Pagina 1 van 1

Beter dan iemands leven verpesten, deel 7.

Geplaatst: za 09 aug 2025, 06:53
door Wimmie
Ze hebben besloten hun prille relatie zo snel mogelijk met hun ouders te bespreken. Daarom gaan ze de laatste dag dat de ouders van Jan-Willem weg zijn bij Arthurs ouders langs. Die tonen zich niet verbaasd gezien de tijd die ze daarvoor al samen doorbrachten.
Ook de ouders van Jan-Willem zijn niet verbaasd. Zij willen snel een afspraak met de ouders van Arthur maken. Dat wordt een prettig gesprek. Tussen de ouders klikt het. Er worden afspraken gemaakt. Zo mogen ze in het weekeind om en om bij de één of de ander slapen. Als er aanleiding is dat door te week te doen, zal daar een aparte beslissing over worden genomen, vanuit een positief vertrekpunt.

De weken hierna verlopen super voor Jan-Willem en Arthur. Zij hebben het ook aan hun klasgenoten verteld, waardoor Arthur meteen ook uit de kast is gekomen. Hun klasgenoten zijn helemaal niet verbaasd.

Zij gaan door met het project klassen-voorlichting. Dat loopt goed. Ook Erik, Anita en Saskia draaien in het project mee, soms met of Jan-Willem, of Arthur, of alle twee, soms ook met zijn drieën.

Het loopt tegen de voorjaarsvakantie als de rector Jan-Willem en Arthur vraagt na de laatste les langs te komen. Hij vertelt dat hij op een overleg van directeuren en rectoren verteld heeft over het project. Dat was begin dit jaar. Vanmorgen is hij gebeld door de rector van een andere school met een vraag die hij hen voor wil leggen.

Op die school is kennelijk een jongen uit de 4e klas nadat hij als homo uit de kast was gekomen zo veel gepest, dat hij zelfmoord heeft gepleegd. Daardoor is de klas in feite in tweeën verdeeld. De groep voormalig pesters doet stoer en wijt het aan het feit dat het gewoon een rare jongen was. ‘Eigen schuld dikke bult’ is hun stelling. Een ander deel van de klas verwijt hen dat ze hem de dood in hebben gepest. ‘Jullie hebben hem tot die daad gebracht.’ En dat maakt de klas onwerkbaar. Leraren hebben er al van alles aan proberen te doen, zonder succes. Toen dacht de rector aan het gesprek over het project.

Jan-Willem en Arthur kijken elkaar aan. “Dat is heftig, daar zouden we dan Tjeerd bij willen betrekken.”
“Dat heb ik al bedacht. Ik heb al contact gehad met Tjeerd. Hij wil het samen met jullie oppakken, heeft hij aangegeven, mits jullie natuurlijk zelf willen.”
Jan-Willem en Arthur kijken elkaar aan.
“Natuurlijk willen wij dat, als we kunnen helpen doen we dat” reageert Arthur.
“Nemen jullie zelf contact op met Tjeerd?” vraagt de rector.
Dat bevestigen beide vrienden.
“Hoe gaat het verder? “ vraagt de rector.
“Met het project of met ons?” vraagt Jan-Willem.
“Alle twee” is de reactie.
“Het project gaat prima, nog 3 klassen en we hebben de hele school gehad. En wat ons betreft: wij zijn gelukkig met elkaar.”
“Ook dat is mede het gevolg van het project, bijzonder toch? “ reageert de rector.
“Ja wij zijn u heel dankbaar dat u toen op het goede moment op de goede plek was!” reageert Arthur.

Een week later hebben ze overleg met Tjeerd. Tjeerd heeft deze situatie nog nooit bij de hand gehad. Daarom wil hij uitgebreid voorbereiden. Ze spreken het te volgen programma door. Jan-Willem en Arthur geven aan dat ze het een spannende bijeenkomst vinden. Tjeerd geeft toe dat dit voor hem ook geldt.

De bijeenkomst is na een week. De leerlingen van die klas zijn gemiddeld een jaartje of twee jonger dan Jan-Willem en Arthur. Als ze samen met de mentor de klas binnenkomen is de spanning voelbaar.

De mentor stelt hen voor:
“Dit zijn drie mensen van het project Stop Pesten NU! Tjeerd is een van de oprichters, Jan-Willem en Arthur zijn alle twee leerlingen van een klas waar dit project is ingezet omdat Jan-Willem gepest werd door een groep klasgenoten, waaronder Arthur. Jan-Willem zal eerst vertellen hoe het voor hem was toen hij bijna een jaar gepest werd en daarna zal Arthur uitleggen waarom hij pestte. Tjeerd zal dan ingaan op zijn Stichting en hoe zij te werk gaan. Daarna is het de bedoeling met elkaar in gesprek te gaan. Deze en de volgende les zijn hiervoor gereserveerd, we hebben tijd zo veel als nodig is.

Arthur, Tjeerd en de mentor gaan zitten en Jan-Willem blijft staan. Hij kijkt de klas rond.
“Wie vindt mij raar of ziet iets vreemds aan mij?” vraagt hij. Het blijft stil.
“Ik begrijp dat dit een lastige vraag is. Wat ik wil zeggen is: wie vindt zichzelf vreemd? Waarom vind je een ander vreemd? Ik heb mezelf niet gemaakt, ik ben geboren zoals ik ben. Ik zie er best leuk uit, vertelde iedereen mij altijd. En dat hoor ik nog steeds. Helaas ben ik heel dom geweest. Ik werd namelijk verliefd op een klasgenoot, een jongen. Dat heb ik hem verteld. Wat gebeurt er als je verliefd bent op een meisje en dat tegen haar zegt? Het ergste dat kan gebeuren is dat zij zegt dat ze jou niet ziet zitten. Maar zeg je dat als jongen tegen een jongen, dan kan gebeuren wat mij gebeurd is. Dan gaat die jongen dat in de hele klas rondvertellen. Dan begint de hel van het pesten.
Laat ik jullie vertellen dat ik het helemaal niet fijn vond dat ik op jongens verliefd werd. Ik wilde niet anders zijn. Maar je kunt het nog zo graag willen, verliefd op een meisje werd ik niet. En dan kan je kiezen: ga je je hele leven toneelspelen en net doen of je geen homo bent, of ga je proberen daar iets van te maken. Die eerste keuze is geen echte keuze. En nu ben ik gelukkig, nu ik gewoon mezelf kan zijn en een lieve vriend heb. Daar is wel begrip vanuit je omgeving voor nodig!

Wat gebeurt er als je gepest wordt? In feite raak je al je zekerheid kwijt. Je bent bang om naar school te gaan, om wat er nu weer gaat gebeuren. Je gaat steeds meer aan jezelf twijfelen. Je verliest alle lol in je leven en ’s morgens wil je dat het al avond is. Je slaapt slecht. Je staat moe op. Ik heb het geluk dat ik ouders heb die mij accepteren en een hele goede vriend, met zijn vriendin, die mij ook accepteren zoals ik ben. Dat is iets positiefs in het leven. Alleen de school, die vervelende school…. Was die er maar niet.
Ik heb heel veel geluk gehad. Toen klasgenoten in de gang mijn rugzak af hadden gepakt en alles door de gang gooiden kwam de rector de hoek om. Die heeft toen uitgezocht wat er aan de hand was en Tjeerd van Stop Pesten NU er bij betrokken. Wij hebben net zo’n gesprek in de klas gehad als jullie nu hebben. En voor mij veranderde daarna heel veel: het pesten hield op. Met een groepje klasgenoten gaan wij de andere klassen langs om over pesten te praten. En daaruit is een vriendschap tussen Arthur en mij ontstaan en nog meer: wij zijn nu elkaars vriend, in de zin van van elkaar houden. En de klas vindt dat prima. De sfeer in de klas is veranderd: iedereen wordt geaccepteerd zoals zij of hij is. Dat is fijn, voor iedereen. Als ik nu met mijn klasgenoten die mij gepest hebben praat snappen zij ook niet meer waarom zij mij ooit hebben gepest.”

Jan-Willem kijkt rond en ziet dat iedereen naar hem kijkt.
“Hier wil ik het bij laten. Nu gaat Arthur verder.”
Jan-Willem gaat zitten en Arthur staat op.
“Ik hoor bij het groepje populaire jongens in de klas. Dat is prettig, dan heb je altijd een plekje in de groep. Ik kende Jan-Willem uiteraard als klasgenoot, die zat niet in ons groepje. Vond ik hem vreemd? Neen, hij was voor mij gewoon een klasgenoot. Zoals zo vele. Tot een jongen meldde dat Jan-Willem hem had toevertrouwd dat hij verliefd op hem was. Dus Jan-Willem was homo. Meteen een aantal reacties van andere jongens: een homo in onze klas.’ En dat namen anderen over. Ik ook. Dat was voor mij wel een beetje dubbel: ik had ook wel eens gedacht dat ik op een jongen verliefd was geweest. Maar ik wilde geen homo zijn, ik wilde niet afwijken. En dus deed ik gewoon mee met het pesten. Verliefd worden op een jongen is altijd een fase maakte ik mezelf wijs.
Het pesten werd heel normaal, op een gegeven moment denk je er niet meer bij na. Als je iemand ziet die gepest wordt is het normaal dat je mee gaat pesten. En je vraagt je al helemaal niet af wat dat pesten doet met degene die gepest wordt.

Voor ons kwam er een eind aan toen de rector ons op de gang betrapte terwijl we de rugzak van Jan-Willem leeghaalden en de boeken en andere dingen door de gang gooiden. Dat hadden we al vaker gedaan. Op heterdaad waren we nog nooit betrapt en dan nu door de rector. Wij moesten als klas na het laatste uur allemaal blijven. Toen is er uit gekomen wat er aan de hand was en kregen we de opdracht om de volgende dag in een tussenuur bij elkaar te komen. Dat bracht ons in contact met Tjeerd, aan hem wil ik verder het woord geven, tenzij jullie nog vragen hebben.”

Arthur kijkt de groep rond. Een meisje steekt haar hand op.
“Jan-Willem heeft verteld dat jullie nu vrienden in de zin van een relatie zijn. Hoe kan dat als je hem eerst hebt gepest?”
“Ja, dat is een heel logische vraag. Ik heb al verteld dat ik soms ook dacht dat ik op jongens viel, wat ik niet wilde. Misschien is een klasgenoot die homo is pesten dan de manier om het te ontkennen. Toen onze klas niet meer pestte en ik samen met Jan-Willem in het project van Tjeerd zat begon ik te ontdekken dat Jan-Willem niet alleen heel aardig is, maar ook mooi en lief. En jullie weten allemaal wat er gebeurt als je iemand aardig, mooi en lief vindt! Dan komen er hormonen en vlinders!” Sommige meisjes beginnen te gniffelen. Arthur vraagt of er nog andere vragen zijn. Als die er niet zijn neemt Tjeerd het van hem over.

Tjeerd vertelt het verhaal van de Stichting Stop Pesten NU! en vertelt ook over zijn eigen ervaringen. Hij soms ook wat cijfers op. “Dorre cijfers” zegt hij, “Maar elk cijfer staat voor een aantal drama’s. Onder de 10- tot 20-jarigen maakten in 2023 in Nederland 36 jongens en 18 meisjes een eind aan hun leven. Ik verzin het niet. Dit cijfer komt van het Centraal Bureau voor de Statistiek, gepubliceerd in 2024. Dat zijn dus 54 leeftijdsgenoten van jullie die niet dood hadden hoeven zijn. Heel concreet: 2 hele klassen op een middelbare school. En ook 54 gezinnen die ineens een kind, broer of zus moeten missen. Plus hun vrienden en de opa’s en oma’s. Als een klasgenoot van jullie dood gaat door een verkeersongeluk of door een ernstige ziekte, dan is dat heel erg. Soms, vooral bij ziekten, was er niets aan te doen. Als een jongere zelfmoord pleegt omdat hij of zij het niet meer ziet zitten omdat zijn of haar leven een hel is geworden door pesters, dan was dat niet nodig geweest.

Jullie klas heeft te maken gekregen met een klasgenoot die een eind aan zijn leven heeft gemaakt. Ik weet niet of iemand dat heeft zien aankomen. Ik weet ook niet of hij signalen heeft uitgezonden dat hij het helemaal niet meer zag zitten. Ik weet ook niet hoe hij gepest werd, waarom en hoe erg dat voor hem was. Ik wil dat ook niet weten. Wat ik wil is dat er nooit meer een klasgenoot of een andere leerling van deze school, of van een andere school in deze plaats, of heel Nederland, zo wanhopig wordt dat hij of zij maar één uitweg ziet: zelfmoord.

Ik wil met jullie niet praten over wat er is gebeurd. Dat is gebeurd en daar kan en wil ik niet over oordelen. Wel wil ik met jullie bespreken hoe het mogelijk is om met elkaar afspraken te maken dat het nooit meer gebeurt. Zo ben ik ook op de school van Jan-Willem geweest nadat de rector de pesters had betrapt. Wat hebben we toen gedaan? We hebben afspraken gemaakt. Wij hebben als Stop Pesten NU! een contract gemaakt dat wij in dit soort situaties gebruiken. Jullie krijgen allemaal een exemplaar.” Tjeerd geeft links en rechts een stapeltje A4-tjes en vraagt: “Graag afnemen en doorgeven.”

Als iedereen een exemplaar heeft zegt hij: “Lees het op je gemak door.” Iedereen leest het door. Als de meeste klasgenoten niet meer lezen zegt hij:
“Wie wil er iets over zeggen?”
“Ik zou willen dat we dit al eerder hadden geweten. Ik vind het een heel redelijk verhaal. Ik hoop dat alle klasgenoten dit willen ondertekenen. Dan zijn we van een groot probleem af.”
Tjeerd kijkt rond. “Wie wil er ook nog wat over zeggen?”
“Als we dit ondertekenen en ons er aan gaan houden, dan zit er tenminste nog iets positiefs in wat er gebeurd is. Dan wordt in ieder geval de sfeer in de klas beter en misschien worden we dan weer een leuke klas waar je met plezier naar toe gaat.”
“Nog andere meningen?”
Als Tjeerd dat gezegd heeft begint een jongen te huilen en loopt huilend de klas uit. Jan-Willem staat meteen op en loopt achter hem aan, net als de mentor.