Storing. Een Kerstverhaal. Deel 6. Joost. Tweede Kerstdag. (slot)
Geplaatst: vr 26 dec 2025, 16:16
De middag glijdt voorbij terwijl de jongens zich opnieuw in elkaar verliezen. Ze genieten - op allerlei manieren - van elkaars aanwezigheid: ze beminnen elkaar, plagen en lachen samen tijdens het zwemspel, nippen van drankjes met een knabbeltje erbij en bladeren door nog meer dierbare foto’s van Tom. Voor ze het weten is het alweer avond.
De avond brengt opnieuw gezelligheid en verwennerij: samen genieten ze van het lekkere eten dat Toms moeder heeft achtergelaten. Met een beetje opwarmen en ontdooien toveren ze het avondeten op tafel, compleet met een sfeervol gedekte tafel. Als de vaatwasser zoemt, besluiten ze het nog gezelliger te maken en kiezen ze een bordspel uit. ‘De Vergeten Stad’ wordt het. Een spannend spel waarin ze samen moeten werken om een vliegtuig uit de woestijn te redden. Joost kent het spel niet. Hij vindt het meteen leuk. Omdat het zo goed bevalt, spelen ze het nog een keer.
Nadien zoeken ze elkaars nabijheid op de bank. Joost begint over de komende dagen: “We hebben nog twee dagen helemaal voor onszelf, voordat onze ouders terugkomen. Mijn ouders komen overmorgen pas heel laat thuis, ik ga ze ophalen van Schiphol. Ik heb hen ook weggebracht.”
Tom reageert: “Jij hebt je rijbewijs, ik nog niet. Mijn ouders hebben hun auto op Schiphol staan.”
Joost knikt. “Morgen en overmorgen zijn helemaal van ons, in één van beide huizen. Daarna wordt het anders; jouw ouders weten ervan, de mijne nog niet. Ik wil het snel vertellen, waarschijnlijk bellen ze morgen. Ik heb gevraagd niet te vaak te bellen, alleen als er echt iets is, dus vandaar dat ik het morgen wil zeggen.”
Tom denkt even na. “Goed idee. En als je hen gaat ophalen, is het logischer als ik dan nog even thuis blijf. Daarna kan ik altijd nog langskomen om kennis te maken. Mijn ouders komen de 29e ’s ochtends terug, jouw ouders de 28e laat. Dus tot en met de avond van de 28e zijn we helemaal vrij om te doen wat we willen, tot jij weg moet.”
Joost lacht. “Dat klinkt als een goed plan. Wat zullen we de komende dagen nog doen? We kunnen morgen naar mijn huis gaan, dan weet je meteen waar en hoe ik woon. Daarna samen uit eten. Bij mij thuis hebben we trouwens een tafeltennistafel en een voetbalspel. Geen idee of jij daar iets mee hebt?”
Tom grijnst. “Ik heb die spellen alle twee nog nooit echt gespeeld, alleen gezien. Lijkt me leuk om uit te proberen.”
Joost denkt hardop. “Dat betekent dat we nog twee nachten samen kunnen slapen. Daarna één nacht niet, als ik naar Schiphol moet. Daarna zien we wel. In de vakantie zal het geen probleem zijn als we bij elkaar blijven slapen. Hoe het straks gaat als school begint, moeten we nog even bekijken. We zwemmen tenslotte alle twee elke ochtend samen om half zes, dus wat dat betreft zou het prima kunnen.”
Tom knikt langzaam. “Dat moeten we inderdaad nog even met onze ouders bespreken.”
Joost vat het concreet samen: “Morgen naar mijn huis. ‘s Avonds eten we samen ergens, niet bij de Mac, sorry! De Chinees, pizzeria, Mexicaan of sushi vind ik allemaal prima.”
Tom lacht. “Laten we naar de Chinees gaan. Daar ben ik al tijden niet meer geweest! Mijn zusje vindt het niks, ik snap niet waarom.”
Joost glimlacht breed. “Dan kunnen we bij mij slapen. Voordat we morgen naar mijn huis toe gaan: denk aan je tandenborstel en een schone boxer!”
Tom kijkt hem aan. “Genoeg gepraat. Nu heb ik zin in iets anders…”
De jongens kiezen er samen voor om de slaapkamer op te zoeken. Het huis wordt stil als beneden het licht uitgaat. Niet veel later liggen ze dicht tegen elkaar aan in Toms bed. Hun aanrakingen zijn teder en vanzelfsprekend; ze weten elkaars lekkere plekjes te vinden en genieten intens van elkaars nabijheid.
Als de ochtend aanbreekt, wordt Joost wakker aan de uiterste rand van het matras, met Tom stevig achter zich in een ware omhelzing. Hij blijft roerloos liggen, het moment koesterend om Tom nog wat slaap te gunnen. Niet veel later wordt Tom rustig wakker. Zodra hij merkt hoeveel plek hij heeft ingenomen, lacht hij schaapachtig, trekt Joost naar zich toe, draait hem om en drukt hem een lange, liefdevolle kus op de mond. “Dank je dat je me niet hebt gewekt,” fluistert hij. “Ik had geen idee dat ik zo’n beddendief was!”
Na deze start van de dag stappen ze samen onder de douche. Daar vinden hun handen en lichamen elkaar opnieuw, alsof loslaten geen optie is. Als ze elkaar hebben afgedroogd, verzucht Joost: “Dit ga ik straks écht missen. Na het zwemmen douchen we samen, zo samen zijn als nu... dat lukt dan echt niet!”
Later, wanneer ze hebben geluncht, besluiten ze naar Joosts huis te gaan. Met de auto zijn ze er in een mum van tijd. Joost laat Tom trots het huis en met name zijn kamer zien en pakt meteen een stapel fotoalbums erbij, precies zoals ze hadden afgesproken. In de woonkamer nestelen ze zich dicht tegen elkaar aan op de bank en duiken samen in de wereld van herinneringen.
Op een onbewaakt moment laat Joosts telefoon zich horen. Joost pakt het toestel op en hoort direct de bekende stem van zijn moeder. Hij zet het toestel op de luidspreker.
“Je had me gevraagd niet te vaak te bellen,” klinkt het met een mengeling van terughoudendheid en moederlijke nieuwsgierigheid, “dus ik heb me ingehouden. Nu kon ik het niet meer laten. Hoeveel kilo ben je nou kwijt of aangekomen?”
Joost glimlacht, half geamuseerd, half opgelucht. “Je hebt het echt volgehouden niet eerder te bellen!”
“Ja hoor,” verzekert zijn moeder hem met een lach. “Het viel niet mee, ik heb m’n best moeten doen. Dit is voor het eerst dat je thuisbleef en tot nu toe heb ik niet gebeld. Trots op mezelf! Wat klink je trouwens opgewonden, vreemd?”
Joost voelt hoe het gesprek een gloed door hem heen trekt. “Nou, ik ben een paar dagen niet thuis geweest. Op kerstavond moest ik een storing oplossen en - toeval bestaat niet - dat bleek bij een jongen van de zwemclub te zijn. De storing heb ik gefikst. De volgende dag ben ik weer teruggegaan. Hij was ook alleen thuis: zijn ouders zitten op de Canarische eilanden. Toen ontdekten we ineens hoeveel we gemeen hebben: we zwemmen elke ochtend samen, onze ouders zijn zonder ons op reis, en - het mooiste van alles - we vallen allebei op jongens. En nu zijn we verliefd. Ik was het al veel langer op hem, ik dacht dat het kansloos was. Blijkt van niet. Als jullie straks terug zijn, heb ik een vriend!”
Het blijft even stil aan de andere kant, dan klinkt haar stem zacht en verrast: “Zo, dat komt even binnen. Was dat jouw kerstcadeautje? Voor jezelf?”
“En voor Tom,” antwoordt Joost tevreden. “Zo heet mijn vriend.”
“Dan moet ik je feliciteren, nee, dan wil ik je feliciteren. Het zat er al een beetje aan te komen. Met Kerstmis, dat is wel heel bijzonder.”
Joost hoort de oprechte blijdschap in haar stem. “Wij zijn heel gelukkig samen, mam. En als jullie terug zijn, moet je Tom snel leren kennen.”
“En zijn ouders natuurlijk ook. Wat fijn voor je, Joost!”
“We zijn de afgelopen dagen bij Tom thuis geweest. Natuurlijk moest ik de verwarming in de gaten houden, dat snap je.”
“Ja, ik begrijp het,” lacht zijn moeder.
“Als jullie morgenavond weer landen en ik jullie ophaal, zijn Toms ouders er nog niet. Die komen pas de volgende ochtend thuis. Daarna plannen we snel een ontmoeting.”
“Goed idee. Nu ik weet dat jullie verliefd zijn, hoef je zeker niet te vragen of jullie je hebben gedragen?”
“Wat denk jij nou van mij, mam?” kaatst Joost plagend terug.
“Dat je verliefd bent!”
“Klopt. En vooral héél gelukkig.”
“Dan zie ik je morgenavond op Schiphol,” besluit zijn moeder.
“Heerlijk. Tot dan, mam. Doe de groeten aan pap en mijn zussen!”
“Zo, nu weten mijn ouders en mijn zussen het ook!” zegt Joost, terwijl een glimlach om zijn lippen speelt.
Tom grinnikt: “Dan moeten we morgen zorgen dat we geen flinke ruzie krijgen, anders moeten we meteen uitleggen dat het alweer voorbij is!”
Joost schudt zijn hoofd, oprecht: “Met jou krijg ik nooit ruzie, hoor.”
“Nou, ik met jou wél!” kaatst Tom speels terug.
“Waarover dan?” vraagt Joost nieuwsgierig.
Tom haalt zijn schouders op, ondeugend: “Geen idee. Ik heb eens ergens gelezen dat een beetje ruzie bij een goede relatie hoort. Daar leer je van, zeggen ze.”
Joost lacht zacht: “Als je het zo bedoelt, dan geef ik je gelijk.”
Die dag voelt alsof de wereld hen toebehoort. Het huis helemaal voor henzelf, de rust en vrijheid: het is iets dat ze beiden koesteren. Samen beleven ze kleine avonturen, lachen ze, en genieten ze intens van elkaars aanwezigheid. De dag vliegt voorbij.
’s Avonds gaan ze uit eten. Het Chinese restaurant is gezellig. Ze smullen van het eten, elkaars gezelschap maakt alles nog lekkerder.
Later die avond, terug thuis bij Joost, nestelen ze zich samen in bed. Ze hebben gelachen, gefluisterd, elkaar liefdevol verwend. Met zijn gezicht dicht tegen Tom aan fluistert Joost: “Wat ben ik toch blij dat jullie verwarming kapot ging. Ik had nog aangegeven wel een storing te willen oplossen… Als dat niet was gebeurd, lagen we hier nu niet zo samen. Dit is echt een bijzondere Kerst. De Kerst van de storing.”
De avond brengt opnieuw gezelligheid en verwennerij: samen genieten ze van het lekkere eten dat Toms moeder heeft achtergelaten. Met een beetje opwarmen en ontdooien toveren ze het avondeten op tafel, compleet met een sfeervol gedekte tafel. Als de vaatwasser zoemt, besluiten ze het nog gezelliger te maken en kiezen ze een bordspel uit. ‘De Vergeten Stad’ wordt het. Een spannend spel waarin ze samen moeten werken om een vliegtuig uit de woestijn te redden. Joost kent het spel niet. Hij vindt het meteen leuk. Omdat het zo goed bevalt, spelen ze het nog een keer.
Nadien zoeken ze elkaars nabijheid op de bank. Joost begint over de komende dagen: “We hebben nog twee dagen helemaal voor onszelf, voordat onze ouders terugkomen. Mijn ouders komen overmorgen pas heel laat thuis, ik ga ze ophalen van Schiphol. Ik heb hen ook weggebracht.”
Tom reageert: “Jij hebt je rijbewijs, ik nog niet. Mijn ouders hebben hun auto op Schiphol staan.”
Joost knikt. “Morgen en overmorgen zijn helemaal van ons, in één van beide huizen. Daarna wordt het anders; jouw ouders weten ervan, de mijne nog niet. Ik wil het snel vertellen, waarschijnlijk bellen ze morgen. Ik heb gevraagd niet te vaak te bellen, alleen als er echt iets is, dus vandaar dat ik het morgen wil zeggen.”
Tom denkt even na. “Goed idee. En als je hen gaat ophalen, is het logischer als ik dan nog even thuis blijf. Daarna kan ik altijd nog langskomen om kennis te maken. Mijn ouders komen de 29e ’s ochtends terug, jouw ouders de 28e laat. Dus tot en met de avond van de 28e zijn we helemaal vrij om te doen wat we willen, tot jij weg moet.”
Joost lacht. “Dat klinkt als een goed plan. Wat zullen we de komende dagen nog doen? We kunnen morgen naar mijn huis gaan, dan weet je meteen waar en hoe ik woon. Daarna samen uit eten. Bij mij thuis hebben we trouwens een tafeltennistafel en een voetbalspel. Geen idee of jij daar iets mee hebt?”
Tom grijnst. “Ik heb die spellen alle twee nog nooit echt gespeeld, alleen gezien. Lijkt me leuk om uit te proberen.”
Joost denkt hardop. “Dat betekent dat we nog twee nachten samen kunnen slapen. Daarna één nacht niet, als ik naar Schiphol moet. Daarna zien we wel. In de vakantie zal het geen probleem zijn als we bij elkaar blijven slapen. Hoe het straks gaat als school begint, moeten we nog even bekijken. We zwemmen tenslotte alle twee elke ochtend samen om half zes, dus wat dat betreft zou het prima kunnen.”
Tom knikt langzaam. “Dat moeten we inderdaad nog even met onze ouders bespreken.”
Joost vat het concreet samen: “Morgen naar mijn huis. ‘s Avonds eten we samen ergens, niet bij de Mac, sorry! De Chinees, pizzeria, Mexicaan of sushi vind ik allemaal prima.”
Tom lacht. “Laten we naar de Chinees gaan. Daar ben ik al tijden niet meer geweest! Mijn zusje vindt het niks, ik snap niet waarom.”
Joost glimlacht breed. “Dan kunnen we bij mij slapen. Voordat we morgen naar mijn huis toe gaan: denk aan je tandenborstel en een schone boxer!”
Tom kijkt hem aan. “Genoeg gepraat. Nu heb ik zin in iets anders…”
De jongens kiezen er samen voor om de slaapkamer op te zoeken. Het huis wordt stil als beneden het licht uitgaat. Niet veel later liggen ze dicht tegen elkaar aan in Toms bed. Hun aanrakingen zijn teder en vanzelfsprekend; ze weten elkaars lekkere plekjes te vinden en genieten intens van elkaars nabijheid.
Als de ochtend aanbreekt, wordt Joost wakker aan de uiterste rand van het matras, met Tom stevig achter zich in een ware omhelzing. Hij blijft roerloos liggen, het moment koesterend om Tom nog wat slaap te gunnen. Niet veel later wordt Tom rustig wakker. Zodra hij merkt hoeveel plek hij heeft ingenomen, lacht hij schaapachtig, trekt Joost naar zich toe, draait hem om en drukt hem een lange, liefdevolle kus op de mond. “Dank je dat je me niet hebt gewekt,” fluistert hij. “Ik had geen idee dat ik zo’n beddendief was!”
Na deze start van de dag stappen ze samen onder de douche. Daar vinden hun handen en lichamen elkaar opnieuw, alsof loslaten geen optie is. Als ze elkaar hebben afgedroogd, verzucht Joost: “Dit ga ik straks écht missen. Na het zwemmen douchen we samen, zo samen zijn als nu... dat lukt dan echt niet!”
Later, wanneer ze hebben geluncht, besluiten ze naar Joosts huis te gaan. Met de auto zijn ze er in een mum van tijd. Joost laat Tom trots het huis en met name zijn kamer zien en pakt meteen een stapel fotoalbums erbij, precies zoals ze hadden afgesproken. In de woonkamer nestelen ze zich dicht tegen elkaar aan op de bank en duiken samen in de wereld van herinneringen.
Op een onbewaakt moment laat Joosts telefoon zich horen. Joost pakt het toestel op en hoort direct de bekende stem van zijn moeder. Hij zet het toestel op de luidspreker.
“Je had me gevraagd niet te vaak te bellen,” klinkt het met een mengeling van terughoudendheid en moederlijke nieuwsgierigheid, “dus ik heb me ingehouden. Nu kon ik het niet meer laten. Hoeveel kilo ben je nou kwijt of aangekomen?”
Joost glimlacht, half geamuseerd, half opgelucht. “Je hebt het echt volgehouden niet eerder te bellen!”
“Ja hoor,” verzekert zijn moeder hem met een lach. “Het viel niet mee, ik heb m’n best moeten doen. Dit is voor het eerst dat je thuisbleef en tot nu toe heb ik niet gebeld. Trots op mezelf! Wat klink je trouwens opgewonden, vreemd?”
Joost voelt hoe het gesprek een gloed door hem heen trekt. “Nou, ik ben een paar dagen niet thuis geweest. Op kerstavond moest ik een storing oplossen en - toeval bestaat niet - dat bleek bij een jongen van de zwemclub te zijn. De storing heb ik gefikst. De volgende dag ben ik weer teruggegaan. Hij was ook alleen thuis: zijn ouders zitten op de Canarische eilanden. Toen ontdekten we ineens hoeveel we gemeen hebben: we zwemmen elke ochtend samen, onze ouders zijn zonder ons op reis, en - het mooiste van alles - we vallen allebei op jongens. En nu zijn we verliefd. Ik was het al veel langer op hem, ik dacht dat het kansloos was. Blijkt van niet. Als jullie straks terug zijn, heb ik een vriend!”
Het blijft even stil aan de andere kant, dan klinkt haar stem zacht en verrast: “Zo, dat komt even binnen. Was dat jouw kerstcadeautje? Voor jezelf?”
“En voor Tom,” antwoordt Joost tevreden. “Zo heet mijn vriend.”
“Dan moet ik je feliciteren, nee, dan wil ik je feliciteren. Het zat er al een beetje aan te komen. Met Kerstmis, dat is wel heel bijzonder.”
Joost hoort de oprechte blijdschap in haar stem. “Wij zijn heel gelukkig samen, mam. En als jullie terug zijn, moet je Tom snel leren kennen.”
“En zijn ouders natuurlijk ook. Wat fijn voor je, Joost!”
“We zijn de afgelopen dagen bij Tom thuis geweest. Natuurlijk moest ik de verwarming in de gaten houden, dat snap je.”
“Ja, ik begrijp het,” lacht zijn moeder.
“Als jullie morgenavond weer landen en ik jullie ophaal, zijn Toms ouders er nog niet. Die komen pas de volgende ochtend thuis. Daarna plannen we snel een ontmoeting.”
“Goed idee. Nu ik weet dat jullie verliefd zijn, hoef je zeker niet te vragen of jullie je hebben gedragen?”
“Wat denk jij nou van mij, mam?” kaatst Joost plagend terug.
“Dat je verliefd bent!”
“Klopt. En vooral héél gelukkig.”
“Dan zie ik je morgenavond op Schiphol,” besluit zijn moeder.
“Heerlijk. Tot dan, mam. Doe de groeten aan pap en mijn zussen!”
“Zo, nu weten mijn ouders en mijn zussen het ook!” zegt Joost, terwijl een glimlach om zijn lippen speelt.
Tom grinnikt: “Dan moeten we morgen zorgen dat we geen flinke ruzie krijgen, anders moeten we meteen uitleggen dat het alweer voorbij is!”
Joost schudt zijn hoofd, oprecht: “Met jou krijg ik nooit ruzie, hoor.”
“Nou, ik met jou wél!” kaatst Tom speels terug.
“Waarover dan?” vraagt Joost nieuwsgierig.
Tom haalt zijn schouders op, ondeugend: “Geen idee. Ik heb eens ergens gelezen dat een beetje ruzie bij een goede relatie hoort. Daar leer je van, zeggen ze.”
Joost lacht zacht: “Als je het zo bedoelt, dan geef ik je gelijk.”
Die dag voelt alsof de wereld hen toebehoort. Het huis helemaal voor henzelf, de rust en vrijheid: het is iets dat ze beiden koesteren. Samen beleven ze kleine avonturen, lachen ze, en genieten ze intens van elkaars aanwezigheid. De dag vliegt voorbij.
’s Avonds gaan ze uit eten. Het Chinese restaurant is gezellig. Ze smullen van het eten, elkaars gezelschap maakt alles nog lekkerder.
Later die avond, terug thuis bij Joost, nestelen ze zich samen in bed. Ze hebben gelachen, gefluisterd, elkaar liefdevol verwend. Met zijn gezicht dicht tegen Tom aan fluistert Joost: “Wat ben ik toch blij dat jullie verwarming kapot ging. Ik had nog aangegeven wel een storing te willen oplossen… Als dat niet was gebeurd, lagen we hier nu niet zo samen. Dit is echt een bijzondere Kerst. De Kerst van de storing.”