Geluksvogels deel 9.

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Wimmie
Berichten: 142
Lid geworden op: wo 01 jan 2020, 23:09
Vul het getal in: 123

Geluksvogels deel 9.

Bericht door Wimmie » ma 20 nov 2023, 06:51

Geluksvogels, deel 9.

Het weekeind van de generale repetitie is aangebroken. Er is een zaal in Utrecht waar we ook de première zullen spelen en waar het decor dus kan blijven staan. Bij de generale repetitie zijn maar enkele voor ons onbekende mensen aanwezig: wat andere studenten van de afdeling Orthopedagogiek die mede de begeleiding bij de scholen gaan verzorgen. En verder een fotograaf die ook bij de première veel foto’s zal maken. Zowel van ons alleen, ons samen als van de voorstelling. Daar kan dan later een keuze uit gemaakt worden voor de publiciteit.
Uiteraard loopt de generale repetitie lekker: Lucas en ik voelen ons als een vis in het water in dit stuk. Het is bovendien een beloning dat we voor een zaal met publiek elkaar mogen zoenen. We leggen er, zij het kort, al onze passie in. De regisseur is heel enthousiast. “Toen ik mijn keuze op jullie liet vallen wist ik dit nog niet. Ik wist alleen dat jullie elkaar goed kenden. Dit geeft het stuk heel veel meerwaarde.

Na afloop praten we met de studenten orthopedagogiek na over de discussie na het toneelstuk. Het is de bedoeling dat wij daaraan meedoen, we mogen ook eigen ervaringen met pesten vertellen. Die van ons zijn gelukkig niet zo heftig maar ze zijn er wel.
We praten even door over hoe ze het precies gaan doen. Er zullen steeds 2 studenten bij een voorstelling aanwezig zijn. Die zullen na afloop het gesprek op gang brengen en leiden. Van ons wordt verwacht dat wij vanuit onze rol inbreng zullen hebben. Wat dat precies zal zijn is moeilijk van te voren in te schatten. Maar wij geven aan het gesprek wel aan te willen gaan met leeftijdsgenoten van ander scholen.

Een van de studenten vraagt ons: “Maar als jullie dan gevraagd wordt hoe jullie naar elkaar kijken? Niet zoals in jullie rol, maar jullie als twee spelers in dit specifieke toneelstuk? Jullie gaan mij toch niet vertellen dat jullie niets samen hebben? Jullie zijn er zelf niet mee gekomen, maar mij is het duidelijk dat jullie in het echt ook voor elkaar voelen wat jullie later in het stuk voor elkaar voelen..”
“Ja wij horen wel vaker dat wij wat dat betreft een open boek zijn. Maar het steeds uit onszelf zeggen vinden we niet zo handig, daar kiezen we niet voor. Als iemand het vraagt zijn we er heel open over. En ook jij hebt het dus bij ons gemerkt.” zegt Lucas al lachend.
Ik vul aan: “Als tijdens een bijeenkomst ons daarnaar gevraagd wordt zullen we er eerlijk op antwoorden. En ik ben zelf ook bereid te vertellen over de problemen die ik zelf gehad heb met het accepteren dat ik gay ben en de problemen die ik had toen ik verliefd was op Lucas, best wel heel lang en ik dacht dat ik dat niet kon laten blijken.”
“Ik heb iets dergelijks gehad en ook daar wil ik wel open over zijn” vult Lucas aan. “Het is nu eenmaal lastig in een minderheidsgroep te zitten en niet te weten hoe anderen daarover denken. In je eigen ogen is de kans dat anderen negatief zullen reageren veel groter dan in werkelijkheid. Maar ja, je moet het met je eigen inschatting doen en daar kan je flink last van hebben. Als ik anderen duidelijk kan maken dat ze wat dat betreft het best wel positiever mogen bekijken doe ik dat graag. Waarbij het natuurlijk zo is dat er uiteraard situaties zijn dat je echt reden hebt om bang te zijn. Er zijn nog steeds ouders die hun kind de deur uit zetten als dat uit de kast is gekomen, of die geen contact meer met hun kind willen hebben.”

We praten nog een tijdje door over vertrouwen hebben in je omgeving. Wij vragen wie er zelf gay is maar het blijkt dat geen van de studenten die nu aanwezig zijn gay is. Dat brengt ons op de vraag of die er zijn. Ze geven aan dat het geen item is. Dat het geen enkele consequentie zou hebben als iemand zou vertellen dat hij gay is. Dat het misschien daarom geen gesprekonderwerp is. Ze zeggen toe het eens met een aantal andere studenten te bespreken.
Wij geven aan dat ze er misschien over na moeten denken of het niet handig kan zijn dat er ook een student bij is die zelf gay is.
Na een heel goed gesprek besluiten we een app-groep te maken met alle studenten die mee kunnen gaan naar voorstellingen. Zodat we ook dit soort dingen uit kunnen wisselen.

Dan komt het moment van de première, een week later. Je schijnt zenuwachtig te moeten zijn voor een première, maar Luc en ik zijn dat niet. We hebben al eens in de zaal gespeeld, die kennen we dus. Het stuk kennen we als onze broekzak. En wij spelen het samen en wij zijn samen helemaal vertrouwd. Zelfs al zou Lucas zijn hele tekst kwijt raken, dan nog weet ik hem te redden, daar ben ik overtuigd van.

Wat leuk is, is dat wij de mogelijkheid hadden een lijst te maken van mensen waarvan wij graag wilden dat zij er bij zouden zijn. Dat is in onze ogen een aardige lijst geworden, maar desondanks kan iedereen komen. Uiteraard mijn ouders en Lucia en de ouders van Luc en zijn broer. Verder de andere twee leden van onze band, mijn toneelregisseur, waar alles mee begonnen is en de toneelregisseur van Lucas. Van onze school hebben wij de rector en onze beide mentoren op het lijstje staan. Wij hebben aan de muziekleraar gedacht, maar omdat het niets met muziek en alles met toneel te maken heeft hebben wij die weer geschrapt. Verdere familie lijkt ons niet echt handig, oma’s en opa’s voor zover die zouden kunnen, kunnen later altijd een voorstelling bijwonen.

Het wordt best een officiële première. De rode loper en de dure auto’s ontbreken helaas, dat hadden wij wel leuk gevonden, neen dus, echt niet. Maar verder zijn er uitnodigingen gegaan naar de pers, naar schoolkoepels voor voortgezet onderwijs in heel Nederland. Het is een zaal waar 250 mensen in kunnen en die worden er ook verwacht. Onze genodigden mogen op de eerste rijen zitten, daar zijn gereserveerde plekken voor vrijgehouden. Wij zijn er al vrij vroeg, maar omkleden en grimeren kost niet meer dan een half uur voor ons alle twee, zodat wij gewoon bij familie en vrienden blijven totdat we worden geroepen. Het is gezellig in de foyer, waar we praten met alle mensen die wij kennen. De mensen die wij nog niet kennen kunnen we na afloop wel mee praten. Althans, dat verwachten we wel.
Dan gaat de bel. Wij zijn al helemaal klaar. De zaal loopt vol. Vanachter de coulissen zien we dat de zaal inderdaad helemaal vol is. De avond wordt geopend door de professor Orthopedagogiek die ons als stelletje ‘ontmaskerde’. Zij vertelt wat de achtergrond was van het toneelstuk en stelt voor eerst te gaan kijken. Dan gaat zij van het podium af. Het wordt donker en wij zoeken onze plaatsen op.

Als het licht aangaat beginnen wij te spelen. Het gaat fantastisch, zoals we het graag doen. We kunnen in onze rol helemaal onszelf zijn, ook al is de situatie niet echt voor ons: onze situatie is veel beter. De zoenscenes doen wij met veel passie. Als ik dood ben en Lucas met het kussen boven me staat gaat het licht uit. Het blijft een dikke minuut uit zodat wij op kunnen staan. Dan gaat het licht weer aan. Het blijft nog even stil en dan klinkt het applaus. Hard en lang. Lucas en ik zoeken elkaar op en gearmd gaan wij naar voren. Dan gaan wij het toneel af. We hebben afgesproken maar één keer terug te gaan. Dan sterft het applaus uit en gaat de regisseur het podium op. Hij vertelt iets over het stuk en hoe de casting en de repetities zijn verlopen. Hij vertelt iets over ons, dat wij samen met de casting hebben meegedaan omdat wij alle twee toneel spelen en bovendien samen in een schoolband zitten. Dan zegt hij dat we nu gaan doen wat de bedoeling is van het toneelstuk: de discussie starten over pesten omdat iemand anders is en over wat dat met je kan doen.

Eén van de studenten die dat bij de scholen gaat doen stelt zich voor en zegt iets over zijn rol. Hij roept ons weer op het toneel. En dan begint het eerst met vragen die gesteld mogen worden. Er zijn eerst wat gewone vragen, over hoe oud we zijn, in welke klas van welke opleiding we zitten en waarom we aan de casting hebben meegedaan.
Lucas vertelt het verhaal. En dat wij nog niets wisten van de inhoud van het toneelstuk.
Dat toen wij als laatste 2 over waren gebleven we de tekst kregen en toen pas in de gaten kregen wat voor stuk het was.

Dan komt de vraag of wij het niet moeilijk vonden om de rol van twee jongens die verliefd op elkaar worden te spelen. Helemaal als ze dan ook elkaar gaan zoenen.
Lucas vertelt dat wij best wel schrokken toen wij de tekst gelezen hadden. Ik voeg toe dat wij dat zoenen eerst helemaal niet zagen zitten. Dat we het ook zo lang mogelijk hebben uitgesteld. Maar dat toen we het eenmaal moesten doen en ook deden, dat het toen prima was.
Dan kom de vraag hoe we nu naar elkaar kijken. Ik kijk Lucas aan en Lucas knikt. We hebben het hier tevoren wel over gehad. We hebben al zo vaak de vraag gekregen of wij iets samen hebben, dat we aan zagen komen dat die vanavond ook gesteld zou worden. En we hebben daarom tevoren afgewogen wat we wel en wat we niet wilden zeggen. Omdat het toneelstuk om acceptatie gaat en bedoeld is om een discussie daarover op te roepen hebben we besloten afhankelijk van de vragen meer of minder te vertellen. We hebben daar ook met onze ouders over gesproken. Want als je op zo’n avond met pers erbij iets gaat vertellen over wat er onder het repeteren van het toneelstuk met ons is gebeurd gaat dat misschien de nadruk krijgen. Wij hebben het er ook met de regisseur over gehad. Die vond het geen probleem: ons verhaal sluit wel aan bij hoe de realiteit is: je bent eerst bang dat je anders bent en als je dat een beetje hebt geaccepteerd ben je bang dat als je voor je gevoelens uitkomt je je vriendschap en het voortbestaan van de band in gevaar brengt.

Wat wij wel verwachtten dat lastig zou zijn is dat we tijdens die gesprekken automatisch en dan nog wel in het openbaar uit de kast zouden komen. Dat zou onvermijdelijk zijn. En wat de gevolgen daarvan zouden zijn, we hadden geen idee. Maar na lang praten hebben we gewoon, met onze ouders en de regisseur, besloten op vragen gewoon eerlijk antwoord te geven.

Dus ik antwoord: “Wij zijn door het toneelstuk erachter gekomen dat wij alle twee al jaren verliefd op elkaar waren.”
Lucas vult aan: “Ik ben het eerst uit de kast gekomen. Al een tijdje voor het toneelstuk op ons pad kwam. Ik was al jaren verliefd op Andrea, maar Andrea was mijn beste vriend. Ik durfde onze vriendschap niet op het spel zetten. En bovendien wilde ik niet dan onze band uit elkaar zou vallen. Bovendien was ik bang om gay te zijn. Ik wilde niet anders zijn. Toegeven dat je anders bent is heel lastig. Je bent ook bang, voor wat het gevolg er van zal zijn: zal je gepest gaan worden? Zal je omgeving het wel acceptgeren?”
“Ik heb min of meer hetzelfde gehad”, vervolg ik als Lucas naar mij kijkt. “Ik ben ook al jaren verliefd geweest op Lucas, maar ook ik wilde het niet toegeven. Ook ik was bang. Bang voor de reacties om me heen, bang om Lucas als beste vriend, we kennen elkaar al vanaf de basisschool, kwijt te raken en daardoor de band met elkaar te verliezen. En ik zit ook in een voetbalteam en ik was en ben nog steeds een beetje bang voor de reacties daar. Ik had al min of meer, het blijft lastig, geaccepteerd dat ik gay was maar ik had geen flauw idee of Lucas dat wel was. Dat was een extra reden om niets te zeggen. En veel met elkaar omgaan was in ieder geval iets. Dat werd voor mij wel iets anders toen Lucas uit de kast kwam. Toen wist ik dat hij ook gay was, maar Lucas wist het van mij niet.”

“De zoenscenes hebben ons in feite bij elkaar gebracht. We zagen er alle twee tegenop, terwijl we ook alle twee niets liever wilden. En toen we het moesten doen en het deden bleken we er alle twee van te genieten. We voelden dat aan onszelf en aan elkaar. En toen was één en één twee. De andere keren zoenen lieten we ons gewoon gaan en na afloop was de regisseur tevreden. En wij hadden iets om over te praten. Sindsdien ‘hebben we iets met elkaar’.
We kijken de zaal in. Het is even stil maar dan komt de volgende vraag: ‘Wat kan jullie rol zijn in de discussies?’ De vraag komt van de rector van onze school.
“Daar hebben we het samen ook over gehad. Wij kunnen door ons verhaal te vertellen, door onze angsten uit te leggen en door te verduidelijken waarom je niet graag anders wil zijn, hoewel je wel degelijk voelt dat je zo bent en dat je dat niet kan veranderen, misschien helpen te verduidelijken dat het accepteren dat je gay bent een stuk makkelijker zou zijn als je wist dat het daarna geen problemen gaat geven. Eigenlijk zou het normaal moeten worden dat iedereen op een bepaald moment over zichzelf vertelt: ik ben een jongen en val op meisjes. Of: ik ben een meisje en val op meisjes. Of: ik ben een jongen en val op jongens en op meisjes. En alle varianten, zoals: ik ben als meisje geboren maar heb me altijd al een jongen gevoeld. Dat zou het voor iedereen een stuk makkelijker maken.” Als ik uitgesproken ben kijk ik naar Lucas.
“Ik hoop”, zo vult Lucas mij aan, “dat als wij onze eigen verhalen vertellen op scholen er meer begrip zal ontstaan. Het was niet zo gepland, maar door het toeval zijn wij uitgekozen dit stuk te gaan spelen en ik hoop dat onze geaardheid daar een extra dimensie aan kan geven.”
“En wat daar het gevolg van zal zijn zien we daarna wel. Om ons heen hebben we allemaal mensen die ons steunen. Op school rekenen we ook op steun. In onze band is het al een tijdje bekend en geeft het geen enkel probleem. En in het voetbalteam zullen wellicht wel mensen zijn die het niet zien zitten, maar dat merk ik dan wel. Onze trainer is met een man getrouwd, dus daar kan ik steun van verwachten. Maar eigenlijk zou ik nu graag naar de inhoudelijke discussie willen, want dat is de bedoeling na afloop van het spelen van het stuk.” Ik probeer het onderwerp op de discussie te brengen.

De student die het gesprek gaat leiden neemt het van me over.
“Tenzij er nog andere vragen aan Lucas en Andrea zijn dan over hun geaardheid stel ik inderdaad voor de inhoudelijke discussie te starten.”
Dan ontstaat er min of meer een inhoudelijke discussie. De bedoeling van het toneelstuk is om er met leeftijdsgenoten van Lucas en mij over te praten. Daar zijn er niet zo heel veel van. Dus de discussie is niet zoals die moet zijn. Toch ontstaat er een goede discussie over de vraag of dit toneelstuk gaat werken. Over het algemeen wordt gedacht dat het wel zal gaan werken. Het stuk spreekt aan, het verhaal zal voor leeftijdsgenoten van Lucas en mij deels herkenbaar zijn, deels niet, maar de boodschap zal wel overkomen, zo is algemeen de mening. Er wordt een groot aantal keren door allerlei mensen gezegd dat ze het initiatief ontzettend goed vinden en dat zij veel respect hebben voor de manier waarop Lucas en ik dat op het toneel hebben gebracht. Dan wordt na een goed uur de avond door de professor Orthopedagogiek afgesloten.

Lucas en ik gaan met onze ouders en Lucia en Gerard, met Corine en Sverre, met onze toneelregisseurs, de regisseur van dit stuk, onze rector en nog wat mensen die er bij komen in een hoek van de foyer aan een aantal tafels, die we bij elkaar schuiven, zitten.

Daar ontstaat nog een heel gesprek. We praten door over de reacties in onze omgeving, waar wij bang voor waren. Tot nu toe is dat geen enkel probleem geweest. Maar voor school en de voetbalclub ben ik banger. En dan vooral de school. De rector zegt dat hij ons graag heel snel op school wil hebben en dan voor alle hoogste twee klassen HAVO en hoogste drie klassen VWO, in twee bijeenkomsten. Waarbij de school het voor zal bereiden via een bijeenkomst met alle leraren. Zij moeten zorgen voor een veilig klimaat op school en in de klas. Merken zij iets van pesten, dan moet er direct worden ingegrepen. De school heeft een veiligheidsplan met een pestprotocol. Veel leraren en leerlingen zullen zich dat niet realiseren, maar het is er en via ons toneelstuk wil de rector dat allemaal wat meer onder de aandacht brengen. Hij vindt het jammer dat wij er zo lang mee hebben rondgelopen, uit angst voor wat zou komen, terwijl dat thuis en onder onze vrienden van de band niet nodig was. Hij vraagt zich af wat de school kan doen om dat gemakkelijker te maken.

Dat blijkt een niet te beantwoorden vraag te zijn. De school is een onderdeeltje van de hele maatschappij. Het scheelt al heel wat als je het idee hebt op school veilig te zijn, maar dat zegt niets over de rest van de maatschappij. We komen met zijn allen tot die conclusie.
Dan vraagt Gerard: “Er zullen best wel veel jongeren zijn die ook broers en zussen op school hebben. Zo heeft Andrea zijn zus Lucia en heeft Lucas mij als broer. Wat zouden broers en zussen kunnen doen?”

Er valt een stilte. Niemand weet iets te antwoorden. “merkwaardig wat daar nog nooit aan gedacht is” merkt Lucas op. “Ik zou het ook niet weten, Gerard, maar ik vind het een heel goede vraag. Wat is de reden dat je die vraag stelt? Omdat ik je broer ben?”
Gerard kijkt de kring rond. Hij is verreweg de jongste vanavond, met zijn 14 jaar, sorry, bijna 15. “Ik weet het niet. Ik bedacht ineens dat ik jouw broer ben en dat dit misschien iets kan betekenen. Ik vond het heel normaal toen je het mij vertelde. En ik vind het ook niet raar. Ik ben me wel gaan afvragen: weet ik wel wat ik ben? En ja, ik ben alleen nog maar op meisjes verliefd geworden, dus ik heb geen aanleiding te denken dat ik ook gay zou kunnen zijn. Maar verder? Niemand weet het op school, in de klas, dus daar krijg ik geen opmerkingen over. Andrea en jij zijn gewoon naar elkaar blijven doen, dat valt dus niet op. Maar als ik negatieve reacties zal krijgen als het bekend is, weet ik wel dat ik zou gaan uitleggen. Geen idee of het helpen zal, maar ja, wat moet je anders. Als ik in mijn klas rondkijk zou ik niet weten wie gay zou kunnen zijn. Terwijl er toch minimaal één zou moeten zijn. Het wordt goed verstopt. Terwijl er aan de andere kant al wel 5 stelletjes zijn. Dat wel. Kortom: ik heb veel vragen, waar dit er één van is.”

Er valt een stilte. Gerard heeft iets lastigs aangesneden. Ik doe wat ik logisch vind: ik kijk naar Lucia. “Jij bent de andere broer of zus hier, Lucia. Hoe kijk jij daar tegen aan?”
Lucia kijkt de groep rond. “ik heb ook geen antwoord. Jij bent Andrea, altijd al geweest en je blijft voor mij altijd Andrea. Ik kan me ook niet voorstellen dat er mensen moeite mee hebben dat iemand gay is. Dat komt vast omdat dit in mijn omgeving geen rol speelt. Als mijn omgeving er anders over zou denken zou ik er misschien ook anders over denken. Cultuur heet dat op zijn zondags. Hoe kunnen we andere culturen die homosexualiteit verbieden zo ver krijgen dat zij er een andere mening op na gaan houden? Daar ligt volgens mij het probleem. En in de groepsdruk, want dat speelde bij jullie, Andrea en Lucas, ook een rol. Je wilde niet anders zijn. Je wilde niet afwijken van de groep. Maar dat deed je wel. In een band spelen, toneel spelen en voetballen. Dat is een combinatie die je niet vaak tegenkomt. En dan ook nog goede cijfers op school halen. Daarin wijk je ook af van de groep. En heb je daar ooit een probleem mee gehad? “

“Ja, dat heb ik. Ik merkte dat er mensen in mijn omgeving jaloers waren. Op de voetbalclub. Ik werd opgesteld terwijl ik vanwege dit stuk een training had gemist. En ook op school merk ik wel dat er over mij gepraat wordt en dat jaloezie daar een rol in speelt. Ik kan er niets aan doen dat ik die talenten heb en dat ik het ook leuk vind daar iets mee te doen. Muziek, toneel, voetballen en verliefd zijn op Lucas, dus gay zijn, dat zijn mijn 4 passies. Overigens in willekeurige volgorde”
Iedereen begint te lachten. De rector zegt dat hij eens wil kijken of hij met de vraag van Gerard iets kan op school. “Als het maar niet als een probleem wordt neergezet. Ik ken wel de bijeenkomsten van brusjes met een gehandicapt broertje of zusje. Daar vind ik dit niet mee te vergelijken, want gay zijn is geen handicap. Het is gewoon een variatie.” Lucia maakt een in mijn ogen terechte opmerking.

Het wordt tijd om naar huis te gaan: het is al flink laat.
Terugrijdend in de auto, Lucas zit met zijn ouders en broer in de auto, ik met mijn ouders en Lucia, hebben Lucas en ik app-contact. We willen vannacht na deze avond bij elkaar slapen, we willen het gevoel van deze avond nog even samen door laten lopen. We vinden het dit keer het handigst om dat bij Lucas te doen. Dat melden we alle twee en zoals verwacht geeft dat geen probleem. Mijn ouders zetten mij bij Lucas af.

Als we in bed liggen praten we nog heel lang, lekker tegen elkaar liggend, na over deze première. Nadat we elkaar heerlijk hebben afgetrokken en tegelijk klaar zijn gekomen, vallen we in slaap om de volgende dag een gat in de dag te slapen.

Als we samen hebben gedoucht en ons hebben aangekleed en beneden komen blijkt er niemand meer te zijn. Gerard is voetballen (ja, ook Gerard voetbalt, zij het in een ander team) en Lucas’ ouders zijn bij een kennis op bezoek en gaan daarna boodschappen doen. We hebben het rijk alleen.

Als ik mijn telefoon open zie ik dat er heel wat appjes zijn. De meeste appjes zijn van de regisseur van ‘Verstoppertje’. Hij stuurt ons een aantal recensies door die deels online, deels ook in diverse kranten zijn gegeven. Ze zijn over het algemeen heel positief, al kan niet iedereen het slot waarderen. Daar hadden we al rekening mee gehouden, dus dat verbaast ons niets. Ons toneelspel wordt geprezen. Dat wij samen iets hebben wordt wel vermeld maar gelukkig wordt het niet als erg belangrijk besproken. Het is iets dat gewoon verteld is. Dat is de teneur. Daar zijn we heel blij mee. Verder wordt er in 2 stukjes wel aan toegevoegd dat dit wel een extra dimensie geeft aan het stuk.

Kortom: positieve reacties.

Er zit ook een mailtje bij van onze regisseur. Die geeft nogmaals aan dat hij meer dan tevreden is over onze prestaties en dat hij al een aantal informatieverzoeken van scholen heeft gekregen om te komen spelen. Dat betekent dat hij nu snel een afspraak wil maken met ons, onze ouders, de rector van de school over de mogelijkheden die wij hebben om op scholen op te gaan treden.

De hele verdere dag leven wij in een soort roes van tevredenheid en blijdschap. Corine belt mij nog om te vragen hoe wij ons nu voelen. Ik kan alleen maar zeggen dat wij ons beretrots voelen. Corine is het met ons eens: wij hebben volgens haar alle reden trots en tevreden te zijn.

Mijn ouders appen mij dat ik niet naar huis hoef te komen voor het eten. Zij hebben met Luc’s ouders overlegd en wij gaan vanavond met zijn 8-en uit eten. Om de geslaagde première te vieren. Wij bedenken meteen dat we dan weer bij elkaar willen slapen. Om het te vieren! Nu slapen we bij mij.
Het is heel gezellig, ’s avonds, met zijn allen uit eten. Onze ouders zijn al tijden met elkaar bevriend en de relatie die Luc en ik nu samen hebben maakt ons nog closer. En ook Lucia en Gerard kunnen het goed met elkaar vinden. Er wordt heel wat afgelachen, zeker als wij nog eens vertellen hoe wij jaren verliefd naar elkaar hebben gekeken en er niets mee durfden doen. Ik lach mee, omdat ik achteraf ook wel inzie dat ik weinig vertrouwen in mezelf en Lucas heb gehad, wat betreft onze hechtheid. Maar ergens vind ik het ook een beetje om te huilen, want we hebben ook een stukje van ons leven moeilijker gemaakt dan nodig was. Misschien is dat iets dat met volwassen worden te maken heeft?

Gesloten