Beter dan iemands leven verpesten, deel 8, slot.

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Wimmie
Berichten: 252
Lid geworden op: wo 01 jan 2020, 23:09
Vul het getal in: 123

Beter dan iemands leven verpesten, deel 8, slot.

Bericht door Wimmie » ma 11 aug 2025, 06:45

De jongen staat op de gang te huilen. Jan-Willem legt zijn hand op zijn schouder. Hij heeft geen idee wat hij anders kan doen. De mentor knikt hem bemoedigend toe. Samen wachten ze af tot de jongen wat tot rust is gekomen.
Dan vraagt de mentor: “Wil je ons vertellen wat er aan de hand is, Arnold, of wil je dat in de klas doen, of wil je iets anders?”
Jan-Willem laat Arnold los.
“Ik zou willen dat ik de tijd kon terugdraaien. Ik heb ook gepest en nu is Alex er niet meer. Dat is ook mijn schuld”
“Dat kan wel zo zijn, maar als je al van schuld kunt spreken zijn er meer schuldigen. Alle anderen die ook gepest hebben. Ook Alex zelf, die had hulp kunnen zoeken. Ook wij als school, wij hadden het op moeten merken. Ook zijn ouders, als Alex daar hulp heeft gezocht of als hij dat niet durfde. Kortom: iedereen rond Alex heeft er op de één of andere manier mee te maken. Daarom moeten we ervan leren en zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt.”

Jan-Willem kijkt Arnold aan. “Daar ben ik het mee eens! Ik heb hulp gezocht, bij mijn ouders, bij mijn beste vriend, op school. Het hielp niet om het pesten op te laten houden, toch werd het daardoor beter te dragen. Het pesten werd minder en ik kon er met anderen over praten. Ik denk dat jij niet moet denken aan wat gebeurd is, daar is niets meer aan te doen, maar hoe we kunnen voorkomen dat in jullie klas, op jullie school, in jullie stad, in ons land dit weer gebeurt. Dan hebben we wat geleerd van wat gebeurd is.”

Arnold snift wat na. “Ik voel me zo stom.”
“Zo stom ben je niet, Arnold, jij laat tenminste blijken dat je er spijt van hebt en dat je het anders wilt. Zullen we de klas weer ingaan? Wil je dat doen zonder iets te zeggen of wil je de klas zeggen wat je ons net verteld heb?” vraagt de mentor.
“Wat zou jij doen?” reageert Arnold naar Jan-Willem.
“Ik heb geleerd dat eerlijk zijn het beste is. Ik zou eerlijk vertellen waarom ik de klas uit ben gelopen en wat wij daarvan zeiden. Misschien helpt dat anderen.”
De mentor kijkt Arnold aan. “Ik ga het proberen” zegt Arnold.

Ze gaan de klas weer binnen. Als Arnold, Jan-Willen en de mentor zitten stopt Tjeerd met zijn verhaal. Hij kijkt Jan-Willem aan.
“Arnold wil de klas graag iets vertellen.” zegt Jan-Willem.
Iedereen kijkt naar Arnold. De eerste tranen lopen weer over zijn gezicht. Jan-Willem gaat naar hem toe en legt zijn hand op zijn schouder. “Je kan het” fluistert hij.
Arnold begint wat hakkelend te vertellen dat hij één van de pesters was. Dat hij het vreselijk vindt dat Alex er niet meer is en dat hij zich mede schuldig voelt. Dat de mentor en Jan-Willem hem hebben uitgelegd dat er meer schuldigen zijn, dat Alex zelf ook iets anders had kunnen doen. Dat je beter iets kunt leren van wat er gebeurd is dan er een schuldgevoel over hebben. Als hij uitgesproken is klopt Jan-Willem hem op zijn schouder. “Goed zo” fluistert hij en hij kijkt de klas rond en vraagt: “Zijn er misschien meer klasgenoten die er net zo over denken als Arnold?” Hij ziet een paar jongens knikken, een meisje begint zachtjes te huilen.

Tjeerd neemt het over. “Het is goed om te huilen als je verdriet hebt. Zoals Arnold net gezegd heeft, het is gebeurd. Dat is heel erg, daar is helaas niets meer aan te veranderen. Ik denk dat als jullie eerder geweten hadden wat jullie nu weten, dat je dan misschien nooit begonnen zou zijn, met pesten. Klopt dat?”
Een aantal jongens begint te knikken.
“Wil iemand daar nog iets over vertellen?”
Een jongen knik en zegt: “Ik voel hetzelfde als Arnold. Ik wilde dat niet voelen dus deed ik stoer. Nu begrijp ik dat dit niet zo handig was, anderen in de klas dachten waarschijnlijk dat het me niets kon schelen. Dat is niet zo. Alleen was het wel heel moeilijk dat te laten blijken. Nu is het ineens een stuk makkelijker.”
Arthur gaat daarop in. “Je denkt dat pesten stoer is. Als dan blijkt dat het niet zo is, is dat even schrikken. Stoer zijn is makkelijker dan niet stoer zijn. Huilen wordt niet stoer gevonden. Ik vind huilen soms stoerder dan stoer doen terwijl je het niet meent!”

“Dat is helder. Zo is het heel vaak: laten zien wat je voelt is lastig. Het tegenovergestelde laten zien is veel makkelijker. Zullen we dat achter ons laten? Zullen we met zijn allen aan een toekomst zonder pesten werken? Wie wil het contract tekenen?” gaat Tjeerd verder.
Dan gaan alle handen omhoog.

Iedereen tekent het contract. Tjeerd legt uit hoe het nu verder gaat. Dan komen ze aan een afronding toe. Jan-Willem wil nog iets zeggen.
“Ik heb al heel veel gesprekken in klassen op onze school gevoerd. Ik vond dit het moeilijkste van alle gesprekken. Maar ik vind dat jullie het goed gedaan hebben. Ga zo door. Misschien willen een paar van jullie ook op deze school doen wat ik met mijn vriend Arthur en nog een paar anderen op onze school hebben gedaan: alle klassen langs met het contract. Het helpt, echt!”

Tjeerd zegt dat hij hier graag op terugkomt. Als ze weggaan loopt Arnold snel naar Jan-Willem en zegt: “Dank je wel.” Jan-Willem geeft hem een high five.

In de auto praten ze na. “Wat was dat heftig” zegt Arthur. Jan-Willem is het daar helemaal mee eens. Tjeerd zegt: “Ik vond het ook heftig. Jullie hebben het goed gedaan. Petje af, jongens. Ik verwacht eigenlijk dat de school terugkomt om ook aan het programma mee te doen. Zien jullie het zitten wat leerlingen, bijvoorbeeld uit deze klas, te trainen zoals ik met jullie heb gedaan?”
“Kunnen we dat dan?” vraagt Arthur.
“Na wat ik jullie vandaag heb zien doen: jazeker. En jullie voordeel is dat jullie bijna dezelfde leeftijd hebben als deze leerlingen en aan alle twee de kanten, pesten en gepest worden, ervaring hebben. Bovendien kennen ze jullie. Als de rector mij binnenkort belt, mag ik jullie namen dan noemen?”
Jan-Willem en Arthur kijken elkaar aan. “Doen?” vraagt Jan-Willem Arthur. “Ja, gaan we doen.”

Dat wordt afgesproken. Tjeerd zal contact leggen als de school hem benadert. En dat gebeurt. Tjeerd stuurt Arthur en Jan-Willem een mail met het verzoek contact op te nemen met de rector en afspraken te maken. Hij stuurt een schema van het inwerk-programma dat zij ook hebben gevolgd mee met de mededeling: ‘als jullie vragen hebben mag je me altijd bellen, ook als je met een sessie bezig bent en tegen iets aanloopt!’

En zo komt het dat Jan-Willem en Arthur een week later op de andere school na de lessen in het lokaal van de mentor zitten met vijf leerlingen van de klas waar zij geweest zijn. De groep is erg enthousiast en wil aan de slag. De eerste keer zijn de rector en de mentor bij het begin aanwezig. De mentor vraagt of hij er bij mag blijven. Daar hebben Jan-Willem en Arthur geen problemen mee. Na 1,5 uur is het voor die dag genoeg, volgende week een nieuwe bijeenkomst en daarna kunnen de enthousiastelingen in andere klassen aan de gang gaan, eerst met Arthur en Jan-Willem er bij. Ook dat verloopt prima en na anderhalve maand nemen Jan-Willem en Arthur afscheid. Als afscheidscadeau krijgen ze alle twee een boek, eentje over de geschiedenis van de school (die kennelijk al heel oud is) en de ander over de geschiedenis van de plaats waar de school staat.

Ondanks al deze activiteiten is ook het gewone schoolwerk doorgegaan. De eindexamens staan voor de deur. Jan-Willem en Arthur staan er goed voor. Ze studeren veel samen. Ze komen deze periode goed door. Dan komt het wachten op de uitslag. Voor Arthur en Jan-Willem niets spannends: ze hebben hun diploma gehaald. Voor volgend jaar hebben ze ook al duidelijk wat ze willen gaan studeren. Alle twee hebben ze een andere keuze gemaakt: Jan-Willem gaat psychologie studeren, terwijl Arthur gekozen heeft voor rechten. Dat doen ze in de stad waar zij wonen, zodat ze gewoon thuis kunnen blijven en heel regelmatig bij elkaar kunnen zijn. Hun ouders zijn inmiddels ook bevriend geraakt. Dat blijkt op de dag dat de resultaten van de examens bekend zijn geworden. Ze zijn alle twee met een prachtige lijst geslaagd en de vlag met de rugzak hangt snel bij alle twee buiten. Hun ouders hebben voor die avond een gezamenlijk etentje geregeld. Wat heel gezellig is.

Na afloop slapen zij bij Jan-Willem. Als ze alle twee lepeltje-lepeltje tegen elkaar aan liggen draait Jan-Willem zich naar Arthur om zodat ze elkaar aan kunnen kijken.
“Weet je, als ik terugdenk aan een jaar geleden, wat is ons leven dan veranderd.”
“Ik weet het. Aan de tijd daarvoor denk ik liever niet. Eerder aan wat we daarna samen hebben gedaan. Voor mij ook om wat goed te maken. Van pester en gepeste tot van elkaar houden. Beter dat iemands leven verpesten.”

Gesloten