"Naar mij toe gaan zal nog wel wat problemen geven," zegt Evert.
"Toegankelijkheid?"
Evert knikt. "Inderdaad. Mijn kamer ligt op de eerste verdieping, te bereiken via een trap.
Dat is niet het enige. Voor ons huis liggen twee treden en ook binnen zijn wat kleine hoogteverschillen, zelfs op de begane grond. Na onze ontmoeting kijk ik daar anders naar."
"Ik kan meer dan je denkt. Opstapjes vormen niet altijd een probleem Een trap blijft lastig. Toch zijn daar soms ook oplossingen voor. Laten we het gewoon proberen, dan zien we vanzelf wat lukt. Hier bij mij kan in ieder geval alles."
We gaan samen terug naar mijn kamer. Evert zijn oog blijft hangen bij mijn tekeningen aan de muur. Hij vraagt naar de verhalen erachter. Met enthousiasme vertel ik hem hoe groot mijn liefde voor tekenen is geworden, gevoed door jaren tekenles. Ik laat hem trots de tekening zien die ik van hem heb gemaakt.
"Heb jij die echt gemaakt? Wat kan jij goed tekenen!"
"Ik kan best aardig tekenen," geef ik toe, een beetje verlegen. "Ik heb nog veel te leren en daar ben ik druk mee bezig."
Als ik hem mijn map met tekeningen laat zien, zie ik dat hij onder de indruk is.
"Weet je," vertel ik hem, "als ik teken, kan ik al mijn energie erin kwijt.”
Even later komen we weer op mijn rolstoel. “Voor mij is het normaal om in een rolstoel te zitten, Ik weet immers niet anders. Ik denk er niet bij na, behalve als ik ergens niet in kan. Of als mensen negatief reageren. Thuis, op school, op straat: eigenlijk loop ik zelden tegen een probleem aan. Zelfs op vakantie gaat alles gewoon door, ik schuif van rolstoel in de auto, rolstoel achterin en we kunnen weg. Vreemden zien me soms als een groot kind, ook dat raakt me steeds minder."
Ik voeg er aan toe: "Juist omdat contact soms wat lastiger is, heb ik geleerd mezelf te vermaken. Tekenen is echt belangrijk voor me geworden."
Evert lacht. "Ik wil in ieder geval jouw tekenen niet in de weg zitten!"
"Weinig kans," lach ik. "Ik ga jou gewoon op alle mogelijke manieren te tekenen."
"Vergeet het maar!"
Voordat ik nog verder kan vertellen klinkt de stem van mijn moeder. Het avondeten is klaar.
Evert maakt kennis met mijn vader. Al snel delen we aan tafel onze verhalen van de dag.
Na het eten gaan we kort terug naar mijn kamer om ons gesprek af te ronden. We spreken af dat ik binnenkort bij Evert langs zal gaan om zelf te ervaren hoe toegankelijk het daar is.
Later, in bed, dwalen mijn gedachten af naar de ontmoetingen met Evert. Ik voel me blij met het contact dat we hebben opgebouwd.
Onze online gesprekken zijn ondertussen gewoon doorgegaan. Nu is er een extra dimensie bij gekomen, iets wat ik eigenlijk niet had verwacht. Wel gehoopt.
Op zaterdag trek ik er met mijn handbike op uit richting Evert. Van ver zie ik het statige huis staan, een echte vooroorlogse woning. Over toegankelijkheid werd vroeger duidelijk niet nagedacht. Voor de voordeur liggen twee treden. De deurbel hangt veel te hoog. Voor ik kan bedenken hoe ik binnen kom, zwaait de deur open. Evert stond me blijkbaar op te wachten.
Hij komt naar me toe, geeft me een warme knuffel. "Fijn dat je er bent, Erwin. Er zijn wel wat obstakels. Misschien ook een oplossing. Mijn oom heeft iets bedacht en mijn vader heeft het gerealiseerd."
Evert loopt even terug het huis in en komt met een stevige houten plaat naar buiten. Hij legt de plaat tegen de drempel, zodat er een schuine oprijbaan ontstaat. "Hij is vrij steil. Mijn oom dacht, dat als jij met een handbike overweg kan het je zal lukken."
Hij zet met metalen pinnen de plaat stevig vast. "Wat denk je ervan?" vraagt hij, zichtbaar trots.
"Geniaal," roep ik uit. Ik zet mijn wielen schrap en met flinke kracht rol ik in één keer naar binnen. Evert neemt mijn handbike en de plaat mee naar binnen.
Binnen is het huis verrassend mooi: marmeren vloeren en hier en daar een drempel of een klein hoogteverschil. Nergens een drempel die me echt tegenhoudt. We zitten al gauw samen in de woonkamer.
Evert haalt opgelucht adem. "Wat fijn dat je gewoon bij mij thuis kunt komen!"
"Dat heb ik te danken aan je oom," lach ik. "die weet precies wat je nodig hebt na zijn eigen periode in een rolstoel."
We gaan samen het huis door: de keuken, de berging, de tuin, het toilet en een werkkamertje. Alles is redelijk toegankelijk, de wc kan ik zelfs gebruiken. Hooguit even opletten bij een drempeltje.
We eindigen bij de trap. Evert kijkt een beetje bedrukt. "Boven is mijn kamer. Daar kan ik niets aan veranderen, Erwin."
"Die trap is echt steil," geef ik toe, "Ik wil het toch ooit proberen."
We belanden in de woonkamer, waar ik een transfer maak naar een stoel.
"Ik vond dat het online klikte, maar in het echt is het minstens zo leuk. Ik wil graag doorgaan, samen dingen delen en doen, als jij dat ook wilt."
"Dat wil ik zeker," zeg ik.
Na wat plagerige opmerkingen over eten, besluiten we in de keuken aan de slag te gaan. Evert kookt vanavond, want zijn ouders en zus komen later thuis. Ik help hem en we dekken de tafel. Het wachten is op zijn familie.
Tegen zessen komt Everts vader thuis. We begroeten elkaar hartelijk. Even later verschijnt ook zijn moeder.
“Jou ken ik,” zegt ze met een glimlach.
“Dat klopt. Dag mevrouw, ik ben Erwin.”
“Suzanne, maar zeg gerust Suus.”
Evert onderbreekt ons: “Het eten staat klaar, dus schuiven jullie gezellig aan?”
We gaan aan tafel. Ik maak een transfer en klap mijn rolstoel in, Evert serveert tomatensoep en op dat moment komt zijn zus binnen. Ze begroet mij direct enthousiast.
Tijdens het eten praten we over hoe bijzonder het is dat Evert mijn moeder als lerares heeft en Suzanne en ik elkaar al vaker in de winkel hebben gezien. Suzanne merkt op: “Je valt op, Erwin. We zien niet vaak rolstoelgebruikers bij ons.”
“Ik ben best sportief en graag onderweg, dus kom ik als ik wat nodig heb!”
Marije vertelt over haar opleiding logopedie en de stage. Everts vader informeert naar de toegankelijkheid van hun huis en ik leg uit hoe makkelijk ik met de zelfgemaakte oprit naar binnen kon.
Voor ik vertrek, maken Evert en ik een volgende afspraak: woensdagmiddag zijn we allebei vroeg uit school en het belooft prachtig weer te worden. We besluiten samen te gaan fietsen en na afloop eet Evert bij ons.
Die avond in bed denk ik terug aan mijn bezoek. De warmte van Evert en zijn gezin heeft indruk op me gemaakt; ik voel me echt welkom. Het klikt niet alleen met Evert, maar ook met zijn ouders en zus. Dat online gevoel van verbondenheid is nu, na drie ontmoetingen, alleen maar versterkt. Evert kijkt naar mij zoals ik ben, niet naar mijn rolstoel. Dat raakt me. Ik kan niet wachten tot het woensdag is.
Woensdag zit ik al klaar als Evert mij komt halen. Mijn handbike is al aangekoppeld, ik zit in korte broek en t-shirt. Ook Evert is sportief gekleed. Hij kijkt naar mijn dunne benen. Hij zegt niets.
We fietsen samen weg. Af en toe rijden we naast elkaar; daarbij moet ik opletten, want mijn rolstoel is breder dan een gewone fiets.
“Is het vermoeiend?”
”Voor mij niet; ik ben eraan gewend en leg zonder moeite lange afstanden af.
“Wat een fijn hulpmiddel,” zegt hij. “We zouden zo op fietsvakantie kunnen.”
Ik heb een mooie, rustige route uitgekozen door het buitengebied. Het asfalt ligt er goed bij en we kunnen vaak naast elkaar rijden. Ik vertel over eerdere tochten met mijn handbike, ook tijdens vakanties. Dan nemen we hem ook altijd mee.
“Met mijn vader maakte ik twee jaar geleden een fietstocht van zeven dagen rond het IJsselmeer, van camping naar camping. Soms reden we 75 kilometer per dag, totaal ruim 400 kilometer. Geen dag regen gehad!” vertelt Evert.
Bij een theehuisje maken we een stop. Ik koppel mijn handbike af, dan kan ik weer makkelijk overstappen naar een gewone stoel. Evert kijkt bewonderend, ik kijk naar hem. We lachen om onszelf.
Op het terras praten we verder over de fietstocht van Evert en zijn vader. “De campings boekten we vooraf om niet mis te grijpen. Samen onderweg, alles delen, dat was zo leuk.”
“Hoe meer je erover vertelt, hoe meer zin ik krijg om zelf zo’n tocht te maken,” zeg ik. We bespreken hoe je bagage verdeelt en wat handig is bij regen: soms een camping, soms een B&B. Er zijn rolstoeltassen die groter zijn dan fietstassen - handig voor mij.
We nemen een andere route terug. Samen fietsen is veel gezelliger dan alleen. Ik merk dat Evert er ook van geniet; thuis zoeken we meteen informatie op over het rondje IJsselmeer. Mijn enthousiasme is duidelijk en Evert lacht: “Ik zal er rekening mee houden dat je dit écht wilt doen.”
Bij het eten thuis komt het onderwerp sprake. Mijn ouders hebben meteen door dat ik een nieuw project heb. “Je wordt dit jaar 18, je redt je prima,” zegt mijn moeder. “Van ons mag het.”