Tom wordt langzaam wakker. Voor het eerst in zijn leven ligt hij naast een andere jongen, en ze zijn allebei helemaal bloot. Hij kijkt naar Joost, die nog diep in slaap is. Zo prachtig, zo zacht, zo dichtbij. Toms hart smelt bij de aanblik. Dit is niet zomaar iemand, dit is de jongen op wie hij verliefd is geworden. Gisteren ontdekten ze hun gevoelens voor elkaar, voorzichtig zijn ze samen begonnen aan iets nieuws. Ze hebben elkaars nabijheid verkend, elkaars lichaam leren kennen. Gisteravond zijn ze samen naar bed gegaan, hebben opnieuw van elkaar genoten. Nu zitten de beelden van Joost, zijn tevreden ademhaling, zijn ontspanning na hun liefde, nog vers in Toms gedachten.
Knuffelend zijn ze in slaap gevallen, ergens halverwege de nacht. Tom weet niet meer precies wanneer, alleen dat hij zich zelden zo gelukkig heeft gevoeld. Stilletjes geniet hij van het moment. Hij wil Joost niet wakker maken, wil nog even blijven kijken, genieten van zijn rustige slaaphouding, zijn zachte trekken. Vandaag is van hen samen, een hele dag, in een huis dat voor even helemaal van hen is. Ze hebben niet veel nodig, eigenlijk alleen elkaar. Misschien straks nog een wedstrijd met het zwemspel Samen eten, alles mag, niets hoeft. Terwijl Tom aan eten denkt, voelt hij zijn maag licht knorren. Hij glimlacht; de dag mag op deze manier langzaam beginnen, met alles waar hij zich op verheugt.
Terwijl Tom zijn blik op Joost laat rusten, merkt hij een subtiele verandering in diens gezicht. Langzaam bewegen Joosts oogleden, zijn ademhaling verdiept zich, en dan, met een haast plechtige traagheid, opent hij zijn ogen. Tom glimlacht zachtjes en fluistert: “Goedemorgen, lieve Joost. Heb je een beetje kunnen uitrusten?”
Joost knippert slaperig met zijn ogen en kijkt dromerig om zich heen. “Oh ja, Tom. Ik ben bij jou. Gewoon bij jou in bed.” Hij grijnst, schuift ondeugend het dekbed opzij en lacht: “En we zijn gewoon samen bloot… Als ik niet net wakker was, wist ik het wel hoor.”
Tom kijkt hem liefdevol aan. “Ik weet precies wat je bedoelt. Ik voel het net zo. Als we eerst samen gaan douchen? Daarna kunnen we lekker ontbijten. Ik ben al even wakker en heb stiekem genoten van hoe mooi je bent. Mijn maag begint nu echt te protesteren. Dus, samen douchen en dan eten, wat denk je?”
Zonder aarzeling schiet Joost overeind, grijpt Tom bij zijn hand en trekt hem dicht tegen zich aan. “Dat klinkt perfect. Eerst… wil ik een echte ochtendkus.”
Die ochtendkus blijft niet bij een klein gebaar; vol tederheid en verlangen verliezen ze zich in elkaars armen. Ook onder de douche duurt het allemaal langer dan gewoonlijk: ze kunnen simpelweg hun handen niet van elkaar afhouden. Opnieuw ontdekken ze elkaars favoriete plekken, schenken er aandacht aan. Pas drie kwartier later lopen ze samen de keuken in, warm van het water, liefde en geluk, klaar voor een nieuwe dag samen.
“Wat wil jij eigenlijk als ontbijt, Joost?” vraagt Tom. “We hebben van alles in huis: croissantjes en broodjes om af te bakken, knapperige crackers, beschuit, vleeswaren, smeuïge kaas, zoet beleg, fruit, eieren waarmee we alle kanten op kunnen. Zeg maar wat je lekker vindt.”
Niet veel later staat er een feestelijk kerstontbijt op tafel. Samen proeven ze van al het lekkers en delen ze hun plannen voor de dag. Tijdens het eten besluiten ze eerst samen het zwemspel te spelen. Tom vraagt voorzichtig of Joost het fijn vindt om zijn foto’s te bekijken. Joost knikt enthousiast: “Dat lijkt me leuk. Laten we dat na het spel doen.”
Terwijl ze zich verliezen in het zwemspel, klinkt plotseling Toms telefoon. Tom pakt hem en als hij ziet wie het is zet hij hem op de luidspreker zodat Joost kan meeluisteren. Het is Toms moeder.
“Ik heb hier iemand die jullie niet kennen, die graag even gedag wil zeggen,” zegt Tom.
Toms moeder reageert verbaasd: “Hoe bedoel je dat?”
Tom begint te vertellen: “Sinds gisteren heb ik een vriend. Eigenlijk ken ik hem al jaren van het zwemmen, pas gisteren sloeg de vonk echt over. Ook hij is deze dagen alleen thuis; zijn ouders zijn naar Egypte, hij wilde niet mee. Toen de verwarming hier stukging, kwam hij om die te repareren. Hij doet soms praktijkervaring op bij het installatiebedrijf van zijn ouders. Na de reparatie vroeg ik hem om samen wat te drinken en zo kwamen we erachter dat we allebei, hij al best lang, gevoelens voor elkaar hebben. Nu zijn we samen, en spelen een zwemspel dat Joost heeft gemaakt.”
Joost roept opgewekt: “Dag moeder van Tom!”
Toms moeder lacht: “Dan hoef ik me geen zorgen te maken dat je je alleen voelt. Dat is een geruststelling, zeg!”
“We hebben het geweldig samen, en het eten is fantastisch. De Kerstdagen zijn voor ons echt bijzonder,” zegt Tom. “hopelijk genieten jullie net zo.”
“Wij zijn niet smoorverliefd, verder alles goed, hoor Tom. Je kent het hier en je kent ons. Jou en Joost samen ken ik nog niet, dat komt wel.”
“Dat gaat snel gebeuren als jullie weer thuis zijn, in een warm huis dankzij Joost!”
Ze lachen samen om het toeval. “Gelukkig was jij thuis, anders was het huis nu koud geweest, dagenlang.”
“Het was om meerdere redenen goed dat ik hier bleef,” zegt Tom gevat. “Voortaan gewoon vaker ja zeggen tegen mijn plannen.”
“Het zit wel goed met jou. Is Joost ouder of jonger dan jij?” vraagt Toms moeder.
“Hij is ongeveer een jaar ouder.”
“Pas je goed op Tom, Joost die ik nog niet ken?”
Joost antwoordt met een knipoog: “Tom laat niet zomaar op zich passen. Samen zorgen we heel goed voor elkaar.”
“Dat geloof ik graag. Groeten van papa en Merel, en over een paar dagen zien we elkaar weer.”
“Jullie mogen best langer blijven hoor!” grapt Tom.
“Misschien komen we eerder terug om Joost te ontmoeten.”
“Ik stuur wel een foto. Is dat ook goed?”
“Prima, dan beloof ik dat we blijven. Dag Tom, dag Joost.”
“Dag mam, groetjes aan pap en Merel.”
Na het gesprek kijkt Tom Joost aan. “Is jouw moeder altijd zo relaxed?” vraagt Joost nieuwsgierig.
Tom glimlacht: “Bijna altijd, op afstand wel altijd. Ja, ze is echt lief, net als mijn vader.”
Joost knikt. “Onze ouders lijken vast op elkaar. Dat komt helemaal goed.”
Tom en Joost spelen samen het spel uit, om daarna al snel weer in elkaars armen te belanden. Het lijkt alsof ze elkaar niet meer kunnen loslaten, alsof ze aan elkaar verslaafd zijn.
“We zijn gewoon helemaal gek op elkaar,” zucht Tom met een brede glimlach.
Joost lacht zachtjes. “Absoluut. Ik wil niet anders.”
Tom kijkt hem liefdevol aan. “Elke seconde samen is genieten. Gek genoeg, krijg ik nu alweer trek. Het is ook al bijna drie uur! Tijd om iets te eten, toch?”
Joost knikt enthousiast. “Helemaal mee eens, hoor. Van samen zijn krijg je honger!”
Grinnikend struinen ze samen door de keuken, op zoek naar al het lekkers dat Toms moeder heeft achtergelaten. Van wat er allemaal nog is laten ze zich het een en ander opnieuw goed smaken, genietend van elkaars gezelschap.
Na de lunch maken ze het zich gemakkelijk en bladeren samen door fotoalbums die Tom tevoorschijn haalt. Joost kijkt vertederd naar de schattige babyfoto’s, ondeugende peutersnoetjes en de eerste schoolfoto’s van Tom. Later switchen ze naar digitale filmpjes en foto’s op de grote tv, waar vakanties en bijzondere herinneringen tot leven komen in beeld en verhaal.
“Ik ben nu ook heel benieuwd naar jouw foto’s,” zegt Tom.
Joost knikt. “Dat kunnen we morgen doen, bij mij thuis. Het huis is nu leeg. We maken het zo weer gezellig. Ik kan het alvast opwarmen, gewoon via mijn telefoon. Dan gaan we daarna samen uit eten, als je wilt.”
“Dat klinkt geweldig,” antwoordt Tom opgewekt, terwijl hij Joost liefdevol naar zich toe trekt en hem zacht begint te zoenen.