Joost voelt zich oprecht verbaasd. Het is bijna alsof het lot ermee heeft gespeeld. Wie had gedacht dat juist hij, die zich bij de storingsdienst van het bedrijf van zijn ouders had aangeboden om kleine, niet al te ingewikkelde klusjes op te lossen, uitgerekend híj bij Tom terecht zou komen? Tom, die getalenteerde zwemmer van de zwemclub, altijd in de prijzen en niet alleen bewonderd om zijn prestaties. Er is iets aan Tom waardoor Joost nooit weg kan kijken, een mengeling van kracht en charme. Nu zit Joost hier, in Toms woonkamer, terwijl Tom in de keuken is om iets te drinken en te eten te halen. Joost voelt zich blij. Het is alsof een onbekende hogere macht heeft besloten dat zij dit jaar niet alleen zullen zijn met Kerst. Het besef dat ze allebei in hetzelfde schuitje zitten en samen even wat tijd kunnen delen, maakt het voor Joost bijzonder.
Joost wacht geduldig tot Tom terugkomt. Zodra Tom er is, zet die twee glazen, een fles Cola en een schaaltje nootjes en een ander schaaltje zoutjes op tafel. Hij schenkt voor ieder een glas in. Hij laat zich tegenover Joost op de bank zakken, zichtbaar op zijn gemak.
“Ook jij koos dit jaar voor thuisblijven boven een kersttrip met je ouders? Waar zijn die eigenlijk heen?”
Joost haalt zijn schouders op en antwoordt: “Elk jaar gaan mijn ouders met Kerst naar Egypte. Tot nu toe bent ik steeds meegeweest, dit jaar wilde ik iets anders. Ik heb flink volgehouden dat ik niet mee wilde. Uiteindelijk gaven ze toe. Vooral omdat ik nu achttien ben. Dat was mijn troefkaart. Dus heb ik vijf dagen volledige vrijheid.”
Tom glimlacht herkenbaar. “Dat klinkt bijna als mijn verhaal. Mijn ouders met mijn zusje naar de Canarische eilanden. Ik was die vakanties zo zat. Nu blijft het uitgespaarde geld mooi op mijn rekening staan!”
Joost lacht. “Dat is dan inderdaad een voordeel! Heb je al iets gepland voor de komende dagen?”
Tom schudt zijn hoofd. “Nee hoor. Ik doe gewoon waar ik zin in heb. Niets moet, alles mag. En jij?”
“Net zo. Als ik wil werken, dan doe ik dat. En als het niet uitkomt, laat ik het gewoon. Verder ga ik genieten van mijn vrijheid.”
Tom kijkt Joost nieuwsgierig aan. “Hoe ga je dat doen met eten? Mijn moeder heeft allemaal maaltijden voor me ingevroren en er ligt van alles in de koelkast klaar. Daar hoef ik niet over na te denken.”
Joost grinnikt. “Die luxe heb ik niet. Mijn moeder vertrouwt erop dat ik het zelf wel red.”
“Als je het leuk vindt, mag je gerust bij mij komen eten. Er is genoeg. Samen is toch gezelliger.”
Joost kijkt Tom dankbaar aan. “Dat lijkt me heerlijk. Gezellig ook.”
“Laten we dat dan gewoon afspreken.”
Joost aarzelt even voordat hij vraagt: “Heb je geen vriendin waar je met Kerst heengaat?”
Tom schudt vastberaden zijn hoofd. “Nee, die heb ik niet en die zal ik ook nooit krijgen.”
Joost lacht. “Hoezo nooit? Je ziet er leuk uit, hoor. Volgens mij vallen genoeg meiden voor jou.”
Tom zucht, met een kleine twinkeling in zijn ogen: “Dat geloof ik graag… alleen, ik val niet op meisjes.”
Joost kijkt Tom aan, verrast, zijn reactie is oprecht: “Helemaal niet erg. Sterker nog, ik ben precies hetzelfde. Ik val ook op jongens. Heb jij een vriend, of is die ook op vakantie?”
Tom schudt zijn hoofd. “Nee, geen vriend. Jij?”
“Ik heb nog nooit een vriend gehad. Mijn ouders weten het wel van mij, verder niemand.”
Tom knikt. “Dat geldt ook voor mij. We hebben meer gemeen dan alleen het zwemmen en een Kerst alleen, merk ik.”
Joost lacht: “Het zwemmen is eigenlijk het enige waarin we verschillen. Jij bent een echte topper, ik zwem gewoon graag mee.”
Tom glimlacht bemoedigend. “Volgens mij kun jij veel meer dan je denkt, als je flink traint.”
“Daar voel ik eigenlijk weinig voor. Jij steekt er echt ontzettend veel tijd in, als ik kijk naar hoe vaak jij aan het trainen bent.”
“Zwemmen betekent veel voor mij. Misschien zit daar ons verschil.”
Joost verwondert zich erover hoe soepel hun gesprek verloopt. Hij vond het al bijzonder dat Tom hem uitnodigde om samen te eten, nu hij weet dat Tom net als hij op jongens valt, voelt het voor Joost alsof alles op z’n plek valt. Hij kijkt uit naar wat er komen gaat.
“Tom,” vraagt Joost nieuwsgierig, “heb jij eigenlijk hobby’s naast het zwemmen? Of blijft er naast school en trainen nauwelijks tijd over?”
Tom glimlacht, een beetje beschaamd: “Doordeweeks is het echt proppen om alles af te krijgen. In het weekend heb ik wat tijd. Eigenlijk heb ik geen echte hobby’s.
Ik lees, geniet wel van een goede film, af en toe speel ik een online spelletje. Met mijn zus en ouders zitten we regelmatig aan tafel voor een bordspel. Dat zijn die momenten dat ik niets anders moet.”
Joost knikt begrijpend. “Ik ken het wel. Ik zwem alleen ’s ochtends, dus ’s avonds heb ik vaak nog wel tijd over. Dan duik ik in computerspelletjes, niet alleen om te spelen. Ook om ze zelf te maken. Dat geeft me echt energie. Mijn zwemspel, bijvoorbeeld. Daar ben ik best trots op.”
Tom kijkt bewonderend naar Joost. “Wat gaaf! Speel je dat samen met anderen, of meestal alleen?”
“Allebei kan,” zegt Joost enthousiast. “Samen is het natuurlijk het leukst, dan gebeurt er altijd wel iets onverwachts.”
Tom lacht: “Dat wil ik een keer proberen.”
Tom denkt eventjes na. “Weet je wat? Kom morgen gewoon langs, zo in de ochtend. Dan eten we samen en tussendoor kunnen we jouw zwemspel spelen. Ook kunnen we een bordspel uit de kast pakken. Na het eten kijken we een film, je mag ook blijven slapen, als je dat fijn vindt. De logeerkamer staat klaar.”
Joost voelt zijn hart een sprongetje maken. “Dat klinkt als een perfecte dag. Zeker als ik het vergelijk met de Kerstdagen, die ik vaak met mijn ouders doorbracht, hoe gezellig ook. Dit is minstens zo bijzonder.”
Tom kijkt hem aan. “Dan spreken we het zo af. Ik kijk er nu al naar uit.”
Joost voelt zich nu nog meer verwonderd dan hij al was. Het is zo bijzonder hoe vanzelfsprekend ze met elkaar omgaan. Dat terwijl ze elkaar aan de ene kant al jaren kennen, aan de andere kant eigenlijk nooit écht contact hebben gezocht. Ze zagen elkaar bijna dagelijks, tot nu toe bleef het oppervlakkig.
“Het valt me op hoe weinig je eigenlijk weet van de mensen waarmee je samen zwemt,” zegt Joost. “Ik keek altijd met bewondering naar jou, vooral omdat je zo snel zwemt. Verder wist ik eigenlijk niets van je af!”
Tom glimlacht en knikt: “Dat gaan we nu veranderen. Ik ben wel nieuwsgierig naar wat jij doet. Werk je altijd aan verwarmingsinstallaties die kapot zijn?”
Joost schudt zijn hoofd. “Nee, niet alleen dat. Ik repareer ook airco’s en warmtepompen. Het is geen baan, hoor. Ik zit nog op school. Het is meer een soort stage bij het bedrijf van mijn ouders. Zo leer ik het werk kennen, de theorie krijg ik op school en de praktijk leer ik op deze manier. Ik zal later geen monteur worden. Mijn ouders willen dat ik weet hoe monteurswerk is, omdat er heel veel monteurs bij ons werken. Dus af en toe help ik mee, vooral bij niet al te lastige storingen. Of assisteer ik bij een installatie van een nieuwe ketel, airco of warmtepomp. Ik geef zelf aan wanneer ik een klusje kan en wil doen.”
Tom kijkt Joost met respect aan. “Dat is echt anders dan ik dacht. Jij bent dus technisch! Bij mij thuis draait alles om mode. Mijn ouders hebben een aantal kledingzaken. Ik weet nog niet of ik daar later wil werken. Eigenlijk weet ik nog helemaal niet wat ik wil. Ik zit nu op het VWO, en heb nog anderhalf jaar te gaan.”
Joost grijnst: “Wil je dan geen zwemkampioen worden?”
Tom lacht. “Ik ben misschien beter dan de meeste zwemmers, een kampioen zal ik nooit worden. Dat is toch een ander niveau.”
Tom en Joost blijven nog een tijd praten, waarbij de sfeer intiemer wordt met elk gedeeld verhaal. Dan wordt de rust plotseling onderbroken; Joosts telefoon trilt. Zijn blik verandert als hij opneemt. Er is opnieuw een storing. Of hij die wil oplossen. Even aarzelt Joost, verscheurd tussen het samenzijn en zijn verantwoordelijkheidsgevoel. “Inmiddels ben ik met iets anders bezig, dus nu niet meer. Ik meld me wel weer als ik een storing wil doen, ok? “ is zijn reactie.
“Gaat dat zo?” vraagt Tom.
“Dat is het voordeel als het geen baan is.” reageert Joost.
Hij glimlacht en haalt zijn schouders ontspannen op. “Dat is nou precies het fijne eraan, omdat het niet echt als werk voelt.”
Ze blijven nog urenlang in gesprek, waarbij de tijd ongemerkt voorbijglijdt. Pas als het bijna middernacht is, nemen ze afscheid. Voor Joost voelt het vreemd vertrouwd als ze afspreken dat hij morgenochtend, ergens tussen tien en elf uur weer langskomt. Met zijn favoriete zwemspel, een tas met wat kleren en zijn tandenborstel, want hij kan blijven slapen.
Onderweg naar huis overvalt Joost een prettig gevoel. Hij merkt dat hij nu al uitkijkt naar morgen, naar het samenzijn met Tom. Na slechts één middag voelt het alsof er iets bijzonders tussen hen groeit, iets waarin hij zich helemaal thuis voelt.