Pagina 1 van 1

Beter dan iemands leven verpesten, deel 6.

Geplaatst: do 07 aug 2025, 06:55
door Wimmie
Een week later begint de school weer: het eindexamenjaar. Jan-Willem en Arthur zitten tijdens veel lessen bij elkaar in de klas. Ze zijn naast elkaar gaan zitten. Ook buiten de klas hebben zij veel contact. De bijeenkomsten met Tjeerd zijn geweest. De eerste les in een andere klas wordt verzorgd door Jan-Willem en Arthur, Tjeerd is er bij net als Erik, Anita en Saskia. Tjeerd maakt na afloop een groot compliment: “Dat hebben jullie gaaf gedaan. Het persoonlijke accent dat jullie hebben aangebracht door iets te vertellen over jullie eerdere rol als pester en gepeste heeft echt een meerwaarde. Ik kon het aan de reacties merken.” Na afloop peilt de mentor in de klas hoe het ervaren is. Uiterst positief! Daarom besluit de rector het project door te zetten. Elke week een klas, Jan-Willem en Arthur zijn om de week een lesuur ingepland, de andere drie de andere week.

Jan-Willem ontdekt al snel dat hij Arthur anders gaat zien. Arthur is leuk, heeft humor, is aardig, vooral ook lief. Jan-Willem kan het uitstekend met hem vinden en merkt dat hij steeds meer gevoelens voor Arthur ontwikkelt. Hij vindt het heerlijk samen met Arthur te zijn. Hij heeft Arthur ook al twee keer opnieuw getekend. Uiteindelijk moet hij toegeven inmiddels verliefd op Arthur te zijn. Wat moet hij daarmee? Arthur is homo, net als hij. Wat voelt Arthur voor hem? Aan Arthur is niets te merken. Logisch: zelf laat hij ook niets merken. Stel dat hij Arthur vertelt dat hij verliefd op hem is en Arthur dat niet op hem is. Zal dat dan iets met hun vriendschap doen? Zullen ze nog normaal met elkaar om kunnen gaan? Voor hemzelf en voor het schoolproject zou dat een ramp zijn. ‘Voorlopig gewoon zo doorgaan als vrienden, dat is het veiligst.’ bedenkt Jan-Willem.

Dat gaat zo tot de kerstvakantie. Dan gaan de ouders van Jan-Willem een paar dagen naar familie. Jan-Willem heeft geregeld dat Arthur die dagen bij hem komt logeren. Hij heeft bedacht dat hij dan gelegenheid kan zoeken om met Arthur over hen tweeën te praten.

Die kans komt als ze gaan slapen. Ze hebben nog nooit bij elkaar gelogeerd: ze wonen immers vlak bij elkaar. Jan-Willem heeft het logeerbed van de logeerkamer naar zijn kamer gebracht. Dat is gezelliger dan een matras op de grond: beide bedden hebben dezelfde hoogte. Hij heeft ook al bedacht hoe hij het gesprek kan beginnen: constateren dat er tussen hen wel heel veel veranderd is.

Het loopt helemaal anders. Als ze alle twee in hun bed liggen zegt Arthur:
“Jan-Willem, ik beschouw jou als mijn beste vriend. Zie jij mij ook zo?”
Jan-Willem kijkt verbaasd. “Ja, dat vind ik ook.”
“Tegen je beste vriend moet je alles kunnen zeggen, vind je niet?”
“Ja, inderdaad.”
“Eigenlijk bedoel ik dit: als je tegen je beste vriend iets persoonlijks zegt, dan moet dat toch kunnen zonder dat dit invloed heeft op de vriendschap?”
“Ja.”
“Dan ga ik dat nu uitproberen. Jan-Willem, ik ben verliefd op jou!”
Jan-Willem begint te glimlachten.
“Om eerlijk te zijn, ik ben ook verliefd op jou. Ik durfde het je niet te zeggen. Ik had me voorgenomen te proberen het je vandaag of morgen te zeggen!”
‘Woow, Jan-Willem, wat ben ik blij dat ik het gezegd heb.” Dan richt Arthur zich op, kruipt bij Jan-Willem op bed en trekt hem in een knuffel tegen zich aan.
Zij kijken elkaar aan. Als magneten worden hun monden naar elkaar getrokken en beginnen ze te zoenen. Tussen het zoenen door kijken ze elkaar aan. Jan-Willem herkent een verliefde blik bij Arthur. Zou hij zelf ook zo’n blik hebben?
Als ze een tijdje gezoend hebben vraagt Jan-Willem in een pauze:
“Hoe lang ben jij eigenlijk verliefd op mij?”
“Al vanaf het moment dat we met elkaar gesproken hebben over mijn homo-zijn. Ik vond je zo lief en begrijpend. Ik kon me wel voor de kop slaan dat ik jou ooit gepest had! En hoe lang ben jij verliefd op mij?”
“Dat is begonnen toen jij me niet meer pestte. Ik ging je toen niet meer als pestkop zien, maar als jongen. Toen zag ik dat je mooi en lief bent. Toen we later aan het pestproject gingen werken werd ik pas echt verliefd.”

Daarna trekt Jan-Willem het shirt van Arthur uit en gaat weer zoenen. Even later doet hij een aanval op diens boxer. “Ik wil je helemaal zien.”
“Ik jou ook!” reageert Arthur met een aanval op Jan-Willems boxer.
Ze kijken alle twee naar waar ze al zo lang van hebben gefantaseerd.
“Jij bent zoals ik je had voorgesteld” reageert Arthur. “Jij zelfs nog een graadje beter” reageert Jan-Willem.
Bloot naast, op en onder elkaar liggend zoenen ze verder. Ze voelen alle twee hun piemels, keihard, tegen elkaar aan, op hun buik of tegen hun zij.
“Ik wil je aftrekken” zegt Jan-Willem.
“Ik jou ook.” reageert Arthur.
Jan-Willem buigt zich over Arthur. Dat zit ongemakkelijk. Hij gaat op Arthur’s benen zitten, zodat hij Arthur helemaal kan zien en Arthur hem kan zien. Dan pakt hij diens knoeperdharde piemel in zijn rechterhand en begint heel zachtjes en rustig de voorhuid over de eikel heen en weer te bewegen. Met zijn linkerhand kriebelt bij de ballen van Arthur en kijkt hoe hij reageert. Arthur doet zijn ogen dicht en zucht. Dan doet hij zijn ogen weer open en glimlacht. “Lekker zo” zucht hij. Jan-Willem gaat rustig door, zoals hij het zelf ook het liefst doet. Het duurt niet lang. Hij voelt dat Arthur tegen het klaarkomen aan zit. “Doen?” vraagt hij zachtjes. “Ja, graag” is het antwoord. Binnen een minuut komt Arthur klaar.
Dan draaien ze de rollen om. Ook Jan-Willem heeft niet veel tijd nodig om klaar te komen. Ze vegen elkaar met een papieren zakdoekje schoon en kruipen in het brede bed van Jan-Willem.
“Dat andere bed brengen we morgen meteen weer terug.” zegt die.
“Mag ik het mijn ouders vertellen?”
“Ja, ik ga het ook aan mijn ouders vertellen.” is de reactie.
Ze knuffelen elkaar nog een tijdje, zoenen nog wat en vallen dan in slaap.

De volgende morgen wordt Arthur als eerste wakker. Hij ligt in een vreemd bed en Jan-Willem ligt naast hem. Hij geniet van een slapende Jan-Willem. Hij realiseert zich hoe het kan veranderen: dezelfde jongen eerst pesten en er nu smoorverliefd op zijn! En dat wederzijds. Hij blijft zo stil mogelijk liggen om lang te kunnen genieten van het huid-op-huid-contact met Jan-Willem. Gelukkig komen er nog twee dagen en ook nachten dat ze zo bij elkaar kunnen zijn en samen slapen. En als hun ouders het weten kan dat vast vaker.

De hele dag bij elkaar zijn, wat een feest. Dat is wel vaker gebeurd, maar nu is het totaal anders. Nu kunnen ze niet van elkaar afblijven. ’s Avonds kruipen ze weer bij elkaar in bed. En genieten weer van elkaar.