Pagina 1 van 1

Storing. Een Kerstverhaal. Deel 1. Tom. Kerstavond.

Geplaatst: wo 24 dec 2025, 07:45
door Wimmie
Tom leunt ontspannen achterover op de bank in de woonkamer, waar het schijnsel van de open haard hem kleurt. Het vuur flakkert maar knispert niet. Het is geen echt houtvuur: de open haard werkt op gas. Toch brengt het dezelfde sfeer waar hij zo van houdt. Vlak tegenover hem schittert de kerstboom, vol lichtjes en versiering, zoals hij die samen met zijn moeder elk jaar optuigt. Ook die boom is niet echt. De kunstboom ziet er zó levensecht uit dat je haast vergeet dat er geen dennengeur hangt. Zijn moeder wilde geen gehannes meer met uitvallende naalden, dus staat deze nepper inmiddels al een paar jaar met Kerstmis in huis.

Dit jaar viert Tom Kerst helemaal alleen thuis. Sinds zijn jeugd is het vaste prik om met het gezin naar de Canarische eilanden te reizen: even ontsnappen aan de winterse kou, lekker onder de zon. Het bekende riedeltje, het hotel waarvan hij het menu inmiddels uit zijn hoofd kent, Tom was er klaar mee. Het duurde even voor hij zijn ouders wist te overtuigen dat hij oud genoeg was om alleen thuis te blijven. Hij heeft niet alleen zijn zin gekregen, ook is het uitgespaarde vakantiegeld op zijn spaarrekening gestort. Dat voelt als een kleine overwinning. De routine van de Canarische eilanden laat hij deze winter los, want Tom heeft zijn eigen plannen. Komende zomer wil hij alleen op reis, een week of misschien langer. Waarheen? Dat avontuur moet nog vormgegeven worden, de gedachte aan die vrijheid doet hem nu al genieten.

Tom heeft het niet slecht getroffen in het leven. Zijn ouders runnen een succesvolle keten kledingwinkels, die vooral onder jongeren erg populair zijn. Het gezin woont in een mooi vrijstaand huis, omringd door een grote tuin, met als kers op de taart een buitenzwembad waar ‘s zomers volop in wordt gezwommen. Tom beschikt over een ruime eigen kamer en deelt de badkamer met zijn zusje, die anderhalf jaar jonger is dan hijzelf. Begin januari wordt Tom zeventien. Hij zit op het VWO, waar hij zonder al te veel moeite nette cijfers haalt, meer dan voldoende vindt hij zelf. Liever steekt hij zijn energie in zijn grote passie: zwemmen. Hij traint fanatiek bij de plaatselijke zwemvereniging en hoort daar bij de tien beste jonge zwemmers. Het wedstrijdzwemmen ligt hem goed; geregeld eindigt hij in zijn leeftijdscategorie op het podium. Zijn dagen beginnen vroeg: elke ochtend om half zes duikt hij het zwembad in voor twee uur trainen, samen met andere zwemmers op allerlei niveau. Na school volgt ‘s middags nog een trainingsuur. Op school zit Tom in een speciale sportklas met andere jonge talenten, niet alleen zwemmers, ook sporters uit heel uiteenlopende disciplines. In het weekend kan hij gelukkig uitslapen, tenzij er een wedstrijd op het programma staat.

Terwijl Tom in de in Kerstsfeer gehulde woonkamer zit, overdenkt hij welke pizza hij straks in de oven zal schuiven. Zijn moeder heeft ervoor gezorgd dat koelkast en vriezer bomvol liggen met lekkers voor de feestdagen - zelfs een compleet kerstdiner - dat alleen ontdooid en opgewarmd hoeft te worden. Tom maakt zich geen zorgen over deze dagen alleen. Hij geniet van de rust en de vrijheid om gewoon zijn eigen gang te kunnen gaan. Een film kijken met een zak chips erbij, meer heeft hij niet nodig om tevreden te zijn. Normaal gesproken gaat hij op tijd naar bed. Logisch, met die vroege zwemtrainingen. Deze week kan hij alles even loslaten: hij kan heerlijk ontspannen en precies doen waar hij zelf zin in heeft.

Tom kiest vanavond voor een pizza Capricciosa; alleen al het vooruitzicht van de geur bezorgt hem een glimlach. Hij komt overeind. Zodra hij richting keuken loopt, voelt hij een kille luchtstroom die niet bij het warme huis past. Zou hij per ongeluk een raam open hebben laten staan? Met een licht onrustig gevoel maakt hij een rondje langs de ramen, alles blijkt hermetisch afgesloten. Zijn bezorgdheid neemt toe.

Hij loopt naar een radiator en legt zijn hand erop, hopend op warmte. De radiator voelt koud aan. Dat is niet goed. Met een bezorgde frons loopt Tom naar het technische hart van het huis, waar ook de verwarmingsketel staat. Nu knippert er een storingslampje. Een code licht zakelijk op, alsof het apparaat wil zeggen: ‘Dit is niet jouw dag.’

Toch laat Tom zich niet zomaar uit het veld slaan. Hij weet wat hem te doen staat. Kalm noteert hij de code en leest het telefoonnummer op de sticker. Het bellen gaat haast automatisch, zijn stem klinkt een tikje bezorgd. Hij noemt naam, adres en de code. Aan de andere kant klinkt een geruststellende stem. Binnen een uur komt er iemand langs, belooft de medewerker. Opluchting stroomt door Tom heen als hij het gesprek afsluit. Het huis voelt fris. De isolatie houdt de kou buiten.

Tom besluit gewoon in de keuken te blijven, zijn pizza in de oven te schuiven en te genieten van de stilte. Het besef dringt door: zelfs wanneer alles opeens anders loopt, redt hij zich prima, gewoon op zijn eigen manier. Daar mag hij best trots op zijn.

Na het laatste stukje pizza nestelt Tom zich weer in zijn vaste hoek bij de open haard, omringd door die weldadige warmte. Met een tevreden zucht ploft hij op de bank en grijpt zijn tablet; hij laat zich meevoeren door de bladzijden van zijn lievelingsboek. Net als hij helemaal opgaat in het verhaal, klinkt plotseling de deurbel. Tom schrikt even op uit zijn concentratie, legt zijn tablet weg en loopt naar de voordeur. Achter het matglas tekent zich het silhouet af van een persoon met een koffertje in zijn hand. Op het moment dat Tom de deur opent, staan hij en de technicus elkaar even verbaasd aan te kijken.

“Dag Joost,” zegt Tom, verwonderd. Joost kijkt net zo verrast terug. “Hé Tom, moet ik bij jou zijn?”
Tom fronst licht: ‘Ik wist niet dat jij iets met verwarming deed. Is dat je werk?’
“Nee hoor”, lacht Joost. “Ik zit nog op school. Mijn ouders hebben een elektrotechnisch bedrijf en het idee is dat ik dat later overneem. Dus draai ik soms mee met de storingsdienst om wat ervaring op te doen. Ik krijg de klusjes die ik aankan en leer zo in de praktijk.”
‘Wat bijzonder,’ zegt Tom.

Tom kent Joost van de zwemclub. Joost valt misschien niet altijd op tijdens de trainingen, hij weet zich prima te weren in het water. Ze hebben nooit echt contact gehad. Hun contact was niet meer dan een groet in de kleedkamer of een opmerking bij het zwembad. Soms een kort praatje onder de douche na afloop van een training. Nu, op deze kerstavond met een defecte verwarmingsketel, lijkt het alsof ze elkaar pas echt tegenkomen.

"Zullen we samen eens naar de boosdoener gaan kijken?" stelt Tom voor, een vleugje spanning in zijn stem.
"Goed idee," antwoordt Joost, terwijl hij Tom volgt door het huis dat een beetje kil aanvoelt.
Bij de ketel aangekomen ademt Joost even diep in, zijn blik gefocust op het apparaat. Met een zekere handbeweging haalt hij de beschermkap van het apparaat.
"Ze hadden me al ingeseind welk type ketel het is. Plus de storingscode." zegt Joost. "Als het goed is, heb ik alles bij me om het probleem op te lossen."

“Wat bijzonder dat jij dat allemaal kunt,” zegt Tom, bewonderend.
Joost glimlacht bescheiden. “Ach, als de ketel de juiste code geeft, is het allemaal niet zo ingewikkeld. Dan weet ik meteen wat ik moet aanpakken.”

Met rustige, precieze handbewegingen koppelt hij een paar onderdelen los. “Kijk, hier zit de boosdoener verstopt. Even kijken wat er gebeurt als ik die vervang.”
Uit zijn koffer haalt Joost een nieuw onderdeel, dat hij met zorg installeert. Daarna zet hij alles netjes terug op zijn plek en start de ketel opnieuw op. Nog voordat Tom hoopvol adem kan halen, klinkt alweer het storingssignaal.

“Hmm, dat is vreemd,” mompelt Joost, zijn wenkbrauwen licht gefronst. “er moet meer aan de hand zijn.” Hij pakt een tablet uit zijn koffer en sluit die vakkundig aan op de ketel. Zijn ogen glijden over het scherm. “Aha, mijn tablet geeft aan dat er nog een onderdeel defect is. Helaas heb ik dat niet bij me. Ik ga het even ophalen, dan kom ik direct terug en zorg ik dat jij het weer lekker warm krijgt.”

“Moet je daar ver voor rijden?” vraagt Tom, terwijl zijn nieuwsgierigheid het wint van zijn ongemak. “En eh, ben je eigenlijk met de auto? Ik weet zelfs niet eens hoe oud je bent.”
Joost grijnst even. “Ja, ik ben met de auto. Drie weken geleden ben ik achttien geworden en daarvoor heb ik zo snel mogelijk mijn rijbewijs gehaald. Eerder reed ik meestal op mijn elektrische scooter. Dit is toch een stuk makkelijker. Hoe oud ben jij eigenlijk?” Hij kijkt Tom nieuwsgierig aan. “O ja, nog antwoord op je vraag: ik ben, hoop ik, met tien minuutjes terug.”

“Begin januari word ik zeventien,” antwoordt Tom, een beetje verlegen. “Maak vooral geen haast, ik wacht wel. Veel keus heb ik niet, anders zit ik in de kou.”
Joost knipoogt. “Maak je geen zorgen, ik zorg dat je het weer warm krijgt.”
Met vlugge, zelfverzekerde passen vertrekt Joost de koude avond in.

‘Wauw,’ denkt Tom verwonderd. ‘Wat een knappe en innemende jongen is die Joost eigenlijk. Zo heb ik hem nog nooit bekeken. Hij straalt openheid en toegankelijkheid uit. Misschien kan ik hem straks vragen of hij, als hij klaar is, nog even wil blijven om wat te knabbelen en te drinken.’

Het duurt langer dan Joost had verwacht. Pas na een klein half uur klinkt eindelijk weer de deurbel. Tom haast zich naar de voordeur en daar staat Joost met een glimlach op zijn gezicht. Als hij binnen is lopen ze samen naar de ketel. Joost buigt zich geconcentreerd over het apparaat en demonteert deze keer nog wat meer onderdelen. Met zorgvuldige vingers plaatst hij één voor één de vervangende onderdelen terug. Wanneer alles weer op z’n plek zit, reset hij de installatie. De ketel slaat onmiddellijk aan en vult de ruimte met dat vertrouwde, geruststellende gezoem. Joost zet de kap er weer op en ruimt zijn gereedschap op.

“Zo, dat is weer klaar. Je hoeft je tijdens de Kerstdagen in elk geval geen zorgen te maken over de kou.” zegt hij.
“Dank je wel, Joost. Echt fijn.” antwoordt Tom opgelucht.

“Ben jij alleen met Kerst?” vraagt Joost.
“Ja, mijn ouders zijn op vakantie. Dit jaar wilde ik niet mee en gelukkig mocht dat eindelijk eens.”
Joost knikt begripvol. “Dat herken ik. Mijn ouders zijn ook weg met de feestdagen. Ik had er ook geen zin meer in. Dus we zitten in hetzelfde schuitje.”

Tom aarzelt een moment, dan vraagt hij: “Moet je meteen weg of heb je misschien zin om nog wat te drinken of te knabbelen?”

“Helemaal prima, hoor, graag zelfs. Voor vandaag heb ik meer dan genoeg gedaan. Ze weten dat ik beschikbaar ben als ik daar zin in heb, als ik geen zin heb of het even niet uitkomt hoef ik niet te werken. Het is geen baan. Nu vind ik het eigenlijk wel gezellig om te blijven. Even lekker bijkletsen. Als daar een hapje en een drankje bij komt kijken, is het voor mij helemaal af.”

Tom glimlacht en wenkt Joost richting de woonkamer. “Kom mee, maak het je gemakkelijk. Ik schenk zo wat in en zorg voor iets lekkers erbij. Ik ben zo terug.”
In de keuken zoekt Tom naar iets toepasselijks. Hij pakt een fles Cola en een zakje nootjes plus wat zoutjes. Doet die in twee bakjes. Even blijft hij staan, zich bewust van het onverwachts gevoel dat over hem overvalt.

Wanneer hij de woonkamer binnenloopt, ziet hij Joost zitten bij het haardvuur, ontspannen in de grote stoel tegenover de bank waarop Toms tablet nog achteloos ligt. De zachte gloed van de vlammen danst op Joosts gezicht, en Tom voelt zich, ondanks alles, gewoon op zijn gemak.