EEN FLUISTEREND HART - hoofdstuk 32

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Lucky Eye
Berichten: 661
Lid geworden op: za 03 jan 2009, 19:35

EEN FLUISTEREND HART - hoofdstuk 32

Bericht door Lucky Eye » za 27 feb 2021, 07:44

Een verhaal van Lucky Eye

Disclaimer:
Dit verhaal is niet gebaseerd op feiten. Elke overeenkomst met gebeurtenissen, personen, plaatsen en tijden berust dan ook op toeval.



EEN FLUISTEREND HART



Hoofdstuk 32

Klaar om naar boven te gaan, was ik nog niet. Het kussen lag niet lekker. Die bij Julia en Alex thuis ook niet, maar dit was echt een vreselijk geval. Stef noemde me een pietlut. En misschien ben ik dat ook wel, wat mijn kussen betreft. Mijn eerdere nekpijn zou heel goed veroorzaakt kunnen zijn door mijn val, maar de slechte ondersteuning die dat hoofdkussen gaf, speelde ook een rol. Toen Julia vroeg wat ik thuis had, antwoordde Stef meteen: "Tragisch piepschuim." De clown! Mijn nieuwe zus moest er wel om lachen. Ik niet. Had die grap vaker gehoord. Tot mijn grote verbazing wist ze echter precies wat hij bedoelde. Ze riep haar moeder erbij. Iris dacht dat ze wel iets wist en ging de voordeur uit naar buiten. Wachten was niet nodig, vond Julia, en wij gingen naar boven. Douchen mocht ik wel, maar mijn hoofd mocht niet nat worden vanwege het verband. Bij ons beiden was geen enkele opwinding. Logisch ook. De dag was beladen geweest. Moeilijk gewoon. En toch … ook zo heel erg goed. Toen we in de bibliotheek kwamen controleerde ik het nieuwe kussen dat ik zag liggen meteen. Heerlijk! Lof voor Julia, haar moeder en degene die – waarschijnlijk iemand in de buurt – zo'n kussen had gehad. Toen we dicht tegen elkaar aan in bed lagen, voelde het heel erg goed. Zijn hand lag op mijn zij en streelde die zachtjes. Ik wist inmiddels, een ingeving tijdens het douchen, wat Stef had willen zeggen en wat Julia had begrepen. 'Stef?'

'Ja?'

'Heb jij mij altijd willen beschermen? Voelde jij je daar verantwoordelijk voor?'

'Ja, lieve Marc. Altijd.'

'Omdat je ouders dat van je gevraagd hadden?'

'Nee. Dat was absoluut niet nodig. Het kwam vanuit mezelf. Ik voelde gewoon dat ik er voor jou moest zijn. En dat heb, hoop ik, een beetje goed gedaan.'

'Dank je wel, lieve Stef. Je hebt het ontzettend goed gedaan. Je was mijn vaste rots.'

'Maar wel doodsbenauwd voor je moeder.'

'De uitleg die Julia daarvan gaf, vind ik nog steeds erg goed.'

'Ja. Dat was het ook. Zelfbescherming. Wilde ik jou helpen, dan moest ik uit haar buurt blijven. Anders zou het me nooit gelukt zijn.'

Even was het stil. Waren er alleen maar die strelende vingers over mijn huid. Totdat hij kwam met de vraag: "Kun je wat met alles van deze dag?" En mijn antwoord was simpel. Ja. Ik kon er wat mee. Het was enorm confronterend geweest. Maar … het opende de deuren naar de toekomst. We zouden er als gezin, met alle aanhang die daarbij hoorde, iets mee kunnen. We waren tot een geheel gesmeed op ontzettend heet vuur. Ik bracht mijn hand naar het verband op mijn wang.

'Niet aankomen, kleintje!'

'Wist je dat nog van toen?'

'Nee. Moet het vergeten zijn. Maar … wel leuk om nu weer te gebruiken.'

'Je doet maar, Stef! Maar nu gaan we slapen!' Geen vraag. Een mededeling. Een kus – toch nog – en toen was ik heel snel verdwenen.

Twee uur later, het was iets na elf uur, maakte Stef me wakker en stelde mij voor het eerst een aantal vragen. De antwoorden kwamen snel en na vraag drie kapte ik hem af. 'Zo, is het genoeg, Stef! Niets aan de hand.'

'Oké. Tot straks dan!'

'Hoor jij die stemmen ook?'

'Ja. Ze zitten in de tuin.'

We luisterden naar het geluid. Mensen die op gedempt niveau met elkaar praatten. Af en toe wat gelach, dat steevast werd gesmoord door een veel luider "STTTTT". Ongetwijfeld Julia die nog steeds de regie voerde en bang was dat wij en Alex – ik ging ervan uit dat hij inmiddels ook zou slapen – wakker zouden worden. Voor hem moest het ook een enorm lange en intensieve dag zijn geweest. Ik maakte me zorgen om hem. Hoopte van ganser harte dat hij gelijk zou hebben. Dat er iets mogelijk was! Voor hem, voor Julia, haar ouders en de baby!' Zou het een jongen of een meisje zijn.

Iets na één uur werd ik voor de tweede keer gewekt. Stef was goed wakker en had iets meer moeite moeten doen om mij wakker te krijgen.

'Gaat het goed, Marc!"

'Hmmm,' ik bromde wat.

'Hoe heet je?'

'Kleintje.'

Hij begon te grinniken. 'Moet ik nog meer vragen stellen?'

'Doe maar, want als Julia je morgen aan een kruisverhoor gaat onderwerpen, kun je naar waarheid zeggen wat je allemaal gevraagd hebt.'

'Goed. Hoe heet je vader met zijn roepnaam?'

'Joep.'

'Dat is ongetwijfeld ergens vanaf geleid. Toch?'

'Ja. Moet ik even denken.'

'Oh. Als het niet lukt, geen probleem. Vraag ik het later eens.'

'J.M.M. dat zijn zijn voorletters.'

'J van Jacob?'

'Ik weet het niet. Zoek ik wel eens op.'

'Volgens mij heb ik je nu wel echt wakker gemaakt, hè?'

'Ja. Prima gedaan, Stef! Je kunt Julia zonder vrees onder ogen komen morgen.'

'Ze is wel fel, hè?'

'Echt wel! Maar ik vind het wel heel goed dat jij haar tegengas geeft.'

'Tuurlijk. Als ze denkt dat ik niet voor jou kan zorgen, dan heeft ze het mooi mis!'

'Je bent goed voor mij, Stef!'

'Ja. Logisch. Jij bent ook zo vreselijk lief! Ik hou van je, Marc!'

'Geen kleintje meer?'

'Je hebt geen kleintje!'

'Hé, rotjoch! Blijf eens serieus!'

'Nee. Die kans is nu verkeken!'

We dolden nog wat. Het geluid buiten was er niet meer.

Ruim voor drie uur werd ik uit mezelf wakker. Niet een goed teken. Nou ja … niet echt een probleem. Het was in elk geval een teken dat ik – volgens mij dan – niet een hersenschudding had. Maar … wel veel te vroeg natuurlijk. Stef lag nog rustig te slapen. Over een twintig minuten of zo zou mijn horloge pas gaan piepen. Ik bleef eerst rustig liggen, maar toen kwamen toch de gedachten opzetten. Twijfel. Geen enkele herinnering aan de dag van gisteren, maar denkbeelden over de toekomst. Mijn toekomst. Het zorgde ervoor dat ik echt klaarwakker werd. Voordat de piepjes weerklonken, had ik al kans gezien mijn horloge van het nachtkastje van Stef te pakken en om mijn pols te doen. Toen de timer zich meldde, drukte ik het geluid snel weg. 'Stef! Wakker worden! Je moet mij wakker maken!'

'Hmmm! Lolbroek!'

'Als ik dit aan Julia vertel!'

'Je gaat je gang maar! Welterusten!'

Jammer. Geen mogelijkheid om hem echt wakker te krijgen. Ook wel goed natuurlijk. Voor hem moest de vorige dag net zo goed vreselijk zijn geweest. Ik wist hoe bezorgd hij altijd om mij was. Alle pijn die ik gevoeld had, was er ook voor hem geweest. Hij hield zich dan wel groot en sterk, maar ik kende hem. Moest ervoor zorgen dat ik hem in de gaten hield en aan het praten kreeg. Nog even probeerde ik om te slapen, maar toen dat niet lukte, stapte ik voorzichtig uit bed. Ik voelde me goed. Het kussen had prima gelegen. Goed dat ik er Julia om gevraagd had. Ik liep naar de boekenkasten. Buiten begon het al licht te worden. Zonder lawaai te maken, trok ik het gordijn een eindje open. Het zag er prachtig uit! Een nieuwe dag! Een dag … zonder agenda. Geen moeilijke dingen op het programma. Een dag die nog compleet ingevuld zou moeten worden. Terug naar Riet en Jan? Als het aan mij lag wel. Maar … ik zou de beslissing overlaten aan mijn arts. Alleen als zij het vertrouwd vond, zouden we terug gaan om onze vakantie af te maken. Hoe zouden we gaan? Met de trein maar, zo besloot ik. De boeken scannend constateerde ik dat er heel veel het onderwerp geschiedenis hadden: vooral eerste en tweede wereldoorlog. Wat deed David eigenlijk voor zijn beroep? Twee boeken pakte ik en daarmee ging ik in een van de fauteuils zitten. Het waren atlassen. Prachtig gedetailleerde kaarten. Een tijd lang was ik helemaal weg. Opgezogen door het verleden als het ware.

Op een gegeven moment hoorde ik geluiden op de trap. Was er nog iemand wakker? Hmmm, misschien iemand die naar de wc moest. Nee. Zou onlogisch zijn. Dan had diegene wel gebruik gemaakt van het toilet in de badkamer. Opnieuw verzonk ik even in mijn boek, maar na verloop van tijd begon mijn maag te protesteren: ik had honger. Dan maar naar beneden. Maar m'n kleren? Waar waren die? Ineens herinnerde ik me dat Stef en Maria gistermiddag de stad in waren geweest voor nieuwe kleren. Noodzakelijk, want we hadden niet voldoende meegenomen. Al snel zag ik de tassen staan. Er zat van alles en nog wat in. Wie kocht er nou zo'n grote hoeveelheid, vroeg ik me verbaasd af toen ik de inhoud had geïnspecteerd. Maakte niet uit. Ik zocht op mijn maat, koos het een en ander uit, en liep naar de badkamer. Met een washand, die ik in een kastje had gevonden, waste ik me en checkte de baardgroei op mijn wangen en kin. Kon nog wel. Volgens mij zou de wond niet een probleem geven bij het scheren. Het zat vrij hoog. Met een schaar – ook gevonden – knipte ik de kaartjes van de nieuwe kleren. Nadat ik aangekleed was, liep ik zachtjes de trap af. Er kwam geluid uit de keuken. Heel voorzichtig opende ik de deur en keek eerst naar binnen. Julia merkte me meteen op.

'Goedemorgen, kleintje!'

Het leek erop dat ik dat nog heel vaak en van heel veel verschillende mensen te horen zou krijgen de komende tijd. 'Goedemorgen, Julia!' Ze maakte een uitnodigend gebaar naar de zithoek en ik ging bij haar zitten. Ze had een kom voor zich staan met een lepel erin.

'Zal ik voor jou hetzelfde maken?'

'Kan ik zelf ook wel hoor!'

'Graag of niet!'

'Doe maar.'

'Voorkeur?'

Niet echt. En dus stond er even later ook zo'n kom voor mij. We wensten elkaar "smakelijk eten" en namen allebei een hap. Het gesprek kwam al snel daarna op gang. Natuurlijk informeerde ze als eerste hoe ik me voelde. Prima. Dat ene woord omschreef het duidelijk.

'Hoofdpijn?'

'Nee.'

'Zenuwpijn in je bal?'

'Nee.'

'Echt niet?'

Nee moest voldoende zijn. Ik voelde er niets voor om dat ene woord te herhalen. Wel gaf ik aan dat ik enigszins duf was. Nawerking van de oxycodon.

'Oké. Ik begrijp het.'

'Mooi! En jij? Hoe gaat het met jou? Lukt het je om zoveel te zorgen voor Alex?'

'Ja. Gelukkig wel. Maar … ik was wel heel erg blij toen Hannah en Grace er op een gegeven moment waren. Mijn moeder en ik … nou ja … het groeide ons beiden een beetje boven het hoofd. En we wilden absoluut niet dat Alex opgenomen zou worden! Ik wilde hem thuis houden! Hier bij ons!'

'Ja. Logisch!'

'Maar nu … nu kan ik af en toe even weer mijn eigen ding doen. Staat niet alles in het teken van Alex verzorgen. En dat is goed.'

'Beter, lijkt me.'

'Ja. Als ik alleen maar met één ding bezig ben, dan … dan wordt mijn wereld zo klein. Ik ben iemand die uitdaging nodig heeft. Niet dat ik niet rustig kan zitten met een goed boek of zo … maar … nou ja … lastig uit te leggen.'

'Geeft niet.'

'Heeft Stef… '

'Voor jouw geruststelling, Stef heeft je instructies uitstekend opgevolgd. Maar het lijkt me beter dat je hem er niet naar gaat vragen.'

'Snap het. Ik ben te bezorgd. Ook om jou.'

'Dat is lief. Goed van je.' Een tijdje aten we in stilte. We dronken de thee die zij ingeschonken had, spoelden daarna de kommen en lepels af in de wasbak en plaatsten die vervolgens in de vaatwasser. Met een nieuwe kop thee gingen we weer zitten. 'Mag ik je nog iets vragen? Het is wel heel erg persoonlijk. En … nou ja … als … ik wil niet … '

'Hé! We zijn familie van elkaar. En … mijn mening is dat je elkaar dan mag bevragen op heel veel dingen. Zint de vraag me niet, dan kan ik altijd besluiten om geen antwoord te geven. Maar dan zeg ik je dat ook.'

'Oké.' Toch nog een zucht. 'Jij en Alex lijken zo heel erg positief te zijn naar de toekomst toe. Is dat echt? Of … of doen jullie dat, opdat jouw ouders en wij ons niet al te ongerust maken?'

'Ik ben een slechte actrice, Marc. Ik kan geen rol spelen. Bij mij is het, en ik bouw nu toch een voorzichtigheid in, bijna altijd zonder masker. Ik weet niet van wie van mijn ouders ik dat heb. Misschien wel van allebei. Zo ben ik in elk geval opgevoed. Eerlijkheid stond altijd voorop. En daarmee ook openheid naar elkaar toe. En ja … wij, Alex en ik, zijn beiden heel erg positief. Natuurlijk, het zal niet makkelijk worden. Sowieso komende week is het al moeilijk. We zijn afhankelijk van de beslissing van anderen. Als zij het niet zien zitten … dan … '

'Dan laat je het er toch niet bij zitten!' Het schoot er zo bij mij uit, zonder dat ik erover na had gedacht.

'Je hebt me in die korte tijd goed leren kennen, broertje. En je hebt helemaal gelijk. Ik zou het er niet bij laten zitten. Ik zou alle wegen bewandelen, om het toch voor elkaar te krijgen dat die transplantatie door zal gaan. Het moet. Het is de enige kans dat er een toekomst is voor Alex.'

'Het gaat goed komen. Ik weet het zeker.' Ze had me overtuigd.

'En natuurlijk zal het na de transplantatie niet makkelijk zijn. Eerst heel erg moeilijk zijn zelfs. We hebben gesproken met iemand die het ook heeft meegemaakt. En het is een erg moeilijk proces. Eerst moet het lichaam van Alex het nieuwe onderdeel accepteren. Veel medicijnen zijn daarbij nodig. Veel bijwerkingen waarschijnlijk ook. Mondkapjes in huis op als ik eens verkouden ben, want de afweer van Alex zal in het begin compleet verdwenen zijn. Maar … ik ben blij dat ook jij nu weet dat het goed gaat komen, Marc! Ontzettend blij! Bedankt voor je vraag.'

'Euh … nog iets … Na de operatie, blijft hij dan lang in het ziekenhuis?'

'Een paar weken is ons gezegd. Ze willen eerst alles goed monitoren. En daarna, als alles goed gaat, mag hij naar huis.'

'Ja, en daar heb ik een idee over.' Ik ontvouwde haar dat wat in mij opgekomen was. Deed mijn uiterste best het zo goed mogelijk te brengen. Voelde in me zelf de geestdrift stromen. Het was een uitstekend plan. Terwijl ik praatte, zag ik bij haar een glimlach op het gezicht verschijnen. En toen ik klaar was, was die er nog steeds. 'En? Wat vind je ervan?'

'Je bent de derde die hiermee komt, Marc.'

'Echt?'

'Ja. Grace en Hannah, ik noem hen als één, kwamen er als eerste mee. Gisteravond toen wij in de tuin zaten met elkaar stelde Andre het ook voor. En nu jij. Er is een gezegde volgens mij die zegt dat alles in drieën komt.'

Ik kende het.

'En ik zal er samen met Alex serieus over nadenken.'

Toch voelde ik een voorbehoud bij haar. Ze twijfelde. Had haar bedenkingen en ik probeerde er achter te komen wat dat was. 'Natuurlijk!' riep ik uit. 'Heb ik nooit aangedacht.'

'Ho! Ik ben het spoor bijster. Snap niet wat je bedoelt.'

'Je vader. Je kunt hier niet weg vanwege zijn beroep.'

'Je doet het nog steeds, Marc. Het denken voor anderen.'

'Sor… nee. Dat hoeft niet. Ik bedoel er niets kwaads mee. Ik … ik probeer alleen maar … Ik wil alleen maar dat alles zo goed mogelijk geregeld wordt. Snap je?'

'Ja. Ik snap je helemaal. Mijn vader is sinds het begin van dit jaar met pensioen. Dat is niet het probleem dus. Maar … ik zou het wel vreselijk vinden om hen hier in Utrecht achter te laten. Ze zouden dan op afstand zijn ineens en … '

Ze brak. Ik zag de tranen in haar ogen opkomen. Snel ging ik naast haar zitten en legde een arm om haar heen. De tranen stroomden nu vrijelijk. Ik liet haar begaan. Sprak op zachte toon bemoedigende woorden tot haar. 'Hé, goed dat je dit doet, Julia! Laat die waterlanders maar komen.'

'Dank je, Marc. Dit had ik even nodig,' sprak ze even later.

'Niet nodig om mij te bedanken, hoor! Spreekt voor zich. Je zei het zelf al eerder: we zijn familie!'

'Misschien moet ik het gewoon met hen bespreken. Of met Alex erbij. We trekken al een hele tijd met z'n vieren op. Ja, dat is misschien beter.'

Ik was blij dat ze in plaats van aan obstakels aan oplossingen dacht. Maar ik zat nog wel met iets. 'Je zei dat je vader met pensioen was. Hoe oud is hij dan?'

Plagerig klonk het uit Julia's mond: 'Doe eens een gok?'

Lastig. Niet iets waar ik goed in ben. Vaker gemerkt dat als ik zoiets moet raden, ik er altijd ver naast zit. 'Zestig?' probeerde ik heel voorzichtig.

'Niet slecht, Marc! Hij is 58. En jong, geheel vrijwillig, met pensioen gegaan.'

'En wat deed hij voor werk?' Ik zag hoe ze opnieuw naar me keek. 'En dat ga ik niet gokken hoor!'

'Hij was psycholoog.'

'Echt?'

'Ja. Reden waarom ik absoluut geen psycholoog wilde worden. Niet handig natuurlijk. Want … nou ja … ik had er wel enorm veel belangstelling voor. Maar, omdat hij nou eenmaal … Je begrijpt het wel.'

Dat deed ik. 'Maar ik ben wel heel blij dat je eerst iets anders bent gaan doen!'

Ze begon te lachen. 'Ja, kwam mooi uit, hè! Een dokter in huis! Vind je het goed dat ik je verwondingen even bekijk?'

Geen probleem voor mij. Logisch ook dat ze dat wilde. Het eerst haalde ze de pleister van mijn voorhoofd. Even keek ze alleen. Maar toen haalde ze toch een gaasje tevoorschijn. Iets waar ik het niet zo op had eigenlijk en … het was waarschijnlijk aan mij te zien ook.

'Ik ga je geen pijn doen. Alleen maar een poging om het opgedroogde bloed weg te krijgen.'

Het middel dat ze op het gaasje deed rook sterk. Niet echt lekker. Toen ze klaar was met vegen, pakte ze een handspiegel uit een la.

'Kijk maar eens!'

Het was een snee van ongeveer twee centimeter. 'Niet diep volgens jou, hè!''

'Klopt. Oppervlakkig. Denk niet dat dit zichtbaar zal blijven. Nu de andere wond.'

Het verband bleek iets aan de wond te plakken. En dus duurde het langer voordat Julia kon zien hoe het ermee stond. Ze was tevreden. Maakte niet schoon, maar pakte het snel weer in.

'Hoelang moet dit zo afgedekt blijven?'

'Een paar dagen, Marc. Niet al te ijdel zijn!'

'Ik doe wat jij zegt.'

'Dank je!'

'Die zwaluwstaartjes? Wat zijn dat precies?'

Ze legde het me uit en besloot met: 'Stef heeft me gezegd dat Riet aangeboden heeft om tijdens de rest van jullie vakantie de wondverzorging te regelen.'

De rest van onze vakantie? Dat was een goed teken!

'Ze schijnt verpleegster geweest te zijn. Maak gebruik van haar aanbod, Marc!'

'Geen probleem voor mij.'

'En als je thuis bent, is het het beste dat je bij je huisarts langsgaat. Zij kan het dan ook nog even bekijken.'

Het was me duidelijk dat er nog steeds goed op mij gelet zou worden.

'En … mijn allerlaatste advies: wees voorzichtig met het bewegen van je wang.'

'Niet meer schreeuwen, dus!'

'Was nodig gisteren, Marc! Ken je het werk van Elisabeth Kübler-Ross?'

Een mij volledig onbekende naam en dus schudde ik mijn hoofd.

'Zij was een Zwitsers-Amerikaans psychiater. Werd vooral in Amerika beroemd om haar pionierswerk rond stervensbegeleiding en de verschillende fasen van rouwverwerking. Zij heeft over dat laatste veel geschreven. En dat niet alleen maar bij het sterven van mensen. Er zijn veel meer momenten, waarop dat eigenlijk gebeurt. Ze heeft ook een uitleg gegeven over de oerkreet.'

'En?'

'Volgens haar zijn wij vaak gewend, of hebben we aangeleerd gekregen, om onze mond te houden. Schreeuwen is een tegengif. Je laat horen dat je er bent. Je kijkt de angst recht in de ogen en dan ontstaat er ruimte. Ruimte voor stilte en acceptatie.'

Vooral die laatste twee zinnen troffen me. Het was wat ik ook gevoeld had. Niet meteen na mijn schreeuw, maar wel later. 'Dank je, Julia. Het is me duidelijk.'

'Maar dat schreeuwen … voorlopig niet meer doen.'



Tot de volgende keer!



Reacties zijn van harte welkom op de site waar dit verhaal legaal geplaatst is, maar ook via mijn e-mailadres: lucky_eye2@yahoo.co.uk



©Lucky Eye, oktober 2020
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht.

Gesloten