(On)Toegankelijk. Deel 5.

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Wimmie
Berichten: 296
Lid geworden op: wo 01 jan 2020, 23:09
Vul het getal in: 123

(On)Toegankelijk. Deel 5.

Bericht door Wimmie » wo 04 mar 2026, 07:33

Na het eten gaan we eerst naar mijn kamer. Ik laat Everts ouders zien hoe ik zelfstandig kan functioneren.

Mijn vader begint daarna het gesprek.
“Jullie willen in juli een rondje om het IJsselmeer fietsen. Kamperen lukt niet! Wat is nu precies jullie probleem?”
“B&B’s lukken ook niet: we vinden geen toegankelijke B&B's. Hotels zijn een stuk duurder.”
“Is dat echt een probleem?”
“Zeg het maar.”
“Wij vinden het geen probleem. Dat jullie die tocht kunnen maken is belangrijker.”
Ik slaak een zucht van verlichting.

Na afloop zeg ik tegen Evert: “Wat ben ik opgelucht dat deze kennismaking achter de rug is. Ik heb me er toch meer druk over gemaakt dan nodig."
"Gek hoe dat werkt,” reageert Evert.
Ik zucht: “Ik ben zo blij dat onze fietsvakantie geen probleem geeft! Door mijn rolstoel worden de kosten hoger, daar voel ik me best schuldig over.”
“Dat is onzin,” zegt Evert. “We houden van elkaar en accepteren elkaar zoals we zijn. Jij hebt nu een beperking, ik op een ander moment. Dat hoort er in een relatie bij.”
Ik glimlach dankbaar. “Lief dat je dat zegt. We gaan ervoor!”

We verdelen de taken: in alle zeven overnachtingsplaatsen gaan we een hotel zoeken. Daar hebben we data voor nodig.

We maken een planning:
13 juli: Kampen – Lemmer, gebracht naar Kampen.
14 juli: Lemmer – Makkum.
15 juli: Makkum – Medemblik, rolstoeltransfers op de Afsluitdijk.
16 juli: Medemblik – Volendam.
17 juli: Volendam – Huizen.
18 juli: Huizen – Harderwijk.
19 juli: Harderwijk – Kampen, opgehaald uit Kampen.

We vragen eerst telefonisch bij elk hotel nadrukkelijk naar toegankelijkheid en om een kamer gelijkvloers of met lift met douche. In ieder geval bereikbaar zonder obstakels zowel bij de voordeur, in de gangen en bij de toegangsdeur van de kamer als in de kamer. Er vallen er veel af. We vinden na lang zoeken in elke plaats een hotel en we boeken met vermelding van de rolstoel en de douche.

Ik bel Rijkswaterstaat over de Afsluitdijk. De Afsluitdijk is een probleem: tijdens de totale renovatie is ook het fietspad aangepakt. Dat is nu grotendeels weer klaar. Nog niet bij de sluizen, daar wordt aan een oplossing gewerkt. Er rijdt nu een gratis ontoegankelijke pendelbus voor fietsers en voetgangers. Voor rolstoelers zetten ze zo nodig een rolstoelbusje in. Ze reageren enthousiast: rolstoelgebruikers maken eigenlijk zelden gebruik van hun service. Ze leggen de datum vast en willen dat we vlak voor vertrek nog even contact opnemen.

“Als we zaterdag weer een fietstocht maken, wil ik dat je daarna blijft slapen. Kunnen we oefenen.”
“Plus wat daarbij hoort.” zegt Evert. “Hier heb je je aangepaste badkamer, onderweg zijn het kamers met een gewone douche en moet ik soms helpen. Dat moeten we uitproberen.”
“Dat is zo. Samen slapen wil ik ontzettend graag. Sinds we voor het eerst samen bloot waren, wil ik dat al.”
“Ik verlang er ook naar. Een nacht helemaal samen. Het idee dat ik wakker word en jouw warme lichaam naast me voel, dat lijkt me zo intiem en fijn.”

Op zaterdag maken we onze langste tocht tot nu toe, bijna 90 kilometer. Met broodjes en drinken mee zoeken we onderweg een rustige picknickplek. Het weer is prachtig, er is weinig wind, alles klopt.
“Nog een aantal weken en dan fietsen we samen het rondje IJsselmeer,” verzucht ik.
“Heb jij er ook zo’n zin in?” vraagt Evert.
“Ik kan niet wachten,” antwoord ik. “Elke ochtend als ik wakker word, denk ik eerst aan jou, en meteen daarna aan die tocht.”
“Weet je zeker dat alles goed geregeld is?”
“Ik hoop het.” zeg ik. Evert lijkt bezorgd.
“Hoe ga je het doen met douchen tijdens de reis? Je hebt daar geen douchestoel. Ik wil je graag helpen,” zegt Evert zacht, “maar we moeten wel uitzoeken hoe.”
“Het is goed dat je vannacht blijft slapen,” zeg ik. “Kunnen we onze aanpak oefenen.”

Weer thuis verlangen we naar de douche. “Wil je het proberen zonder douchestoel?” stelt Evert voor.
“Gaan we doen,” antwoord ik.

We kleden elkaar uit. Evert rijdt de douchestoel weg.
“Hoe verder?”
“Nooit gedaan. Geen idee hoe het moet.” geef ik toe.

Ik hoepel mijn rolstoel tot bij de douche. Dan moet ik op de grond gaan zitten. Zonder steun lukt dat niet; zomaar op de grond kom ik niet. We zagen dat bij de tent.
“We gaan tegelijk onder de douche. Ik houd je vast, jij mij. We wassen elkaar en ik help je met afdrogen zodat je weer in je rolstoel komt,” stelt Evert voor. Het idee klinkt heerlijk: samen, dichtbij, gewoon proberen.

Evert pakt me onder mijn armen vast, onze lichamen tegen elkaar. Ik houd me aan Evert vast. Die meter naar de douche is lastig, ik kan niet helpen met lopen. Het lukt. “Eigenlijk wil ik nu iets anders”, grap ik nog. Evert glimlacht: “Eerst douchen, daarna zien we verder.”

Onder de douche worden we glibberig van het water. We verliezen bijna de grip op elkaar. Ik klamp me vast aan Evert, op mijn benen kan ik niet staan. Evert heeft twee handen nodig om mij tegen zich aan te houden. “Is dit niet gevaarlijk?” vraag ik, “Als we uitglijden......”
“Klopt, dit werkt niet goed en in een hotel is de douche vaak veel kleiner,” vindt Evert.

Voorzichtig gaan we de douche uit, Evert laat mij in de douchestoel zakken. We drogen elkaar af, ik schuif terug in mijn rolstoel. “We moeten óf blijven oefenen, óf op zoek naar iets anders.”
"Zouden er inklapbare douchekrukken bestaan?"
Evert zoekt op zijn telefoon naar een opklapbare douchekruk. Er is keuze genoeg.
“Handig; zo’n douchekruk meenemen is de oplossing.” Ik kijk even mee. “Evert, goed van jou dat jij meteen ging zoeken."

Tijdens het eten vertellen we niet alleen over onze fietstocht, maar ook over ons douche-experiment.

Mijn vader heeft een idee: “Misschien moeten jullie snel een proefweekend doen. Samen fietsen, naar een hotel, slapen, douchen, alles. Dan weet je wat werkt.” Het klinkt logisch; kunnen we meteen zien hoe je zo’n douchekruk meeneemt.

Die nacht slapen we voor het eerst samen. Evert maakt een grapje: “Hopelijk hebben we geen hulpmiddel nodig om te slapen!”

We kleden elkaar langzaam uit, Evert weet inmiddels precies hoe hij mij van mijn kleren kan beroven. Korte broeken maken het hem makkelijk. We verwennen elkaar en praten zachtjes door. Tot we in slaap vallen.

Gesloten