We kopen een opvouwbare douchekruk. “Dit weekend kunnen we hem uitproberen,” zegt Evert.
“Oefen je niet nu al even met me?” lach ik.
“Zeker, ik oefen graag met jou.”
We douchen alsof we in een hotel zijn. In de badkamer, na een transfer op de douchekruk zit ik gesteund door mijn handen, mijn benen bewegingloos, mijn bovenlichaam gespannen, klaar om te douchen.
Evert kijkt, ik kijk terug, open en uitdagend. “Je hoeft niet te wachten,” moedig ik hem aan.
Hij knielt, zijn handen raken me direct. Mijn lichaam reageert zichtbaar. Evert glimlacht kort.
Na het douchen tilt Evert me op, ik sla mijn armen om hem heen en voel zijn kracht. Op bed droogt hij me af, zoals het soms in een hotel zal moeten bij gebrek aan ruimte in de douche. Zijn handen blijven verlangend hangen. Ik volg zijn handen, zie het licht en donker van de zon op zijn huid.
Mijn huid is warm van de douche, mijn benen liggen voor mij, mijn lichaam gespannen. Ik kijk Evert vol verwachting aan.
Evert blijft even staan, neemt alles in zich op. Hij ziet het verschil: mijn smalle heupen en dunne benen, de kracht daarboven. Armen die hem stevig vasthouden, een buik die zich aanspant als ik naar voren leun.
Evert spreidt mijn benen, komt dichterbij. Onze knieën raken elkaar, de spanning is voelbaar. “Je hoeft niet voorzichtig te zijn, ik ben niet van porselein,”
Evert glijdt met zijn hand over mijn zij, mijn buik, mijn armen. Bij mijn benen voelt hij opnieuw de spanning, warm en dichtbij. Het maakt hem rustiger, geconcentreerd.
Ik trek hem stevig tegen me aan, onze lichamen dicht opeen.
Het ritme ontstaat vanzelf, ik versnel het. Evert beweegt zijn heupen, drukt zich tegen mij aan. Zijn handen glijden onderzoekend over mijn rug; ik voel hoe zijn adem versnelt.
Ik leg mijn hoofd achterover en geef me over. Alles wat ik voel, concentreert zich in mijn buik.
Evert voelt het verschil, hoe ik leid, hem dichtbij houd, mijn adem stotend en onregelmatig.
“Blijf,” zeg ik.
Mijn benen blijven stil, mijn armen trekken Evert naar me toe tot er niets meer tussen ons is.
Evert reageert, maar ik bepaal het tempo. De spanning bouwt zich op. Mijn lichaam verraadt me. Mijn adem stopt kort, mijn lichaam spant zich volledig aan en ontspant dan weer. Alles perst zich samen in dat ene moment.
Evert voelt de schok, de warmte, de ontspanning. Zijn eigen verlangen wordt dieper, hij beweegt rustiger om het moment te verlengen.
Trillend tegen hem aan liggend, blijf ik mijn handen stevig in zijn rug planten. Evert opent zijn ogen.
“Zie je.” fluistert hij.
Hij kust me langzaam, zijn spanning nog niet verdwenen. Ik weet het, voel het aan hem.
Ik laat mijn hand langzaam over zijn rug glijden tot in zijn bilspleet en weer terug, net langzaam genoeg.
“Rustig,” fluister ik.
Evert kijkt me aan, half geconcentreerd, half verloren in zijn gevoel.
Ik beweeg nauwelijks, maar doelgericht. Mijn hand verdwijnt tussen ons, niet om te nemen, maar om te sturen. Everts adem in mijn nek, zijn handen stevig om mijn middel.
“Je kijkt,” merkt Evert op.
“Ik wil alles zien.”
De spanning stijgt bij Evert. Mijn eigen lichaam is nog gevoelig, ik blijf aandachtig. Het moment komt dichtbij; Evert heeft minder controle dan hij denkt.
Op het laatste moment draai ik mijn heup, trek Evert dichterbij.
Evert merkt het nauwelijks. Zijn lichaam spant zich aan, zijn adem stokt, hij laat zich gaan. Het genot trekt door hem heen. Na die warme schok voel ik een diepe ontspanning bij hem, hij wordt zwaar tegen mij aan.
Evert blijft liggen, zijn adem nog onregelmatig, terwijl mijn handen teder over zijn rug glijden. De stilte tussen ons voelt warm en vertrouwd.
“Zo,” fluister ik. “Nu weet je dat ik wel wat aankan.”
Evert lacht zachtjes, zijn schouder schokt eventjes. Hij vangt mijn blik, zijn ogen helder, alsof de spanning helemaal is verdwenen.
Mijn blik glijdt tevreden over het laken en terug naar Evert. Er hangt geen ongemak tussen ons, alleen een warme rust die na het samen zijn blijft.
Alleen warmte. Alleen wij.
Later laat ik mijn ouders de douchekruk zien. “We willen komend weekend onze proef gaan houden. Vanavond zoeken we een hotel” vertel ik, licht opgewonden.
We vinden een geschikt hotel. Ik bel nog even: “Is het echt toegankelijk?” De receptioniste is hartelijk. “Goed dat je het vraagt, niet alles is zoals het lijkt. Wanneer komen jullie?”
“We gaan zo boeken voor het weekend.”
“Dan werk ik! Zie ik jullie dan,” klinkt het vrolijk aan de andere kant.
De rolstoeltas is ondertussen ook aangekomen. Hij past perfect, handig om alles in kwijt te kunnen. Dit weekeind past zelfs de douchekruk erin.
Vrijdagavond is het zo ver: Evert slaapt bij mij. Hij heeft zijn fietstassen met wat kleding mee. We pakken alles in: mijn kleding, wat reservebanden voor de rolstoel, voor de handbike, voor Everts fiets en een plakset. Alles wat het weekend soepel laat verlopen. Met een ANWB-Wegenwacht-fietsabonnement op zak en een beetje handigheid, voelen we ons klaar voor het avontuur.
We zijn allebei vroeg wakker. Ik wacht even, gun Evert zijn slaap, tot hij zijn ogen opent.
“Goedemorgen, lieve Erwin. Ons proef-weekeind.” zegt hij met een brede glimlach. We zoenen elkaar. “De rest komt vanavond, ik wil op pad,” lacht hij.
Bij het ontbijt maken we ieder een lunchpakket.
Mijn ouders wuiven ons uit.