een zijdeur kwamen ze in een klein halletje, waar Sylvia haar jas aan een kapstok aan de muur hing. Een volgende deur bracht hen in een grote hal.

'Ga hier maar even zitten,' zei Sylvia en wees hem op een grote bank. Jem knoopte zijn jas los, en ging zitten. Hij keek om zich heen. De hal was zo groot als bij hem thuis de hele keuken, zo had hij het idee. Hij zag de deur die Henri geopend had op kerstavond: de voordeur. Nu kon hij een beetje terughalen hoe het huis was ingedeeld. Sylvia kwam terug.

'Heb nog niet met mevrouw gesproken, maar misschien kun je even een kam door je haren halen. Je kapsel is nogal verwaaid.' Ze draaide zich om en ging weer weg.

Jem stond op en liep naar de spiegel in de hal. Inderdaad. Zijn haren zaten wilder dan anders. Met zijn handen probeerde hij het in orde te krijgen. Zonder succes. Ah … zijn oog viel op iets. Prima!

Het duurde even voor Sylvia terugkwam.

'Mevrouw is genegen,' vergeef mij de manier waarop zij het heeft gezegd, 'om jou te ontvangen. Maar … ze heeft niet al te veel tijd. Dus … '

'Ik probeer het zo kort mogelijk te houden. Ben hier niet voor mijn plezier. Het voelt koud aan hier.'

'Je hebt gelijk. Laat je jas hier maar liggen. Volg me maar. Je haar zit een stuk beter. Had je een kam bij je?'

'Nee. Ik heb die borstel onder die oude spiegel die wel eens vervangen mag worden gebruikt.

Sylvia stopte zo abrupt dat Jem tegen haar op botste. 'De borstel … '

'Ja, die!' En Jem wees ernaar.'

'Niets over zeggen!' En dat maakte ze ook duidelijk door haar vinger tegen haar lippen te leggen.

Sylvia klopte op een deur, opende deze meteen daarna en kondigde de jongen als volgt aan: 'Mevrouw Van Houthem, dit is Jem een vriend van Henri.' De laatste naam sprak ze opnieuw uit op z'n Frans waarbij de letter E klonk als een A maar dan apart uitgesproken. Opnieuw voelde Jem een rilling over zijn rug lopen.

'Gaat u zitten, alstublieft,' wees mevrouw Van Houthem hem op een stoel.

'U mag gerust je tegen mij zeggen, hoor. Ik heet Jem en ben een vriend van Henri.' Jem nam plaats aan de andere kant van het bureau. Toen hij zat voelde het alsof het bureau een soort van buffer was tussen hen beiden.

'De naam van mijn zoon spreek je uit als … '

Opnieuw die vervelende klank. 'Het spijt me, mevrouw, maar Henri heeft zich aan mij voorgesteld op de manier waarop ik zijn naam uitspreek, en … dan vind ik het wel zo fatsoenlijk om dat te blijven doen. Het spijt me.'

'Oké. Verschil van mening dus. Meestal niet een goed begin van een gesprek, maar ga alsjeblieft verder. Mijn tijd is kostbaar en beperkt.'

'Dank u.' Het bedanken sloeg nergens op, zo had Jem het idee, maar aan de andere kant wilde hij zo beleefd mogelijk overkomen. 'Henri is de afgelopen dagen bij mij thuis geweest. Daar heeft hij kerstfeest met ons gevierd. Hij heeft iets verteld over hier bij hem thuis. En daar heb ik … nou ja … zo zeg ik dat zo goed en vriendelijk mogelijk.'

'Nogmaals, mijn tijd … '

'Het spijt me dat ik u onderbreek, maar ik zal verder gaan. Maar … misschien kunt u mij laten zien waar u, uw man en Henri eten. Dan kan ik het duidelijker maken dan in woorden.'

'Vreemd verzoek, maar ik zal je ten gunste zijn.'

Jem begreep het laatste deel van de zin niet en bleef zitten.

'Kom, jongeman! In de benen en volg mij.'

Hij moest zijn passen aanpassen aan die van haar, want anders zou hij de moeder van Henri op haar hakken getrapt hebben.

'Dit is onze eetkamer,' sprak Henri's moeder toen ze een deur in de hal had geopend.

'Wauw! Inderdaad! Die tafel is enorm! Kun je daar wel een tafelkleed bij krijgen?'

'Nee. Maar ook niet nodig. Wij eten van een placemat. Werkt prima.'

Jem zag de drie gemarkeerde plaatsen.

'Wat wil je nou precies vertellen, jongeman?'

'Ik vind het vreemd dat jullie zover uit elkaar zitten. U aan de ene kant, uw man tegenover u en Henri ergens in het midden. Dat is toch niet makkelijk praten?'

'Wij eten niet om te praten. Mijn man en ik geven de voorkeur aan stilte tijdens de maaltijd.'

'Ook niet gezellig!'

'Nogmaa … '

'Nee, ik begrijp het, mevrouw. Maar zou dit niet veel leuker zijn?' Hij liep op de tafel af en herschikte de placemats, zodat ze bij elkaar kwamen te liggen aan één uiteinde van de tafel. 'Gewoon dicht bij elkaar, zoals het hoort in een gezin. Ook veel gemakkelijker als je elkaar het zout, de paper of iets anders moet doorgeven.'

'Ik snap totaal niet wat je bedoelt!'

'Gewoon een stuk gezelliger toch. En je hebt de gelegenheid om, natuurlijk als je je mond leeggegeten hebt, met elkaar te praten. Altijd toch wel iets om te bespreken met elkaar? Hoe de dag is geweest, of er plannen zijn voor het een of ander.'

'Jongeman, … '

'Ik begrijp dat u mij niet begrijpt. Maar … kunt u mij laten zien waar de kerstbomen staan?'

'Als je maar weet dat de rondleiding dan echt afgelopen is!' Ze draaide zich als een wervelwind om, en Jem volgde haar opnieuw. Een nieuwe deur ging open. Jem zag de twee kerstbomen. Zowat gelijk aan elkaar, alleen de kleur van de versieringen verschilde.

'Waarom hebt u hier twee kerstbomen staan?'

'Mijn man wil meestal een andere kleur decoraties dan ik. Dus gewoon twee bomen.'

'Hebt u ze zelf opgetuigd?'

'Opgetuigd?'

'Het versieren, bedoel ik.'

'Natuurlijk niet! Daar hebben wij geen tijd voor. Onze tijd is kostbaar. Wij hebben dat laten doen door een decorateur?'

Even moest Jem nadenken over dat laatste woord, maar al snel kwam het op in zijn hoofd. Een decorateur heeft iets te maken met decoraties. Maar langzamerhand werd hij toch kriegel. Een plagerijtje kwam op in zijn hoofd. 'En hoe noemt u deze dingen?' Hij wees op één van de ballen.'

'Dat zijn ornamenten?'

'Zijn die al lang in de familie?'

'Nee! De decorateur neemt alles mee.'

'Er zit dus geen enkele traditie in uw bomen?'

'Goed gezien.' Mevrouw Van Houthem maakte er een show van toen ze op haar horloge keek. De hint was Jem duidelijk.

'Ja, ik begrijp dat ik moet gaan. Nog één laatste vraag, als het mag.' Op een antwoord wachtte hij niet. 'Waar is de boom van Henri?'

Toen ze voor de zoveelste keer hoorde hoe deze jongeman de naam van haar zoon verkeerd uitsprak, vloeide het bloed naar haar hoofd, en balde ze haar vuisten. Dat zij zich aan deze laatste vraag ergerde was duidelijk. 'Als hij een kerstboom wil, dan staat die ongetwijfeld in zijn kamer.'

'Waarom niet hier, bij die van u en uw man!'

'Dat matcht niet! Ooit wel eens geprobeerd, toen Henri klein was, maar zijn smaak is niet gelijk aan die van ons.'

'Ik ben klaar, mevrouw. Heb gezien wat ik wilde zien, en hoop dat ik u iets duidelijk heb kunnen maken.'

'Niet echt! Je vragen naar ons privéleven vond ik brutaal. Totaal niet gepast.'

'Jammer dat u dat van mening bent. Daar zal mijn moeder niet blij mee zijn. Ze heeft echt haar uiterste best gedaan mij goed op te voeden. Ik ben alleen maar gekomen om iets duidelijk te maken.'

'En wat mag dat dan wel zijn?'

Nu moest hij alles goed verwoorden, wist Jem, want een herkansing zou er niet komen. Hij ademde diep in. 'Ik ben van mening dat u uw zoon tekort doet. Het lijkt erop dat u Henri uitsluit van uw gezin. Dat u en uw man Henri niet echt toelaten tot het gezin dat jullie met elkaar zijn. Hij is uw zoon. Deel van uw gezin. Maar als hij ook een kerstboom wil, bijvoorbeeld, dan moet hij die maar op zijn eigen kamer neerzetten! En aan tafel zover bij elkaar vandaan zitten, wijst op precies hetzelfde. Zover bij elkaar vandaan zitten, schept geen band. Ik bedank u voor uw tijd. Hoe kom ik naar buiten vanaf hier?'

'SYLVIA!'

De schreeuw deed Jem schrikken. Toen er een deur openging, was hij heel blij Sylvia te zien.

'Ja, mevrouw? U hebt geroepen?'

'Begeleid deze jongeman alsjeblieft naar buiten.'

'Zal ik doen, mevrouw. Wil je mij maar volgen, Jem?'

Niets liever dan dat, dacht Jem. Het huis, hoe groot ook, benauwde hem, en hij wilde zo snel mogelijk naar buiten. Terug in de grote hal, trok hij zijn jas aan. Via het kleine halletje gingen ze naar buiten.

'Jem, heb je echt die borstel bij die spiegel gebruikt?'

'Ja. Waarom niet. Een spiegel en een borstel, dat is toch duidelijk? Die is er om gebruikt te worden. Of … heb ik het verkeerd?'

'Dat is antiek, Jem! Honderden jaren oud!'

'Jezus, Maria, Jozef! Als ik dat geweten had, was ik er afgebleven. Wie weet hoeveel mensen daar hun haren mee hebben geborsteld!'

Syvlia lag dubbel van het lachen. 'Je bent me er eentje, Jem! Ik heb in tijden niet zo gelachen hier in huis.'

'Dat kan ik me voorstellen. Heb je iets van ons gesprek meegekregen?'

'Ik ben geen luistervink!'

'Sorry. Zo bedoelde ik het niet.'

'Maar ik was heel benieuwd naar wat jij kwam doen, en daarom … tja … heb ik toch aan de deuren geluisterd. Neem het me niet kwalijk.'

'Echt niet! Weet je wat ik het meest raar vond?'

'Nou?'

'Ze heeft me niet eens gevraagd over Henri. Helemaal niets!'

'Ja, dat is raar. Ik mag Henri graag. Hij is heel goed gezelschap. We praten vaak, als het kan. Hij heeft het moeilijk hier, en daarom ben ik blij dat ik nu weet dat hij een echte vriend heeft. Maar … ik moet gaan. Valt me mee dat mevrouw Van Houthem nog niet weer geroepen heeft.'

'Hoe bedoel je?'

'Oh, ze heeft straks ongetwijfeld een zenuwinzinking, en heeft dan haar pillen nodig.'

'Oh. Dat spijt me. Het was niet mijn … '

'Niet aan storen, joh! Het is niet echt. Toneelspel van haar kant, want op die manier krijgt ze aandacht. Kom ik breng je naar het hek.'

Samen liepen ze de oprit af. Sylvia maakte het hek open en liet Jem uit.

'Bedankt dat je ervoor zorgde dat ik even met mevrouw Van Houthem kon praten.'

'Graag gedaan. Je hebt mij prachtige momenten bezorgd.'

Jem stapte op zijn fiets en reed weg.

'Andere kant op, Jem!'

Snel draaide Jem op de weg en ging toen in de goede richting. Meteen naar huis rijden deed hij niet. In een winkelcentrum ging hij naar een drogist om daar iets tegen luizen te kopen. Zijn haar kriebelde op zijn hoofd! Gatsie!

---

'Weet je zeker dat je het zo wil doen?'

'Ja! Zo doen we het. We zijn een uitstekend team.'

'Maar … wat als jouw voorspelling nou uitkomt, en je vader je het huis uitstuurt? Moet ik dan een slaapplaats voor je regelen?'

'Niet nodig. Ik weet waar ik terecht kan.'

'Maar … doet hij dat echt?'

'Ik weet het zeker. Het bevalt hem niet wat ik van plan ben. Hij denkt altijd en eeuwig in vaste patronen. Mijn moeder ook. Dus … wat wij gaan doen, zal verkeerd vallen. Maar ik heb daar geen moeite mee.'

'Je hebt lef, Henri!'

'Ja, maar jou erbij betrekken, vond ik toch wel lastig, Cho. Vandaar dat ik je vooraf heb gewaarschuwd en jou de keuze heb gelaten of je dit met mij wilde uitvoeren.'

'Ik hou wel van een gekkigheidje!



Wordt vervolgd…



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is, maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, december 2025
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.