Wat een klas XXXV

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Pringles1
Berichten: 36
Lid geworden op: zo 17 jun 2018, 15:44
Vul het getal in: 123

Wat een klas XXXV

Bericht door Pringles1 » za 17 okt 2020, 12:37

Ik slikte even, niet wetend wat te doen. Ik vond echter dat de lift op Schiphol niet de juiste plek was om de vraag te stellen die alle vaste grond onder Mike’s voeten weg zou trekken. Vandaar dat ik Mike aankeek, me voorover boog en een liefdevolle zoen op zijn mond drukte, die hij gretig beantwoordde. Het belsignaal dat de lift bijna haar bestemming had bereikt, onderbrak onze zoen. De deuren gingen open en we liepen naar buiten.

Mike opende de kofferbak van zijn Audi en legde daar mijn koffer in. We stapten in en Mike gaf me nog een zoen voordat hij zijn auto startte en ons van de luchthaven wegreed. Onderweg kletsten we over wat we in de week dat we elkaar niet hadden gezien, hadden gedaan. Mike vertelde me dat hij onder andere met Bryan naar de stad was geweest en dat hij met Yuri en Yannick een paar avonden met de Wii had gespeeld. Op zijn werk ging het prima: een nieuw project diende zich aan en zijn baas had laten doorschemeren dat Mike hier de projectleider van zou kunnen worden.

Ik vertelde Mike hoe de onderhandelingen waren verlopen en dat ik heel trots was op het resultaat. Ik overwoog even om de gevolgen daarvan dan maar gelijk op tafel te gooien, maar opnieuw vond ik het niet het geschikte tijdstip, dus stapte ik al snel over op een ander onderwerp. Ik bestudeerde Mike’s gezichtsuitdrukking nauwkeurig en zag geen aparte verandering.

Ik was blij toen Mike de auto op de oprit van ons huis tot stilstand bracht en de motor uit zette. Ik stapte uit en snoof de lucht op. Thuis! Mike opende de voordeur en verdween in de gang. Ik aarzelde even, nam de omgeving die ik enkele weken niet gezien had, nauwkeurig in me op en concludeerde dat alles hetzelfde was gebleven. Ik sloot de voordeur achter me en zette mijn koffer op de trap: die zou ik mee naar boven nemen nadat ik met Mike koffie had gedronken. De geur van vers gezette koffie vulde mijn neus en ik verliet de gang.

We dronken koffie en ik pakte net een rol koekjes uit de la, toen ik de garagedeur hoorde. “Vind je het goed als ik dadelijk even naar Koen ga? Ik hoorde straks wat aan mijn auto rammelen.” Ik knikte. “Natuurlijk! Doe ‘m de groeten van me. Kan ik in de tussentijd mijn koffer uitruimen en de was aanzetten.” Mike stond op, gaf me een zoen en verdween toen uit mijn zicht. Zou hij iets in de gaten hebben?

Ik stond op en pakte mijn koffer van de trap en ging naar boven. Mike had alles keurig bij gehouden, zelfs de wasbox was leeg. Ik sorteerde mijn was en enkele minuten later draaide de machine haar eerste rondjes. Vervolgens liep onze slaapkamer in en bekeek enkele minuten aandachtig de foto van Mike die op mijn nachtkastje stond. Ik wist dat ik het Mike moest vertellen, maar was heel erg bang voor zijn reactie. Ik zuchtte diep en probeerde met het doen van huishoudelijke klussen, mijn zinnen te verzetten.

Rond zes uur hoorde ik hardcore muziek vanaf de oprit het huis binnen dringen. Er trok een glimlach over mijn gezicht: ik had al vaker tegen Mike verteld dat hij zijn favoriete muziek niet zo hard moest zetten om overlast voor de omgeving te voorkomen. Mike had elke keer mijn verhaal netjes aangehoord en mijn vraag vervolgens langs zich neer gelegd. Ik kon het me nog goed voorstellen ook!

Mike sloeg zijn armen op me heen en keek me in mijn ogen. “Ik ben zo blij dat je weer lekker bij me bent!” zei hij me, met zijn twinkeling in zijn ogen. “Zullen we vanavond ergens lekker gaan eten? Ik betaal” zei Mike tegen me. “Prima, maar zullen we eerst een stukje gaan wandelen?” Mike keek me vragend aan, maar zei niets en volgde me naar buiten. Ik stapte achter het stuur en reed naar het bos, waar ik vaak wandelde als ik mijn gedachten wilde ordenen. Mike wist hier van, dus hij wist ook dat we niet zo maar naar dit specifieke bos reden. We stapten uit, ik sloot de auto en we sloegen een bospad in.

“Mike”, begon ik aarzelend. Mike’s gezicht verstrakte direct. “Wat is er?” keek hij me met ietwat angstige ogen aan. “Mike, ik moet je iets vertellen, dat je niet leuk zult vinden vrees ik.” Mike stopte abrupt en keek me aan. “Wat heb ik fout gedaan?” vroeg hij me op een angstige toon. Ik schudde krachtig mijn hoofd. “Nee, jij hebt niets verkeerd gedaan.” Met horten en stoten vertelde ik mijn verhaal. “En dat betekend dus dat we naar de VS zouden gaan verhuizen…” Mike keek me met grote ogen aan. “Ik wil je niet dwingen nu te kiezen, Mike. Denk er over na, dat ik voor nu het enige wat ik je wil vragen.”

De sfeer was direct totaal veranderd. Ik merkte aan Mike dat hij zich voor het blok gesteld voelde en ik kon zijn gevoel dondersgoed begrijpen. En ik zat in een hevige tweestrijd: Mike was voor mij heel belangrijk, maar deze zakelijke kans wilde ik ook niet aan mezelf voorbij laten gaan. Ik had ooit met mezelf afgesproken dat ik op mijn 40e financieel onafhankelijk wilde zijn en dan echt gaan leven, inhalen wat ik had gemist en deze baan zou daarvoor kunnen zorgen. Was Mike maar niet in mijn leven gekomen, schoot er even door mijn hoofd, dan was alles veel makkelijker geweest voor me. Ik schrok van mijn eigen gedachte en bande deze direct uit: Mike was het mooiste wat me tot nu toe was overkomen!

In de auto was het minutenlang stil; ik keek naar rechts en kon aan zijn gezicht aflezen dat mijn verhaal hem totaal had overvallen. Ik wist dat Mike nu enorm in een tweestrijd gewikkeld was: aan de ene kant wist ik dat zijn liefde voor mij enorm groot was, aan de andere kant realiseerde Mike zich ongetwijfeld dat hij zijn werk, waar hij nu stevig aan de weg aan het timmeren was, zijn vrienden waar hij veel mee optrok en zeker niet te vergeten zijn familie en zijn ouders in het bijzonder – en waar hij een hele nauwe band mee had – zou moeten achterlaten en in een voor hem nieuwe wereld zijn draai zou moeten gaan vinden. Ik keek Mike aan. “Zullen we een pizza halen?” vroeg ik hem. Mike knikte; samen uit eten gaan had geen enkele zin nu.

Zwijgend langs elkaar zittend, aten we op de bank in de kamer onze pizza op. We probeerden het zo normaal mogelijk te houden, maar we realiseerden ons beiden dat het nu even niet zo kon zijn. “Ik ga slapen”, zei Mike rond 11 uur. Ik kreeg een nachtzoen en zag Mike in de gang verdwijnen. Ik zuchtte diep.

Mike was de volgende ochtend al vroeg weg: hij had zijn eerste bouwvergadering voor het nieuwe project, waar hij wellicht projectleider van mocht worden. Ik probeerde me voor te stellen wat er nu, op weg naar de locatie, door mijn vriend zou spoken. Mijn baas had geen exacte datum genoemd wanneer de verhuizing een feit moest zijn, maar het zou hooguit enkele maanden zijn. Ik ontbeet alleen en reed, harder dan normaal, naar kantoor. Ik parkeerde mijn auto, liep naar binnen en sloot de deur van mijn kantoor.

Een klop op de deur deed me terugkeren in de realiteit. Ik draaide me naar de deur en zag dat Sandra binnen stapte. “Je hebt het Mike verteld?” vroeg ze me. Ik keek haar verbaasd aan: hoe kon zij dat weten? Er verscheen in lach op Sandra’s gezicht. “Er is gisteravond druk overleg geweest tussen de jongens. Yannick heeft het me verteld, vanmorgen bij het ontbijt. Ik snap dat het een hele moeilijke keuze zal zijn.”

Ik trok mijn gezicht in een grimas. “Dat is ook zo. Het is een prachtige kans en ik weet zeker dat we het samen kunnen rooien daar. Maar ik weet ook dat het voor mij een veel makkelijkere keuze is, dan voor Mike: hij laat veel meer achter dan ik.” Sandra overhandigde me mijn postmap en keek op haar horloge. “Over een kwartier is je eerste afspraak.” Daarna verliet ze mijn kamer en sloot de deur achter haar.

’s Avonds was Mike’s gemoed gelukkig al weer wat opgeklaard. Hij had kip teriyaki klaargemaakt, met sesam, sojasaus en gebakken knoflook. We zaten aan tafel en Mike keek me aan, van over zijn bord. “Ik weet het echt niet”, verzuchtte hij, terwijl hij zijn vork langs zijn bord legde. “Ik bedoel… ik snap heel goed dat het de kans van je leven is, misschien wel de kans waar je je hele leven voor gewerkt hebt en die maar een keer in je leven voorbij komt. Maar ik weet niet of ik dan wel mee wil naar Amerika. Ik bedoel, ik kan nu als ik zin heb in mijn auto stappen en naar Yannick koffie gaan drinken, bij Koen in de werkplaats gaan sleutelen, met Yuri op het pleintje gaan voetballen of bij m’n ouders langs gaan. En dat moet ik dan allemaal opgeven! En ik weet niet of ik daar wel pas… gaan die mensen me daar accepteren zoals ik ben? Zoals wij zijn? Ik weet het echt niet…”

Ik stond op, liep om de tafel heen en ging achter Mike staan. Mike keek om en ik boog me voorover terwijl ik mijn armen om hem heen sloeg. We knuffelden elkaar minutenlang, zonder iets te zeggen. “Neem je tijd, Mike, neem je tijd”, fluisterde ik in zijn oor. Mike knikte zachtjes.

Ik vermeed het onderwerp de volgende dagen: ik wilde absoluut niet dat Mike zijn beslissing van mij af zou hangen, terwijl ik ook wist dat Mike moest kiezen tussen twee dingen die hij allebei belangrijk vond. Vandaar dat ik hem alle ruimte gaf om na te denken. Mike ging enkele avonden naar zijn ouders. Ik begreep dat volkomen: ik had geleerd dat Mike belangrijke beslissingen met veel mensen besprak, waar onder zijn ouders.

Ik zat TV te kijken, toen Mike thuiskwam. “Pa en ma gaan 14 dagen naar Spanje” vertelde hij me, terwijl hij wat te drinken inschonk. “Ze willen eens lekker wat rond gaan toeren, hebben een huurauto geboekt en een paar hotelletjes.” Mike kroop tegen me aan op de bank. “En ik ga ze morgenavond wegbrengen. Ga je mee?” Ik keek Mike aan. “Wil je dat? Of beter gezegd: willen je ouders dat? Ik kan me voorstellen dat ze graag even alleen met hun zoon willen zijn, en vooral nu, vanwege de keuze waar ik je voor heb gesteld.” Mike maakte een wegwerpgebaar. “Mijn vader vroeg er zelfs om. Dus… en ik heb eigenlijk al gezegd dat je mee zou gaan…” Ik keek Mike aan. Ik wilde hem opnieuw vertellen dat hij dit soort afspraken eerst met me moest overleggen, maar ik verdronk in zijn prachtige, vragende ogen. “Okee, ik ga mee.” Met een blij gezicht sprong Mike op van de bank en belde zijn ouders om te vertellen dat wij hen samen weg zouden brengen.

Ik verliet om 12 uur het kantoor de volgende dag en pikte Mike op van zijn werk. Toen hij aan kwam wandelen trok er een spoor van herinneringen door mijn gedachten: de eerste keren dat ik Mike ophaalde, was dat op de hoek van de straat en droeg hij nog werkkleren. Ik moest er aan wennen dat Mike nu vaak in kantoorkleren rondliep en soms zelfs een pak van mij meesnaaide als hij naar een belangrijke vergadering moest.

Die ochtend had ik mis gegrepen op een van mijn lievelings overhemden en had, na onze dressroom, alle kasten doorzocht op zoek naar het kledingstuk. Ook had ik de wasboxen, de droger en de wasmachine aan een nauwgezet onderzoek onderworpen maar alle speurwerk was voor niets geweest. En nu kwam Mike aanwandelen – in het verdwenen overhemd.

Mike nam naast me plaats en gaf me een zoen. “Kom. Karren, we zijn al laat.” Ik schoot in de lach en liet mijn voorgenomen opmerking over het ongemeld meenemen van keren maar achterwege. Soepel reed ik door de stad naar het huis van Mike’s ouders. Ik parkeerde mijn auto op de oprit en volgde Mike naar binnen. In de gang stonden drie grote koffers. Met in elke hand een koffer, liep ik weer naar buiten, opende van afstand de kofferbak en borg de koffers op. Na gecontroleerd te hebben of het kofferdeksel goed gesloten was, liep ik weer naar binnen, waar Mike’s vader al een kop koffie voor me had ingeschonken.

Mike’s moeder liep nog eenmaal snel naar boven, omdat ze bij nader inzien toch haar beautycase wilde meenemen. Mike en zijn vader plaagden haar hier eventjes mee, maar al snel was duidelijk dat de opvallende case mee moest naar Spanje. Mike’s vader sloot het huis zorgvuldig af, keek nog een keertje om en stapte toen voorin in onze auto. Vanzelfsprekend zat Mike achter het stuur: hij vond het prachtig om met mijn Audi zijn ouders overal naartoe te rijden en ik gunde hem vanzelfsprekend dat pleziertje.

Het was prachtig om van de achterbak het mannelijk deel van de familie van Weem als opgewonden pubers te horen praten over auto’s. Mike was erg autominded, ik had dat een stuk minder – tot ergernis van Mike die bijna elke week onze auto’s waste en de stofzuiger door het interieur trok. “Als ik er niet was, was jou auto een rijdende varkensstal” had Mike me meer dan eens quasi-verontwaardigd toegebeten als ik weer eens een opmerking maakte over het alweer wassen van de auto’s.

De rit naar Weeze verliep voorspoedig; er was weinig verkeer op de weg. Ik was nog nooit op Weeze Airport geweest en het feit dat ik niet hoefde te rijden gaf me mooi de kans de omgeving in me op te nemen. Het bleek dat Weeze een grotendeels afgestoten Britse luchtmachtbasis was en dat Ryanair er een grote basis had. Mike parkeerde de auto zo dicht mogelijk bij de terminal en daardoor stonden we zo in het lichte gebouw.

Na het inchecken besloten we nog wat te gaan drinken in het restaurant op de 1e etage. Mike kwam na enkele minuten aanlopen met een dienblad met daarop de bestelling en we kletsten nog wat aan tafel. “Ga je mee roken?” vroeg Mike’s vader me op een gegeven moment. Ik knikte en stond op. We liepen naar het panoramaterras, dat bij het restaurant gevestigd was; Mike en Mike’s moeder lieten we achter in de horeca gelegenheid. Mike’s vader presenteerde me een sigaret, die ik keurig afsloeg.

Dit was een bijna vast onderdeel van ons rookritueel: we gingen regelmatig ‘roken’ zonder dat ik ook maar een keer opstak. “Wanneer zouden jullie naar de VS moeten vertrekken, er vanuit gaand dat Mike met je mee gaat?”. Ik haalde mijn schouders op. “Iets van een maand denk ik. Maar Mike moet eerst een weloverwogen beslissing nemen.” Frits blies een wolkje rook uit zijn mond. “Mike twijfelt enorm.”

Ik slikte. “Dat begrijp ik.” We stonden even zwijgend tegenover elkaar. “Maar ik zal er alles aan doen om het Mike naar zijn zin te maken: hij kan z’n eigen auto over laten varen, we nemen een prachtig huis met alles er op en er aan, hij kan bij een relatie van mijn baas aan de slag als hij wil, we krijgen alle huishoudelijke hulp die we willen, hij kan op intensieve taalles, er is een MLS voetbalteam op 3 kwartier rijden…ik zal er voor zorgen dat het hem aan niks ontbreekt”. Mike’s vader schudde zijn hoofd. “Ik ben er inderdaad van overtuigd dat het men aan niets zal ontbreken. In materieel opzicht dan. Maar een directeurschap kost heel veel tijd – tijd die je niet met Mike door kunt brengen. Ik ben bang dat hij weer in dezelfde situatie terechtkomt als toen hij van huis weggelopen is. En dat verdient mijn zoon niet.”

Ik realiseerde me dat ik Mike’s bezwaren met materiele zaken probeerde te ontkrachten, terwijl ik goed wist dat materiele zaken voor Mike van erg ondergeschikt belang waren; de laatste nacht in het hotel in de VS had me dat goed geleerd – mits ik er op gelet had en dat had ik onvoldoende. Frits drukte zijn sigaret uit in een van de asbakken op het terras en keek op zijn horloge. “Tijd om door de douane te gaan.” Ik volgde Mike’s vader terug naar binnen.

We zwaaiden Mike’s ouders uit totdat ze uit ons zicht verdwenen. Mike liep direct weer de trap naar het restaurant op – richting het panoramaterras. We stonden als enige, langs elkaar, aan de reling te kijken hoe het vliegtuig waar Mike’s ouders in waren gestapt, werd losgemaakt van de trappen, naar de startbaan taxiede en opsteeg. We keken het toestel na totdat we het niet meer konden zien, Ik haalde mijn arm van Mike’s schouder en we liepen samen terug naar de auto.

De volgende dagen verliepen eigenlijk als alle andere dagen: we stonden beiden vroeg op, waren relatief laat thuis, aten, zaten nog even in de woonkamer en gingen op tijd slapen. Het was behoorlijk eentonig, maar we voelden ons er prettig bij – ook al wisten we allebei dat Mike een beslissing moest nemen die zijn verdere leven sterk zou bepalen.

Die avond kwam ik wat later thuis dan gewoon. Ik had Mike gebeld dat een afspraak was uitgelopen en had hem beloofd sushi mee te nemen, zodat hij niet hoefde te koken. “Dat komt mooi uit, kan ik nog lekker wat met gewichten gaan spelen. Niet meer elke dag op de steiger is dan wel leuk, maar mijn lijf wordt er niet mooier op zo.” We kletsten nog wat en toen hing ik op. Ik stapte ons huis binnen en wist dat Mike thuis was: de geluidsinstallatie in de woonkamer stond vol open met Mike’s favoriete muziek in de Cd-speler. Ik zette de tas met sushi op de tafel in de woonkamer en liep toen naar de gang. Ik ging de trap op en liep door naar de zolder boven onze garage, die Mike had laten bouwen om daar onze fitnessspullen in kwijt te kunnen.

Ik kreeg direct een apart gevoel toen ik Mike druk bezig zag met de gewichten: Mike zweette als een otter en dat vochtfilmpje accentueerde zijn lichaam prachtig onder het kraakwitte New York Knicks shirt dat ik hem cadeau gegeven had. Ik keek een tijdje van een afstand naar Mike en genoot intens van zijn gespierde lichaam. Toen liep ik op hem af, zoende hem in zijn nek en rook zijn kenmerkende geur waar ik zo gek op was. Mike stond op en sloeg zijn armen om me heen. Het maakte me niets uit dat Mike’s zweet steeds meer in mijn pak trok. Mike pakte de handdoek van de stoel en liep de ruimte uit. In de badkamer trok Mike zijn kleren uit en zette de douche aan. Hij keek me aan en trok me toen, met kleren en al, onder de douche. Voor ik iets kon zeggen omsloten zijn lippen de mijne.

Met moeite kreeg ik mijn drijfnatte kleren van mijn lijf getrokken, daarbij geholpen door een overduidelijk erg ongeduldige Mike. Ik plaatste Mike met zijn rug tegen de douchewand en knielde voor hem. Ik had hem al vele malen op deze manier naar zijn hoogtepunt gebracht, maar ik genoot er nog even veel van als van de eerste keer, toen ik hem net had leren kennen en mee naar huis had genomen om koffie te drinken. Mike woelde door mijn haren en kreunde steeds luider, resulterend in een luide schreeuw toen hij in mijn mond klaar kwam.

We zoenden en streelden elkaar liefdevol, terwijl ik hem met mijn handen langzaam klaarmaakte om mij te ontvangen. Het warme water maakte de beleving nog intenser dan anders en deed Mike’s huid glimmen, wat hem nog aantrekkelijker maakte dan anders. Na een laatste kus draaide Mike zich langzaam om en zette zijn voeten uit elkaar. Ik zette twee passen vooruit en ging dicht achter hem staan. Liefdevol nam ik bezit van mijn vriend.

Na elkaar met dikke badhanddoeken te hebben afgedroogd, trokken we allebei een warme badjas aan en gingen naar beneden. “Dat mag ook wel, de sushi wordt koud” zei Mike met een lach over zijn gezicht. We aten de sushi met smaak op en nadat we alles hadden opgeruimd, keek ik op de klok in de kamer. “Nog even TV kijken en dan naar bed?” stelde ik Mike voor. Mike knikte en klopte langs hem op de bank, ten teken dat hij wilde dat ik bij hem kwam zitten.

Ik nam plaats en Mike nestelde zich tegen me aan. Toen ging de voordeurbel. Mike en ik keken elkaar verbaasd aan: wie belt er zo laat nog aan? Toen ging de bel nog een keer. “Ik ga toch maar eens kijken” zei ik tegen Mike. Ik stond met tegenzin op en liep naar de gang. Ik opende de deur en knipte het licht aan. Ik zag twee gestalten bij de deur staan. Ik opende de deur en twee politieagenten en een man zonder uiterlijke kenmerken keken me aan. “Is dit het huis van Mike van Weem?”

Ik kneep mijn ogen tot spleetjes en keek de twee mannen wezenloos aan. “Ja…”, kwam er aarzelend uit mijn mond. Ik zag aan de strakke gezichten van de twee mannen dat ze geen vrolijk nieuws kwamen brengen. Ik zette en stap opzij en liet de twee mannen door de voordeur ons huis binnen stappen. “Mike!” riep ik in de richting van de woonkamerdeur. Enkele seconden later opende Mike de deur van de gang en keek even verbaasd naar de twee mannen die langs me stonden.

Mike keek toen naar mij, naar de mannen en weer terug naar mij. Toen wist Mike, zonder dat er verder een woord was gesproken, genoeg; ik zag Mike letterlijk tollen op zijn voeten en was net op tijd om Mike op te vangen.

De agenten vertelden redelijk emotieloos, dat die middag Mike’s ouders, die we enkele dagen geleden vanaf het panorama-terras hadden nagekeken totdat het vliegtuig was vervaagd in een kleine stip aan de horizon, met hun huurauto waren aangereden door een dronken vrachtwagenchauffeur en dat ze beiden de klap niet hadden overleefd. Mike zakte, totaal overstuur en huilend in lange halen, op zijn knieën. Ik knielde direct naast mijn vriend, sloeg mijn armen om hem heen en trok Mike dicht tegen me aan.
De agenten wachtten geduldig totdat Mike enigszins bedaard was. Ze hielpen Mike overeind en liepen achter ons aan, de woonkamer in. Ik had mijn telefoon van de tafel gepakt en koos Sandra’s nummer: ook al was het laat, ik vond dat Sandra, Bryan en Yannick dit nieuws nu moesten horen.

In enkele staccato zinnen vertelde ik welk vreselijk nieuws we zojuist te horen hadden gekregen. Sandra viel me halverwege in de rede: “vertel de rest dadelijk maar. Ik ga Bryan en Yannick wakker maken, langs Yuri en dan komen we er aan. Zeg dat maar tegen Mike. We zijn er zo.” Ik verbrak de verbinding en keek in het met tranen gevulde gezicht van Mike.

Ik ging langs Mike op de bank zitten en Mike nam het glas water aan dat een van de agenten in de keuken gevuld had. Met een handgebaar wees ik het aanbod van de agent om ook een glas voor mij te gaan halen, af en keek de mannen aan.

“Ik weet nog niet de precieze toedracht, maar op een autoweg bij Sevilla is een volle cementwagen bij een mislukte inhaalmanoeuvre, met de wielen in de middenberm geraakt, in de slip geschoten en dwars door de vangrail op de andere weghelft terecht gekomen, waar uw ouders net een andere vrachtwagen aan het inhalen waren.
De cementwagen heeft de kleine auto, waar uw ouders in zaten, frontaal geraakt en vervolgens onder de andere vrachtwagen gedrukt. De brandweer heeft de vrachtwagen in stukken moeten zagen om bij het wrak van de huurauto te komen. Het spijt me…” Totaal verdwaast keek Mike voor zich uit, niet wetend wat nu te voelen, denken, vinden, willen… Ik kon niet meer doen dan Mike dicht tegen me aan houden, zonder de illusie te hebben dat het echt zou helpen.

Ik had me nooit voor kunnen stellen dat ik het heerlijk zou vinden om zo laat op de avond de deur van de garage te horen, gevolgd door voetstappen. We keken beiden in de betraande gezichten van Sandra, Yannick en Yuri en het verwonderde gezicht van Bryan. Bryan liep direct naar Mike toe en sloeg zijn armen om zijn ‘grote broer’ heen; Bryan had duidelijk door dat er iets niet goed was, maar besefte niet goed wat het dan wel was. Hij realiseerde zich wel dat hij zijn grote broer moest troosten en was daarom vastbesloten Mike voorlopig niet meer los te laten.

Ik liet de agenten uit en kreeg bij de deur nog een kaartje; het verzoek was om de volgende ochtend naar het bureau te komen zodat allerlei procedures samen met het consulaat in Sevilla konden worden opgestart. Met een hart van lood sloot ik de deur en knipte het licht in de gang uit. In wat voor een nachtmerrie was ik nu weer beland…

Sandra had intussen koffie gezet en Bryan ervan kunnen overtuigen dat hij zijn vriend los moest laten en langs Mike moest gaan zitten. De ontreddering was van Mike’s gezicht af te scheppen: met een innige knuffel had hij bij de gate van zijn ouders afscheid genomen, zijn vader op de kast gekregen met een flauwe grap en ze blij nagekeken toen ze richting het vliegtuig liepen. Langzaam kwam het besef bij Mike door dat dit de laatste keer zou blijven dat hij zijn ouders in levenden lijve gezien had.

Ik pakte een door Yuri aangereikte kop koffie aan en roerde totaal afwezig door de zwarte vloeistof, mezelf niet realiserend dat ik er geen melk en suiker in had gedaan. Mike begon, met horten en stoten, vragen te stellen en daarbij zochten zijn ogen voortdurend die van mij. Zo goed als ik kon gaf ik Mike antwoord; gelukkig had ik een paar vragen in de gang aan de agenten kunnen stellen zodat ik niet op alle vragen het antwoord schuldig hoefde te blijven. Helaas wel op de belangrijkste: waarom?
Om half een ging de deurbel. Sandra liep de kamer uit en ging naar de deur. Enkele ogenblikken later zag ik het bedroefde gezicht van Koen, van diens vader en van Björn achter Sandra vandaan komen. Ze condoleerden Mike met het verlies. Mike was opgestaan en Koen, Björn en Mike stonden seconden lang met de armen strak om elkaar heen geslagen, roerloos midden in de kamer. Koen, die over het algemeen niet veel van zijn emoties liet blijken, liet zijn tranen de vrije loop en ik voelde gewoon de diepe vriendschap tussen de drie jongens en dat maakte veel indruk op mij.

Ik had geprobeerd om met Mike’s telefoon diens baas te bereiken, maar die had zijn telefoon op de voicemail staan. Ik sprak een korte boodschap in en verbrak daarna de verbinding. Ik liep toen de kamer uit en belde in de gang het nummer van mijn baas.
Zoals ik verwacht had, was de man ondanks het nachtelijke uur nog thuis aan het werk en nam zijn telefoon op. Ik vertelde hem het verschrikkelijke nieuws. “Condoleer Mike van me en ik zie je wel weer een keertje verschijnen of hoor je bellen. Vergeet je werk nu maar, zorg dat je er nu bent voor Mike, hij zal je vreselijk hard nodig hebben de komende tijd.” Mijn baas had voorgesteld direct nog langs te komen, maar ik had zijn aanbod afgeslagen: Mike’s belangrijkste vrienden waren nu binnen en dat leek me voor nu voldoende.

Terug in de kamer nam ik een nieuwe kop koffie aan en kwamen de gesprekken, zij het moeizaam, emotioneel en soms wat geforceerd, op gang. Ik liep naar de keuken om de koffiemachine verse koffie te laten maken, maar kon me er niet toe zetten: ik stond voor me uit te staren door het keukenraam, de donkere tuin in. “Trek je het nog?” hoorde ik achter me fluisteren. Ik draaide me om en keek Sandra aan. Langzaam knikte ik. “Ik zal wel moeten. Hebben we alles netjes op de rit staan, gebeurt ons dit.” Moedeloos sloeg ik mijn handen op. “Waarom? Kan iemand me vertellen waarom?”

Sandra schudde haar hoofd. “Nee, dat kan niemand. Bewaar je energie voor het steunen van Mike, die heeft je steun en aandacht nu harder nodig dan ooit tevoren.” Ik knikte en vond de kracht de koffiemachine te vullen en aan te zetten.
Mike haalde, onsamenhangend, herinneringen op aan zijn ouders en zijn vrienden luisterden oprecht en aandachtig. Mike vertelde dat hij als klein jongetje van zijn vader niet op een wip in de speeltuin mocht, omdat hij er af zou kunnen vallen. In een onbewaakt ogenblik was Mike toch op de wip geklommen en, zoals zijn vader had voorspeld, er direct vanaf gevallen. In het ziekenhuis bleek dat hij zijn arm had gebroken. Mike’s vader had hem een flink standje willen geven, maar de lach op Mike’s gezicht had hem daarvan weerhouden.

Ook vertelde Mike dat hij, toen hij een jaar of 12 was, samen met zijn vader het terras achter in de tuin had aangelegd. Ik keek verbaasd: daar had Mike nooit iets over verteld! Een ander verhaal kende ik wel: dat van de ene keer in zijn hele leven dat Mike iets gestolen had. Mike’s ouders hadden beslist dat alleen in het weekend chips in huis werden gehaald. Op vrijdag vond Mike dat het al weekend was, en had een zak chips uit de buurtwinkel om de hoek van hun toenmalige huis gestolen en in het park opgegeten.

De oude eigenaresse had de diefstal echter gezien en Mike’s ouders gebeld. Toen Mike ’s avonds thuis kwam, had hij even scherp opgelet of er iemand iets had gemerkt van z’n actie: het was immers de eerste keer in zijn leven dat hij wat gestolen had en dat leverde een heleboel spanning en stress bij Mike op. Groot was zijn opluchting toen alles normaal leek en hij was even naar zijn kamer gegaan om te spelen totdat hij voor het eten zou worden geroepen.

Mike’s moeders roep beneden aan de trap had bekend geklonken en hongerig was Mike de trap af gelopen. Groot was zijn verbazing toen er op zijn bord een grote zak chips lag, dezelfde als die hij die middag gestolen had. “Ik heb begrepen dat jij heel erg van deze chips houdt”, had zijn vader tegen hem verteld. “Daarom”, en hij wees naar een grote doos vol zakken chips, “krijg je helemaal niks anders te eten als deze chips totdat je de hele doos op hebt.” Mike’s vader had verder niets gezegd, maar de boodschap was heel goed aangekomen. “en daarom eet ik sindsdien zoveel salades…” had Mike met een kwinkslag zijn verhaal beëindigd.

Om half vier keek ik Mike aan. “Kom, laten we proberen wat te gaan slapen. De komende dagen komt er heel veel op ons af…” Mike knikte en stond op uit de bank; zijn vrienden waren intussen weer naar huis gegaan: zij moesten morgen gewoon werken of naar school. Verslagen liepen we naar boven en kropen dicht tegen elkaar aan. Van slapen kwam vanzelfsprekend niets: Voortdurend kwamen alle emoties bij ons boven en in de veilige beslotenheid van onze slaapkamer konden we die ook zonder enige terughoudendheid aan elkaar tonen.

Om half tien de volgende ochtend stonden we, gebroken, op. Op de automatische piloot douchten we en kleedden we ons zelf aan. Onder andere omstandigheden kostte ons dat een uur omdat we elkaar voortdurend plaagden, zoenden of op andere manieren lieten merken van elkaar te houden. Nu stonden we binnen 20 minuten allebei beneden.

Ik nam de telefoon en belde naar het consulaat in Sevilla. De consul was aanwezig en we werden direct doorverbonden. Ik zette mijn telefoon op de speaker, zodat Mike mee kon luisteren. De zeer beschaafd pratende man begon met het overbrengen van zijn condoleance en stapte vervolgens op een vriendelijke, doch zakelijke manier over op de formaliteiten die nu vervuld moesten worden.

Mike’s ouders waren aan de hand van de paspoorten, die bij Mike’s moeder in haar handtas zaten, en de opvallende beautycase, die op het laatste moment nog mee moest, geïdentificeerd. De consul vertelde dat de Spaanse politie direct na het ongeluk een afdruk had laten maken van de gebitten van beide mensen en de vergelijking daarvan met de gegevens van de Nederlandse tandarts waar Mike’s ouders onder behandeling stonden, had de match compleet gemaakt. Daarna waren de twee agenten op pad gestuurd om het vreselijke nieuws over te brengen.

Ik was voldoende helder om te weten dat dit een nette manier was om te vertellen dat de lichamen van Mike’s ouders verminkt waren en dat het niet aan te raden was om in Nederland de kisten nog te openen. Mike zat alleen met betraande ogen voor zich uit te staren en ik kon niet opmaken of en zo ja in hoeverre wat de consul vertelde, tot Mike doordrong.

Ik vroeg aan de consul of het voor ons zin had naar Sevilla te vliegen. Het antwoord was ontkennend: het politieonderzoek was al afgerond en de lichamen van Mike’s ouders vrijgegeven. Als wij daar prijs op stelden, zou hij contact opnemen met de begrafenisondernemer in Nederland die de uitvaart zou gaan regelen om te zorgen dat de lichamen zo snel mogelijk naar Nederland zouden worden overgebracht.

Ik keek Mike aan en besloot hierin toe te stemmen; sneller dan zo zouden Mike’s ouders toch niet naar Nederland te krijgen zijn en bovendien wachtte ons nog een loodzware taak: de uitvaart organiseren. We maakten nog enkele afspraken en ik verbrak daarna de verbinding. Mike stond zwijgend op, ik ook. Minutenlang waren we in elkaar verstrengeld en huilde Mike onophoudelijk. Ik wist niets meer te doen dan hem zachtjes door zijn haren te strelen.

Mike besloot zijn tante die in het noorden van Nederland woonde te bellen; voor zover wij konden nagaan wist van Mike’s familie nog niemand wat er gebeurt was. Ik ging naast Mike in de bank zitten toen hij zijn telefoon opende en het nummer zocht. Mike haalde een paar keer diep adem, keek mij aan en drukte toen op de groene knop. Het leek uren te duren voordat aan de andere kant de heldere stem van Mike’s tante klonk.

Hakkelend en stotterend vertelde Mike wat er gebeurt was. Mike’s tante, zus van zijn vader, reageerde netjes: aan de ene kant verslagen maar aan de andere kant erg bezorgd om Mike. We realiseerden ons nu ineens nog iets anders: ik was destijds weliswaar bij de uitvaart van Mike’s oma geweest, maar dat was veel familieleden van Mike ontgaan. Nu zou zeker uitkomen dat Mike een vriend had. Tussen de regels door had Mike’s vader wel eens door laten schemeren dat niet iedereen in zijn familie dat op prijs stelde en dat Mike’s ouders niet echt goed raad met deze situatie wisten. Ik had me daarom altijd op de achtergrond gehouden en was nooit mee gegaan naar familiebijeenkomsten en we hadden hen ook niet uitgenodigd voor bijvoorbeeld onze housewarming destijds.

Mike sprak af met zijn tante dat zij alle andere familieleden in kennis zou stellen en dat ze die avond naar ons zouden komen. Mike noemde ons adres en legde na wat beleefdheden over en weer de telefoon neer. Ik keek Mike aan. “Het moest er toch een keer van komen. Dan nu maar meteen. En als ze je niet accepteren, flikkeren ze allemaal maar op…” fluisterde Mike monotoon voor zich uit. Ik vroeg me af of hij het nu gemeend tegen mij zei, of zo maar voor zich uit mompelde.

Ik had via via het telefoonnummer van een uitvaartverzorger gekregen, de man gebeld en voor die middag een afspraak gemaakt. Klokslag om 2 uur stond de man voor onze deur. Ik liet de man binnen en we namen plaats aan de keukentafel. Mike ging dicht bij me zitten en liet mij het woord voeren, een geste die ik aan de ene kant fijn vond, maar aan de andere kant erg moeilijk: Mike kende zijn ouders per slot van rekening het beste en kon dus het beste beslissen hoe de uitvaartplechtigheid er uit zou moeten zien. Vandaar dat ik Mike voortdurend bij het gesprek betrok. Mede omdat de man op een warme manier het gesprek voerde, zag ik dat Mike wat rustiger werd en goed kon uitleggen wat hij wel en niet wilde. We spraken af de volgende dag verder te praten en namen in de gang met een warme handdruk afscheid van de man.

Om half zeven ging de deurbel. Ik keek Mike aan. “Ga jij maar…” fluisterde Mike voor zich uit. Het feit dat de deurbel klonk maakte ons duidelijk dat Mike’s familie voor de deur stond: onze vrienden wisten allemaal hoe ze door de garage naar binnen konden komen. Opgelaten stond ik op: ik wist al maanden dat het moment waarop ik van achter het gordijn zou komen aanstaande was, maar ik had me een ander decor gewenst. Ik keek Mike nog een keer aan en hij knikte me toe: hij vond het goed dat het nu ging gebeuren en herhaalde zijn woorden van die middag. Daardoor gesteund liep ik de gang in en opende de deur.

Ik monsterde Mike’s tante. Ik schatte haar ergens tussen de 40 en 50 en ze had een vriendelijk gezicht. Ik stak mijn hand uit en stelde me voor en stapte toen opzij, ten teken dat zij en haar man door konden lopen naar de woonkamer. Ik sloot de voordeur zorgvuldig en treuzelde met het verlaten van de gang: ik vond het netjes om de familie even met rust te laten en hen de kans te geven hun verdriet in familiekring te delen.

Uiteindelijk liep ik weer de woonkamer in en zag dat Mike langs de loungebank stond waarop zijn oom en tante waren gaan zitten. Mike wees naar mij en vertelde in een paar zinnen hoe onze relatie in elkaar zat. “En we zijn dolgelukkig met elkaar” was de laatste zin die Mike uitsprak. Zijn familie knikte alleen maar, zichtbaar uit het veld geslagen door het plotselinge verlies van Mike’s ouders.

Mike’s telefoon ging die avond bijna voortdurend: veel ooms, tantes, neven en nichten belden om Mike te condoleren. Het zorgde er voor dat ik me enigszins overbodig voelde: ik vond het niet het juiste moment om diepe gesprekken aan te gaan met Mike’s familie die langzaam binnen begon te druppelen en onder dit droeve gesternte min-of-meer ineens werden geconfronteerd met een man die een relatie bleek te hebben met een van hun familieleden. Ik maakte me daarom maar zo dienstbaar mogelijk en zorgde dat de koffiekopjes gevuld bleven.

Mike’s tante volgde me naar de keuken en sloot toen de deur achter zich. Ik draaide me om en keek in haar gezicht. Ik kon geen emotie ontdekken. “Dus jij bent Mike’s vriend…” was de eerste zin die ze rechtstreeks tot mij richtte. Ik knikte. “Ja, dat klopt…” antwoordde ik, enigszins aarzelend, niet wetend wat de volgende reactie van de vrouw zou zijn. Er brak een glimlach op het gezicht van de vrouw door. “Mike heeft het me een tijdje geleden verteld, toen we met de hele familie aan het picknicken waren op de boerderij van mijn broer.

Ik vroeg Mike waarom hij de laatste maanden zo vrolijk, open en spontaan was terwijl hij daarvoor teruggetrokken en stil was en zich nooit liet gelden tijdens familiemeetings. ‘ben je soms verliefd?’ had ik onnozel gevraagd. Mike had een rooie boei gekregen van mijn opmerking en toen ik merkte dat hij wat in vertrouwen tegen me wilde zeggen, was ik dicht langs hem op het plaid gaan zitten. Hij heeft toen in mijn oor gefluisterd dat hij inderdaad verliefd was, en dat jij degene was die hem gelukkig had gemaakt. Ik had Mike eerst verbaasd aangekeken, maar toen hij op z’n telefoon foto’s van jou en jullie samen liet zien, heb ik hem vertrouwelijk aangekeken en gefeliciteerd.”

De vrouw keek me aan. Ik zal eerlijk zijn: niet iedereen zal Mike’s keuze voor 100% steunen; we zijn een nogal conservatieve familie zeg maar. Aan de andere kant ben ik er van overtuigd dat iedereen blij zal zijn voor Mike, zeker nu. Laat het maar over je heen komen en ik hou wel een oogje in het zeil.”

Ik bedankte de vrouw, overhandigde haar een dienblad met daarop kopjes en liep achter haar aan de woonkamer in met in mijn handen een grote kan met koffie en een kan heet water voor de theeliefhebbers. Ik had mezelf voorgenomen om op de achtergrond te blijven maar verder normaal te doen en ik merkte dat dit de juiste houding was op dit moment. Er werden herinneringen opgehaald van gebeurtenissen in de familie die ik niet had meegemaakt of alleen uit de verhalen van Mike kende. Het zorgde er ook voor dat ik me enigszins eenzaam voelde in een woonkamer vol mensen.

Laat die avond gingen de laatste familieleden naar huis; we lieten hen samen uit en toen Mike de voordeur voor de laatste keer sloot, draaide hij zich om, sloeg zijn armen om me heen en zoende me. Daarna kwamen de tranen.

De volgende dag gingen we naar het huis van Mike’s ouders. Dat leek me het beste, omdat veel van Mike’s wat verdere familie en hun kennissenkring niet wisten dat Mike en ik samenwoonden en dus naar zijn ouderlijk huis kwamen. Ook hier beperkte ik me tot het zorgen voor voldoende eten en drinken voor iedereen die langs kwam en hield Mike scherp in de gaten. Het bleek dat dit niet echt nodig was: ondanks zijn onvoorstelbare verdriet bleek hij een ongekende veerkracht te hebben en bleef, zij het wat wankelend, overeind.

Die avond kregen we een telefoontje van de consul dat de volgende dag de lichamen van Mike’s ouders naar Nederland zouden worden gevlogen. Samen met de huisarts van het gezin en de begrafenisondernemer zouden we de volgende dag naar Schiphol gaan om de lichamen in ontvangst te nemen. Het leek Mike wat op te beuren. “Dan kan ik pap en mam nog een keertje zien…” fluisterde hij voor zich uit toen ik hem het nieuws bracht.

Ik liep naar Mike toe en pakte Mike stevig vast bij zijn schouders en keek hem aan. Ik realiseerde me heel goed dat ik nu Mike moest vertellen dat het beter was als de kisten gesloten zouden blijven; de huisarts ging alleen mee om voor de laatste keer de lichamen te identificeren. Mike’s gezicht vertrok: hij merkte dat ik vervelend nieuws voor hem had. “Mike,” begon ik, zonder precies te weten hoe het te zeggen, “Mike, de auto van je ouders is door de ene vrachtwagen onder de andere vrachtwagen gedrukt. De brandweer heeft alle voertuigen in stukken moeten zagen om je ouders uit het wrak te kunnen halen. Het is beter als je de kisten niet meer opent…” Mike keek me enkele seconden wezenloos aan. Zijn ogen vulden zich vervolgens met dikke tranen; steeds meer en steeds sneller. Ik sloeg mijn armen om hem heen en liet hem uithuilen op mijn schouder.

Na wederom een verschrikkelijke nacht, met weinig slaap, stonden we de volgende dag samen met de huisarts en begrafenisondernemer op Schiphol. We werden ontvangen in een aparte kamer, waar een man met de begrafenisondernemer de papierwinkel afhandelde terwijl Mike uitdrukkingsloos voor zich uit zat te staren en bleef roeren in zijn bekertje oploskoffie. Een andere functionaris had de huisarts opgehaald om de laatste identificatie te doen. Tot mijn opluchting had Mike geen aanstalten gemaakt om mee te lopen. Hij had daar natuurlijk alle recht op, maar ik maakte me zorgen welke indruk de zwaar verminkte lichamen van Mike’s ouders op hem zouden hebben gemaakt als hij toch mee was gelopen.

Ik kreeg een enveloppe overhandigd met daarin onder andere de officiële akte van overlijden en verliet met een ontroostbare Mike de luchthaven. Op de autobaan, terug naar huis, keek ik naar rechts en zag een vliegtuig opstijgen. Ik dacht terug aan de eerste keer dat ik met Mike hier was geweest: op weg naar ons weekendje New York. Ik schudde mijn hoofd om deze gedachte voor even uit mijn gedachten te bannen en concentreerde me op het drukke verkeer op de weg.

Ik parkeerde mijn auto op de oprit van Mike’s ouderlijk huis en we stapten uit. Ik opende de voordeur, terwijl Mike de post uit de antieke brievenbus aan het begin van de oprit haalde. Er bleken tientallen kaarten in te zitten.

Binnen gingen we op de veranda zitten en openden de kaarten een voor een. Veel namen deden bij Mike een belletje rinkelen, sommigen ook niet. Omdat Mike zich eigenlijk nooit veel aan de kennissen van zijn ouders gelegen had laten liggen en dus ook lang niet alle namen en adressen wist, had ik Mike voorgesteld een rouwadvertentie in de regionale krant te zetten. Mike had samen met mij de tekst opgesteld en toen ik de krant opende, stond deze keurig op de familieberichtenpagina.

De datum voor de uitvaartdienst hadden we ondertussen gekozen: op zaterdag, om zo ook veel verder weg wonende familie en vrienden de kans te geven aanwezig te zijn. Mike vond het niet meer dan logisch dat de uitvaartdienst tegelijk voor zijn beide ouders zou zijn. We stonden op nadat we alle kaarten gelezen hadden en begonnen de meubels uit de woonkamer te halen. Mike had er op gestaan dat zijn ouders vanuit het ouderlijke huis zouden worden begraven en dus hadden we met de begrafenisondernemer afgesproken dat beide kisten in de woonkamer zouden worden gezet, zodat iedereen die daar behoefte aan had, persoonlijk afscheid kon nemen ondanks dat de kisten gesloten zouden blijven.

Voor het eerst sliep Mike die nacht in. Ik rolde mezelf op mijn buik en legde mijn communicator op het tapijt langs ons bed. Op deze manier beantwoordde ik een aantal mailtjes en bedankte enkele mensen voor hun hartverwarmende blijken van medeleven. Ik sloot daarna mijn communicator af en keek nog een keer voorzichtig naar Mike. Hij sliep, gelukkig. Daarna viel ik in een onrustige slaap.

De volgende ochtend was Mike’s tante vroeg bij ons. Ze had aangeboden te helpen met het schrijven van de rouwkaarten: Mike’s handschrift was niet het meest nette en bovendien had zij een adresboekje, dat we als aanvulling konden gebruiken voor het adresboekje van Mike’s ouders, dat we in het dressoir in de hoek van de kamer hadden gevonden.

In Mike’s familie was het standaard om na de uitvaartplechtigheid samen te eten, een zogenaamde koffietafel. Mike had beslist dat deze in het huis van zijn ouders moest plaatsvinden en dat iedereen, die langs wilde komen, welkom was. Deze tekst stond dus ook in de rouwadvertentie in de krant en op de rouwbrieven. Ik had de eigenaar van een eetcafé waar ik vaak kwam gevraagd om deze koffietafel te verzorgen; ik had geen idee hoeveel mensen er zouden komen en vond het daarom erg prettig dat hij deze taak op zich zou nemen.

Het was ook Mike’s wens geweest om de uitvaart zo veel mogelijk te laten verlopen als destijds die van zijn oma; zijn ouders hadden meer dan eens terloops laten vallen dat dit een mooie manier was om begraven te worden en dat had Mike goed onthouden.

Vandaar dat op de zonnige zaterdagmorgen, vanaf half tien, steeds groepjes mensen de oprit van Mike’s ouderlijk huis op kwamen wandelen om Mike’s ouders op hun laatste aardse reis te vergezellen. Sandra was er ook, net als Mike’s boezemvrienden die niet van zijn zijde weken, met Bryan in het bijzonder. Ik was erg blij met de aanwezigheid van Sandra: veel mensen die het huis binnen kwamen kende ik niet en haar aanwezigheid zorgde ervoor dat ik me niet helemaal eenzaam voelde. De medewerkers van het eetcafé gingen al met koffie rond, dus die afleidende werkzaamheden gingen aan mijn neus voorbij.

Ook werden er voortdurend bloemstukken afgegeven; de kisten verdwenen langzaam maar zeker in een zee van bloemen. Aan de teksten op de rouwlinten kon ik opmaken dat Mike’s ouders zich, nadat ze hun bedrijven hadden verkocht, hadden ontfermd over allerlei clubs, verenigingen en stichtingen en die in stilte steunden.

Om kwart over tien vroeg de uitvaartondernemer om een moment van stilte. De man bedankte iedereen namens Mike en mij om hun komst - ik keek direct scherp om me heen of ik een reactie op iemands gezicht zag. Ik kon er echter geen ontdekken – en nodigde iedereen uit hardop met hem te bidden voor Mike’s ouders. Daarna werden de bloemstukken van de kisten gehaald en aan de jongere neven en nichten van Mike overhandigd.

Voorzichtig werden de glimmende, Frans eiken kisten van de koelmeubels gehaald, op wagentjes met een zwart kleed erover geplaatst en verlieten Mike’s ouders de woning waar ze tientallen jaren lief en leed samen hadden gedeeld, voor de laatste keer. In stilte werden de kisten in twee grote uitvaartauto’s geschoven die achter elkaar, achteruit op de oprit waren geparkeerd. Ondanks dat het ruim 2 kilometer lopen was naar de kerk, had Mike besloten dat we te voet zouden gaan – net als bij zijn oma.

Ik was blij verrast door de grote opkomst – de oprit stond vol en op straat stonden ook tientallen mensen te wachten. Ik ontwaarde zelfs de harmonie van het dorp – Mike’s vader was jarenlang commissaris (en sponsor) van de plaatselijke harmonie geweest - en daarom had de harmonie besloten hem met korpseer te begraven, dus met zwarte kleden en linten om de instrumenten, aparte uniformen en een zwart kleed over het vaandel.

Langzaam zette de auto’s zich in beweging en ik zag Mike wat angstig om zich heen kijken waar ik was. Ik wurmde me tussen wat mensen door en sloeg daarna een arm om mijn vriend. Zo opende wij tweeën de stoet die langzaam en zwijgend door de straten van Mike’s geboortedorp trok; alleen de treurmuziek van de harmonie klonk tegen de gevels.

Twaalf grote neven, ooms en zwagers, in twee groepen van zes, begeleiden bij de aankomst bij de kerk de kisten de kerk in, nadat de pastoor ons en Mike’s ouders welkom had geheten. Ondanks dat er heel veel mensen vanaf Mike’s ouderlijk huis met ons mee waren gelopen, zagen we bij binnenkomst in de kerk dat veel banken al gevuld waren. We namen plaats in de voor ons gereserveerde banken en de harmonie ging zitten in de voor hen bestemde hoek van de kerk.

Ik zat links langs Mike, terwijl Bryan aan de andere kant van zijn ‘grote broer’ was gaan zitten. Ik had de afgelopen dagen met vertedering gekeken hoe Bryan zijn ‘grote broer’ steunde en probeerde op te beuren. Hun bijna fataal afgelopen avontuur in de Oostenrijkse sneeuw had de band tussen de twee sterker en dieper gemaakt dan ooit en ik zag dat Mike kracht putte uit de pure oprechte vriendschap die zijn verstandelijk gehandicapte vriend hem onvoorwaardelijk schonk.

De dienst ging voor een groot deel in een waas aan me voorbij; ik probeerde me te concentreren op de In Memoriams die enkele mensen voorlazen en de plechtige, stemmige muziek die de harmonie ten gehore bracht – het lukte me echter niet: ik was met mijn gedachten bij mijn vriend, die ontroostbaar langs me zat en die ik niet meer kon bieden dan alleen een arm om hem heen.

Tijdens de collecte werd het gedachtenisprentje uitgereikt dat Mike en ik samen hadden opgesteld. Mike had er op gestaan dat allebei onze namen onder aan de tekst zouden staan – de symboliek die Mike daarmee liet zien had me diep geraakt. We hadden lang nagedacht over de afbeelding aan de voorkant van het gedachtenisprentje. Mike had uiteindelijk gekozen voor het stuk waarop de Japanse karakters van zijn ouders stonden afgebeeld op de schets die hij voor zijn tatoeage had gemaakt. Ik had met betraande ogen staan luisteren toen Mike zijn keuze uitlegde.

Toen ik zag dat de pastor zich verkleedde, terwijl de muziek van de harmonie nog een keer aanzwol, realiseerde ik me dat de uitvaartplechtigheid bijna ten einde was en we op weg zouden gaan naar het kerkhof – om daar Mike’s ouders achter te laten en aan de aarde toe te vertrouwen. We stonden op uit de monumentale kerkbanken en namen bijna mechanisch plaats achter de twee kisten, die door dezelfde familieleden door de middenbeuk van de tot de laatste plaats bezette kerk naar buiten werden begeleid. Door mijn tranen heen zag ik dat Mike totaal gebroken langs me liep en ik had moeite hem vast te houden. Gelukkig nam Bryan het initiatief om Mike in zijn andere zij te pakken en sloeg hij zijn arm liefdevol om zijn grote voorbeeld.

Toen we de kerk verlieten, drongen de klanken van de kerkklokken tot me door en verdreef dit al het andere geluid uit mijn hoofd. Langzaam liep de stoet richting het twee straten verderop liggende kerkhof. Het viel me op dat op een T-splitsing, waar we linksaf moesten, al het verkeer van rechts stopte en de motoren afzette. Ik keek achterom en zag dat er nog steeds mensen vanuit de kerk aansloten, net voordat de kerk uit mijn gezichtsveld verdween. Ik had de uitvaartondernemer op zijn hart gedrukt in de dienst te melden dat wij het erg op prijs zouden stellen als iedereen mee naar het kerkhof en daarna naar Mike’s ouderlijk huis zou gaan en daar werd zichtbaar massaal gehoor aan gegeven.

In de vroege lentezon, met alleen het geluid van voetstappen en niets vermoedend fluitende vogels om ons heen, kwamen we aan op de relatief kleine begraafplaats waar de twee kisten voor de laatste keer uit de auto’s werden getild en langs elkaar voor het Christusbeeld werden geplaatst. De pastor wachtte enkele minuten om zo veel mogelijk mensen de gelegenheid te geven de begraafplaats te betreden. Daarna nam hij het woord en sprak de laatste gebeden en zegende tenslotte beide kisten. We kregen een hand van de pastor en zijn misdienaren en zij verlieten vervolgens het kerkhof om iedereen de gelegenheid te geven afscheid te nemen.

De begrafenisondernemer had bij de uitgang van de kerk grote manden met telkens een rode en een witte roos samengebonden geplaatst: Mike’s moeder had haar hele leven rozen gekweekt en deze eerden niet alleen Mike’s moeder. Een witte en rode roos samen staan voor eeuwige verbondenheid en dat was, gezien het feit dat Mike’s ouders al tientallen jaren lief en leed hadden gedeeld, in dit geval zeker van toepassing. Iedereen kreeg de gelegenheid de rozen op de twee kisten te gooien en veel mensen drukten een zoen op hun vingertoppen, die ze daarna op beide kisten legden. Als laatste kregen wij een hand, schouderklop of een kort woord van iedereen die langs de kisten trok. Uiteindelijk bleven we met een kleine groep mensen achter.

Mike aarzelde en ik kon Mike goed begrijpen: aan de ene kant wilde Mike weg van de begraafplaats, maar aan de andere kant wilde hij zo lang mogelijk bij zijn ouders blijven. Uiteindelijk pakte Bryan Mike’s hand en trok hem langzaam, maar zeker, weg van de kisten. Mike keek nog een keer om, keek mij aan en sloeg toen zijn arm om me heen. Langzaam liepen we het kerkhof af, in de richting van het ouderlijke huis waar vandaan we enkele uren daarvoor op weg waren gegaan.

Het hele huis stond vol mensen, die netjes hadden gewacht totdat Mike binnen zou komen. Mike’s familie ontfermde zich over Mike en ik werd weldra omringd door onze vrienden die zich realiseerden dat Mike nu even met zijn familie samen wilde zijn. Ik was ontroerd toen ik tussen alle mensen discreet op de achtergrond het hele managementteam van mijn bedrijf zag staan; ik had geen rouwkaart gestuurd, maar Sandra had al mijn directe collega’s gebeld en zij hadden unaniem besloten aanwezig te zijn om zo mij, maar zeker ook Mike, te steunen.

Er gingen grote schalen met broodjes rond en er werd voortdurend koffie en thee geschonken. Aanvankelijk waren de gesprekken gedempt en onwennig; gelukkig zwol het geroezemoes gaandeweg aan en werd er hier en daar zelfs gelachen. Er bleven nog een vijftig tal mensen over: Mike’s beste vrienden Yuri, Yannick, Björn, Koen, Milan, Phillipe; Mike’s familie en enkele goede kennissen. Tot mijn verbazing kwamen drie medewerkers van het eetcafé dat ik had ingehuurd opeens met grote dienbladen met daarop gevulde whiskyglazen. Ik keek Mike aan. “Lieve mensen”, sprak Mike met een breekbare stem in een plotsklaps doodstille woonkamer, “ik wil jullie heel erg bedanken voor jullie steun de afgelopen dagen, en ook nu. Maar”, en nu wees en keek Mike nadrukkelijk naar mij, “zonder jou had ik het nooit gered. Bedankt. Echt heel erg bedankt.”

Sandra gaf me een subtiel duwtje in mijn rug, zodat ik me realiseerde dat ik nu naar Mike moest lopen. Dat deed ik en enigszins verbouwereerd ontving ik de zoen van hem toen ik mijn gezicht in de buurt van dat van hem bracht. Mike pakte een whiskyglas van de hem voorgehouden schaal en overhandigde die aan mij. Vervolgens pakte hij er nog een vanaf en maakte toen aan de obers duidelijk dat ze iedereen van een glas moesten voorzien.

“Mijn ouders”, sprak Mike, toen iedereen was voorzien, “mijn ouders dronken bij voor hen belangrijke gebeurtenissen altijd samen met zo veel mogelijk mensen een glas whisky. Bij mijn geboorte, mijn strikdiploma, mijn rijbewijs... altijd als er in hun ogen wat te vieren was, ging er een fles open. Ik heb het lang niet begrepen, maar nu begrijp ik het heel goed. Ik wil jullie vragen om samen met mij een toost uit te brengen op mijn ouders. Ik weet zeker dat ze hierboven met een glas in hun handen staan om mee te proosten. Pap, mam, hartstikke bedankt, voor alles.”

Gesloten