Beter dan iemands leven verpesten, deel 3.
Geplaatst: vr 01 aug 2025, 06:48
Wat de rector van plan is wordt de volgende dag duidelijk. Voor het tussenuur gaat iedereen naar het aangegeven lokaal. Daar wachten al 3 mensen de klas op: de rector, de mentor en een onbekende.
Hij blijkt een medewerker te zijn van de Stichting Stop Pesten NU! Die Stichting heeft tot doel het pesten in alle situaties en ten aanzien van alle leeftijden tegen te gaan. Hij vertelt dat hij Tjeerd heet en zelf ook jarenlang gepest is. Hij vertelt waarom, hoe hij werd gepest en wat het voor hem heeft betekend. Hij noemt ook wat cijfers: 17% van de basisschoolleerlingen en 9% van de middelbare scholieren wordt gepest. Voor jongeren uit de LHBTQIA+ gemeenschap is het zelfs nog erger: zij worden twee keer zo vaak gepest dan hun leeftijdsgenoten. Het gaat nog verder: het komt ook in de sport voor: 20% van de sporters, zowel kinderen, jongeren als volwassenen, ervaart pestgedrag binnen hun teams. Bovendien: 20% van de mensen wordt online gepest. Een op de vijf jongeren wordt online gepest, dat zijn 400.000 jongeren per jaar.
Kortom: pesten is een probleem, dat het leven van heel wat kinderen, jongeren en volwassenen behoorlijk kan verpesten, letterlijk en figuurlijk!
Na deze inleiding kijkt hij de klas rond.
“Ik ben hier gevraagd omdat de school pesten in deze klas heeft geconstateerd. Ik heb begrepen eerst ten aanzien van één jongen, later begon het ook naar een groepje dat zich solidair verklaard had met deze jongen toen hij was uitgesloten bij een barbecue met de hele klas. Is er iemand die hier iets over wil zeggen? Pesters mogen zeggen waarom zij pesten, wie gepest is mag zeggen hoe het voelt gepest te worden en wat dat voor je betekent en diegenen die niet gepest hebben mogen zeggen hoe zij naar dat gebeuren hebben gekeken. En ik heb met de school afgesproken dat niemand afgerekend zal worden op wat hij of zij hier zegt. Wie durft?”
Een rustig klasgenootje, één van het groepje van zes, steekt haar hand op. “Ik ben zelf niet gepest en ik heb zelf ook niet gepest. Ik heb uiteraard wel gezien dat Jan-Willem werd gepest. Ik vond dat heel vervelend voor hem, maar ik voelde me machteloos. Het is een bepaald groepje populaire klasgenoten dat pest en ik bedacht dat het niet handig was die tegen je te hebben. De laatste boodschap dat Jan-Willem niet bij de barbecue mocht zijn omdat ze er geen homo bij wilden hebben deed voor mij de deur dicht. Ik bedacht hoe lullig je je moet voelen als je dat leest. Ik heb dat met mijn vriendin besproken, die dat weer met haar vriendin en zo is het gekomen dat we uiteindelijk met zijn zessen waren. Pesten gebeurt in de groep, door een groep, dus zochten wij ook veiligheid van een groep om daar niet aan mee te doen.”
Tjeerd reageert: “Dank je wel, voor je openheid, is er iemand die daarop in wil spelen?”
Het blijft een tijdje stil. Dan begint een klasgenoot te praten. “Ik hoor bij het groepje dat mee heeft gedaan Jan-Willem te pesten. We deden dat in een groep. Ik heb eigenlijk helemaal niets tegen Jan-Willem, ik heb geen hekel aan hem. Waarom ik meedeed? Ik weet het eigenlijk niet. Ik denk gewoon om mee te doen. Je hoort bij de groep, de groep doet iets en daar doe je dan aan mee. Iedereen lacht en je hebt met elkaar plezier. Wat daar de consequenties van zijn heb ik me eigenlijk nooit afgevraagd. Je doet het gewoon.”
Tjeerd bedankt deze klasgenoot. “Zijn er meer onder jullie die iets willen zeggen?”
“Voor mij geldt een beetje hetzelfde. Ik deed mee omdat gezegd werd dat Jan-Willem homo is.”
Tjeerd bedankt ook dit meisje.
“Ik heb vooral gehoord meedoen, nu ook: omdat hij homo is. Wie heeft er nog meer gepest omdat hij homo is?”
Niemand reageert.
“Zijn er dan nog andere klasgenoten die andere redenen hadden?”
Ook nu weer reageert niemand.
“Dan denk ik dat we het wel op een rijtje hebben. De aanleiding voor het pesten was dat Jan-Willem homo is. Daarna is het pesten een eigen leven gaan leiden. Het hoorde er een beetje bij. En daar deed je dan aan mee. Er waren 6 klasgenoten die het vreemd vonden dat Jan-Willem van de barbecue werd uitgesloten. Ik wil eigenlijk van de rest weten hoe zij daar tegenaan keken.”
“Jan-Willem staat een beetje buiten de klas. Daarom vond ik het niet raar dat hij er niet bij gevraagd zou worden.” reageert een meisje.
“Ik heb het gelezen, maar er verder niet over nagedacht” voegt een jongen toe.
“Dank jullie wel” reageert Tjeerd. “Wil jij nog reageren” vraagt hij Jan-Willem.
“Wat moet ik zeggen? Ik herken me in jouw verhaal over de periode dat jij gepest werd. Je gaat bang naar school, wat zal er vandaag weer gebeuren? Het doet heel erg pijn als je leest dat iedereen is uitgenodigd, maar jij niet, om wat je bent. Alsof ik er blij mee was toen ik ontdekte dat ik anders was. Niemand wil anders zijn. Afwijkend zijn betekent dat je de kans loopt gepest te worden. Dat heb ik gemerkt. Ik zou zo graag eens gewoon zonder angst naar school willen gaan. En daar niet merken dat ze je er niet er bij willen hebben. En af moeten wachten wat er nu weer gaat gebeuren.”
Tjeerd kijkt de klas rond. Hij ziet enkele verschrikte gezichten. Anderen kijken naar hun handen. Totdat een meisje zegt: “Sorry, Jan-Willem, dat wist ik niet. Als ik wat je nu vertelt geweten had, had ik zeker niet meegedaan.”
Tjeerd vraagt: “Zijn er nog meer mensen die hun excuses willen maken?”
Een tiental klasgenoten steekt een hand op.
“Mag ik de anderen vragen waarom zij niet hun hand opsteken, terwijl ze wel meegedaan hebben aan het pesten?”
Tjeerd kijkt rond maar niemand reageert. Bijna iedereen kijkt naar zijn tafeltje. Tjeerd blijft zwijgen. Hij blijft rondkijken en stopt van tijd tot tijd bij een klasgenoot die zijn hand niet had opgestoken.
Dan komt er een reactie. “Ik schaam me kapot. Ik heb mijn hand niet opgestoken uit schaamte.”
“Dan vind ik het extra moedig dat je daar nu voor uit durfde komen!” reageert Tjeerd.
“Ja, dat geldt ook voor mij” voegt een meisje toe.
“Ik vind het zo wel voldoende. Nu is de vraag belangrijk: hoe kunnen we voorkomen dat Jan-Willem opnieuw gepest wordt, dat hij het plekje in de klas krijgt dat hij graag wil. Als een geaccepteerd klasgenoot. Ik heb een voorstel.”
Tjeerd kijkt rond.
“Wij hebben een contract gemaakt dat wij in dit soort situaties gebruiken. Ik zal jullie allemaal een exemplaar geven.” Tjeerd geeft links en rechts een stapeltje A4-tjes en vraagt: “Graag afnemen en doorgeven.”
Als iedereen een exemplaar heeft zegt hij: “Lees het allemaal op je gemak door.”
Iedereen leest het volgende lijstje door:
Het antipest contract
Ik vind dat iedereen zich veilig moet voelen in school. Daarom houd ik mij aan de volgende afspraken:
1. Ik accepteer de ander zoals hij is en ik discrimineer niet;
2. Ik scheld niet en doe niet mee aan uitlachen en roddelen;
3. Ik blijf van de spullen van een ander af;
4. Als er ruzie is speel ik niet voor eigen rechter;
5. Ik bedreig niemand, ook niet met woorden;
6. Ik neem geen wapens of drugs mee naar school;
7. Ik gebruik geen geweld;
8. Als iemand mij hindert vraag ik hem of haar duidelijk daarmee te stoppen;
9. Als dat niet helpt, vraag ik een docent om hulp;
10. Als ik zie dat een ander gehinderd wordt tegen zijn zin vraag ik degene die dat doet te stoppen;
11. Als dat niet helpt, vraag ik een docent om hulp.
Als alle klasgenoten naar voren kijken en kennelijk uitgelezen zijn vraagt hij: “Willen jullie een reactie geven?”
Er gaan een paar handen omhoog.
“Ik vind het prima, ik wil wel tekenen.”
“Ik heb met deze afspraken geen moeite.”
“Ik ben er voor dat we dit gaan doen.”
Tjeerd vraagt: “Wie wil dit contract tekenen?”
Hij kijkt rond en ziet alle handen omhoog gestoken.
“Dan stel ik voor dat we nu allemaal onze naam en handtekening er onder zetten. OK?”
Tjeerd kijkt rond en ziet dat iedereen een pen pakt en zijn naam en handtekening onder het contract zet. Als iedereen klaar is loopt hij rond en haalt alle contracten op. Die geeft hij aan de rector.
“Alstublieft, hier hebt u alle contracten. Ik ben blij dat we een positief resultaat hebben kunnen bereiken.”
“Ik zal van alle contracten een kopie laten maken en die krijgen jullie terug. Ik ben trots op jullie, ik vind dit een mooi einde van een heel vervelend probleem. Ik ga eens nadenken of we dit in alle klassen kunnen gaan doen.”
Tjeerd neemt afscheid en iedereen pakt zijn boeken voor de volgende les.
Aan het eind van de dag, als alle lessen achter de rug zijn en Jan-Willem naar buiten loopt wordt hij aangesproken door één van de pesters. “Sorry, Jan-Willem, voor alles wat ik gedaan heb. Ik had echt niet door dat het allemaal zo erg was. Het spijt me heel erg. Maar ik heb nog een vraag: kan ik een keer met je praten? Ik hoop dat je begrijpt dat het serieus is. Ook ik heb het contract getekend.”
Jan-Willem kijkt verbaasd naar zijn voormalige pester.
“Natuurlijk wil ik met je praten, Arthur. Wil je me zeggen waarover en waar zullen we dat doen?”
“Het is erg persoonlijk, ik wil je dat zeggen als we praten. We kunnen ergens wat gaan drinken en dan praten, er zijn wel wat rustige gelegenheden waar we dat kunnen.”
“Prima, wanneer?”
“Zaterdagmorgen om 10.30 uur?”
“Ja prima. Laat me dan wel tijdig weten waar ik naar toe moet komen. Alleen wij tweeën?”
“ Ja.”
“Helemaal prima, spreken wij elkaar zaterdag.”
Jan-Willem stapt verbaasd op zijn fiets en rijdt naar huis.
Als hij langs het huis van Lars komt ziet hij dat Lars thuis is. Nu heeft hij meteen de kans om Lars te vertellen wat er is gebeurd.
“Als dat echt zo uitpakt als het lijkt dan ga jij een heel andere tijd tegemoet dan je gehad hebt, Jan-Willem” reageert Lars.
“Ik hoop het. Ook ben ik heel benieuwd wat Arthur te vertellen heeft.”
’s Avonds onder het eten vertelt hij het verhaal aan zijn ouders. Ook die zijn uiteraard gelukkig met deze ontwikkelingen.
Hij blijkt een medewerker te zijn van de Stichting Stop Pesten NU! Die Stichting heeft tot doel het pesten in alle situaties en ten aanzien van alle leeftijden tegen te gaan. Hij vertelt dat hij Tjeerd heet en zelf ook jarenlang gepest is. Hij vertelt waarom, hoe hij werd gepest en wat het voor hem heeft betekend. Hij noemt ook wat cijfers: 17% van de basisschoolleerlingen en 9% van de middelbare scholieren wordt gepest. Voor jongeren uit de LHBTQIA+ gemeenschap is het zelfs nog erger: zij worden twee keer zo vaak gepest dan hun leeftijdsgenoten. Het gaat nog verder: het komt ook in de sport voor: 20% van de sporters, zowel kinderen, jongeren als volwassenen, ervaart pestgedrag binnen hun teams. Bovendien: 20% van de mensen wordt online gepest. Een op de vijf jongeren wordt online gepest, dat zijn 400.000 jongeren per jaar.
Kortom: pesten is een probleem, dat het leven van heel wat kinderen, jongeren en volwassenen behoorlijk kan verpesten, letterlijk en figuurlijk!
Na deze inleiding kijkt hij de klas rond.
“Ik ben hier gevraagd omdat de school pesten in deze klas heeft geconstateerd. Ik heb begrepen eerst ten aanzien van één jongen, later begon het ook naar een groepje dat zich solidair verklaard had met deze jongen toen hij was uitgesloten bij een barbecue met de hele klas. Is er iemand die hier iets over wil zeggen? Pesters mogen zeggen waarom zij pesten, wie gepest is mag zeggen hoe het voelt gepest te worden en wat dat voor je betekent en diegenen die niet gepest hebben mogen zeggen hoe zij naar dat gebeuren hebben gekeken. En ik heb met de school afgesproken dat niemand afgerekend zal worden op wat hij of zij hier zegt. Wie durft?”
Een rustig klasgenootje, één van het groepje van zes, steekt haar hand op. “Ik ben zelf niet gepest en ik heb zelf ook niet gepest. Ik heb uiteraard wel gezien dat Jan-Willem werd gepest. Ik vond dat heel vervelend voor hem, maar ik voelde me machteloos. Het is een bepaald groepje populaire klasgenoten dat pest en ik bedacht dat het niet handig was die tegen je te hebben. De laatste boodschap dat Jan-Willem niet bij de barbecue mocht zijn omdat ze er geen homo bij wilden hebben deed voor mij de deur dicht. Ik bedacht hoe lullig je je moet voelen als je dat leest. Ik heb dat met mijn vriendin besproken, die dat weer met haar vriendin en zo is het gekomen dat we uiteindelijk met zijn zessen waren. Pesten gebeurt in de groep, door een groep, dus zochten wij ook veiligheid van een groep om daar niet aan mee te doen.”
Tjeerd reageert: “Dank je wel, voor je openheid, is er iemand die daarop in wil spelen?”
Het blijft een tijdje stil. Dan begint een klasgenoot te praten. “Ik hoor bij het groepje dat mee heeft gedaan Jan-Willem te pesten. We deden dat in een groep. Ik heb eigenlijk helemaal niets tegen Jan-Willem, ik heb geen hekel aan hem. Waarom ik meedeed? Ik weet het eigenlijk niet. Ik denk gewoon om mee te doen. Je hoort bij de groep, de groep doet iets en daar doe je dan aan mee. Iedereen lacht en je hebt met elkaar plezier. Wat daar de consequenties van zijn heb ik me eigenlijk nooit afgevraagd. Je doet het gewoon.”
Tjeerd bedankt deze klasgenoot. “Zijn er meer onder jullie die iets willen zeggen?”
“Voor mij geldt een beetje hetzelfde. Ik deed mee omdat gezegd werd dat Jan-Willem homo is.”
Tjeerd bedankt ook dit meisje.
“Ik heb vooral gehoord meedoen, nu ook: omdat hij homo is. Wie heeft er nog meer gepest omdat hij homo is?”
Niemand reageert.
“Zijn er dan nog andere klasgenoten die andere redenen hadden?”
Ook nu weer reageert niemand.
“Dan denk ik dat we het wel op een rijtje hebben. De aanleiding voor het pesten was dat Jan-Willem homo is. Daarna is het pesten een eigen leven gaan leiden. Het hoorde er een beetje bij. En daar deed je dan aan mee. Er waren 6 klasgenoten die het vreemd vonden dat Jan-Willem van de barbecue werd uitgesloten. Ik wil eigenlijk van de rest weten hoe zij daar tegenaan keken.”
“Jan-Willem staat een beetje buiten de klas. Daarom vond ik het niet raar dat hij er niet bij gevraagd zou worden.” reageert een meisje.
“Ik heb het gelezen, maar er verder niet over nagedacht” voegt een jongen toe.
“Dank jullie wel” reageert Tjeerd. “Wil jij nog reageren” vraagt hij Jan-Willem.
“Wat moet ik zeggen? Ik herken me in jouw verhaal over de periode dat jij gepest werd. Je gaat bang naar school, wat zal er vandaag weer gebeuren? Het doet heel erg pijn als je leest dat iedereen is uitgenodigd, maar jij niet, om wat je bent. Alsof ik er blij mee was toen ik ontdekte dat ik anders was. Niemand wil anders zijn. Afwijkend zijn betekent dat je de kans loopt gepest te worden. Dat heb ik gemerkt. Ik zou zo graag eens gewoon zonder angst naar school willen gaan. En daar niet merken dat ze je er niet er bij willen hebben. En af moeten wachten wat er nu weer gaat gebeuren.”
Tjeerd kijkt de klas rond. Hij ziet enkele verschrikte gezichten. Anderen kijken naar hun handen. Totdat een meisje zegt: “Sorry, Jan-Willem, dat wist ik niet. Als ik wat je nu vertelt geweten had, had ik zeker niet meegedaan.”
Tjeerd vraagt: “Zijn er nog meer mensen die hun excuses willen maken?”
Een tiental klasgenoten steekt een hand op.
“Mag ik de anderen vragen waarom zij niet hun hand opsteken, terwijl ze wel meegedaan hebben aan het pesten?”
Tjeerd kijkt rond maar niemand reageert. Bijna iedereen kijkt naar zijn tafeltje. Tjeerd blijft zwijgen. Hij blijft rondkijken en stopt van tijd tot tijd bij een klasgenoot die zijn hand niet had opgestoken.
Dan komt er een reactie. “Ik schaam me kapot. Ik heb mijn hand niet opgestoken uit schaamte.”
“Dan vind ik het extra moedig dat je daar nu voor uit durfde komen!” reageert Tjeerd.
“Ja, dat geldt ook voor mij” voegt een meisje toe.
“Ik vind het zo wel voldoende. Nu is de vraag belangrijk: hoe kunnen we voorkomen dat Jan-Willem opnieuw gepest wordt, dat hij het plekje in de klas krijgt dat hij graag wil. Als een geaccepteerd klasgenoot. Ik heb een voorstel.”
Tjeerd kijkt rond.
“Wij hebben een contract gemaakt dat wij in dit soort situaties gebruiken. Ik zal jullie allemaal een exemplaar geven.” Tjeerd geeft links en rechts een stapeltje A4-tjes en vraagt: “Graag afnemen en doorgeven.”
Als iedereen een exemplaar heeft zegt hij: “Lees het allemaal op je gemak door.”
Iedereen leest het volgende lijstje door:
Het antipest contract
Ik vind dat iedereen zich veilig moet voelen in school. Daarom houd ik mij aan de volgende afspraken:
1. Ik accepteer de ander zoals hij is en ik discrimineer niet;
2. Ik scheld niet en doe niet mee aan uitlachen en roddelen;
3. Ik blijf van de spullen van een ander af;
4. Als er ruzie is speel ik niet voor eigen rechter;
5. Ik bedreig niemand, ook niet met woorden;
6. Ik neem geen wapens of drugs mee naar school;
7. Ik gebruik geen geweld;
8. Als iemand mij hindert vraag ik hem of haar duidelijk daarmee te stoppen;
9. Als dat niet helpt, vraag ik een docent om hulp;
10. Als ik zie dat een ander gehinderd wordt tegen zijn zin vraag ik degene die dat doet te stoppen;
11. Als dat niet helpt, vraag ik een docent om hulp.
Als alle klasgenoten naar voren kijken en kennelijk uitgelezen zijn vraagt hij: “Willen jullie een reactie geven?”
Er gaan een paar handen omhoog.
“Ik vind het prima, ik wil wel tekenen.”
“Ik heb met deze afspraken geen moeite.”
“Ik ben er voor dat we dit gaan doen.”
Tjeerd vraagt: “Wie wil dit contract tekenen?”
Hij kijkt rond en ziet alle handen omhoog gestoken.
“Dan stel ik voor dat we nu allemaal onze naam en handtekening er onder zetten. OK?”
Tjeerd kijkt rond en ziet dat iedereen een pen pakt en zijn naam en handtekening onder het contract zet. Als iedereen klaar is loopt hij rond en haalt alle contracten op. Die geeft hij aan de rector.
“Alstublieft, hier hebt u alle contracten. Ik ben blij dat we een positief resultaat hebben kunnen bereiken.”
“Ik zal van alle contracten een kopie laten maken en die krijgen jullie terug. Ik ben trots op jullie, ik vind dit een mooi einde van een heel vervelend probleem. Ik ga eens nadenken of we dit in alle klassen kunnen gaan doen.”
Tjeerd neemt afscheid en iedereen pakt zijn boeken voor de volgende les.
Aan het eind van de dag, als alle lessen achter de rug zijn en Jan-Willem naar buiten loopt wordt hij aangesproken door één van de pesters. “Sorry, Jan-Willem, voor alles wat ik gedaan heb. Ik had echt niet door dat het allemaal zo erg was. Het spijt me heel erg. Maar ik heb nog een vraag: kan ik een keer met je praten? Ik hoop dat je begrijpt dat het serieus is. Ook ik heb het contract getekend.”
Jan-Willem kijkt verbaasd naar zijn voormalige pester.
“Natuurlijk wil ik met je praten, Arthur. Wil je me zeggen waarover en waar zullen we dat doen?”
“Het is erg persoonlijk, ik wil je dat zeggen als we praten. We kunnen ergens wat gaan drinken en dan praten, er zijn wel wat rustige gelegenheden waar we dat kunnen.”
“Prima, wanneer?”
“Zaterdagmorgen om 10.30 uur?”
“Ja prima. Laat me dan wel tijdig weten waar ik naar toe moet komen. Alleen wij tweeën?”
“ Ja.”
“Helemaal prima, spreken wij elkaar zaterdag.”
Jan-Willem stapt verbaasd op zijn fiets en rijdt naar huis.
Als hij langs het huis van Lars komt ziet hij dat Lars thuis is. Nu heeft hij meteen de kans om Lars te vertellen wat er is gebeurd.
“Als dat echt zo uitpakt als het lijkt dan ga jij een heel andere tijd tegemoet dan je gehad hebt, Jan-Willem” reageert Lars.
“Ik hoop het. Ook ben ik heel benieuwd wat Arthur te vertellen heeft.”
’s Avonds onder het eten vertelt hij het verhaal aan zijn ouders. Ook die zijn uiteraard gelukkig met deze ontwikkelingen.