Koffie met een rietje. (deel 6)

Plaats hier je eigen verhalen.
Amexic
Berichten: 225
Lid geworden op: wo 10 jun 2015, 20:14
Vul het getal in: 123
Locatie: Antwerpen

Koffie met een rietje. (deel 6)

Bericht door Amexic » wo 10 jun 2026, 18:59

Koffie met een rietje. (deel 6)

De dag verliep in mineur. Hannes’ rechterarm zeurde onophoudelijk, diep onder het verband, alsof het bot zich opnieuw bewust werd van zijn bestaan. Zelfs stil liggen hielp nauwelijks.
De nacht verliep zoals een nacht hoorde te zijn. De euforie van de medicatie was verdwenen en had plaatsgemaakt voor een dwingende vermoeidheid. Marnix kwam tijdens zijn laatste nachtshift enkele keren zijn kamer binnen terwijl hij even wakker was. Uitbundige gesprekken bleven uit. Daarvoor was Hannes te moe en Marnix mogelijk ook.
‘Gaat het een beetje?’
‘Wel oké. Mijn laatste nacht hier en dat is helemaal goed.’
Meer energie had Hannes niet.
Tegen de ochtend sliep hij nog enkele uren diep. Toen hij wakker werd, was Marnix al naar huis.
Voor de middag kreeg hij een circulaire gips rond zijn rechterarm. Zijn linker gips was blauw. Hij koos een andere kleur. De verpleegkundige werkte de laatste lagen zorgvuldig af terwijl hij toekeek hoe zijn arm veranderde in een massief groene kale tak waar geen enkele trui ooit nog vrijwillig overheen zou geraken.
‘Zo,’ zei ze tevreden. ‘Nu kan je nergens meer aan prutsen.’ Hoe kwam ze daar bij!
Zijn ouders hadden die ochtend twee keer gebeld vanuit België: zijn moeder via een videocall en zijn vader iets later apart, alsof hij hoopte rationeler over te komen. Of dit wel verstandig was.
Of een maand bij een verpleegkundige die hij nauwelijks kende, geen domme impulsieve beslissing was. Ondertussen was zijn auto via de verzekering naar België gebracht. Hij zou onvermijdelijk in Zwitserland blijven.
‘Ik ben volwassen,’ besloot Hannes. ’Biologisch gezien wel.’ Misschien had ze zelfs gelijk.
Dus wachtte hij alleen in de inkomhal van het ziekenhuis. Naast hem stond zijn sporttas, gevuld met zijn enige bezittingen. Een maand logeren bij iemand zonder functionerende armen… het stond hem te wachten. Deze beslissing was compleet absurd, niet het logeren zelf, meer de situatie erachter. Twee mensen die elkaar nauwelijks kenden, besloten meteen een maand samen te wonen omdat één van hen tijdelijk niet zelfstandig een T-shirt kon aantrekken of zelfs niet naar het toilet kon gaan zonder hulp.
De automatische deuren schoven voortdurend open en dicht. Mensen liepen voorbij met bloemen en rolstoelen. Hannes keek veel te vaak naar de uitgang. Hij voelde zijn maag verkrampen van de zenuwen.
Toen hij Marnix uiteindelijk zag binnenkomen, herkende hij een gelijkaardige spanning bij hem. Hij had duidelijk geslapen na zijn nachtshift. Zijn haar stond alle kanten uit en hij keek alsof koffie rechtstreeks door zijn aderen liep.
Hij droeg gewone kleren in plaats van zijn uniform. Zijn blik gleed eerst vluchtig door de hal voor hij naar Hannes keek. Hij controleerde of collega’s hen zagen.
Hannes begreep zijn argwaan. Natuurlijk was het legaal dat hij bij Marnix verbleef. Niemand kon daar iets van zeggen. Technisch gezien was Hannes binnen de muren van het ziekenhuis nog steeds patiënt en Marnix verpleegkundige. Zodra ze buiten stonden, vervaagde dat onderscheid.
Marnix bleef voor Hannes staan en keek naar zijn gips.
‘Amai.’
‘Indrukwekkend, hè?’
‘Dat ding verlegt je zwaartepunt.’
Hannes glimlachte opgelucht. Marnix' vrolijke stem maakte alles minder ongemakkelijk.
‘Hoe voel je je?’ vroeg hij.
‘Moe.’
‘We zijn gelijkgestemden. Ik ben ook erg moe.’
Heel even bleven ze allebei wat onhandig staan, bewust van het feit dat ze zonet een vrij grote stap hadden gezet zonder daar ooit een volwassen vergadering over te houden.
Een maand samenleven.
Omdat ze dat allebei wilden en omdat Hannes hulp nodig had.
Marnix nam Hannes sporttas zonder het te vragen.
‘Kom. We zijn hier weg.’
Ze wandelden naar buiten.
De automatische deuren schoven achter hen dicht.
Even bleven ze naast elkaar staan op het trottoir.
Marnix was geen verpleegkundige meer en Hannes geen patiënt die nog in een ziekenhuisbed lag. Alleen twee mannen die elkaar nauwelijks kenden en samen naar huis gingen omdat het alternatief voor geen van beiden goed voelde.
‘Dit is eigenlijk een absurd plan,’ zei Hannes.
‘Dat denk ik al dagen,’ antwoordde Marnix.
Hannes droeg een aangepast shirt van Marnix. Hij had het gisteren meegebracht. Hannes kon er zonder schaamte mee naar buiten. Het waren trouwens zijn gipsen die de aandacht trokken.
‘Ik heb wat plaats gemaakt in mijn kast,’ zei Marnix.
‘De XL-shirts zijn vandaag aangekomen maar moeten nog worden verknipt.’
Marnix keek even opzij naar Hannes terwijl ze verder wandelden.
‘We zien wel hoe het loopt, oké?’
Hannes knikte.
Dat was precies waarom hij bij hem wilde zijn: niet omdat hij deed alsof alles eenvoudig werd, maar omdat hij ondanks alle praktische bezwaren zijn komst als vanzelfsprekend beschouwde.
‘Ik woon op wandelafstand,’ zei Marnix terwijl hij de sporttas oppakte. ‘Gelukkig regent het niet. Je benen werken nog. Dat is momenteel je grootste kwaliteit.’
‘Dat stelt gerust.’
‘Een auto heb ik niet.’
Ze vertrokken richting zijn appartement. Na amper enkele minuten ontdekte Hannes dat wandelen met twee armen in het gips verrassend lastig was. Hij bewoog houterig alsof iemand vergeten was zijn schouders correct terug vast te schroeven.
Marnix vertraagde automatisch zijn tempo.
‘Lukt het wat?’
‘Ik stap momenteel als een kapotte Playmobil.’
Hij keek opzij.
‘Dat is eigenlijk vrij accuraat geformuleerd.’
‘Bedankt voor de steun.’
Daarna viel het stil. Marnix en Hannes moesten allebei wennen aan het idee dat dit geen bezoek van één avond werd maar een volledige maand samenleven. Ze voelden alle twee de spanning van het begin van iets onbekends.
Na een tijdje zei Marnix:
‘We moeten thuis misschien een paar afspraken maken.’
‘Zoals?’ vroeg Hannes.
Marnix haalde zijn schouders op.
‘Gewoon praktische dingen. Dit gaat van ons allebei wat aanpassing vragen.’
‘Ik beloof alvast dat ik niet via het balkon probeer te vluchten.’
‘Dat scheelt administratie.’
Hij glimlachte even en Hannes voelde zich meteen meer ontspannen.
Even later bleef hij staan voor een eenvoudig appartementsgebouw van drie verdiepingen.
‘Hier dus.’
Marnix opende de voordeur.
‘Als jij binnenkort zelfstandig buiten geraakt, krijg je ook een sleutel.’
‘Kalm aan. Eerst moet ik opnieuw een deur leren openen.’
De lift bracht hen naar de derde verdieping. Eenmaal binnen bleef Hannes automatisch even staan. Indrukwekkend was het appartement niet, maar het voelde plots heel persoonlijk . Dit was waar Marnix leefde wanneer hij niet aan het werk was.
Hij liep meteen naar het raam van de woonkamer.
‘Amai. Hier kan ik wel even naar buiten kijken.’
‘Dat is goed, want volgende week moet ik weer werken. Jij zit hier dan alleen.’
‘Je verkoopt dit echt fantastisch.’
Hij liet Hannes de rest van het appartement zien. Woonkamer, open keuken, slaapkamer met een tweepersoonsbed. De badkamer bleek inderdaad klein. Heel klein. Naast een douchecabine was er een wastafel en er stond een wasmachine met een droger erbovenop.
Marnix bleef in de deuropening staan en keek naar de douche.
‘Zie je. Dit wordt organisatorisch interessant. Ik wil de tuinslang overwegen maar het is een gedeelde tuin.’
‘Belangrijk detail. Ik ben gesteld op de privacy van binnen de muren.’
Terug in de slaapkamer opende hij de kast.
‘Ik heb een plank vrijgemaakt.’
Hannes' XL-T-shirts lagen er al.
‘Je hebt dit echt voorbereid.’
‘De mouwen moeten nog worden opengeknipt en de velcro er op genaaid.’
Hij begon Hannes' spullen uit de sporttas te halen en netjes op te bergen. De meeste kleren van Hannes waren gedragen en bestemd voor de was. Het voelde vreemd om iemand anders zijn kleren in een kast te zien leggen, alsof ze een paar stappen hadden overgeslagen.
‘Kom zitten,’ zei hij uiteindelijk. ‘Je kijkt te geboeid naar mijn kleerkast.’
In de woonkamer zette Hannes zich voorzichtig neer. Het uitzicht over de vallei was prachtig vanop zijn zitplek.
‘Koffie?’ vroeg Marnix.
Niet veel later zette hij een mok voor zijn neus.
‘Mag ik melk en een rietje?’
‘Geheel tot jouw dienst.’
Heel snel zat er een plastic rietje dat langzaam begon te plooien in de voor het soort plastic veel te hete koffie.
Ze keken er allebei naar.
‘Sterke start van mijn thuiszorgcarrière. Ik had beter de melk erbij gedaan voor het rietje.’
Hannes lachte stil terwijl hij het misvormde ding testte op bruikbaarheid.
Marnix plofte in de tweede zetel en wreef moe over zijn gezicht.
‘Ik kook trouwens vrij Hollands,’ waarschuwde hij.
‘Moet ik bang zijn?’
‘Aardappelen, groenten en vlees of vis. Soms pasta als ik mij culinair rebels voel. Heel avontuurlijk wordt het koken niet.’
‘Perfect. Mijn culinaire verwachtingen liggen laag. Wat eten we?’
‘Pizza. Koken lukt me vandaag niet meer.’
Hannes knikte goedkeurend.
‘Feestmaaltijd om mijn ontslag uit het ziekenhuis te vieren.’
Marnix hief zijn mok.
‘Op ons lichtjes impulsieve samenlevingsproject.’
Hannes tikte met een vinger tegen zijn koffiemok.
Hannes wees Marnix nog eens nadrukkelijk op zijn beperkingen, beperkingen die Marnix intussen maar al te goed kende. Toch voelde het nu anders: hij had een huisgenoot en geen patiënt, terwijl die huisgenoot wel degelijk een patiënt was. Aan die nieuwe rol waarin hij tegelijk gezelschap, hulpverlener en iets veel persoonlijkers zou kunnen zijn, moest hij wennen.
‘Laten we praktisch beginnen,’ zei Marnix. ‘Ik ga eens kijken hoe we die T-shirts bruikbaar krijgen.’
Hij legde de drie goedkope XL-shirts op tafel en begon met een schaar de mouwen open te knippen.
‘De openingen aan je mouwen moeten groot genoeg zijn voor het gips. Daarna moeten de randen afgezoomd worden, anders lijk je op een dakloze.’
Hij sprak geconcentreerd, bijna alsof hij opnieuw aan het werk was.
Voorzichtig maakte hij de veiligheidsspelden uit Hannes’ shirt los en trok het uit. Daarna probeerde hij één van de aangepaste shirts. Links ging meteen goed. Rechts bleef het gips halverwege steken.
‘Nog wat groter,’ besloot Marnix.
Hij knipte de opening verder open en probeerde opnieuw. Deze keer schoof de stof zonder problemen over het gips.
Ze bekeken het resultaat.
‘Met vier shirts geraak je wel een paar dagen verder,’ zei Marnix tevreden. ‘Morgen vraag ik mijn buurvrouw of ze de randen kan afwerken. Ze heeft een naaimachine.’
Na nog een kop koffie, nu met eerst de melk in de mok, begonnen ze stilaan aan eten te denken. Een half uur later stonden er twee pizzadozen op tafel.
‘We houden ze gewoon in de doos,’ stelde Marnix voor. ‘Ik snij stukken af en dan bekijken we hoe zelfstandig jij kan eten.’
Het ging tamelijk goed, al duurde elke stuk pizza opeten een hele tijd.
‘Gelukkig mankeer je niets aan je mond,’ merkte Marnix op.
Na het eten zette hij de televisie aan.
‘Kijk jij thuis eigenlijk veel tv?’ vroeg Marnix.
‘Het journaal, actualiteitenprogramma's en sport.’
‘Dat klinkt vreselijk volwassen.’
Hannes glimlachte alleen maar.
Nederlandstalige zenders zaten niet op de kabel, maar streamen kon gelukkig wel. Uiteindelijk bleef een Zwitserse zender opstaan zonder dat ze echt volgden waar het programma over ging. De televisie werd achtergrondgeluid bij losse gesprekken en lange stiltes waarin vermoeidheid overheerste.
Ze wilden allebei vroeg naar bed.
In de badkamer poetste Marnix de tanden van Hannes omdat hij de tandenborstel niet eens kon vasthouden. Marnix deed het rustig, zonder overdreven voorzichtigheid.
‘In het ziekenhuis wassen of douchen ze meestal ’s morgens,’ zei hij terwijl hij de tandenborstel weglegde. ‘Vanaf nu zal het vooral van mijn shifts afhangen.’
Hannes ging nog even naar het toilet. Zelfs plassen bleek een activiteit waar planning bij kwam kijken: het moest zittend en zijn broek optrekken was een turnoefening.
In de slaapkamer hielp Marnix hem uitkleden. Hij trok voorzichtig zijn broek en onderbroek en het aangepaste shirt uit en hielp hem daarna in een korte pyjamabroek en een mouwloos onderhemd. Vervolgens legde hij Hannes’ beide armen ondersteund op kussens, precies zoals de avond voordien in het ziekenhuis.
‘Ik voel me toch bezwaard dat ik jouw bed inpik,’ zei Hannes.
Marnix trok het deken wat omhoog.
‘Dit is de laatste keer dat je dat mag zeggen. Het hoort bij de afspraak. Ik slaap prima op de divan en jij bent hier gewoon welkom.’
Die vanzelfsprekendheid stelde Hannes gerust. Waar Marnix zich in het ziekenhuis vriendelijk en professioneel gedroeg, was hij nu lief en oprecht zorgzaam.

Plaats reactie