Een vreemde (deel 8)

Plaats hier je eigen verhalen.
Gesloten
Amexic
Berichten: 99
Lid geworden op: wo 10 jun 2015, 20:14
Vul het getal in: 123
Locatie: Antwerpen

Een vreemde (deel 8)

Bericht door Amexic » wo 01 jan 2020, 02:06

Een vreemde (deel 8)

Wegens mijn onbevredigende antwoord heeft Lukas besloten dat we zullen vissen. Hij moet me alles voordoen want ik heb er weinig verstand van. Vissen beschouw ik als een saaie sport. Ik moet me alles laten uitleggen, van aas tot z. We zitten na zijn deskundige uitleg te wachten tot een vis bijt. Ik voel de competitie: ik hoop dat ik eerst beet heb. Er gebeurt niets. We staren naar het water waar de twee dobbers roerloos drijven.
‘Als we praten, bijten de vissen niet.’ merkt Lukas op.
‘We zwijgen toch. We kunnen ook iets anders eten dan stomme vis.’  
‘Wil je het liefst praten of dat ze bijten?’
‘Het maakt me niet uit, misschien zit er zelfs geen vis in dit meer.’
‘Kan niet anders. Overal waar water is, zit vis.’
De vogels proberen hardnekkig de stilte te verbreken. Niets, geen rimpel op het wateroppervlak. Kraaien krijsen bij momenten hun onaangename roep over het windstille water.
Ik ben het wachten beu.Tot mijn opluchting beweegt mijn dobber uiteindelijk toch. Het is een forel die ik boven haal. Hij zal straks in de pan belanden.
‘Nu jij nog.’ triomfeer ik. Ik ben opgelucht wanneer Lukas een baars vangt en we de hengels kunnen opbergen.
Terwijl het hout op de barbecue brandt, kuisen we de vis en bereiden een rood bietje, een wortel en een appel als vegetarische garnituur.
‘Het spijt me. Ik ga altijd weer in de aanval. Daarna moeten de brokken gelijmd.'  Lukas.
Het is de hele voormiddag stil gebleven tussen ons. Elk woord is welkom.
‘Ik ging in de fout. Ik had dit niet mogen zeggen. Ik weet niet wat me bezielde.’
‘Ik had je gewoon om uitleg moeten vragen. Dan was alles uitgeklaard. Niet?
‘Ik heb een probleem. Het is serieus tussen ons. Ik wil je, ofwel niet ofwel helemaal. Je woont ver weg, een tussenweg is onbestaande. Voor we het beseffen moet ik naar huis. Hoe moet het dan verder?'
Het praten lucht op. Deels omdat ik niet weet hoe te beginnen, deels uit koppigheid heb ik de ganse voormiddag gezwegen. 
Ik vat moed en ga door: 'Ik begrijp niet van mezelf waarom ik me zo down voelde. De dag was zo mooi begonnen. Mijn opmerking was totaal misplaatst. Ik ben hier om je beter te leren kennen. Dat vereist dat ik me helemaal voor je open stel. Dat hebben we het voorbije jaar al gedaan. Met jou hier bij mij, onder vier ogen, is het veel voller. Schrijven heeft beperkingen. Het zit goed tussen ons, met die gedachte ben ik gekomen. Ik ben een beetje overweldigd, denk ik, op het moment. Ik heb schrik gekregen dat je mijn hele geregelde leven overhoop gaat halen. Als ik voor je kies dan zal het met heel mijn hart en heel mijn verstand zijn. Mijn hart zegt voluit ja. Mijn verstand kan niet volgen. De seks was onvergetelijk, kwam sneller dan verwacht maar is een gevolg van wat er moest gebeuren. Ik zal nooit spijt hebben. Wat me deze morgen bezielde weet ik niet. We hadden lekker lief gevreeën en nadien voelde ik me slecht. Wat ik daarna gezegd heb, heeft een stuk van onze dag verknoeid.' Het rolt uit me.
‘Vooral wat ik er op geantwoord heb… Heb ik je ongelukkig gemaakt?’ gaat Lukas er op in.
‘Natuurlijk dat.’
Hij kijkt beteuterd. Ik lach.
‘Kijk niet zo. Jij mij en ik jou. Dan staan we quitte. Ik ben blij dat we het hebben uitgepraat.’
‘Zeg dat wel. De hele tijd heb ik koppig gezwegen terwijl ik in mijn job mensen met problemen telkens weer aanraadt om de dingen uit te praten.’
‘Het hoort bij het elkaar leren kennen. Het is chemie. Roeren in de ziel brengt ongeziene kleuren naar boven.’
‘Mooi gezegd. Laten we deze voormiddag vergeten.’
'Elke stap tussen ons gezet er een vooruit, zelfs die stap naar achter deze voormiddag.' besluit ik.
Lukas is handig in het bakken van de vis.‘Hij heeft weinig tijd nodig.’ zegt hij. We delen onze vissen. Het is meer dan genoeg.
‘Alles wat we doen, willen we samen. Wil jij iets niet dan ik ook niet.’ zegt Lukas met een graat tussen zijn lippen. De biet en de wortel smaken lekker in combinatie met de vissen.
‘Alles is toegestaan, niets moet. Voor mij voelt wat we doen als een achterstand inhalen.' neemt hij de draad terug op na mijn zwijgen.
‘Rijden met de rem op, gaat stroef. Ik denk te veel aan de toekomst. Ik maak problemen die er niet zijn. Ik weet wat ik wil maar de consequenties die dat kan hebben maken me onzeker. Ik moet gewoon durven genieten in plaats van alles te beredeneren. Een heel jaar lang heb je je open gesteld voor mij in onze correspondentie. Ik kan je alleen maar beter leren kennen.' 
'Ik heb niets voor je verstopt, toch ken je maar een stuk van me. Iedereen denkt dat ik extravert ben omdat ik vaak snel reageer. Ik was in mijn jeugd erg geïnteresseerd in vulkanen. In feite ben ik er zelf een. Ken je de Stromboli? Die ligt boven Sicilië. Hij barst regelmatig uit met korte knallende erupties, net als ik. Mijn uitbarstingen zijn heel snel over. Ik heb er vaak onmiddellijk spijt van zoals nu. Als kind frustreerde de kleur van mijn haar en de plagerijen van de kinderen me erg. Ik heb lang gedacht dat mijn ongecontroleerde gedrag daar iets mee te maken had.
Nu denk ik dat het iets van mezelf is. Het is een eeuwig werkpunt om dat vuur in me te temmen.'
'Temperament kan een goede eigenschap zijn.'
'Zo zie ik het niet bij mezelf. Ik wil  rust in mezelf en dat lukt niet als ik onrust veroorzaak.'
Vliegen bevolken de restanten van de vissen terwijl wij aan de buitentafel een lang gesprek hebben.
'Waar kwam jou schuldgevoel vandaan na onze vrijpartij vanmorgen? Misschien sta ik verder dan jij. In elk geval heb ik meer ervaring. Heb je jezelf helemaal geaccepteerd, je homo zijn?' Lukas is terug zijn praatgrage zelf.
'Jawel, jawel. Daar ben ik al jaren mee klaar. Het moet een soort onzinnig geweten zijn dat zich ik weet niet waarom in me genesteld heeft. Hetzelfde herinner ik me van mijn eerste ervaringen met die jongen van school. Ik vind het in orde dat je de schade wil inhalen. Ik wil me niet schuldig voelen over iets wat zo goed aanvoelde.'
'Ik zei achterstand, niet schade. Ik ben zo dicht naar je toe gegroeid dat het voor mij vanzelfsprekend is dat we seks hebben.
Voel je niet verplicht. Ik mag niet gulzig zijn.'
Lukas gooit de visafval op de kop en de graten na in het water. We kijken naar de honderden kikkervisjes die zich te goed doen aan het festijn.
'Ik heb te veel gegeten.' zegt Lukas.
'Ik ook meer dan genoeg.' We leggen ons voor een siësta op een reuzen zwerfkei die de zon lekker opgewarmd heeft. De vogels fluiten weer opgewekt.
'Zie je je ouders vaak?' vraag ik.
'Te weinig. Ik ben een hele tijd onderweg naar hen. Een eind auto en dan de ferry, dat neemt tijd in beslag. Ik ga  een keertje per maand, een weekend met een maan -of vrijdag erbij. Mijn zus komt dan meestal ook.
Het is bijna de 21ste. Normaal zou ik nu naar Äland gaan.' Hij is een prater. 'Dan steken ze overal  in Finland vuren aan. Iedereen neemt dan vrij.'
'Gaan we dan ergens kijken?'
'Als je echt wil. Het is wat folklore, meer niet. We kunnen een dorp zoeken dat in de buurt ligt. Maar we kennen daar niemand en het brengt weinig meer dan wat hoempapa.'
'Ik wil graag de zonsondergang zien.'
'Er staan hier te veel bomen. Met jou wil ik ook de zon zien opgaan. Het zal overal druk zijn bij midzomer. Ik wilde je sowieso een keer de zee laten zien. Zullen we morgen? Die paar minuten daglengte die we tegoed hebben, zijn verwaarloosbaar.'
'Voor mij is alles gelijk.'
We vullen de dag verder met praten en een doelloze wandeling om de benen te strekken. Lukas slaat 's avonds aan het plannen en steekt de koffer vol alsof we voor een week op pad gaan.
We verwachten geen regen dus regenkledij kan thuis blijven. We gaan zeker wandelen dus één rugzak moet zeker mee. Het wordt een lange dag. Lukas vindt het geen probleem om op een onzalig uur terug naar onze stek te rijden. Ik vind dat we toiletgerief moeten meenemen. Lukas neemt de fles wijn mee die hij zelf gegeven heeft.
'Je hebt die zelf gegeven. Laat die eens staan.'
'Ik koop hem wel een nieuwe. Van deze weet ik dat hij lekker is. Ik wil met jou een romantisch avondje op het strand.'
'Daar ben ik het mee eens.' Twee wijnglazen moeten mee uit de vitrinekast, en een kurkentrekker uit de schuif in de keuken.
'Heb je een zwembroek bij?'
'Zit nog in de koffer.'
'Meenemen.'
'Ik heb de indruk gekregen dat Finnen naturisten zijn. Dat wist ik niet vooraf en daarom heb ik er eentje mee.'
Ik vind het heerlijk om hem te plagen terwijl hij zich uitslooft.
'Niet als er andere mensen in de buurt zijn, dommerd. Het wordt een lange dag morgen.' deelt Lukas me naadloos en bijna officieel mee. 'Laten we vroeg gaan slapen. De vele uren daglicht kunnen je uit je ritme halen.'
Wanneer hij lepeltje tegen me aan kruipt voel ik niet/wel de aandrang om ... maar slaap tevreden in.
Op vakantie kan het moeilijk zijn om de dagen van de week te onderscheiden. In dit land is het zelfs een opdracht om een bioritme te houden. Lukas wekt me om zeven uur. Ik heb voldoende slaap gehad. Finland is een land van water wist ik, maar dat de zee twee uur ver rijden is, verbaast me.
Lukas parkeert zijn auto zo goed als op het strand. Dit is geen badplaats zoals bij ons maar toch bewoonde wereld.
Ik kijk rondom me. Ik zie zee, zand , dennenbossen en berken. Ik ken mijn lessen aardrijkskunde: de door ijs gladgeslepen rotsen horen er bij.
Er is beschaving hier: bootjes, huizen en wat hotelletjes.We eten 's middags wat de koffer van de auto te bieden heeft en gaan op verkenning, voeten in het zand... en hand in hand. Het is spannend om die hand te grijpen. Je doet dat en je weet wat je doet. Daar hoeven geen vragen over het waarom bij gesteld. Wat doe je zoal in een bescheiden toeristenoord na de verkenning?
Dat ligt voor de hand ginder: een bootje huren. We nemen een opblaas kajak, knalgeel. Voor mij roept het onmiddellijk het beeld op van de foto die ik van Lukas heb, mijn lievelingsfoto van hem.
'Ben je hier ooit geweest?'
'Nee. Ik zocht een noordkust, voor de zonsondergang straks.'
'Je hebt me een foto gestuurd met een bootje net als dit.'
'Ze verhuren overal van die bootjes. Die van de foto was zelfs niet aan zee genomen.'
Het bootje vaart naar links en dan weer naar rechts. Onze peddels raken elkaar vaak. Ik zit achteraan als een kluns en schep regelmatig water binnen. Na een tijd slagen we er in om synchroon te peddelen en rechtdoor te varen. Het is samen pret hebben en het kan me niet schelen dat ik onervaren ben. Tenslotte gaat het goed. Mijn kracht is mijn bondgenoot.
We dobberen rond na de fysieke voldoening van de inspanning. Om Lukas de kans te geven comfortabel te liggen, hef ik mijn benen over de luchtkamers. Hij ligt lekker relax met zijn hoofd op mijn borstkas.
'Je eerst liefde is de meest intense.' schreef je ooit.'  werp ik op omdat die gedachte zich toevallig aanbiedt in mijn hoofd.
'Misschien is dat zo omdat het de eerste ervaring is die je hebt. Maar achteraf gezien is dit mogelijk niet de diepste die je kunt hebben.' Lukas' antwoord komt zonder verpinken.
Ik weet. Ik hoef niet te denken. Ik smelt. Daarom juist wil ik hem. Ik streel zijn borst en over zijn tepels. Ik zie recht op wat zijn zwembroek min of meer kan verbergen. Hij draagt dezelfde zwembroek als op de foto die ik koester.
Zijn aanwezigheid boven op me verhindert me zelf te evolueren.
Ik zou voor altijd met Lukas willen rond zwalpen in dit bootje.
'Wanneer is die foto van je in het bootje genomen?'
'Twee zomers geleden.'

Gesloten