De andere kant van de maan. (deel 4)

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Amexic
Berichten: 206
Lid geworden op: wo 10 jun 2015, 20:14
Vul het getal in: 123
Locatie: Antwerpen

De andere kant van de maan. (deel 4)

Bericht door Amexic » do 15 jan 2026, 08:14

De andere kant van de maan. (deel 4)

Terug op de kamer trekken we onze nachtkledij aan. Margot naait geconcentreerd aan mijn topje. Ik kijk naar haar rustige versie. Ze is leuk wanneer ze energiek is, maar mooier nu. Af en toe kijkt ze op, alsof ze wil checken of ik er nog ben. Ik observeer hoe ze met haar tanden een draadje afbijt. Ik voel me niet betrapt wanneer ze mijn aandacht opmerkt. Ik vind je mooi, zou ik kunnen zeggen. Ik doe het niet.
‘Vertel eens over je jeugd.’
Met haar ogen op de stof gericht begint ze te vertellen.
Ze groeide op niet ver van hier, in een dorp beneden in de vlakte. Haar ouders hadden een kruidenierszaak, de dorpswinkel. Ze heeft geen broers of zussen. De winkel was haar speelterrein. Omdat haar ouders meestal werkten, had ze veel vrijheid. Naarmate ze ouder werd, breidde haar territorium zich uit. Ze had vrienden, maar trok ook graag alleen de natuur in. Het zicht op de bergen lokte haar naar omhoog.
Als kind was ze onbezorgd. Dat haar vader dronk, merkte ze aanvankelijk niet. De winkel draaide slecht. Op haar vader kon je niet rekenen. Haar moeder liet het hangen. Misschien was ze depressief. Margot heeft het nooit goed begrepen. In het middelbaar hield zij de winkel mee draaiende. Er werd weinig gekookt. Ze nam wat ze nodig had uit de rekken en nam steeds vaker het koken over. Op school ging het vanzelf.
Uiteindelijk ging de winkel failliet. Haar vader stierf datzelfde jaar aan levercirrose. In het laatste jaar van het middelbaar ging ze het huis uit. Een wonder dat ze haar diploma haalde. Haar moeder woont nu in Mulhouse, in een sociale flat. Er is geen band. Het huis en de winkel werden verkocht om schulden af te lossen. Margot trok Frankrijk in zodra ze meerderjarig was. Een thuis heeft ze niet.
Ze is niet bang om te werken. Ze deed seizoensarbeid: stellingbouw op festivals, VIP-tenten tijdens de Tour de France, ajuinen oogsten in Bretagne, chrysanten oppotten in Pas-de-Calais. Nu is ze hier.
‘Bij Marcel en Gretl ben ik thuis. Hier voelt het niet als werken.’
Wanneer haar verhaal eindigt, is ook mijn topje klaar. Ik pas het. Ik ben stil geworden van het levensverhaal van Margot. ‘Wat heb ik het gemakkelijk gehad,’ zeg ik.
‘Mijn jongere zus gaat nu studeren in Kopenhagen. Mijn plan is om na dit avontuur te gaan werken.’
Ik trek mijn shirt uit terwijl ik in kleermakerszit op het bed zit. Margot reikt me het topje aan. Op de schouders is de stof breed genoeg, zoals ik wilde. Onder mijn armen is het diep uitgesneden.
‘Ik draag nu geen BH. Ik hoop dat de bandjes straks niet zichtbaar zijn.’
‘Ik denk dat het goed zit. In elk geval is het sexy met of zonder.’
‘Luchtig mag. Sexy hoeft niet.’
‘Noah denkt daar anders over.’
‘Noah kan veel denken. Hij krijgt maar weinig te zien.’
‘Draai eens opzij,’ zegt ze zacht. Haar donkere ogen zijn aandachtig. Ik gehoorzaam. Ze volgt mijn zijwaartse beweging met haar ogen en trekt met twee vingers zacht aan de zoom van het topje, alsof ze test hoe het meebeweegt.
Ik kijk haar schuin aan voor ik weer van shirt wissel.
Ze krijgt een zoen op haar voorhoofd, als dank. Aan mijn hartsvriendinnen gaf ik vroeger mijn ziel bloot. We deelden verlangens en schaamte, werden giechelig en lieten onze voorzichtigheid varen. Ik weet niet of dat hier mag.
Margot is vanavond dichterbij gekomen. Wie dicht bij mij komt, trek ik meestal ook fysiek dichterbij. Dan wil ik knuffelen. Iets houdt me tegen. Een deur die op een kier staat, gooi je niet bruusk open.
Opgewekt is geen synoniem van gelukkig. Iets in Margot vraagt om terughoudendheid.
We liggen met opgetrokken knieën naar elkaar toe. Wanneer ik mijn armen uitstrek, raak ik haar handen. Ze bekijkt mijn handpalmen.
'Je blaren genezen goed.’
Ik strijk met mijn vingers over haar handen. Ze beantwoordt het gebaar. Ik laat mijn hand iets hoger glijden, langs haar pols, naar de zachte binnenkant van haar arm. Ze kijkt niet meteen op. Pas wanneer ik mijn hand terugtrek, ontmoet ze mijn blik.
Na vijf, zes dagen ben ik geïntegreerd. Met Margot, Loïc en Arjan vormen we de vier musketiers. De lach van Margot schalt regelmatig door de wijngaard.
‘Sst, we vallen op,’ zeg ik soms. Ook Arjan en Loïc praten uren aan een stuk of plagen elkaar. Ik leer andere plukkers kennen die moeite doen om mijn gehakkel te verstaan.
‘De vorige kamergenote van Margot was een stille. Met jou erbij is het hek van de dam.’ plaagt Arjan.
‘Ik weet het,’ zucht ik gespeeld. ‘Op de kamer valt ze meestal wat stil.’
‘Gelukkig voor jou. Loïc komt dan pas tot leven.’
‘Wordt hij dan nog erger?’
Arjan grijnst. 'Zonder publiek is zijn podiumangst weg.’
‘Arjan is een dankbaar publiek.’ vult Loïc aan.
‘Jullie zijn op elkaar ingespeeld,’ zegt Margot.
‘Dat is het.’ besluit Loïc.

Gesloten