Koffie met een rietje (deel 1)
Alles ging Hannes voor de wind tot het noodlot toesloeg.
Hij werkte inmiddels een jaar en woonde alleen. Het was een periode van grote veranderingen.
Nu had hij verlof. Geen schoolvakantie meer, maar echte, verdiende vakantie. Samen met zijn vriend Jörgen reisde hij naar Zwitserland. Ze waren de benjamins van de wielerclub, een groep mannen die op zondagvoormiddag steevast honderd kilometer reed. Jörgen en Hannes waren er vooral bij gegaan om georganiseerd te kunnen fietsen. Dat ze de jongsten waren, liet hen koud. Dit was geen groep bierbuiken op koersfietsen.
Met Hannes’ bedrijfswagen reden ze naar Zwitserland. Ze hadden een mountainbike arrangement geboekt in een eenvoudig sporthotel. Onderweg wisselden ze elkaar af aan het stuur. De leasingvoorwaarden negeerden ze gemakshalve.
In het hotel hing een levendige sfeer. Jonge, sportieve mensen liepen af en aan; niemand leek hier luxe te zoeken. Hun kamer lag helemaal achteraan in de gang. Dat voelde meteen goed.
Jörgen keek door het raam. ‘Mooie ligging.’
Hannes ging naast hem staan en zette het raam op kiepstand.
Achter het hotel liep het grasveld over in een dennenbos. Daarachter rees de kale rotswand van de huisberg op.
Ze waren vrienden sinds hun kindertijd, maar nooit eerder hadden ze een bed gedeeld.
Hannes glimlachte. Jörgen was vrijgezel, maar over sommige dingen hoefde hij zich niets wijs te maken.
Na het eten maakten ze nog een korte verkennende wandeling. Daarna gingen ze vroeg slapen.
De huur van de mountainbikes en enkele begeleide tochten waren in het arrangement inbegrepen. De volgende ochtend stonden ze samen met een tiental anderen klaar. De meesten waren twintigers, net als zij.
Met versnellingen konden Jörgen en Hannes vlot overweg, maar mountainbiken bleek iets anders dan rijden op de weg. Ze kregen uitleg over remtechniek en houding op de fiets. Toen iemand in een bocht naast het pad het bos in schoof, werd Hannes nog voorzichtiger.
Hun begeleider maakte hen wegwijs in de omgeving. Snel werd duidelijk wie over sterke benen beschikte en wie een mindere conditie had. De nadruk lag op lange ritten in de bergen; downhill stond niet op het programma. Daar was Hannes niet rouwig om.
Na uren fietsen spoelde een douche de vermoeidheid weg. Het bleef voor Hannes vreemd om Jörgen naakt te zien. Vroeger gebeurde dat zonder nadenken, in kleedkamers of op kamp. Nu was hij zich ineens bewust van zijn aanwezigheid, al deed Jörgen alsof er niets veranderd was.
Tijdens het diner zochten ze aansluiting bij enkele andere fietsers, maar lang bleven ze niet zitten.
Jörgen lag al onder het dekbed toen Hannes uit de badkamer kwam.
‘Ik had nooit gedacht dat wij ooit samen een bed zouden delen,’ zei Hannes.
‘Ik heb felle reflexen, Hannes,’ waarschuwde Jörgen. ‘Ik verdedig me als het moet.’
‘Dus moet ik voorzichtig zijn?’
Jörgen draaide zich half naar Hannes om.
‘Blijf gewoon op jouw helft van het bed.’
‘Ik plaag je maar.’
‘Dat weet ik wel.’
Jörgen en Hannes konden over alles praten. Ze accepteerden elkaar. Soms stond Hannes zichzelf toe van méér te dromen, maar daar bleef het bij. Hun vriendschap betekende te veel voor hem.
De volgende dag vertrokken ze met een picknick in de rugzak hoog de bergen in voor een fietstocht. Het voelde hier als een paradijs.
Een waaghals werd Hannes nooit, toch ging het rijden op ruw terrein hem steeds beter af. Na enkele dagen viel de begeleiding weg en trokken Jörgen en Hannes er alleen op uit met de fiets, soms ook te voet.
Deze vakantie bevestigde wat ze al jaren wisten: ze zaten moeiteloos op dezelfde golflengte. Ze genoten van de natuur, van de inspanning en zelfs van het zwijgen af en toe. Toch deden vooral de gesprekken hen goed.
Op een avond vertelde Jörgen dat hij zich zorgen maakte.
‘Ik snap niet waarom ik nog altijd alleen ben.’
‘Je bent pas tweeëntwintig.’
‘Bijna al mijn vrienden hebben een relatie.’
‘En ik dan? Voor mij ligt dat nog iets moeilijker.’ Hannes keek even voor zich uit.
‘Jij moet gewoon accepteren wie je bent. Dan komt de rest vanzelf. Jij hebt alles, maar je mag soms wel wat losser zijn.’
‘Ben ik dat niet?’
Jörgen glimlachte flauwtjes.
‘Je doet alsof.’
Meer zei hij niet. Dat hoefde ook niet.
Een paar dagen voor hun geplande vertrek naar huis liep het mis.
Ze daalden over een lange grindweg af in het Roseggtal. De helling was niet eens steil en toch bracht een kei Hannes plots uit evenwicht. Zijn voorwiel schoot weg. Met een behoorlijke snelheid miste hij de bocht en knalde tegen de rotswand.
Toen hij tot stilstand kwam, bleef alles even stil.
Verdwaasd lag hij op de grond. Eerst voelde hij geen pijn, alleen een vreemde leegte in zijn lichaam. Dat het ernstig was, wist hij meteen.